Sappelen

Toen ik in 2001 – we woonden in Leermens – begon als kleine zelfstandige belde ik met 3 gemeentes in de omgeving. Dat resulteerde in 2 opdrachten. Mijn jeugdig zelfvertrouwen gaf me vleugels. Allengs werd ik ouder en taande dat zelfvertrouwen. Dat soort telefoontjes, ik durfde gewoon niet meer. Stom, want ik weet dat potentiële klanten zo’n telefoontje helemaal niet erg vinden. Het hoort erbij. En soms wil je ook echt wel kennis maken met een goede tekstschrijver. Sterker – wie wil dat nou niet?

Eerlijk gezegd: het hoefde ook niet zo. Opdrachtgevers kwamen en gingen en kwamen. En al die jaren hoefde ik daar niet zoveel voor te doen. Ja, goed werk afleveren en doen wat ik beloof. Maar niet alleen ik word wat ouder. Mijn opdrachtgevers óók. Dat is voor mensen als ik een valkuil. Dat je wakker wordt na het afscheid van een leuke opdrachtgever die met pensioen gaat en dat je je realiseert: hij wordt niet vervangen.

Pijnlijke maatregelen zijn geboden om vrouw en kinderen ook de komende jaren te kunnen onderhouden. Weer bellen? Nou, je kunt de lat ook te hoog leggen. Nee, mijn bordje is klaar. Mijn bordje hangt.

De ontwerper bleek van het doorpakkende soort. Hij meldde zich zaterdagmiddag met bordje, schroeven, lijm en lijmklemmen. Ik schrok. Ik geniet erg van m’n vrije zaterdag en met dat bordje bij de deur weet je het natuurlijk nooit. Zeker toen ik die avond de lijmtangen eraf haalde. Het bleef stil. Die zondag stond ik maar extra vroeg op. Het bleef stil. En toen maandag de bel ook niet geluid werd, wist ik: dat wordt sappelen. Nog 7 jaar. We hebben nog een kleine 20 kilo walnoten en 50 potten jam.

En ja. Ik ga het koper poetsen.

Our house

We gingen naar het concert van Her Majesty in de Oosterpoort, Groningen. Her Majesty is een coverband die de muziek speelt van Crosby, Stills, Nash and Young. Althans, de muziek die CSNY maakte tot ongeveer 1976. Ze doen dat weergaloos.

Dat zachte ‘Goodnight’ na ‘Find the cost of freedom’. Het klonk op de plaat altijd zo prachtig, dat gefluister, net voor de klik waarmee de naald van de plaat kwam. Die klik hoorde je donderdag niet. Je hoefde trouwens ook niet op de grond te springen net voor het tweede couplet van ‘Almost cut my hair’. Bij mij thuis zit daar al sinds mensenheugenis een tik in de plaat, Her Majesty speelde wél het nummer maar niet de tik.

U kunt zich voorstellen wie er in de zaal zaten: grijsaards in een spijkerbroek. We vierden een feestje met elkaar, de muzikanten en hun publiek. Een feestje van herkenning. Maar ook een feestje van weet je nog.

We mochten ‘Our house’ meezingen.

I’ll light the fire
You put the flowers in the vase that you bought today
Staring at the fire for hours and hours while I listen to you
Play your love songs all night long for me, only for me

Come to me now and rest your head for just five minutes, everything is good
Such a cozy room, the windows are illuminated by the
Sunshine through them, fiery gems for you, only for you

Our house is a very, very, very fine house with two cats in the yard
Life used to be so hard
Now everything is easy ‘cause of you
And our la, la, la, la, la, la, la, la, la

Natuurlijk kenden we de tekst, vooral dat la, la, la. We wisten wanneer we moesten inzetten, en we wisten gelukkig ook heel goed hoe snel we onze mond weer moesten houden. We kenden het liedje. En we voelden weer hoe het toen voelde.

En natuurlijk is er “inmiddels”. We hebben allemaal dat huis. We hebben een kat. Of 2. Vaak zelfs kinderen. En ja, de bloemen staan in de vaas. En de cv is geprogrammeerd. Maar of we nog veel liefdesliedjes voor elkaar zingen? Ik doe het in elk geval te weinig.

Ze speelden ook ‘Through my sails’. Crosby, Stills, Nash and Young hebben dat nooit live uitgevoerd. Neil Young trouwens ook niet. Daar moet een verhaal achter zitten. Maar wat was het prachtig om het in levende lijve te horen. Bijna net echt. Beluister Through my sails echt.

Op de foto schrijver dezes.

30

De eerste jaren kun je niet wachten tot ze wat groter zijn. Mijlpalen. Je denkt: als hij eerst maar kan zitten. Kruipen. Papa zeggen.

Ik schreef gisteren over tuffend leven. Mochten we willen. We leven alsof we met 180 in onze Aston Martin over de snelweg razen. Ademloos suizen we de weg over en schieten we de bocht om. Mijlpaal na mijlpaal flitst voorbij.

Want na papa zeggen komt lopen en praten en praten met andere mensen en van praten met andere mensen komt papa worden. 30 zijn.

Mijn oudste zoon is vandaag 30 geworden. Ik heb nooit gedacht: ‘Als hij eerst maar 30 is’ maar het is een mijlpaal, een prachtige mijlpaal. Mag ik even heel hard op de rem trappen? En mijn zoon heel hard feliciteren?

Hoe te leven

Wat mis ik die autoritjes buiten, in de vrije natuur, onder de grote luchten van Noordoost-Groningen. Raam dicht, Neil Young aan. Langzaam, bedachtzaam, peinzend over wat te eten en waarom die ene tuin nu nog steeds niet is aangelegd of wanneer de brug nu eindelijk aangepakt wordt of hoe te leven.

Gewoon, onderweg naar de supermarkt in Appingedam.

Dergelijke ritjes maak ik niet meer. Eigenlijk maak ik nauwelijks nog autoritjes. Tegenwoordig hebben we de auto in de parkeergarage staan.

Maar gisteren zag ik mijn kans schoon, om reden de jenever is weer in de aanbieding. De laatste keer dat ik met een doos jenever achterop de fiets door de stad liep, was dat geen succes. Ik besloot daarom gisteren om na het tennissen in Loppersum vertrouwd gewoon bij mijn eigen supermarkt en mijn eigen slijter in Appingedam voor de deur te parkeren en de drank dan gewoon per auto naar mijn eigen kerkhofje te brengen.

Zo tufte ik van Loppersum via Zeerijp en Dieftil in mijn eigen vertrouwde slakkengangetje via mijn eigen vertrouwde route naar mijn eigen vertrouwde winkel. Er was geen bocht veranderd. Wat we gingen eten zou me wel dagen in de winkel. Die ene tuin lag er vrijwel onveranderd bij. De reden of de oorzaak daagden me niet. De brug bij Veldzicht was nog steeds afgesloten voor zeer zwaar verkeer, en om de Dieftilbrug over te steken moet je tegenwoordig ook een weegschaal meenemen.  En hoe te leven …  Tuffend.

De slijtster sleet me die ene doos. Toch mooi dik 40 euro verdiend.

Werk in uitvoering

Onze troonrede is hoopgevend. Zeker voor de communicatiebranche.

Meer mensen moeten concreet merken dat het goed gaat: thuis, op het werk en in de wijk. Mensen moeten ook weer voelen dat de politiek er voor iedereen is. Er leven vragen: kunnen wij en onze kinderen blijven rekenen op goede zorg, een betaalbaar huis, een baan, goed onderwijs, een veilige buurt, een schone leefomgeving en een goed pensioen? En er is de vraag die niet in een rekenmachine past: leven we in Nederland wel voldoende met elkaar en niet te veel naast elkaar? Een steeds beter land is niet vanzelfsprekend, maar vergt permanent onderhoud en vernieuwing. Vertrouwen in de toekomst is werk in uitvoering.

Wat staat er in die eerste zin? Het gaat hartstikke goed, alleen, u mérkt het niet. Althans, u merkt het niet concreet. Toegegeven, er zit een verwijtende ondertoon in de zin. Eigenlijk staat er: ‘U moet eens wat beter opletten.’

Ik ben dat met onze regering eens. Veel goeds blijft onopgemerkt. Dat de dijken niet doorbreken bij een stevige storm, dat bij grote droogte er nog steeds water is, dat ook na een drukke zaterdagnacht op zondagochtend veel straten er spic en span bij liggen, dat ook midden in de nacht we bij een spoedeisendehulpafdeling terecht kunnen én dat het thuis, op het werk en in de wijk goed gaat, het is niet vanzelfsprekend maar het gebeurt wel. Dit vereist een publiekscampagne met als motto: ‘Kijk. Merk. Merk concreet. Het gaat goed.’ Communicatie!

En al die vragen die er leven … ze schreeuwen om antwoord. Communicatie!

En dan is er zelfs een vraag die niet in een rekenmachine past … Communicatie!

En als uitsmijter: ‘Vertrouwen in de toekomst is werk in uitvoering.’ Vertrouwen is een kwestie van communicatie. Goede communicatie is werk in uitvoering en werk in uitvoering vergt … precies: communicatie!

Binnenkort is mijn bordje klaar. Wout Sorgdrager Communicatie.

Stadjer

Het is alweer even geleden. We deden Monumentendag in Stad. We beklommen de watertoren bij de Noorderbinnensingel. We verbaasden ons over het uitzicht. Richting het zuiden, maar ook de andere kant op. Al die torens. Die onvermoede hofjes net naast de watertoren. Ja zelfs het Forum krijgt iets majestueus, al is het alleen maar vanwege die enorme glaspartij. ‘Is het dan toch gebeurd,’ vroeg ik me af toen ik gisteren deze foto als achtergrond van mijn mobiel bombardeerde, ‘ben ik nu een Stadjer?’

Ik bedoel, je ziet een stad. Is het er mooi? De ouden van dagen in het verzorgingshuis pal vooraan wonen er ongetwijfeld naar volle tevredenheid maar het is natuurlijk een foeilelijk gebouw. En je ziet dat er veel van dit soort misbaksels staan in die stad. Je ziet ook hoe weinig groen er eigenlijk is, in het centrum. En dat het een beetje een allegaartje is.

Maar je ziet ook: Stad. Wie er ooit woonde, ziet onmiddellijk: dit is Groningen. Het Forum, de Martinitoren, die eeuwige bouwkraan, de Sint-Jozefkathedraal, de Nieuwe Kerk, het Academiegebouw, de A-kerk en wat verder volgt. Misschien is dat het wel, je vertrouwdheid met een plek creëert verbondenheid met de plek. Ooit schreef ik een stukje over de bomen in de buurt, en hoe goed ik ze kende. Ik geloof dat de schrijver ermee bedoelde: ik hou van die omgeving omdat ik ermee vertrouwd ben, omdat ik de verhalen ken.

Dat ik de foto als achtergrond voor op de telefoon klikte, zit’m toch niet in de skyline maar de lucht erboven. Die ruimte. Die enorme wolkenpartijen. Ze zijn er wel in de stad. Je moet er alleen even voor klimmen.

Lees bomen in de buurt (27 oktober 2010)

Patent

Sinds ik op mijn kleine kleinzoon pas, bekruipt mij met enige regelmaat een virusje. Immunologisch leefde ik jaren in een absoluut limbo en dat wreekt zich deze maanden. Dat niezen vind ik niet erg, en snotterig zijn ook niet. En ook die keelpijn deert me niet. En dat gesnurk? Ik heb er geen last van. Maar al dat snot kruipt af en toe ook in de hersenpan en dan kan zwaarmoe zomaar troef worden.

Om mij door die momenten heen te slepen, stuurt mijn schoondochter ons af en toe een filmpje van een lachende Lasse. Samenvattend: vooralsnog treedt hij de wereld met een monter humeur tegemoet. Lasse lacht niet, Lasse schatert. Om alles. Om niets. Eigenlijk vooral omdat lachen leuk is. De ultieme klassieker is wat mij betreft het filmpje waarin hij (na een lange dag op de opvang) in de box ligt en de beentjes in de lucht gooit en lacht. Wat oorzaak en wat gevolg is, weet ik niet. Lacht hij omdat die beentjes zo leuk naar beneden vallen of gooit hij de benen in de lucht uit puur jolijt en is het vallen gewoon dat wat gebeurt als je iets omhoog gooit?

Ik mag al die filmpjes niet met u delen, en dat moet ik maar accepteren, maar we betichten de farmaceutische reuzen van criminele praktijken omdat potentieel werkende geneesmiddelen achter houden uit puur winstbejag terwijl de mensheid met die filmpjes iets in handen heeft waarmee menig winterdip in de kiem gesmoord kan worden.

Patenten zijn diefstal. Privacy is diefstal.