Geschiedenis

kerkhof-oosterwijtwerd-maria-kerk

Zondagochtend fietste ik naar het fitnesscentrum in Appingedam. Het was stralend weer. IJskoud, bladstil, glashelder. Ik maakte een ommetje en ging via Oosterwijtwerd en bezocht het kerkhof op de wierde rond de kerk. Ik kan er ook niets aan doen. ik wandelde rond de kerk en stuitte – ach heden – op Hilje Bolsman. Ik ken haar.

Ik kwam haar tegen toen ik probeerde uit te zoeken wie er allemaal in ons huis gewoond hebben. Hilje is de dochter van Derk Bolsman, koopman in Leermens. Hij woonde in 1813 in ons huis.

In de geboorteakte van Hilje staat dat op 27 september 1843 voor de ambtenaar van de Burgelijke Stand van de Gemeente ’t Zandt is verschenen:

Derk Bolsman oud vier en veertig jaren, van beroep koopman, wonende te Leermens, dewelke heeft verklaard, dat op den zesentwintigsten der maand September des jaars duizend achthonderd drie en veertig, des middags te twaalf uur, te Leermens, binnen deze gemeent, een kind is geboren van het vrouwelijke geslacht, aan hetwelk de voornaam Hilje gegeven zal worden; van welk kind Derk Bolsman gemeld verklaarde natuurlijke vader te zijn, hebbende hetzelfde in onechte verwekt uit Anna Gillis Veendijk, zonder beroep, wonende te Leermens.

Hilje is waarschijnlijk in de bedstede geboren waar we nu een logeerplek hebben. Haar moeder Anna keek vanuit haar bedstee uit over de tuin. Geen lusthof ongetwijfeld, maar een nutstuin.

In een aantekening in de kantlijn van de akte staat dat ‘Theodor Lucas Bolsman, zich ook wel noemende Derk’ aangifte deed. Je heet Theodor Lucas en je noemt je Derk. Allicht.

Drie maanden later trouwde Derk alsnog met Anna. Ze was de dochter van de schoolonderwijzer hier in het dorp: Gillis Egberts Veendijk. Haar moeder heette Hilje Egberts. Ons Hilje is dus naar haar moeder genoemd. Hilje trouwt op 16 mei 1868 met Hindrik Oosting, schoenmaker te Oosterwijtwerd.

Wat rest is een leven in stenen. Wat rest is geschiedenis.

Leeftocht

walnoten

Het was een belabberd bramenjaar. En ook qua pruimen was het zwaar behelpen. Maar dan de walnoten. Dertig kilo versleepte ik gisteren van de droogkamer naar het zoldertje bij onze slaapkamer. Iedere noot weegt gemiddeld zo’n 10 gram. Het zijn er zo’n 3000 derhalve.

Een schat om te koesteren. Zeker nu ik weet dat iedere noot gemiddeld zo’n 25 kcal met zich mee brengt. Op dat zoldertje ligt dus zo’n 75000 kcal te wachten om verorberd te worden

Met ons tweeën hebben wij aan ongeveer 3500 kcal per dag genoeg. We kunnen dus ongeveer 21 dagen leven van die walnoten.

Leeftocht voor maar 21 dagen. Mij valt dat wat tegen.

Avonturen in en om het huis

eieren-in-het-keukenkastje

In de serie Avonturen in en om het huis vandaag de aflevering over de eieren in het keukenkastje. Op zoek naar strooizout in verband met weer een ander huiselijk gedoetje deed ik het voormalige keukenkastje in de garage open. Dat doe ik niet zo vaak. Er staan wat oude laarzen – nou ja, u ziet het.

Verhip. Twee eieren. En dat terwijl de kippen toch al zeker 9 maanden geleden bruut vermoord werden door een joint venture van enkele roofvogels en marters en vossen. Er moet indertijd sprake geweest van samenspanning. Het is allemaal beschermd spul hoor, die roofdieren en dat is goed, maar er zijn momenten dat mij het hemd nader dan de rok is.En dat ik denk: eigen kip eerst. Helaas. Zo werkt het niet.

Ik herinner me dat er een periode is geweest dat de kippen nauwelijks legden. Ik weet dat de garage eenvoudig toegankelijk is voor beesten, kippen incluis. En dat keukenkastje, tja, dat was pasklaar gemaakt voor de keuken maar niet voor de garage: daar ontbreekt een zijkant aan.

Ik stel het me voor. Die kippen in dat kastje. Lekker donker. Het bessengaas om in weg te kruipen. Plankpapier om wat te pikken. De schatten. Toch deed ik de eieren maar weg.

In groten getale

john-malkovich-nadja-klier

Mijn werkdagen open ik met de invuloefening van Beter Spellen. Iedere dag 4 zinnen, per zin 1 woord waarvoor je per multiple choice de correcte spelling moet aanklikken. Omdat niemand anders dat doet, zal ik mezelf maar even op de borst kloppen: meestal heb ik ze alle vier goed. Heel bevredigend.

De meeste fouten maak ik nog in de rubriek ‘te allen tijde’. Oud Nederlands. Woordgroepen als ‘in groten getale’, ‘in levenden lijve’, ‘met voorbedachten rade’. Ik gebruik ze zelden op papier maar áls ik ze gebruik zoek ik ze op. ‘Ouderwets Nederlands’ noemt Beter Spellen dit soort uitdrukkingen. En ook wel: ‘oubollig’. Als er één woord oubollig is …

Oubollig? Neem de zin ‘De mensen kwamen in groten getale naar de schouwburg om John Malkovich te zien spelen.’ Oubollig Nederlands? Natuurlijk niet. Het alternatief dat Beter Spellen ons aanreikt is: ‘De mensen kwamen massaal naar de schouwburg om John Malkovich te zien spelen.’ Dat klinkt niet alleen anders, het betékent ook wat anders. In groten getale wil ik wel naar John Malkovich gaan, maar niet als massa.

Nee. De belangrijkste reden waarom we dit soort uitdrukkingen als ouderwets beschouwen, is dat we ze nooit meer schrijven omdat we de spelling ervan moeten opzoeken. Misschien dat bij de volgende spellingsherziening de Taalunie dit eens aan kan pakken. Of dat we wat vaker het woordenboek ter hand nemen.

Trouwens. John Malkovich in levenden lijve zien?

Fitness voor een meeuw

meeuw

Op het grasveldje aan zijn kant van het raam was een meeuw druk in de weer. Hij was moederziel alleen. Nergens een andere meeuw te bekennen. Hij stampte gedurig op het gras. Een vermoeiend karweitje wist ik: ik stond op de traploopmachine aan mijn kant van het raam. Hij trappelde en trappelde en keek daarbij regelmatig ietwat schuin rechts naar boven. Het was alsof hij wou zeggen: ‘Ik sta hier zomaar wat te trappelen. Ik weet eigenlijk ook niet goed waarom. Let maar niet op mij. Ik heb heus geen kwaad in de zin.’

Wat weegt een meeuw? Hoe hard stampt een meeuw?

Hard genoeg. Af en toe schoot die meeuwenkop fel naar beneden en trok hij zo’n domme worm zijn veilige grond uit om hem genadeloos op te vreten. En hups daar ging die kop weer richting de hemel. ‘Ik sta hier zomaar wat te trappelen …’

In de 20 minuten dat ik daar aan het werk was ving hij 3 of 4 wormen. Ik niets. Toch ging ook mijn blik af en toe richting de hemel: ‘Ik sta hier zomaar wat te trappelen …’

IJsbaan vol

ijsbaan-leermens-27-november-2016

Ongenaakbaar trekken moeder en vader Tijd verder. Gisterenochtend – de luiken waren nog dicht – hoorde ik het al: snaterende eenden aan de overkant. Jawel, de ijsbaan loopt weer vol.

U ziet wat ik zie. De vlag en de spandoeken van de firma die hier de boel mag verstevigen door het plaatsen van neppe schoorstenen, hun containers en het gemaal dat het water vanuit het Leermstermaar de ijsbaan in pompt.

U ziet niet wat ik ook niet zie. Rechts bijvoorbeeld: het lege veld waar ooit het huis van de krakers stond. Het ligt er schier bij. De appelboom mocht blijven. Bij de stam verrot een berg appels.

Nog even en de eenden zijn weg: dan kunnen we weer schaatsen. Zuidwaarts met uitzicht op de kerk, noordwaarts met uitzicht op wat weg is.

Die later as

Voor de zaak schrijf ik iets moeilijks. Iets zakelijks. Iets wat moet. Ik schrijf ‘Een goede opdracht is “smart” geformuleerd: specifiek, meetbaar, acceptabel, resultaatgericht en in de tijd gespecificeerd’. Ik druk op ‘opslaan’ en vertreed mezelf. In mijn werkkamertje is dat best een kunst: als ik de bureaustoel omdraai, ben ik aan de overkant. Daar staat Elisabeth Eybers voor het grijpen.

DIE GEBED VAN VERSTARRENDE SIELE

Maak ons onsterflik vir één enkele uur,
gee ons die dwaasheid van één blinde daad!
Die oë wat nie speur na doel of duur,
maar, wyd en koorsig in ’n wit gelaat,
alleen die vlamme van die oomblik vang
sonder om  oor die later as te treur,
’n kreet wat in die lome lug sal hang
soos bloedrooi rosse in ’n waas van geur!

Ons harte was nog nooit só stil, só bloot …
Die donker styg rondom ons soos ’n muur,
’n skeidmuur tussen ons en lewe-en-dood
waaroor ons in die na-nag saggies praat …
Maak ons onsterflik vir één enkele uur,
gee ons die dwaasheid van één blinde daad!

‘Die oë wat nie speur na doel of duur’, dat kon toen nog.

Hoe vaak praat ik nog in de nanacht zachtjes over leven en dood? Waarschijnlijk was het twee jaar geleden. Toen mijn moeder overleed en geen uur later het eerste kleinkind van mijn broer werd geboren.