Waarom ik niet dans

Of we maar onze favoriete swingnummers door willen geven, appt de echtgenote (12,5 jaar!) van het jongste lid van de kaartvereniging, aan de vooravond van een gezamenlijk weekend. Dat krijg je met die jonge meiden. Die willen dansen. Ik danste toen ik 19 was, en 20 en 21. Drie jaar. Een periode dat ik graag een glaasje dronk. Daarna ben ik er radicaal mee gestopt. Met dansen.

Die eerste jaren zorgde dat geregeld voor lastige situaties. Een beetje zoals een niet-drinker min of meer verwijtend wordt gevraagd of hij of zij echt niks wil. ‘Doe nou gezellig mee!”

Ik werd daar heel sacherijnig van, als mensen me bij de dansvloer koste wat het kost wilden overhalen om toch vooral méé te doen. In feite is dat niets anders dan de wens om daar niet voor joker op die dansvloer te staan, aangestaard door een aantal weldenkende mensen. Nee, ik wil niet gezellig meedoen. Ik schaam me.

En er is niets mis met een dosis goedgeplaatste schaamte. Maar verder ben ik meestal graag van de partij. Waarvan akte.

Een ontdekkingsreis

Lasse slaapt. Net 3 uur op en nu al weer moe. Hij ontdekte dat je je mond ook kunt gebruiken om cd’s mee te dragen. Hij wist dat cd’s en tv’s wat met elkaar te maken hebben en besteedde een deel van die 3 uur aan een verwoede poging om de cd in de tv te stoppen. Toen dat dreigde te lukken, wierp ik de waxinelichthouders met hun waxinelichtjes in de strijd. Voor hem is dat een makkelijke puzzel. Hij haalt het eruit en doet het erin. Maar toen hij ermee ging gooien, en ik een sirene hoorde, maakte ik daar ook maar een eind aan.

Je moet zo’n jongetje niet bezig willen houden. Laat hem zelf de wereld ontdekken, nam ik me voor. En zo kroop hij de gang in, alwaar hij een kwartiertje tegen de glazen spiegelende haldeur praatte. Publiek. Dankbaar publiek.

En ondertussen denk ik aan dit arme prachtige land waar een groot deel van de mensen op het Forum voor Democratie stemt. De foto die de NOS erbij publiceert, doet me denken aan een groep brallende corpsballen die schijt hebben aan alles en iedereen. Eigen volk eerst. En de definitie van dat eigen volk zou zomaar erg beperkt kunnen zijn.

Mijn zusje was indertijd op Thierry de Slingeraar. Een stoere Franse knaap die het onrecht bestreed. Ongetwijfeld hebben vader en moeder Baudet hun zoon naar deze Thierry genoemd. En ongetwijfeld hebben ze hem de wereld zelf laten ontdekken. Misschien dat ik Lasse vandaag toch maar bij de hand neem.

Huisbezoek

Het werd een dagje voor het betere hang- en snuitwerk, had ik besloten. Ik zou gaan bingewatchen. Wie doet me wat? Ik had buiten de waard gerekend. Mezelf. Het valt helemaal niet mee om overdag in je eentje te bingewatchen. Je moet er stil bij zitten of liggen en je kunt verder niet zoveel anders. En je moet op de een of andere manier dealen met dat permanent knagende schuldgevoel. Het lukte niet.

Maar fris was ik niet en om ingewikkelde interviews voor te bereiden is dat wel nodig. Gelukkig moesten de benedenramen buiten en binnen nodig gewassen. Ik zette de deur open, vulde m’n emmers en zag dat er buiten een meneer stond die me wat wilde zeggen. Hij bleek zich te verheugen over de bloeiende staat van mijn bedrijf. Een tekstschrijver die zo’n huis kan betalen, die moet wel heel rijke klanten hebben …

Hij was bedrijfsarts wiens patiënt niet op het spreekuur was gekomen waardoor hij nu tijd had voor ommetje en een praatje. Hij moet wel heel rijke klanten hebben, wilde ik bijna zeggen. We keuvelden over van alles en nog wat. Even schoot het door me heen: heeft iemand de bedrijfsarts op me af gestuurd? Maar wie dan?

De zon scheen op ons hofje. De bollen bloeiden. Jan kwam langs, en die andere Jan, en Ida en het vriendelijke meisje van het hotel. Ik groette eenieder. Op het gras speelden kinderen, er werd gepicknickt. In de boom tegenover me zaten wat duiven te soezen. De carillons beierden 3 uur. Pais en vree.

Aan de overkant stonden de vrachtwagens klaar die het debat tussen de lijsttrekkers zouden uitzenden. Ja, dat is waar ook. Het zijn verkiezingen in een van de gelukkigste landen van de wereld.

Snuitwerk

Lente in Stad. Snot in de kop. Er kan geen snot meer bij, er kan geen snot meer uit. U heeft het beeld op uw netvlies. Ik ben omgeven door tissues, papieren zakdoekjes en gewone zakdoeken. Het reguliere snuitwerk doe ik met de tissues, voor een totale reiniging gebruik ik de papieren zakdoekjes en incidenteel trakteer ik mezelf op een snuit in de gewone zakdoek.

Het is een verkoudheid in fases. De meeste avonden en nachten ben ik diep diep verstopt om ’s ochtends weer wat op adem te komen. Gisteren gingen de sluizen open om vannacht toch weer dicht te klappen, van het ene op het andere moment. Wonderlijk. Inmiddels is er weer wat lucht.

En verder gaat het goed. Bovendien roept de plicht.

In de verleiding

Toen de videorecorder uitging, stond de tv op De monitor. Teun van der Keuken stelt daarin maatschappelijke misstanden aan de kaak. Teun is permanent verbolgen. Of het nou om de misstanden in Groningen gaat of om bomenkap of om arbeidsmigranten of verzakkingen, Teun zit erop. Ditmaal maakt Van der Keuken zich boos over de vele verleidingen waaraan de moderne mens wordt blootgesteld, zonder dat hij erom vraagt.

Het klopt. Vraatzucht  is voor een beetje middenstander eenvoudig te triggeren. Mij loopt het water in de mond als een inspecteur op de televisie een glaasje whisky drinkt. Maar verplaats je eens in die vrachtwagenchauffeur die een benzinestation inloopt om even te plassen. Of in de gemiddelde forens die een station binnenwandelt om 17.00 uur. De onderzoeksjournalist vraagt zich af of al die verleidingen wel deugen. Hij beperkt zich vooral tot de snacks in ziekenhuizen en scholen.

Daar heeft hij in al zijn verbolgenheid wel een punt. Het is wonderlijk om als patiënt met chronisch en ziekelijk overgewicht na je bezoek aan de internist door de fraaie bezoekhal langs de dampende kaasbroodjes te moeten lopen. Een internist maakt zich er boos om, een andere internist noemt het “troosteten”, “comfortfood”.

Feit is dat doordat die kaasbroodjes in een ziekenhuis liggen te dampen, er een soort goedkeurend stempel op rust. Op dat stempel staat: ‘Het kan. Het mag. Voor een keer. Zo slecht is het niet. Er zit kaas in. En je hebt er recht op. Je hebt het verdiend. Verwen jezelf maar, een ander doet het niet. En binnenkort krijg je toch die maagverkleining.’

En ik? Ik zag die kroketten en kaasbroodjes en gevulde koeken voorbij komen en maakte me een krekker met kaas en at dat restje chips. Het was echt maar een klein handjevol. Daar zou Van der Keuken ook eens wat aan moeten doen: televisie over eten, laat op de avond. Maar dat zou de kijkcijfers geen goed doen.

Metrum maakt proza mooi, rijm ook

Zo’n avond, denkt Heleen terwijl ze traag langs de vaart fietst, zo’n avond geeft rust.

Het is de eerste zin van een hoofdstuk uit ‘Het kwartet’ van Anna Enquist. Een roman. Zomaar een zin. Maar hij laat horen waarom een tekst soms zo lekker leest. Dat doen het rijm en het ritme. Of Enquist die twee steunpilaren uit de poëzie hier bewust toepaste, weet ik natuurlijk niet. Ik vermoed van wel. Het binnenrijm ‘avond’, ‘traag’ en ‘vaart’ kan nog toeval zijn. Maar in plaats van het woordje ‘traag’ had ze ook ‘langzaam’ kunnen schrijven.

Maar wat een verschil. Luister:

Zo’n avond, denkt Heleen terwijl ze langzaam langs de vaart fietst, zo’n avond geeft rust.

We zouden in onze teksten wat meer moeten letten op het metrum, op het rijm. Hoe het klinkt. We zouden wat meer moeten letten op de muziek in proza. De wereld wordt er mooier van.

Sint Christoffel

Ik dacht een opgewekt sfeerverslagje te schrijven nadat ik kleine Lasse in bed had gestopt, zo tegen 10.00 uur ’s morgens. Maar kleine Lasse dacht daar het zijne van. Slapen overdag is voor baby’s. Bovendien kan hij nu kruipen en is er nog veel van de wereld te zien. Totdat moeheid hem overmant. Maar slapen overdag is nog steeds voor baby’s.

Gelukkig heeft hij een oplossing. Opa draagt hem gewoon. En dat doet opa. Als Sint Christoffel met het Christuskind. Lasse wijst waar hij naar toe wil, opa brengt hem. En dan hebben we het er even over en dan voelt hij het en proeft hij het en gaan we verder. En dan hebben we het er even over en dan voelt hij het en proeft hij het en gaan we verder. En dan hebben we het er even over en dan voelt hij het en proeft hij het en gaan we verder. En dan hebben we het er even over en dan voelt hij het en proeft hij het en gaan we verder. De lamp de vaas het schilderij de lampjes van de koffiemachine de knopjes van de oven het schilderij van de bloemen de lamp …

Sint Christoffel of Sisyphus?

Maar nu slaapt het Christuskindje. Als een baby.