De scheiding

je-scheiding-geregeld

In Appingedam maken ze reclame voor scheiden. Het stadje staat vol met billboards met in koeienletter het woord Zorgeloosch en daaronder ’Je scheiding geregeld’. En daar weer onder een foto van een keurig blond knaapje in een keurig overhempje die een keurige tekening maakt van een keurig huis dat rücksichtslos uit elkaar is getrokken.

Scheiden-Kinderen-3Mama en papa staan allebei in de kou alhoewel de wolken en de zon wijzen op mooi weer. Ik zie het jongetje nergens op de tekening. Als ik psycholoog was, zou ik me daar zorgen over maken, maar bij Zorgeloosch kennelijk niet.

Ik word oud. Ik ben zelf ook een keurig knaapje. Ik vind dat echtscheiden gepaard moet gaan met slaande ruzie, huilende kinderen, gestampvoet, rampzalige alimentaties en uiteenspattend servies. Scheiden is verschrikkelijk. Eigenlijk vind ik dat scheiden helemaal niet zorgeloosch moet gaan.

In Engeland besloot onlangs een rechter dat een mevrouw die van haar man af wilde daar toch echt onvoldoende grond voor had. Hij ziet geen reden voor en scheiding. Akkoord, ze wonen al tijden apart en zij kan hem niet luchten of zien maar de rechter putte moed uit ’s mans optimisme: ‘Er is nog leven in het huwelijk.’ In Engeland scheiden ze niet. En zeker niet zorgeloosch.

In haar brexit-brief schrijft premier May dat we vrienden blijven. Sterker, ze hoopt dat het ons achterblijvers goed gaat. Misschien kunnen ze bij Zorgeloosch nog wat voor de Britten doen.

brexit-brief

De lieve vrede

Schermafbeelding 2017-03-29 om 08.51.25

Onlangs schoot ik uit mijn slof. Dat overkomt me zelden. Ik ben niet zo vaak boos, en als ik het ben, ziet men dat niet. Alles voor de goede sfeer, alles voor de lieve vrede. Met mijn moeder deel ik een afschuw jegens gekletter. Kletterend glaswerk, het snerpend hard gekraak van de verpakking van biologische bleekselderij of biologische aardappelen, kopjes die op een stenen tafel of op schoteltjes worden gezet … Ik heb de milde variant; mijn moeder kon niet tegen het geluid van het eten van een appel. Dat deed je gewoon niet als je bij haar in de buurt was.

Awel, dit als intro in een stukje over boos zijn en boos doen. Ik schoot uit mijn slof, daar waren we.

Een secretaresse van een dienstverlener die wij voor haar diensten best veel geld gaan betalen zuchtte toen ik belde voor een afspraak. ‘Ik ga kijken of het volgende week misschien nog ergens kan.’

Ik werd boos. Echt boos. En ik paste de strategie toe die mijn vader ons al leerde: heb het niet over de ander, heb het over jezelf. Ik zei streng en met hoorbaar ingehouden ergernis: ‘Ik merk dat ik hier heel chagrijnig van word. We betalen binnenkort een fors bedrag en we mogen blij zijn als mevrouw over 10 dagen een uurtje tijd heeft.’ De secretaresse schrok maar kon er ook niets aan doen. Ik schrok ook.

‘Hoe kan ik het goedmaken?’ was het eerste wat me door het hoofd schoot. Maar ik hield me groot. Nu niet schipperen. Ik stelde voor om dan het contract maar in te leveren. Dat bleek niet nodig. Er was toch nog een gaatje in heur agenda. Mijn hart was geen moordkuil meer. Die slof heb ik weer aan. Heerlijk.

Alles is er nog

Bedstee
De bedstee, met, ach ja, het raampje naar de kelder

Ze liepen door ons huis. ‘En hier was een heel smal kastje waar oom Piet zijn servies had.’ Ik deed de keukendeur dicht. Erachter kwam het jeneverkastje aan het licht. Ik deed het open en jawel, daar stond het servies. Ons servies, maar toch. Verbazing.

Moeder en dochter met in hun kielzog hun beide mannen. ‘En daar had je de bedstee waar opoe sliep!’ We deden de bedsteedeur open daar was nog steeds de bedstee. Iets comfortabeler waarschijnlijk, en opoe was weg.

Het is ons wel vaker gebeurd dat familieleden van eerdere bewoners even binnenkwamen maar zaterdag was het bijzonder. De moeder had hier gewóónd. En haar dochter kwam hier vaak bij oom Piet op bezoek toen het allemaal al wat minder ging.

Wij hebben in de loop van de jaren weinig mee gekregen van de eerdere bewoners. Het huis was volledig gerestaureerd toen wij het betrokken. Alles was opnieuw geschilderd. Houten vloeren waren vernieuwd, de plavuizen vloeren waren opnieuw gelegd, de plafonds waren opnieuw geschilderd, er was een badkamer aangelegd en er waren zelfs 2 echte wc’s in plaats van de poepdoos van oom Piet.

Veel directe sporen van de eerdere bewoners waren er niet meer. Ja, in de tuin. Daar graven we nog steeds pijpenkoppen, botten, potscherven of gereedschap op. En hier en daar glas uit de tijd dat de glasbak nog niet bestond. En die paardenkop. En de Chefarine 4-buisjes. En die ene brommer.

Voor hen was het echter een feest der herkenning. De keuken, de voorkamer, de kelder, de schuur. Alles is er nog. Dat maakt een monument een monument.

Dit is t worden

onthulling-monument-oorlogslachtoffers-begraafplaats-Leermens
Initiatiefnemer Luk Groenewold (l) met burgemeester Albert Rodenboog (r)

Zaterdagmorgen. De stralendste dag van het jaar. Van het dorpshuis lopen we met een man of 50 in een stoetje naar de begraafplaats. De buitenstaander vermoedt een begrafenis maar dat is het niet. We gaan onthullen.

Zaterdag werd op de de begraafplaats het monument onthuld voor de Leermster slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het was een bonte stoet. Nabestaanden, Leermsters, oud-Leermsters, burgemeester en niet te vergeten de media. Camera’s klikten en zoemden toen burgemeester Rodenboog en initiatiefnemer Luk Groenewold de zwarte lint om de steen verwijderden.

De steen blijkt een steen zoals er hier in de omgeving duizenden zijn gemaakt. Een mooie eenvoudige rechtopstaande smalle granieten zerk met de namen van de 5 slachtoffers: Onne Roelf Pieter Elema, Kornelis Herwich, zijn jongere broer Klaas Garmt Herwich, Pieter van Gennep en Floris Eisinga. Alleen Kornelis Herwich en Onne Elema zijn in Leermens begraven.

Op de begraafplaats bloeien de narcissen. Initiatiefnemers, bestuurders, het bestuur van de begrafenisvereniging poseren voor de verplichte foto’s. Dan wordt het stil. Heel stil. Initiatiefnemer Luk Groenewold heeft het woord. Hij houdt een speech, in het Gronings, kort: ‘Nou, dit is t worden.’

Ja. Dit is t worden. 2 jaartallen, 5 namen, 1 steen.

Met een sigaar Engeland rond

HPIM1925

Ik had een uurtje stuk te slaan in Stad en belandde in de Openbare Bibliotheek. Het was, zoals een bibliotheek betaamt, een oase van rust en contemplatie in het hart van de stad. Ik dacht aan mijn vader. Toen mijn ouders een levensloopbestendige woning moesten kopen, kozen ze voor een huis vlakbij de Cultuurfabriek. Mijn vader zag het helemaal voor zich: ’s morgens de kranten lezen in de bibliotheek en op de weg terug even langs de viskraam op het Zwaaiplein. Het gebeurde niet. Nooit. Hij was al snel te slecht om dergelijke expedities te ondernemen.

De Openbare Bibliotheek heeft ook een leescafé. Ik schuw het avontuur niet en kocht er een kop koffie. Heerlijke koffie, voor maar 1 euro. Ik dacht aan mijn vader. Wat hield hij van koffie. Wat hield hij van gratis of bijna gratis koffie!

Ik bladerde door het boek dat ik geleend had: ‘Stenen voor een ransuil’ van Maarten ’t Hart. In het verhaal ‘Vluchten’ vertelt Jakob over zijn liftvakantie in Engeland: ‘In Engeland is liften eenvoudig. Een stevige bolknak doet wonderen. Met een sigaar Engeland rond!’ Ik dacht aan mijn vader. Eindelijk wist ik hoe hij aan het idee voor die sigaren kwam die hij tijdens onze gezinsvakanties in Engeland altijd weggaf.

De tijd van het jaar

Vanmorgen schreef ik: ‘Voor me een brief van de gaswacht. Ik moet een afspraak maken voor het onderhoud van de cv-ketel. En de winterbanden moeten er ook af. Het is tijd om de ramen te wassen. Het is tijd om de btw te regelen en de boekhouder te bellen. Mijn toetsenbord is vuil. Het moet. Het is de tijd van het jaar.

Grote witte wolken met op de achtergrond een loodgrijze hemel, het geloei van de wind, roeken zwart wapperend boven de kale ijsbaan. Er wordt niet of nauwelijks gekwinkeleerd. Je ziet dat het koud is. Dat is de tijd van het jaar.

Het Dagblad meldt dat de crisis voorbij is: de jaarlijkse woonbeurs was een succes geweest, mensen kochten weer een complete keuken. Ik weet wel beter. Nog even en de regen klettert weer tegen het raam. Het komt niet meer goed. Is dit de tijd van het jaar? Ja, dit is de tijd van het jaar.’

Ik heb een winkel. Op sombere tekstschrijvers zit niemand te wachten. En dus liet ik het maar even staan op ‘concept’. Ik werkte wat en ging op pad voor sport en boodschappen. Voorbij Oosterwijtwerd trok de lucht wat open. Ik maakte een foto. Even later sloeg de regen weer tegen de ruiten van de auto. Eenmaal weer thuis las ik Sylvia Witteman achterop de Volkskrant. En verdomd, het ís de tijd van het jaar.

En dus maakte ik ’s middags de  afspraak voor de winterbandenwissel en voor het controleren van de cv en voor het opstellen van de jaarrekening. En toen ging de zon onder en kleurde de hemel bij Eenum bloedrood. Als klap op de vuurpijl kwam de schietvereniging langs met violen. We kochten er 10. Gele.

Lees Sylvia Witteman hier.