Rennen

We stonden op station Muiderpoort. We gingen op vakantie. Een grote vakantie. Met koffers. Het was dus voordat we de Ami kregen maar al wel in Nieuwendam woonden. Ik zeg: 1968. Mijn vader was doodsbenauwd dat we onder een trein zouden komen en deed alles om ons af te leiden. Met mij deed hij een wedstrijdje ‘hardlopen’ op het perron.

Het was er leeg. Het was nu eenmaal Muiderpoort op een zomerse dag in de zomervakantie. Misschien was het zo’n prachtige zomer, die had je toen. Misschien was het helemaal geen zomervakantie maar een herfstvakantie. Maar hoe het ook zij, het perron was leeg en we renden van de koffers naar het einde van het perron.

Ik was 10. Hij 41 of 42. Ik won.

Die kick. Maar ook: die schaamte. Dat ik sneller was dan m’n vader. Dat ik van m’n vader won. Achteraf kan het ook maar zo zijn dat hij me liet winnen. Maar hij was geen sportief type en rennen deed hij nooit.

Later kwam ik wel vaker op Muiderpoort als ik met klasgenootjes van de Moreelsestraatschool naar Weesp ging. We legden centen op de rails. Die werden platgereden. En dan gingen we naar Weesp. Mijn vader had het vast niet toegejuicht, die cent op de rails.

Binnenkort ren ik met Lasse naar het Provinciehuis en terug. Ik beloof: ik láát hem winnen. De tekening van Peter van Straten stuurde zijn vader mij.

Een deugdzaam burger

Ik loop naar Albert Heijn. Pal naast ons huis ligt een leeg blikje bier op straat. Ik raap het op, en loop 5 meter om langs de prullenbak, en gooi het weg. Bij de prullenbak bevindt zich ook de afvalcontainer en bij die afvalcontainer ligt een hoop troep. Opruimen? Ik laat het liggen. Als ik oversteek, ligt er bij de entree van de Jacobijnerstraat een pizzadoos. Meenemen? Dat betekent dat ik tot het einde van de straat met die pizzadoos loop want daar is pas een nieuwe prullenbak. Ik laat het liggen en kies voor de lege chipszak halverwege. En jawel, zet een van de fietsen recht die de stoep blokkeren. Waar begin je aan, waar stop je mee?

Je loopt naar Albert Heijn. 200 meter. 200 dilemma’s.

En dan sta ik voor het koffieschap en moet ik kiezen uit ongetwijfeld lekkere maar slechte koffie in de bonus of biologische koffie of biologische fair trade koffie uit de bonus, ik sta bij de groente en moet kiezen tussen biologische tomaten uit Spanje of niet-biologische tomaten uit Nederland en biologische champignons en niet-biologische champignons, ik sta voor de schoonmaakspullen en moet kiezen tussen vervuilende wc-eend met chloor of spul zonder chloor en dan hebben ze ook kaasbroodjes te dampen …

Je loopt door Albert Heijn. 200 meter. 2000 dilemma’s.

De onderbuik van Wendy

U zult ervan schrikken zo op de vroege ochtend maar Wendy vertrekt. Ze gaat naar Talpa. Gevraagd naar het waarom zei ze volgens de krant:

Van Dijk, die recent nog liet weten ‘goed te zitten bij RTL’, heeft het naar eigen zeggen ‘verschrikkelijk moeilijk’ gehad met de keuze om over te stappen. ,,Maar in mijn onderbuik bleef de nieuwe uitdaging bij Talpa trekken. Daarom ga ik met pijn in het hart weg bij RTL.”

Een uitdaging die in je onderbuik trekt. Ik heb daar ook wel eens last van. Gelukkig heb ik geen pijn in mijn hart.

Het gouden uur

Mijn vrouw zou tussen de middag best thuis kunnen komen voor een kopje soep, een warme maaltijd en een middagdutje. Maar ze komt tussen de middag niet thuis. Te druk. Sinds een maand of 8 lijkt dat iets te veranderen. Op de een of andere manier blijkt ze juist op donderdag eigenlijk best thuis te kunnen lunchen. En dat heeft niets met mij te maken of mijn soep, en alles met ons Lasse.

En geef haar eens ongelijk. Want zijn gouden uur is toch echt de lunch. Hij heeft er dan een degelijke dut op zitten, zin in het leven en trek.

Wie hem dan zijn broodje pindakaas mag geven is een gelukkig mens.

We snijden dat broodje in een stuk of 12 hapjes en schikken die hapjes gezellig op een bordje. Eén hapje schuiven we wat naar voren waarna we Lasse het bordje voorhouden. Soms aarzelt hij even. Er liggen daar op dat bord allerlei verleidelijke hapjes. Is dat vooruitgeschoven hapje inderdaad de beste keus? Maar meestal grijpt hij onvervaard dat ene eenzame hapje bij de kladden. Met zijn hele vuist omvat hij het en zet het aan de mond. Met zijn vingertjes wurmt hij het broodje naar binnen en er weer uit. In de handjes vermengt zich spuug met brood en pindakaas tot een soort antediluviale oersoep die hij met diezelfde vingertjes weer naar binnen werkt. Dit alles stralend van geluk en blijdschap en zin en liefde voor het leven en de broodverstrekker.

Het allermooiste moment komt pas als je hem de beker melk aanreikt. Hij omvat de beker met beide handjes, zet ‘m aan de mond en klokt hem leeg, ad fundum, met dezelfde gretigheid waarmee zijn overgrootvader, grootvader en vader zich een glas jenever aan de mond zetten. En dan die verzaligde diepe zucht. ‘Ah. Ja. Is er meer?’

Een drukke dag

Dit is een blog. Dit is ook een dagboek. Zodoende.

Een dierbare Franse vriendin is kunstenaar te Nice. Ze maakt prachtige schilderijen. Dat komt goed uit want wij hebben veel grote lege witte muren. En zo gebeurde het dat we haar vroegen om een groot schilderij voor ons te maken. Mensgroot.

Het leven is een avontuur maar wij zijn geen avonturiers. Mijn vrouw regelt graag alles tot in de puntjes en vooraf. Ik knijp ‘m al als de auto de 70 km per uur aantikt. En toch die vraag. Want spannend was het. Allicht ging er ook geld over tafel, maar vooral wederzijds vertrouwen. Wat als het tegenviel?

En: is de relatie van onze zoon met haar dochter bestand tegen miscommunicaties?

En: hoe steekt zo’n schilderij het continent over? Hoe komt het van Zuid-Zuid-Frankrijk in Noord-Noord-Nederland?

Dan helpt kunst. Dan helpt Giacometti. Zijn beelden moesten terug van de Fundatie in Zwolle naar Galerie Maeght pal bij Nice. Soms bof je ook gewoon. Een lege vrachtwagen zou van Nice naar Epe bij Zwolle rijden.

Woensdag was het zover. Een bijna lege vrachtwagen kwam aan in Epe. En daar stonden wij. Met de gehuurde bus. We waren er eerder die dag mee naar Breda gereden voor de begrafenis van de moeder van onze zwager. Daarna naar Nijmegen voor een soupertje bij een zus. En daarna dus naar Epe en dan naar huis.

Wij kregen onze kinderen zomaar in de schoot geworpen, al zou mijn vrouw dat waarschijnlijk anders formuleren. Ik weet dus niet hoe het voelt als je een kind adopteert. Maar misschien voelt het ophalen van je eigen schilderij, een schilderij dat je nog niet kent maar dat ongetwijfeld mooi is maar ook misschien toch wat kan tegenvallen, een schilderij dat je mooi moet vinden, een schilderij dat best beeldbepalend is … misschien voelt dat als het ophalen van een kindje dat je mag adopteren. Het verschil zat ‘m in de verpakking. Kubieke meters bubbeltjesplastic en karton omhulden ons schilderij. Dat zou een gemiddelde adoptiekind niet kunnen navertellen.

Het viel niet tegen. En dat is Gronings. Héél Gronings. En als dit stukje in het Frans vertaald wordt door een meisje dat best een beetje Nederlands spreekt maar toch vooral Frans en Engels: het is wonderschoon.

Op de foto een schildering die Nathalie Verdier maakte voor de opera in Nice.

Een beetje moe

Vanmorgen fietste ik van het autoverhuurbedrijf naar huis. Het was vroeg voor mij, kwart voor 9 en ik had een beetje haast. Ons Lasse zou komen en hij eist waar voor zijn tijd. Ik werd achteloos voorbij gefietst door een appende studente op een Swapfiets. Voor de leek: dat zijn de soberste van alle fietsen, geen versnelling, geen trapondersteuning, niks niet.

Ik voelde me oud. Ik loop veel hard, loop veel trap en doe echt oprecht mijn best in de sportschool. Ik ben minstens zo sterk als dat meisje. Maar kennelijk is mijn persoonlijke snelheid afgenomen. Lasse riep, maar niet hard genoeg. De roep van haar docent was kennelijk beduidend luider.

Voor mij pleit dat het een lange dag was gisteren. Ik was gewoon een beetje moe. Het kan ook zijn dat mijn gehoor wat achteruit gaat.

Lekker kleumen

Nynke Visser van DESIGNDAYS stuurde me deze kaart met achterop beste wensen. De kaart kwam ruim voor de kerst. Hij ligt nog steeds op m’n bureau. De foto is uit 1954 lees ik achterop, de maker is onbekend. Het moet papa geweest zijn. Háár papa.

In 1954 had je nog winters. Er was ijs in 1954. Je schaatste. En je droeg een dikke trui, een muts en een das. En wanten. Maar waarschijnlijk heeft ze zojuist de schaatsen aangedaan en maakt ze nu haar handen warm voordat ze weer de want in gaan en zij haar rondjes gaat rijden.

Ik vind het de mooiste foto die ik in lange tijd zag, uitgezonderd natuurlijk de foto’s van Lasse. Dat plezier in die ogen, die ietwat afwachtende verwachting, die tintelend kleumende handjes, en dat stellige voornemen: zo meteen weer verder.

Ze is nu een jaar of 70 hoop ik. En waarschijnlijk nog geen spat veranderd. Ik laat de kaart nog even liggen.