Boosten

Engelse werkwoorden die we vernederlandsen. Noem het een hobby.

Zouden ze in andere landen dat jatwerk net zo onbekommerd doen? En hoe werkt dat dan? Ik zal het mijn Franse schoondochter eens vragen. Zijn er überhaupt Nederlandse werkwoorden verfranst? Als we een buitenlands woord inpikken noemen we dat vaak een leenwoord. Maar dat blijkt vaak niet te kloppen. Wat we lenen, houden we ook.

Het gemak waarmee we woorden als assignen, bloghoppen, bungeejumpen en troubleshooten oppikken, gebruiken en vervoegen. Adembenemend. Gisteren hoorde ik een meneer op de televisie de hoop uitspreken dat we in december alle ouderen geboost hebben.

Mijn vrouw corrigeerde hem, het betreft hier niet de ouderen maar hun immuunsysteem. Ik complimenteerde hem. Ja, kom maar op. Nieuwe woorden zijn altijd welkom. Hoewel, de Taalunie nam het nog niet op in de Woordenlijst. Maar van mij mogen die woorden. We zijn een gastvrij land. Toch?

En wilt u ze ook nog spellen? Geen probleem. Onze Taal heeft een prachtig overzicht van vernederlandste Engelse werkwoorden. Genieten. En natuurlijk, ‘boosten’ staat erin.

Libelle

De grote kleinzoon is naar de andere oma. Zij kan op dagen als deze wel een extra knuffel gebruiken.

Ik heb eindelijk de kleine kleinzoon voor mezelf. Maar het knaapje is herstellende van een griepachtig griepje en ontdekt nieuwe dimensies in lusteloosheid en lamlendigheid en loomte. Languit op m’n buik, lui lurkend aan een speen bladert hij door een Dick Bruna-boekje als was het een Libelle van 3 jaar geleden. Nadat hij het voor de vijfde keer openslaat, gooit hij het boek weg en grijpt de telefoon. Snel zet ik de telefoon op de vliegtuigstand maar er blijkt nog veel mogelijk. Een foto bijvoorbeeld.

Vooruit, voor z’n andere oma, met onze lieve groeten erbij.

En dan gaan we pianospelen en naar bed.

Oenothera Missouriensis

Vanmorgen vroeg had ik een afspraak met Jan en Dinie. Een vreemde gewaarwording. Mijn ouders heten Jan en Dinie en zijn overleden. Toen ik Jan en Dinie sprak kon ik het niet laten om het te benoemen: ze zaten daar zo knus naast elkaar aan tafel, samen bij de laptop.

Mijn Jan en Dinie waren bijna 60 jaar getrouwd. Mijn Jan en Dinie, ik mis ze.

Nadat mijn moeder (afgelopen zondag 7 jaar geleden) overleden was, werd ik vaak overvallen door de impuls om haar even te bellen. Mijn ouders konden zich enorm verheugen in andermans geluk. Als de Oenothera Missouriensis in bloei stond, bijvoorbeeld, of als de jongetjes een succes hadden beleefd. Míjn jongetjes.

Nu mijn jongetjes groot zijn en kinderen hebben of krijgen, zou ik m’n ouders erg blij maken met berichten over hun achterkleinkinderen. Over de ovenwekker die weer op de meest onverwachte momenten piept. Over de buikgriep. Over beer en de toverstokken. Over hoe Vestdijks ‘De zieke mens in de literatuur’ helaas niet helemaal ongeschonden achterbleef na de laatste logeerpartij. Nog steeds denk ik geregeld: ‘Even bellen’.

Die andere Jan en Dinie wisten zich niet zo goed raad met mijn bekentenis. Zij at haar broodje en daarmee was iedere gelijkenis met mijn ouders weg. Mijn moeder kreeg ’s morgens geen hap door haar keel.

Doodlopende weg

In Leermens woonden we aan de doorgaande weg tussen ’t Zandt en Oosterwijtwerd. Bij tijd en wijle kwam er een auto langs of denderde een melkwagen of tractor ons huisje voorbij. Eerlijk is eerlijk, in de oogsttijd of als het land geploegd moest worden, kon het er best eens druk zijn. Dan kwamen er zomaar 3 of 4 auto’s langs op een slechte ochtend. Met Hemelvaart had je dan ook nog eens de Noorderrondrit op de fiets. En dag in dag uit liepen er buren met hun honden. Dat we verhuisden naar ons  kerkhofje in Stad was mede ingegeven door het feit dat dat kerkhof een doodlopende straat was en dat parkeren er verboden is en dat honden er niet mogen komen.

Nu, twee lange dagen lang is ons hofje echter een doorgaande straat om reden ze asfalteren Turfsingel. Het verkeer dat anders aan de Turfsingel de schouwburg voorbij rijdt, komt nu bij ons langs. Dat is best lastig voor de mensen van de dienst Handhaving en Parkeren die aan  ons kerkhofje hun auto’s parkeren. En ook al die mensen die er hun hond uitlaten moeten extra oppassen.

En ik ontdek dat de Turfsingelbewoners heel wat herrie, stank en uitlaatgassen voor hun kiezen krijgen. 363 dagen per jaar. Het spijt me voor hen. Toch zal ik blij zijn als we weer gewoon een kerkhof zijn waar inrijden kan, maar doorrijden niet.

Naar school

We moesten naar het ziekenhuis. Wie ons liefheeft hoeft zich totaal geen zorgen te maken. Niks aan de hand, het is de knie, en die is eigenlijk ook dik in orde. Maar het bracht ons ’s morgens om 8.02 in de bus. De middelbarescholierenbus.

Zij was vrij groot voor haar leeftijd, hij vrij klein. Ze stonden pal tegenover elkaar, hij hield met zijn linkerhand de stang vast, zij met haar rechterhand. Die handen zochten elkaar op. Het was een fascinerend spel. Ze raakten ze elkaar even, ze verwijderden ze zich van elkaar.  Ze naderden elkaar. Een hand spreidde zich, een andere hand ook. En hij sloot zich. En weg was hij en weg was zij en daar waren ze weer samen. Het ging gepaard luid gekwetter over niks. Haar boezempje op zijn ooghoogte.

Even had ik medelijden met hem. Maar dat was misschien de man die wist wat de jongen nog allemaal te wachten stond.

De broosheid van het bestaan

‘Opa,’ vraagt Lasse als ik hem de blauwe beker geef in ruil voor de witte – hij is behept met dat rare gen dat de keuze voor een beker tot een reëel issue maakt – ‘hier is een stukje af.’ Het is een beetje geneuzel van een zeurpiet maar ik moet toegeven, hij heeft gelijk.
‘Ja, hij is een klein beetje kapot.’
‘Waarom?’

Dit is een afslag.

Als ik zeg dat die beker kapot is als gevolg van het feit dat hij ruim 40 jaar oud en dat je in 40 jaar wel een blutsje oploopt, stuurt hij het gesprek onherroepelijk richting de broosheid van het bestaan, craquelé, ouderdom en wat verder volgt. Een fascinerend onderwerp als je 3 bent. Maar ook een lastig onderwerp voor een lichte donderdagmiddaglunch.

Ik besluit het verschil tussen redenen en oorzaken met hem door te nemen.

‘Iemand heeft een keer de beker te hard op een andere beker gezet. Daardoor brak er toen een stukje af. Maar waaróm iemand dat deed, dat weet ik niet meer.’
‘Waarom?’

Zijn we toch weer bij af.

%d bloggers liken dit: