Brief aan mijn kleinzoon

‘Hé’ zegt mijn grote kleinzoon verrast als hij in ons huis iets ontdekt. ‘Hé’ zei hij toen hem bleek dat de kast onder de trap geen gewone kast is maar een kamertje. Met een lichtknopje. Een echt kamertje, zeker als je de emmers eruit haalt waar we de wc mee gingen schoonmaken en zijn po. Die kamer bevat ook het zenuwcentrum van de vloerverwarming, een Jumbojetwaardig geheel van knoppen, meters, losse en vaste draden. En je kunt er de hoek om waar we – raskampeerders – onze tenten bewaren. Hé’ zegt hij nog maar eens. Er ontspringt een idee. 
‘Opa, jij moet de deur dicht doen.’ 
Ik aarzel. Het is daar dan best krap en ook een pietsje creepy. En al die losse draden? Ik doe de deur een klein beetje dicht en bezweer hem niet aan dat zenuwcentrum te komen. 
‘Nee, helemaal dicht.’ 
Als ik dat wil doen, bedenkt hij zich. 
‘Opa, jij moet beer pakken.’ 
Dat lijkt me inderdaad een goed idee. Ik pak beer en vraag hem of hij daar in durft. Dat durft-ie best en hij kruipt lekker op schoot.  
‘Ik blijf hier’ beloof ik als ik de deur dicht doe. 
Even is het stil. 
‘Opa, jij moet me een brief sturen.’ 

Nog 32 nachtjes

Met de regen ging de hooikoorts niet over en zonneschijn kwam er ook niet – ja heel even, gisteren tussen ik meen half 10 en half 11 – en Covid was het niet wees de test uit maar ondertussen kruipt de malheur in m’n vaten. Dit is zo’n dag waarop je niet denkt dat het fijn is dat de dagen lekker lang zijn maar dat je telt over hoeveel nachten de dagen alweer korter worden. Dit is zo’n dag dat je opzoekt wat de symptomen zijn van longontsteking, maar koorts heb ik niet en de hartslag is gewoon. Dit is zo’n dag waarop je in bed moet kruipen en moet wachten op betere tijden.

Eindelijk regen

Als ik wakker word, regent het. Nee, het giet. Ik spoel de dag vooruit en constateer opgelucht dat ik geen enkele afspraak heb. Op een na, met mezelf, een rondje rennen. Door de zieke arm schoot dat er bij in maar inmiddels zijn mijn arm en ik weer op de been en de weg terug. Ware het niet dat ik een dag of 10 gewoon ziek was van de hooikoorts.

‘Hooikoorts’ klinkt zomers onschuldig. Hooiende mannen, opgestroopte mouwen, de zon blakerend aan de hemel, rondborstige vrouwen – een zakdoek om de haren – met gulle kannen karnemelk en dikke sneden brood rijk belegd met vette plakken kaas, geknoei en gestoei in de hooiberg, hooikoorts.

De vieze werkelijkheid is snotteriger, schurender, rochelender, pijnlijker, slapelozer, verstopter, verkrampter en benauwder. Ik mag niet klagen maar doe het toch even. Ik heb er bij tijd en wijle last van, ik wijt het aan het weer. Een poes in huis helpt niet.

Susie is weer thuis en al die regen klinkt mij als muziek in de oren.

Ik heb geen enkele afspraak, alleen die met mezelf. Een rondje rennen. Liefst in de stromende regen.

De Aa

‘We stonden erbij en keken ernaar. De Drentse Aa. Rivier is een te groot woord voor een ongedurig watertje dat moeite lijkt te hebben om te beslissen welke kant op te gaan. Alles kan. Maar uiteindelijk beland je toch in zee.’

Tot zover was ik. En toen wilde ik checken hoe je dat nou precies schrijft: ‘Drentse’ of toch ‘Drentsche’. En dan kom je bij Wikipedia en Rutger Kopland, allicht. Is het de rivier die de waarnemer dwingt tot de vergelijking met iemand die niet wat-ie wil? Ben ik het? Is het mijn geheugen?

Misschien is het wel dit: wat je leest, maak je je soms eigen. Of je het nu onthoudt of niet. Wat je leest, nestelt zich in je woordenschat en in je waarneming. Wat je leest, word je zelf.

Morgens aan de rivier, morgens waarin
hij nog lijkt te overwegen
waarheen hij die dag
weer zal gaan,

of hij diezelfde hevige bewegingen
zal maken als altijd,
of niet meer.

of zijn deze eindeloze aarzelingen
de lege gebaren van iemand
die al niet meer bestaat,

en zich heeft neergelegd

bij wat hij is, tussen zijn oevers,
in het zinloze spoor
dat hij groef.

Uit: Drentse A, Rutger Kopland, Verzameld werk, p. 241.

De Ruimstraatklok

Dinsdag luidde om half 10 de Ruimstraatklok nog eenmaal. ‘Ruim de straat ruim de straat ruim de straat ruim de straat’. 10 minuten lang. Dat hoor je. Het klokkenluidersgilde deed dat dagelijks sinds de start van de avondklok. 95 keer! Dat voel je.

De Ruimstraatklok heette ook wel Bierklok. Hij werd geluid als het tijd was om af te taaien. Klaar. Opruimen. Naar bed. En hij werd geluid bij nakende rampen.

Ze zullen bij het gilde niet bijster ingenomen geweest zijn met het besluit om de avondklok te verlengen. Maar ze hielden vol. Ik vond het een mooi gebaar. Het getuigde van precies datgene waar we misschien wel wat te weinig van hebben als mensheid. Aandacht. Liefde. Doorzettingsvermogen. Kracht. Samen.

Tegelijk had het iets loos. 10 minuten de klok luiden om de mensen die er toch al niet waren te waarschuwen dat ze naar huis moeten terwijl ze dat best weten. Maar misschien is dat loosheid het voornaamste kenmerk van een gebaar. Daar gaat het namelijk niet om.

De klok dateert van 1764. Ruim 250 jaar oud. Al die jaren, al die avonden. Maar nu is het weer even klaar. Hulde aan het gilde en hup naar het terras!

Notulen

Ik coach en train notulisten. De hamvraag is eigenlijk altijd: wat noteer je, wat noteer je niet?

Die vraag wat je noteert is voor notulisten belangrijk. Schrijf je domweg alles op? Dat is heel moeilijk. Al is het alleen maar vanwege de interrupties. Hoe leg je die vast? Bovendien is niet alles wat sprekers zich laten ontvallen notuleerwaardig. Maar wat schrijf je dan wel op?

Je schrijft op wat van belang is. En wat van belang is, is afhankelijk van wat je met de bespreking beoogde.

Vergaderen doe je als het goed is volgens een aanpak die zich laat samenvatten als ODAT: stel het onderwerp scherp vast, benoem het doel van de bespreking, denk na over de aanpak en over hoeveel tijd je eraan wilt besteden. Mogelijke doelen zijn bijvoorbeeld: ‘meningvormend’ of ‘informatief’ of ‘besluit’. Als je wilt dat mensen zich een mening vormen, geef je elkaar wat vrije ruimte en de mogelijkheid om domme dingen te zeggen of foute dingen. Meningvormende vergaderingen kun je wat mij betreft relatief bondig samenvatten met behulp van een zinnetje als: ‘in het gesprek kwam naar voren …’ Bij besluitvormende agendapunten noteer je het voorgenomen of genomen besluit en de belangrijkste redenen of argumenten.

Maar vergaderingen zijn soms ook bedoeld om met elkaar in vertrouwelijkheid het hart te luchten. Dan kan je nog korter zijn. Die besprekingen notuleer je bijvoorbeeld als volgt.

Staatssecretaris Snel deelt mee  op 11 juni 2019 met enkele betrokken ouders in de toeslagenzaak te hebben gesproken. […] In het gesprek met de ouders kwamen gevoelens van teleurstelling en boosheid naar boven.’

of

Spreker [Koolmees] toont zich hierover zeer ontstemd, omdat de rol van de twee coalitiefracties weinig behulpzaam is bij het oplossen van de onderliggende problemen.

of

Spreker [Rutte] toont weinig begrip voor woordvoerders van coalitiefracties die zich in de media trachten te profileren en laat weten in de richting van mevrouw Lodders reeds het belang van eenheid binnen de coalitie te hebben benadrukt.

Wat een prachtige, gruwelijke eufemismen. Maar ook: wat heerlijk bondig opgeschreven.