Klagen

Wie in Groningen een horeca-onderneming of een sport- of recreatiebedrijf runt, mag 2 maal per jaar een geluidsdag aanvragen. Ik leerde dit van ^SvT. ^SvT werkt bij de gemeente Groningen en is een van de gemeentelijke appers. Je kunt ze dingen melden en dan zetten zij dat door waarna het wordt opgepakt.

‘Dank je Wout, Ik zal het doorzetten en dan pakken de collega’s het zo snel mogelijk op.’

Krachtige, beeldende taal waaruit daadkracht spreekt en betrokkenheid bij de burger.

‘Doe jij dat dan, klagen?’ vroeg een collegaatje ietwat onthutst toen ik haar over die appers vertelde. Ik wees haar op het subtiele maar o zo fundamentele verschil tussen klagen en overlast melden.

Klagen is negatief. Klagen is zeuren. Klagen is voor oude, sacherijnige mannen die de bal lek prikken die in hun tuin is beland, klagen is foute boel.
Overlast melden daarentegen is burgerparticipatie. Overlast melden is een ik-boodschap. Overlast melden is goed voor de hele samenleving en dat zijn we ja immers allemaal? Ze leek nauwelijks overtuigd maar de bijeenkomst begon en we moesten ons hoofd erbij houden.

Uiteindelijk is het natuurlijk allemaal lulkoek en larie. De gemeentelijke app-groep fungeert in de praktijk voornamelijk als buffer tussen burger en ambtenaar. Je meldt dat de herfstbladeren langs de Turfsingel inmiddels een dikke gladde plak smurrie hebben gevormd waardoor voetgangers op de rijbaan moeten lopen alwaar de automobilisten net even lekker op kunnen trekken, zo tussen twee kruispunten in. Het wordt doorgezet en opgepakt, en dan gebeurt er verder niets. Met ‘het’ bedoel ik de boodschap, niet de smurrie. In het gemeentelijk veegbeleid is waarschijnlijk gewoon opgenomen dat we dat stoepje eenmaal per herfst vegen. We kunnen niet aan de gang blijven. Klaar.

Mijn zegen heeft het. Maar ik heb eerlijk gezegd liever dát verhaal dan de boodschap ‘doorzetten en oppakken’. Maar dat riekt alweer erg naar klagen. En ik wil geen klagende burger zijn.

Ondertussen hebben we dus kennelijk die geluidsdagen. Ik had gevraagd hoe hard de bas op Grote Markt mag dreunen die de schaatsers het afgelopen weekend op donderdag, vrijdag en zaterdag tot 1 uur ’s nachts begeleidde. ’70 dba’ luidde het antwoord, ‘maar er zijn geluidsdagen waarop meer geluid geproduceerd mag worden.’ Over doorzetten en oppakken repte hij nu met geen woord.

Zou je ook stiltedagen kunnen aanvragen?

Doei

9 uur in de avond bij ons, einde van de dag in Suriname. Een pingetje. Een app’je. Een videootje. Mijn hart springt op. Een wat moeë bezwete blonde bol met twee adembenemende blauwe oogjes die wat zoekend kijken.

‘Zeg maar “doei opa en oma”‘ zegt zijn moeder. En Lasse zegt ‘Doei’, schattiger en liever dan ooit tevoren. En als hij dan uitgenodigd wordt om een kusje te geven, gééft hij de telefoon een kusje. Je hart smelt. Een piepklein traantje glimmert in mijn ooghoek. Als ik mijn zonen was, zou ik razend jaloers zijn op dat jongetje. Wat heeft hij, dat zij niet hebben? Nou ja, dat is een beetje een open deur. Onschuld. Totale onschuld.

Ik koester het want in die ogenschijnlijk zo solide brok kinderlijke onschuld kruipen wat haarscheurtjes. Hij ontdekt het fenomeen ‘jokken’. En daarmee het onderscheid tussen goed en kwaad. En daarmee de vrije wil. En daarna komt ongetwijfeld die ene alles bedervende hap in de appel.

Ik vroeg hem donderdag 2 weken geleden na zijn middagslapen of hij gepoept had. De geur was onmiskenbaar. Maar hij ontkende. ‘Nee!’ Even keek hij wat schuldig in het rond, staand in zijn ledikantje, slaapzak om het lijf, knuffels aan de voeten. Toen bedacht hij zich. Hij keek hij me aan en zei enigszins aarzelend: ‘Ja.’

Nog even en hij is een gewoon mensenkind.

Het vraagteken

Als ik een training geef, werk ik met teksten van mijn deelnemers. Ik vraag hen om vers materiaal. Teksten waarvan bij wijze van spreken de inkt nog maar net droog is. Teksten die nog maar net onderweg zijn naar de beoogde lezers.

Ik krijg daardoor een inzichtgevend kijkje in de keuken. Want binnen een organisatie ontwikkel je met elkaar een bedrijfscultuur en daarmee ook een schrijfstijl. Ooit trainde ik een bedrijf waar men er een sport van maakte om alles wat je positief kon opschrijven in negatieve bewoordingen te formuleren: ‘We doen niet alleen dit maar we doen ook nog dat.’ U en ik zouden schrijven: ‘We doen dit en bovendien doen we dat.’

De secretaresses die ik laatst trainde, stelden nooit een vraag. Heel frappant.

Bij deze het verzoek om aan te geven wanneer je kunt.
Tevens het verzoek om de enquête nogmaals onder de aandacht van de medewerkers te brengen.
Graag zouden wij zien dat u dit officieel meldt.
Mochten u nog iets anders nodig hebben, dan kunt u mij dat deze week laten weten. Ik regel het dan.

Stuk voor stuk klinkklare vragen, stuk voor stuk zonder vraagteken. ‘Wat is er tegen een vraag?’ vroeg ik hen. We wisten het niet. Ik weet wel wat ik tegen vragende mededelingen heb: je weigert je afhankelijk te maken van de ander. Ik vind het hooghartig klinken, zeker als je ze allemaal achter elkaar zet.

Wat pleit voor een vraag? Dat vraagteken! Heus, er is geen prangender leesteken dan het vraagteken. Hoe dat komt? Zou het zijn dat het je lezer aan het denken zet? Zou het zijn dat het je lezer activeert?

O Susie

De poes Susie gaat spinnend door het leven. Als ik thuiskom zit ze spinnend achter het raam, als ik met een vol dienblad de trap opga loopt ze me spinnend voor de voeten, als ik wegga loopt ze spinnend achter me aan. Een tevreden beestje, zou je denken maar mij bekruipt ook wel eens de gedachte dat ze doet alsof. Spinnen als fluiten in het donker.

De poes Susie gaat soezend door het leven. Als ik thuiskom zit ze op haar handdoekje op de trap, verblikt noch verbloost, knippert geen oog, verroert zich niet. Een tevreden beestje, zou je denken maar mij bekruipt ook wel eens de gedachte dat ze doet alsof. Soezen om de dag te doden.

De poes Susie geeft kopjes alsof haar leven ervan af hangt. Het is haar manier om aandacht te krijgen van het baasje … nou ‘baasje’, van de man die de zak met brokken bedient. Eten, eten, poepen en eten. Een tevreden beestje, zou je denken maar mij bekruipt ook wel eens de gedachte dat ze doet alsof. Eten als remedie tegen verveling.

Ze mag niet naar buiten. Ze heeft geen moer te doen. En er is ook geen blond blakend knaapje dat haar haar kattenbrokjes brengt. Zou ze zich vragen stellen over de zin van het leven? Ongetwijfeld. Maar misschien heeft zij het ultieme antwoord wel gevonden. Spinnen, soezen, eten en poepen. Wat wil je nog meer?

Trage tocht

We wandelden de trage tocht bij Gasteren. De dag begon weertechnisch wat saai en grauw dag hier in het hoge noorden. Maar daar op die grote stille hei gebeurde het. Langzamerhand trokken de wolken weg. De zon scheen laag over het eindeloze veld. Grondmist trok op. Bladstilte viel.

Ademloos.

Gelukkig hadden we een thermoskannetje koffie bij ons, en boterhammen met kaas. We zetten ons op ons thermosmatje op het bankje en keken.

Terug in Gasteren trakteerden we onszelf op thee en een lekkere bier bij een pannenkoekrestaurant. Wij waren de jongste bezoekers. De twee stellen naast ons vertrokken. Ze waren niet ontevreden over de plek: ‘Je kon hier best zitten.’ Buiten stond een zwarte Zwarte Piet-pop de waren aan te prijzen. Ik had mijn vrouw beloofd er niets over te zeggen. Ik hield woord. Ik betaalde.

Heeft u tijd en goede schoenen? Doe de trage tocht bij Gasteren. En daar waar je rechtsaf moet bij de houten slagboom, die slagboom is weg. Maar het Y’tje waar hij in valt, staat nog fier overeind.

De bus is weg

Het bleek vanmorgen een vrije dag, ontdekte ik. Ze wilden droog weer bij de buienradar en ik besloot een stukje te gaan hardlopen bij m’n oude woonstee. Ik parkeerde bij Dieftil en wachtte de regenbui even af. Toen het droog werd, maakte ik de foto hierboven. Daar stond ik. Middenin in al die ruimte. Al die lucht en dat beetje licht. In Leermens luidde de klok voor zoepenbrij.

Het was koud en een beetje guur maar ik liep weer waar ik eerder liep, langs het maar, langs het Damsterdiep, langs de borg Rusthoven, over de Hogeweg, naar Eenum en linksaf terug naar huis. Nee. Net niet. Dat ik niet linksaf ging, dank ik aan de meneer in Eenum die altijd een oude bus voor zijn huis had staan. De bus was weg!

Bij Dieftil was het visrestaurant open. Ik had nu graag geschreven dat ik er een gebakken visje had gegeten maar dan zou ik jokken. Ik ging lekker naar Stad, naar Susie, naar huis.

Luid hier uw eigen Leermster zoepenbrijklokje (het was toen zomer!)

Black Friday

Dat de opening van ons Forum op Black Friday plaatsvindt, kan geen toeval zijn. Het gebouw, inclusief bevingsbestendige parkeergarage, kostte ongeveer 140 miljoen euro. Dat is een koopje. Al zit gratis terugsturen er waarschijnlijk niet in.

Ho.

Ons Dagblad spoort Stadjers aan om de scepsis te laten varen en en er in vredesnaam maar van te genieten. Dat ga ik maar doen. En met mij honderden studenten die er lekker gratis gaan zitten studeren.

Ho.

Inderdaad, het staat er. En een andere bestemming zie ik ook zo gauw niet. Maar wat mij betreft had het er niet mogen komen. Zo veel geld voor voorzieningen die er al waren, dat kan je niet uitleggen.

En tegelijkertijd. Een gebouw doet wat met een stad. Denken wij nu aan het Groninger Museum. En tegelijkertijd. Wij waren niet zo heel lang geleden in Middelburg. Daar heeft men het stadshart op zijn middeleeuws gerestaureerd. Dat was pittoresk. Erg pittoresk.

Daar zal men Groningse bestuurders niet snel op betrappen.

Op zoek naar een foto vond ik overigens mijn eigen stukje over de tekstschrijvers die bij de bouw betrokken zijn.