Naar de film

Hampstead

We gingen gisteren naar de film. Gewoon, even, omdat het kan. En omdat ze bij Forum op donderdag soms de kaartjes voor de halve prijs doen. We vermoedden vooraf al dat het een beetje een romcom zou worden. Toen ik in de volle zaal zo ongeveer de enige man bleek, wist ik het zeker.

Nou houd ik er erg van romcoms als ze maar fijn zijn en leuk. En als Meg Ryan meedoet. Dit was een draak, over een chique mevrouw die kennis krijgt aan een zwerver die geen zwerver blijkt. Ik zal u de plot niet verklappen maar de film verandert de loop van mijn leven niet. Heerlijk. Dat je naar een film kunt die – hoewel de verwachtingen niet bijster hoog waren – toch nog tegenvalt en dat dat geen ramp is.

Ja, de verlokkingen van de grote stad zijn talloos. Zo hadden we geen brood meer vanochtend en dus liep ik even de Albert Heijn in. Ik kwam terug met dat brood. Maar ik had ook terug kunnen komen met croissantjes, gerookte zalm, verse aardbeien, een straatkrant.

Ik was sterk. Ik liet het allemaal aan me voorbij gaan.

De puzzel

mijn-uitzicht-als-puzzel
Mijn uitzicht is een ideale puzzel

Tijdens vakanties puzzelde mijn moeder. Wij puzzelden genoeglijk met haar mee. Het waren vooral kerstvakanties en het waren vooral heel grote puzzels. Voorovergebogen aan de grote beukenhouten eettafel zat mijn moeder urenlang te turen naar kleine stukjes wolk, lucht of water. Wij hadden die wolken, luchten en waters alvast voorgesorteerd.

De puzzel domineerde ons leven: de eettafel was bezet hetgeen betekende dat we met het bord op schoot moesten eten. Het verhoogde de vakantiefeestvreugde alleen maar.

De puzzel begon als gezamenlijk avontuur maar eindigde vaak als een gezamenlijke obsessie. Duizenden stukjes die allemaal hun plaats moesten vinden.

Ja. En op een ochtend kwam je dan beneden en zag dat de puzzel af was. Wat een plaatje. Je voelde met je vlakke hand het volmaakte, licht ribbelende oppervlak; je bedroefde je als gezin als er toch 1 of 2 stukjes bleken te missen. En je wist: de vakantie is voorbij.

Ties

Bramen

Ik ging naar Leermens om bramen te plukken. Ik leerde er het woord ‘ties’. Kieskeurig. Zelden een woord gehoord dat zó verklankt wat het betekent. Er zit iets zuinigs in, maar door de langgerekte ‘ie’ ook iets tastends en proevends.

Bij het plukken was ik in eerste instantie niet bijster ties. Langs mijn eigen talud (wie maakt ons los?) stonden ze er niet heel geweldig bij. Om nog wat opbrengst te hebben neem je ook genoegen met de wat kleinere, de rodere en soms zelfs met bramen die je om 5 voor 5 op de zaterdagmarkt zou kunnen krijgen.

Maar langs de Schansweg daarentegen stonden bramen zoals bramen bedoeld zijn. Groot, sappig, zoet. Juist dan word je ties. Bramen die ik op mijn talud graag had geplukt, liet ik langs de Schansweg staan. Voor de vogels. Voor de mensen die dit lezen en het wat minder hoog in de bol hebben. Voor de laatkomers.

Scharrelen

scharrelkippen
Een stal vol veilige blije beter-leven-kippen

In het Dagblad vertelt een expert over Fipronil. Dat valt wel mee. Teveel is niet goed, maar een kleine dosis kan geen kwaad. Hij vergelijkt het met keukenzout. Wie een kop keukenzout tot zich neemt, overleeft dat niet.

Dat zijn gevaarlijke redeneringen. Omdat keukenzout in idiote doses gevaarlijk is en we het toch niet verbieden, hoeven we ook niet bang te zijn voor een stof als Fipronil want dat is ook alleen maar gevaarlijk als je er teveel van eet. Dit geldt in feite voor alle stoffen. We hoeven dus nergens meer bang voor te zijn. Probleem is nu net dat we van keukenzout zelf kunnen proeven of we een te hoge dosering tot ons nemen en van dat Fipronil niet.

Een echte expert vertrouw je. Maar iemand die er dat soort redeneringen op na houdt, kan dat nog wel een expert zijn? Ietwat argwanend geworden las ik verder. De expert heeft ook verstand van dierenwelzijn. Ik citeer de expert:

Denk je dat een kip naar buiten wil? Welnee! Als je het hok open zet, gaan alleen een paar dommeriken naar buiten. Die kippen willen iets boven hun hoofd, anders kunnen ze zo gepakt worden door een havik. Zonder beschutting ontstaat er stress, de paniek is gigantisch als er daadwerkelijk één gegrepen wordt.

Nu weet ik het zeker. Een expert die 1 keer de fout in gaat, kan misschien nog iets zinnigs melden. Maar doet-ie het tweemaal in een interview, dan moeten we hem zijn keurmerk afpakken. Die gaan we niet meer interviewen. Die gaat niet naar praatprogramma’s.

Ik had kippen, jarenlang. Zodra ik de ren opendeed, renden ze allemaal naar buiten alwaar ze de hele dag onbekommerd en onbewust van enig gevaar ronddwaalden, zand- en zonnebaadden of domweg lagen te suffen. Tot de dag dat er zich inderdaad een roofvogel in de boom boven hen meldde.

Ze boden geen fijne aanblik, daar op het gras bij de kippenschuur. Mijn arme, arme kipjes. Dommeriken. Ik wou dat ze iets minder van buiten hadden gehouden.

Een heerlijk dagje Schier

strandterras

Schiermonnikoog, een zonnige zomerse zondag, lunchtijd, strandrestaurant. Ze waren een dagje uit. De kinderen waren nog niet in de leeftijd dat je ze met een iPad, een liter cola en een stuk wegwerppizza kalt kon stellen, vader de relaxtheid zelve, moeder moeder. Ze regelde de tafel, redderde met servetjes, verhielp ongelukjes, deed de kinderen een voor een en tegelijkertijd naar de wc, voedde op, bestelde, smeerde zonnebrandolie, verdeelde de bitterballen, verschoonde de jongste, herverdeelde het eten en verving het drinken. En vader? Vader had waarschijnlijk die week hard gewerkt.

In een moment voor zichzelf nam ze een hap uit een broodje met ham. Die ham werkte niet mee. Een lange sliert rauw vlees liep uit tussen het broodje en haar mond. Ze veegde resoluut een bezwete piek haar uit haar rood aangelopen gezicht en zette halverwege de vleessliert verbeten haar tanden erin.

Toen ze voor de derde keer met de kinderen naar de wc ging en de ober kwam informeren of alles naar wens was, bekeek vader het slagveld op de tafel met een zeker genoegen. ‘Doe mij nog maar een biertje.’

Morgen weer aan het werk.

Gewoon thuis

spullen-uit-leermens-2

U vraagt zich af: wat zie ik? U ziet mijn favorietste pan, samen met mijn favorietste mesje en het fijne kleine kloppertje waarmee ik dressingen klop tot wat ze worden. En wat vijgen. Maar u ziet ook een bijzondere thuiskomst.

Ik had ze namelijk achtergelaten in het oude huis. Voor als we daar zijn. Dan kan ik daar nog fijn snijden en bakken en kloppen. Ik was er woensdag. Ik heb er niet fijn gesneden, gebakken of geklopt. Ik heb gelucht, kranen door laten lopen, vuilnis weg gezet en vooral de meterstanden opgenomen omdat ze bij Essent graag de jaarrekening willen opmaken.

Ik miste ze, ik heb ze gewoon ingepakt en gisteren gebruikt. Er staat in Leermens nog steeds een prima pan om in de bakken, er ligt nog een prima mes om mee te snijden en dressing kun je ook prima met een vork kloppen.

En die vijgen. Die waren ook uit Leermens. Samen met heel veel vriendjes waarvan ik jam maakte. Dat deed ik gewoon thuis.

Het trommelversteek van de Martinitoren

Martinitoren-blauwe-lucht.png

Hier, aan de voet van de Martinikerk, worden de minuten geteld. Ieder kwartier wordt hier genadeloos afgetikt en uitgeluid met een piepklein deuntje. Bij ieder uur staan we even sprakeloos stil om haar vervolgens met muziek en gebeier vaarwel te zwaaien.

Ik probeerde er een systeem in te ontdekken, in die deuntjes. Het lukte niet. Ze lijken in mijn ietwat versleten oren allemaal op elkaar. Maar ze verschillen, zo begrijp ik uit een toelichting op het trommelversteek van het carillon door stadsbeiaardier Auke de Boer. In zijn woorden:

Om het vol uur klinkt :  Psalm 121 “ Vers les mont j’ay levé mes yeux”
op het eerste kwartier een Gronings volksliedje “ dei olle grieze toren”
op het half uur een aria uit het Klavierbüchtlein für Ana Magdalena Bach. Een muziekboekje dat Bach schreef voor zijn vrouw ca. 1725
op kwart voor ter gelegenheid van de komst van de nieuwe bisschop Ron van den Hout voor het bisdom Groningen -Leeuwarden een fragment uit het Alleiua Excultate Jubilate van W.A. Mozart

Ieder kwartaal maakt De Boer een nieuw versteek.

Versteek. Ik leerde een nieuw woord. Versteek. Trommelversteek. O jongens (en meisjes en mensen die nog aan het dubben zijn wat ze zijn of waren of willen worden), wat een woord. Het trommelversteek van de Martinikerk.