Al dat geld

Het was druk op de zaak, de afgelopen maanden. Het is druk op de zaak. En het blijft ook nog wel even druk op de zaak. De zaak is in zijn sas. De zaak z’n baas minder. Die kan eigenlijk wel genieten van ledigheid. Bovendien moet hij even wennen aan druk zijn. Het brengt hem terug naar tijden waarop hij, net als tegenwoordig, op zondagochtend moeilijke stukken las of schreef, insliep met een knoop in de zakdoek en lijstjes aantrof naast zijn bed bij het wakker worden.

Kortom: van hardlopen kwam het niet. Tot gisteren. We hadden de jaarlijkse 4 mijl in Stad en de aanwezigheid van 10.000 hardlopers triggert de benen. Ik rende ’s morgens mijn eigen 4 mijl in mijn eigen tempo in mijn eigen uppie.

En mijmerde over al die plekken waar je sporen hebt liggen. Veel van die sporen betroffen huizen die we in al die jaren dat we in het Noorden wonen, hebben bekeken als mogelijke woonstee. Stuk voor stuk zijn ze allemaal qua prijs over de kop gegaan. Zelfs het laatste huis dat we bezichtigden, een relatief gloednieuwe woning in een gloednieuwe wijk zal in de 4 jaar dat we het niet in ons bezit hebben, in prijs zijn verdubbeld. Ik rende erlangs.

En rekende uit hoe rijk we hadden kunnen zijn als we al die huizen hadden gekocht en op het goede moment weer hadden verkocht. Al dat geld … Dan had ik me nu kunnen wentelen in eindeloos zalig nietsdoen.

Uw keukentafel

Ons Dagblad vliegt met Tennet, de beheerder van de Nederlandse hoogspanningsleidingen, over de provincie. Na de vlucht spreekt operationeel directeur Ben Voorhorst het volk toe. Ik citeer.

In Groningen en Drenthe is volop grond beschikbaar. Er is ruimte zat. Maar het net is er licht, is niet gemaakt voor die snelle toename van energie. Het was destijds immers alleen voor gebruik op het platteland bedoeld.

Is er in Groningen ruimte zat? Er is in Groningen heel veel ruimte. Dat vonden we er met z’n allen precies zo prachtig aan. Moeten we dat opgeven?

Een ander punt waar Tennet mee zit, is het draagvlak. Zo moeten er in Groningen en Drenthe twee grote hoogspanningstations worden gebouwd, locaties waar stroom over de netten wordt verdeeld. Een investering van ruim 200 miljoen euro. Maar waar komen ze?

Niemand wil die dingen in zijn achtertuin. We spelen ook geen verstoppertje, dat komt als een boomerang terug. Desnoods praten we met bewoners aan de keukentafel.

‘Desnoods praten we met bewoners aan de keukentafel’ … Ik verwacht meneer Voorhorst niet aan ónze keukentafel. Maar het dédain. Het gedachtegoed dat uit zo’n opmerking naar voren komt. Alsof het een opoffering is om met Groningers aan een keukentafel te zitten. Maar vooral: de aanname dat als je eenmaal aan die tafel zit, ze je heus wel begrijpen. Immers: het volstrekt legitiem om een hoogspanningsstation in iemands achtertuin te bouwen.

Als  projectontwikkelaar of politici het woord ‘keukentafel’ in de mond nemen, moet je oppassen als burger.

Gevoelens zijn feiten

Angst is een gevoel. En gevoelens zijn feiten, om mijn lieve vader nog maar een keer te citeren. De oorzaak van de angst groeit al snel uit tot een feit.

Toen wij de restauratie-bouwtekeningen maakten voor ons huis in Leermens – 1988 – tekenden we om het hele huis buitenlampen die met één schakelaar bediend konden worden. Ideaal, vonden we, want  in dat donkere buitengebied, van God en alleman verlaten, kon er maar zo een boef of meerdere zijn / hun zinnen hebben gezet op onze have. Met één druk op de knop konden we dan de boel zó verlichten dat alle schurken als de wiedeweerga rechtsomkeert maakten. Het bleek vooral lastig. Als je de buitenlampen bij het terras wilde aandoen, ging de lamp bij de voordeur ook meteen aan. De lamp bij de fietsenschuur heeft het nooit gedaan. Er heeft bij mijn weten nooit een boef aan een deur staan rammelen. Dat is maar goed ook want meestal zat die niet op slot.

Toen we ons huis hartje Stad betrokken, moesten we daar wel op letten, dat we de deur op slot deden. Maar er zit altijd wel een groepje ontheemden in ons plantsoentje, en iets in hun zijnswijze maakt dat je daar wel aan denkt. Onzin natuurlijk, er heeft bij mijn weten nooit een ontheemde aan de deur staan rammelen.

Vanochtend moest ik even naar buiten voor dag en dauw en ontdekte dat de sleutels nog in de voordeur zaten. Aan de buitenkant. Precies, aan die kant waar al het gespuis ’s nachts rondkruipt op zoek naar eenvoudige buit. Angst is een gevoel. En gevoelens zijn feiten.

Stilte

Even was het de toekomst.

Over de Walburgstraat denderde een dubbele bus naar beneden, vanaf de wierde richting de Turfsingel. Een bezorgbrommer reed juist de andere kant op. De scène voltrok zich elektrisch en in doodse stilte.

‘Ja,’ dacht ik, ‘ja, dat dit de toekomst is.’

Dat elektrisch geen uitstoot veroorzaakt, begrijp ik nog steeds niet want de meeste elektriciteit moet gemaakt worden met kolen, biomassa of gas. Maar vooralsnog ben ik er blij mee. Stilte.

Toen reed een langharige jongeman, zo’n man die we vroeger ‘kraker’ zouden hebben genoemd, met een stokoude brombakfiets naar boven. Horen en zien verging me. Hij zat er doodgemoedereerd en bijzonder alto op. Zijn lange haren wapperden in de wind. Een benzinewalm bleef achter.

Hij heeft vast heel radicale ideeën over bezit. Maar de stilte en de frisse lucht, die zijn toch van ons allemaal? Die delen we toch?

Wat ik eigenlijk bedoel: het moest gewoon niet meer mogen.

P.R. Bos en de kunst van het weglaten

Hoe meer je weglaat, hoe duidelijker je boodschap

We bezochten de tentoonstelling over de Bosatlas hier in het Grafisch Museum Groningen, pal naast het Provinciehuis. Het is zo’n tentoonstelling waarvan je denkt: ‘Oh, die draait nog zo lang, dat ga ik beslist binnenkort eens doen’  om vervolgens te ontdekken dat het is afgelopen als je voor de deur staat. Zover wilde Lasse het niet laten komen.

Hij was enthousiast. Minpuntje was in zijn ogen dat geen van 1000 op knopjes lijkende klinknagels van de trap naar de tweede verdieping, een lampje deed branden.

Ik vond het verhaal over P.R. Bos erg interessant. Bos bedacht dat als je wilt dat kinderen iets leren van je atlas, je er niet zo véél mogelijk plaatsen in moest tonen maar juist zo weinig mogelijk. De kunst van het weglaten. Dat was toen nieuw.

Als ik cursisten leer hoe ze een brief, een mail, een folder of een beleidstekst moeten schrijven dwing ik ze om eerst op te schrijven wat ze willen dat hun lezer morgen nog weet. Als jij niet beslist wat ze moeten onthouden, gaan lezers het zelf bedenken. Daarvoor is je verhaal veel te belangrijk.

Dus: wat is de bottom line? De rest is uitleg, verdediging, toelichting, onderbouwing. Nuttig, ongetwijfeld, maar niet noodzakelijk. Hoe meer je weglaat, hoe duidelijker je boodschap.


Wilt u nog naar de tentoonstelling? Doen! Het kan tot en met 27 oktober. De Bosatlas. De kunst van het weglaten.

Witte bonensoep

Ze serveerden er witte bonensoep, gele paprikasoep en zoete aardappelsalade. Heerlijk ongetwijfeld maar hij waagde zich er niet aan.
‘Als je het gerecht al niet correct kunt spellen, dan kun je het in elk geval niet lekker klaarmaken.’ Waaratje, er klonk haast wat ergernis in door. Had hij inderdaad liever wittebonensoep gehad dan de rode orzoschotel die hij nu koos? Trouwens, rode orzoschotel? O ja, dat klopte.

Zijn vrienden vermaakten zich met zijn gemor. Hij gaf geen krimp.
‘Het is toch geen aardappelsalade met suiker?’ doceerde hij, ‘Het is salade van zoete aardappelen.’
‘Maar dan staat het wel los? Zoete spatie aardappel?’
‘Allicht, je hebt gewonemensenaardappelen en je hebt zoete spatie aardappelen.’
‘En dat gebakken visje met zwarte olijvensaus?’
‘Fout fout fout! Het is saus van zwarte olijven mag je aannemen en dan is dat dus zwarteolijvensaus. Hoe moeilijk kan het zijn? Bovendien, in het Nederlands kunnen we dus schrijven over een zwarte groeneolijvensaus, tenminste, als je die groene olijven tot saus verpulvert en daar dan wat zwarte kleurstof aan toevoegt.’

De oberin kwam. Zijn disgenoten konden het niet laten haar te wijzen op de kennelijke fouten. Ze verontschuldigde zich. ‘Sorry, English only!’

Hij rustte zijn zaak.


Meer weten? Lees het stukje over de langeafstandsloper op Onze Taal

Klaar

Ik wandelde van de Vismarkt naar huis toen – toch nog onverwacht –  de 2 enorme bouwkranen aan de Oostwand van de Grote Markt zich in mijn aanblik smeten. Een vertrouwd gezicht, een naar gezicht. ‘Nog even,’ realiseerde ik me. En ik stelde vast dat als ik burgemeester van Groningen was …

Waarschijnlijk is het hier niet anders dan  in andere steden maar wanneer is zo’n stad nou eindelijk een keertje klaar? Ik heb goed nieuws: dat moment komt dichterbij.

Binnenkort is ons Forum gereed. Na iets van 10 jaar. Dan duurt het ook niet lang meer of de aanliggende nieuwbouwpanden aan die Oostwand zijn klaar. Die kranen uit het zicht. Dan nog de nieuwe buizen door de straten van het centrum – ik zeg: juni 2020 – en de nieuwbouw langs het Reitdiep – 2020? – en we zijn er.

O ja, dan gaan we het stadhuis nog renoveren. Hoe lang duurt zoiets? Een half jaar?  Nieuwe busbanen, ik vergat ze. En tja, die zuidelijke ringweg. Maar dan is het toch echt wel klaar. Af, niks meer aan doen, strik erom. Koesteren. Geen spa meer de grond in.

En dan lees ik over de Domtoren in Utrecht en slaat me de schrik om het hart. 10 jaar in de steigers. Als ik burgemeester van Groningen was …  Laat Koen Schuiling de eerste burgemeester zijn die trots kan zeggen: ‘Ik ben nergens mee begonnen. Ik heb de dingen afgemaakt.’