Blogverlof

Wie iedere werkdag een stukje publiceert op het wereldwijde web, loopt het risico dat mensen daar op gaan rekenen. Zo van: de zon kwam gisteren op, de zon kwam vandaag op, dus zal de zon ook morgen wel opkomen. Die redenering klopt niet. De zon komt niet op omdat hij gisteren ook opkwam. De zon komt op omdat de aarde draait. De rest is kansberekening. Statistiek.

Ooit leerde ik van meneer Van der Putten hoe statistiek ten diepste werkt. Hij had al 2 dochters toen zijn vrouw weer in verwachting raakte. ‘Dan zal het nu wel een jongen worden want de kans p 3 dochters is uiterst gering’ zei iemand hem. Terwijl de kans op een dochter toch gewoon weer 50% was.

Ik acht de kans groot dat ik de komende weken even wat minder van me laat horen. Dat is niet te wijten aan inspiratieloosheid, vakantie, ziekte of ander malheur maar – ik durf het nauwelijks op te schrijven – aan werk. Veel werk. Succes eist een tol.

 

Op

Zojuist ledigden we de fles. We zitten op de bank. Buiten, voor ons, trekt een stoet toeristen langs maar wij hebben alleen oog voor elkaar. Twee grote glanzende blauwe ogen kijken me aan. Ik zie er iets van dankbaarheid in maar dat kan projectie zijn. Naarmate de fles leger wordt, zakken de ogen dichter. Zijn ogen, mijn ogen. Er ontstaat een soort zondagmiddagsluimer. Ik kuch, Lasse schrikt even op. En daar gaan we weer. Onder zeil. En ondertussen zuigt het knaapje tevreden welgemoed in alle rust zijn fles leeg. Tot het moment dat die ene keiharde realiteit tot hem doordringt. De fles is leeg. Zijn ogen gaan wijd open. De mondhoeken zakken zo’n 30 graden. En dan wordt hij overweldigd door een diep diep onstelpbaar en existentieel verdriet. Het is echt waar. Het is op. Het is echt op.

Door tranen overmand barst hij in huilen uit. Het is niet eerlijk.

Op de foto de Prinsentuin, in bloei. Een tuinman knipte vanmorgen de uitgebloeide bloemen van de rozen.

Alliteratie

Ik lees mijn boodschappenlijstje nog eens: bovenaan staat knoflook, krekkers, koffie, kaas, karnemelk, kwark, courgette. En eronder op gepaste afstand: paprika, tomaat, en blauwe kaas. We aten lasagne maar dat had u vast al begrepen. Het is een truc uit de creativiteitsleer. Beperk je opties, en je bedenkt meer. Dus: ‘Oké, knoflook. Wat heb je nog meer nodig dat met een ‘k’ begint?’ En oprecht echt waar: dan floepen die items eruit. En oprecht echt waar: ik had het allemaal nodig.

Toen ik dat zo zag, schoot me een scène van vroeger te binnen. Zo’n 20 jaar geleden. We zijn op de terugreis van vakantie. Het is warm. Airco’s bestonden toen nog niet. Eén van de zonen slaapt. De ander is stil. Erg stil. Plots horen we een angstaanjagende kreun. Ik draai me geschrokken om (mijn vrouw is bij ons de chauffeur) en verwacht een gapende wond, een tikkende bom of een kapotte walkman. Maar ik zie niets.

‘Wat is er?’ De paniek giert nog door m’n bloed.
‘Ik mis drie dingen. Ze beginnen met een ‘M’’ Hij somt ze op (omwille van de privacy is de naam verzonnen): ‘Marieke, Mecano … en mijn computer.’

Knoppen

Ik scheer me met een scheermachine. Hij heeft 3 koppen die elk een paar duizend omwentelingen per seconde maken. Toch sta ik voor de spiegel het apparaat op en neer te bewegen. Ik poets mijn tanden met een elektrische tandenborstel. Ik kan het niet laten om de borstel op en neer te bewegen.

Toen ik nog campings bezocht zag ik het ook andere mannen doen. Ik ben niet de enige.

Wat geldt voor scheren en tandenpoetsen geldt ook voor wachten tot de liftdeur dichtgaat of het voetgangerslicht op groen. Of op een drukke snelweg achter iemand aan rijden die net een fractie langzamer rijdt dan jij terwijl je weet dat de meneer of mevrouw daarvoor ook een fractie langzamer rijdt.

We kunnen niet gewoon geduldig – of lijdzaam – beiden. We kunnen ons niet schikken in de loop der dingen. We willen invloed kunnen uitoefenen. Misschien is het wel de sleutel geweest tot het “succes” van de menselijke soort. Maar het kan ook zomaar de sleutel zijn tot de totale ondergang.

Weekend

IMG_8094

Het was dit weekend het Groot Nationaal Uitstapjesweekend. Alles kon, we deden niets. Nou – dat schrijf ik vooral op omdat het lekker bekt. We deden niet heel veel maar wel iets. We bezochten landhuis Oosterhouw en waren ontzettend blij dat we die tuin niet hoefden te onderhouden. We bezochten Verhildersum voor koffie en appeltaart en waren ontzettend blij dat we die tuin niet hoefden te onderhouden en we bezochten een evenement in het Frank Mohr Instituut (de kunstacademie voor masterstudenten) alwaar de jongelui hun kunsten vertoonden: Shaky Grounds Festival, geïnspireerd op het werk van kunstkring De Ploeg rond 1930. Daar hadden ze geen tuin. Wel klei.

Een interessant onderdeel van het festival was een performance van Inbal Ann Hershtig, een Israëlisch meisje dat de meetgegevens van de aardbevingen in Groningen had gedownload. Op een groot plateau voor zich lag de plattegrond van de provincie Groningen plus een aantal emmers Groninger klei. Ze liet een soort klok versneld lopen die ze had gekoppeld aan de meetgegevens. Bij iedere aardbeving bleef de klok stil staan en werd de locatie in het spotlight gezet. Daar legde ze dan een hoopje klei neer, de hoeveelheid liet ze afhangen van de magnitude. Ze had 3 maatbekertjes en een theelepeltje.

Ze was zondagochtend begonnen in 1987. De eerste jaren ging het snel. Maar toen wij haar om een uur of 3 ‘s middags spraken was ze maar nog bij april 2014. Loppersum en omgeving was al bedolven. Het was een soort infographic in klei. Maar was het kunst? Ik dorst de vraag niet te stellen. Ze was zo druk bezig met klei leggen.

De Ladies-run zagen we ook nog voorbij komen. En Ringo Starr. En de buren van de poes van de overburen. We misten de luid-estafette, 2 muziekfestivals en Rapalje. Martin Bril schreef eens: ‘Je mist meer dan je meemaakt. Helemaal niet erg.’

Leven met een raadsel

Ik herlas XY van Sandro Veronesi. De eerste keer dat ik het las, las ik een boek over een nare slachtpartij ergens in de Italiaanse Alpen. Wie deed het? Waarom? Een krimi. De tweede keer las ik een boek over het leven. Een roman.

Bij een piepklein gehucht ergens hoog in de Italiaanse Alpen vindt een bloederig drama plaats. Sommige slachtoffers zijn al jaren dood, een van de slachtoffers is overleden als gevolg van een beet van een reeds lang uitgestorven haai. Niemand kan het navertellen, niemand kan het verklaren. Het boek vertelt het verhaal vanuit twee personages: een pastoor en een jonge psychiater. Ze worstelen allebei met de gebeurtenis, ieder vanwege zijn of haar eigen geschiedenis.

Ik moest denken aan een boek van Gerard Reve, ik meen Moeder en zoon. Daarin gaat hij uitgebreid in op de waarde van symbolen. Hij betoogt dat een symbool geen metafoor is. Een symbool “staat” nergens voor; een symbool geeft uitdrukking aan iets waarop we zonder dat symbool geen greep zouden kunnen hebben. Om een symbool te begrijpen moet je het niet willen begrijpen. Het woord ‘begrijpen’ is een krampachtig woord.  Je moet gelóven.

Daarover gaat XY. Over gebeurtenissen zonder verklaring. Over gebeurtenissen zonder betekenis. Over leven met raadsels. Over leven. Ik vond het de tweede keer mooier dan de eerste keer.

Het Academieplein

Een van de leukste plekken van Groningen is het Academieplein. De fietsen, de drukte, al die talen, het geroezemoes dat je van alle kanten omgeeft. Het is de bonte mêlee van studerende studenten, afstuderende studenten, trotse ouders, zzp’ers die een leuke universiteitsopdracht komen halen, stadjers, burgers, buitenlanders, hoogleraren in vol ornaat of gewoon in korte broek, studenten die in de UB studeren maar nu even niet, promotiebezoekers, promovendi in spe, zonhaters, zonaanbidders, gewone medewerkers niet te vergeten. Zo veel mensen met zo veel verschillende herkomsten, en met zo veel verschillende bestemmingen.

Ik was er laatst even en maakte deze foto. Ik was al op weg naar huis toen ik drie Duitse toeristen verbouwereerd rond zag kijken. Ja, ze hadden gelijk. Dit plein is geen gewoon pleintje. Hier loopt de hele wereld op een paar vierkante meter. De rest is voor de fietsen. En dat verbaasde onze oosterburen nog het meest.

Eergisteren at ik samen met 2 andere bestuursleden van de bekende Groninger klaverjasvereniging ‘Ons genoegen’. Eén van hen was met de fiets. Na afloop was hij even stil. ‘Waar heb ik nou mijn fiets gezet?’ Ik vertrok. Ik was lopend.

Dat het plein er ook anders bij kan liggen bewijst wellicht de foto hieronder. Die maakte ik de zondag na Koningsdag. Keurig opgeruimd. Oersaai.

IMG_4743