Een leeg huis

We wandelden in de prille voorjaarszon met een straffe, gure oostenwind tegen, bij een mooi, klein plaatsje in Noordoost-Groningen en passeerden een pittoresk arbeiderswoninkje aan de overkant van het Eenumermaar. Ik ken het daar een beetje en constateerde dat de woning nog steeds niet bewoond is. ‘Toch eens vragen bij de overburen wat ze ervoor willen hebben? Het is een ideaal vakantiehuis!’ polste ik mijn vrouw nonchalant. Ze vond het natuurlijk een lumineus idee maar bedankte desalniettemin.

Het staat al dertig jaar leeg. Sterker: ik heb er al die jaren dat we er woonden nooit een mens gezien.

Arm huis.

Wat is het verhaal van dit huis, van deze leegstand? Waarschijnlijk was het ooit de arbeiderswoning bij de boerderij aan de overkant. En waarschijnlijk heeft de arbeider uiteindelijk gekozen voor een bejaardentehuis en dacht de boer die het uitbaatte dat hij er zelf in kon gaan wonen als zijn zoon de grote boerderij overnam. Waarschijnlijk vond de zoon geen vrouw en waarschijnlijk bleef hij dus met pa en ma in het grote huis wonen tot dat hij … Waarschijnlijk kwam ‘Boer zoekt vrouw’ net te laat. Je weet het allemaal niet.

Maar zo lang zo leeg, zo verlaten. Wat jammer. Wat zou je er fijn kunnen wonen denk ik dan en ik projecteer er onmiddellijk heerlijke weekenden en zonovergoten vakanties en wellicht ook werkweken waarin ik eindelijk die kloeke roman zou schrijven en weer jam kon maken en hout zagen en misschien wel zou leren bridgen of vissen of Proust lezen. In het Frans.

Het huis had me vast graag zien komen. Maar waarschijnlijk ziet het liever eerst iemand met wat ervaring in het opknappen van huizen die lang hebben leeggestaan. En waarschijnlijk stap ik op zaterdagmiddag toch even in de auto om in Stad naar de markt te gaan en drink ik dan een kopje koffie aan dat prachtige kerkhofje hartje stad om ’s avonds een mooie voorstelling te gaan bezoeken of een kleine kleinzoon.

Maar wat kun je heerlijk dromen over vakantiehuizen. Huizen waar alles kan wat je toch nooit doet.

 

In het lege huis

Van alle kanten krijg ik een mail waarin mij gevraagd wordt om een kettingmail rond te sturen met een gedicht. ‘Helaas, maar ja…’  zou Lasse zeggen, en zijn handjes machteloos omhoog houden. Ik doe geen kettingdingen. Ze staan me tegen. En ik vind het in een tijd waarin virussen zo snel en gemakkelijk rondgaan, ook riskant.

Mag ik mijn bijdrage per blog doen?

Mark Boog publiceerde vorig jaar de gedichtenbundel ‘Liefde in tijden van brand’. Ik had de bundel op het bedtafeltje liggen dat we als Sorgdragers mochten gebruiken als we ziek waren en dat nu in mijn werkkamertje staat naast de elektrische stoel van mijn moeder. Het is altijd een vol tafeltje. Ik lees alles door elkaar en als ik een boek las dat ik mooi vond mag het nog even op dat tafeltje blijven liggen. Mijn boeken zijn mijn knuffels: ik koester ze, ik heb ze graag om me heen.

Hoe dan ook, ik zocht het boekje omdat ik de titel zo frappant vond: ‘Liefde in tijden van crisis’. Daar kunnen we veel van leren, redeneerde ik. Die crisis bleek brand. Maar toch. Ik vond onderstaand gedicht. Lees het ook hardop, daar wordt het mooier van.

In het lege huis, met z’n tweeën,
de vele lagen aangekoekt behang,
stoomapparaat en afsteekmes en
lange, lange uren. Dan: kale muren.
Het licht dat door de open ramen viel,
afhaalmaaltijd in de vensterbank.
We aten terwijl buiten de woestijn
goud glansde, zon op zand, zich
eindeloos uitstrekte. De nachten
zinderden van verwachting. Nooit
waren we zo volledig, en nooit meer.

Een scene die we ons allemaal kunnen voorstellen of herinneren. De euforie van het het nieuwe huis, een nieuwe toekomst, nieuw geluk; het genot van het afsteekmes, en dan die kale muren waar alles nog op kan. Die afhaalmaaltijd in de vensterbank …

Veel mensen zijn deze dagen alleen met z’n tweeën in huis. Denk nog eens terug aan die dagen met dat afsteekmes.

Op de foto het poppenhuis van Petronella Oortman, anoniem, ca. 1686 – ca. 1710 (Rijksmuseum)

Troost

‘Zal ik je troosten?’ vroeg ik mijn kinderen en dan zeiden ze ‘ja’. Ik haalde dan van heel diep uit de buik een hele dikke kus en plaatste die zorgvuldig en toegewijd op de gapende wond op de knie of de elleboog. Een pleister wilde ook wel eens helpen.

Troost. Het woord alleen al biedt troost. Langgerekt, ook al vanwege de opeenvolging van de oo-klank en de ‘st’ die je nopen de lippen te tuiten. Het woord uitspreken is gelijk aan het kusje dat je je kinderen gaf op de pijnlijke plek.

Troost. Van alle kanten wordt mij deze dagen troost aangeboden. De torens slaan – ik meen op dinsdag – vaak voor troost, ik krijg poëzie gedeeld voor troost en ik krijg pardoes middels een app’je zomaar tientallen gratis films cadeau voor troost. En nu biedt de NPO me Troost tv met “programma’s uit de oude doos”. Met Paul de Leeuw of alle doelpunten in het EK ’88. Het is alsof we alle 17 miljoen recht hebben op ons hoogstpersoonlijke, allerindividueelste stukje troost omdat goddomme de wereld nou eens niet gewoon doordraait.

Troost bied je elkaar bij  verdriet. Troost is liefde. Troost is aandacht. Troost is toewijding. De troost die ons geboden wordt is voornamelijk tijdverdrijf, een pleister voor tegen de verveling. En dat is altijd welkom. Maar op sommige woorden moeten we gewoon zuinig zijn.

Troost bijvoorbeeld.

Dwaaldrang

De week voordat ze overleed, bemachtigden we voor mijn moeder een plaatsje in een gloednieuwe woonvoorziening voor dementerende ouderen. Zes jaar geleden alweer. Het was een heerlijke plek. Kleinschalig, met veel mogelijkheden voor de familie om deel te nemen aan de kleine woongemeenschap die zich daar zou vormen. We verheugden ons erop. We mochten er een dag of 3 kennis mee maken.

Eén van de bewoners was een mevrouw die aan dwaaldrang leed. Ze was altijd op zoek naar haar handtas. Het was voor mij, totale leek, soms moeilijk om het te begrijpen. Om ermee om te gaan. Om er niet om te lachen. Ik denk dat deze mevrouw te onrustig was om te blijven zitten en die tasjeszoekerij nodig had als ratio om op pad te gaan. Zo gaf ze haar dwaaldrang een reden en daarmee een rechtvaardiging.

Ik vond het een openbaring hoe de verzorgenden haar dwaalgedrag niet afkapten. Ik had al 20 keer gezegd: ‘Hier mevrouw, hier is uw tas.’ Dat deden zij anders.

Een paar uur nadat mijn moeder was overleden, struinde deze mevrouw ook mijn moeders kamer in. Ze keek even op van de verdrietige mensen die ze er aantrof maar richtte zich al snel weer op plekken waar mijn moeder háár handtas had gelegd. Eén van de verzorgenden stond op en nam haar bij de arm. ‘Kom Jannie, zullen wij eens samen op zoek gaan naar je tas?’

Heel Nederland leidt aan dwaaldrang. Heel Nederland is op zoek naar z’n handtas. Ik ook.

De zwakste schakel

‘Mijn oma karretje?’ Lasse staat naast me, zijn koppie omhoog, de ogen smekend wijdopen, de knietjes gekromd. Hij probeerde het eerder bij de enige 3 andere volwassenen die hem deze weken nabij zijn en ik ben zijn laatste hoop. Maar ook zijn beste kans. Het gaat om een erg leuk liedje en je speelt het af op een telepoon; het gaat vergezeld van een vrolijk videootje. Ik zwicht zoals alleen opa’s zwichten kunnen. Moeder grijpt mild in: ‘Maar alleen het geluid!’
‘Vasthouden’ onderhandelt Lasse met mij, zijn moeder negerend, en zo staat hij verzaligd mijn oma karretje te luisteren met mijn dichte telefoon in zijn handen. 2 heerlijke minuten en 30 dito seconden later klinkt het onvermijdelijke ‘Nog een keer!’

Je kinderen opvoeden met zo’n opa in de directe omgeving valt niet mee. Al die dingen die je hem terecht verbiedt, doet zijn opa stiekem toch. En soms ook minder stiekem. Lasse is 2. Hij weet: daar zit de zwakste schakel.

We waren gevijven op weekend in een huis, een arrangement dat ons kwam aanwaaien doordat de klaverjasvereniging ‘Ons genoegen’ haar weekend er gepland had. Door omstandigheden kon dat niet doorgaan. De een wellicht besmet, de ander in strikte isolatie en weer een ander tobbend met een oude moeder. Tja. Dan staat daar midden in het wijdopen zonovergoten berekoude Fryslan zo’n mooi leeg huis en zijn de weersverwachtingen veelbelovend.

Als je mensen als Arjen Lubach moet geloven zegt de overheid. “Blijf thuis. Houd 1,5 meter afstand.” De overheid heeft dat misschien naar hem gestuurd, mij bereikte een ander bericht: ‘Houd 1,5 meter afstand! Bent u ziek of verkouden? Blijf thuis.’ Wij waren niet ziek of verkouden en besloten dat we toch al een soort 5-koppige familie zijn met Lasse als verbindend element. We zetten (o.v.t.) in Friesland ons Groningse leven voort. De Britten gaan prat op hun splendid isolation. Ik begrijp dat nu beter.

Persconferentie

Zoonlief at mee gisterenavond, met zijn zoonlief. De mijne zit in de journalistiek en volgt het nieuws op de voet. Zijn moeder doet dat ook. Ik ben een nieuwsmijder. Ik krijg graag een samenvatting bij het ontbijt, als de dag nog vers is en ik de wereld nog aan kan.

Om kwart over 6 kondigden moeder en zoon aan dat ze vóór de pizza graag nog de extra persconferentie wilden zien, want waarschijnlijk zou de totale lock down worden aangekondigd. Dus toch.

Mij sloeg de schrik om het hart. Ik stalde Lasse in de persruimte boven onder het schrale toezicht van twee nieuwsverslaafden, deed mijn jas aan en liep naar de slijter. Ik heb in principe een fles jenever op voorraad maar stel je voor dat we 6 weken verstoken blijven?

De jongeman die slijter was, heette me welkom en keek weer verder naar de opening van de persconferentie. Ik luisterde met een half oor mee, ondertussen op zoek naar het jeneverschap. Verhip. Het ging over Bruins. Dat kan maar een ding betekenen: de winkels blijven open. Opgelucht haalde ik adem. Toen bleek dat de Hooghoudt niet meer in de bonus was, was de opluchting alleen maar groter. Het zal je gebeuren dat je een doosje jenever moet kopen voor de volle prijs!

Bij het afscheid wenste de jongeman mij ‘het beste’. Ik zei ‘Vaarwel.’

Bang

Laten we het over de mooie dingen hebben: ‘De wereld draait door’ stopt. Dat wil niet zeggen dat de wereld niet meer door draait want dat doet-ie echt wel maar wel dat we niet langer op onbewaakte momenten geconfronteerd worden met een vraag van 5 minuten van een presentator die daarna het liefst het antwoord zelf ook nog maar geeft. En dat we misschien niet langer op onbewaakte momenten geconfronteerd worden met ene Eus.

Hoewel dat misschien te veel gevraagd is. Eus is een fact of life, momenteel vrijwel onvermijdelijk. Hij is de Jan Mulder van de 21e eeuw, ware het niet dat Mulder een enkele keer leek te  beschikken over een fikse dosis zelfspot en relativeringsvermogen. Eus heb ik daar nog niet op kunnen betrappen. Eus duikt voortdurend op. Laatst nog, naast me, in het echtelijke bed, op een zaterdagavond om 12.00 uur ’s nachts. Op de radio.

Dat geschreven hebbend wil ik u een liedje laten horen waar ik gisteren behoorlijk door van slag was. Het komt uit diezelfde verguisde wereld draait door. Ik kreeg het via via op Facebook. Het is een gedicht van Joost Zwagerman, gezongen door Wende Snijders. Ik kende het niet. ‘Voor alles’ heet het en het refrein is eenvoudig:

Voor alles bang geweest voor alles altijd bang geweest

Het is geloof ik een liefdesgedicht, en het loopt in principe goed af ware het niet dat Zwagerman zelfmoord pleegde. Dat weten maakt het voor mij tot een diep en diep verdrietig lied. Maar wonderschoon is het.

Luister ‘Voor alles’ door Wende Snijders op YouTube.