Helpende vragen

Wie z’n gedachten niet gemakkelijk op papier zet, kan zich laten helpen door z’n beeldscherm. Zie het bericht van gisteren. Maar wat doet dat scherm nu eigenlijk?

De eerste vijf minuten toont je scherm zich een goed luisteraar. Geduldig, bedachtzaam knikkend en vriendelijk en aanmoedigend hummend. Een beetje zoals je naar je vrouw luistert als het maar half boeit. ‘Ja, ja, goh, …hm, hm.’ Het scherm helpt je vrijuit te praten. Maar ja, een partner die alleen maar aanmoedigt en uitnodigt tot meer ideeën en meer woorden, daar heb je op den duur ook niet zoveel aan.

En juist als je dat denkt, wordt je scherm kritischer. Dan gaat hij echte vragen stellen. Helpende vragen. De drie belangrijkste zijn volgens mij:

  • waarom?
  • waaruit blijkt dat?
  • Nou en?

De waarom-vraag helpt je te redeneren. Als je zou willen schrijven: ‘Goede poëzie is poëzie waarbij er sprake is van een misverstand’ helpt de waarom-vraag. Je beeldscherm vraagt: ‘Waarom?’ ‘Nou, omdat echte kunst moet leiden tot nadenken en reflectie.’ ‘Waarom?’ ‘Omdat in de dagelijkse gang van zaken veel dingen te vanzelfsprekend zijn.’ Je beeldscherm neemt er geen genoegen mee: ‘Waarom zijn die dingen dan te vanzelfsprekend?’ Zuchtend zeg je: ‘Ik vind het belangrijk om met een nieuwe blik naar vertrouwde dingen te kijken.’ Sommige mensen hebben een beeldscherm dat van geen ophouden weet. Weet dan wel: hij kan uit.

De waaruit-blijkt-dat-vraag helpt je bij het onderbouwen van vermeende feiten. ‘Sinterklaas wordt in Nederland steeds minder gevierd.’ ‘Hoezo, waaruit blijkt dat?’ De omzet van winkeliers is absoluut niet de omzet van vorig jaar. Waaruit blijkt dat? Dat staat in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.’ Nu is je beeldscherm wat geïrriteerd. ‘Nee, ik vraag naar een onderbouwing van feiten. Niet naar een bron.’ ‘Oké, oké: dat blijkt uit de maandgegevens van het CBS, geciteerd in de Volkskrant van zaterdag.’

En de nou-en-vraag ten slotte. Dat is een wat pesterige vraag. De vraag helpt je na te denken over waarom een probleem een probleem is. Vaak eindigt de vraag bij een ‘Ik vind dat …’-antwoord: een overtuiging. Voorbeeld? ‘Er zijn wel heel veel Duitsers op Ameland, tegenwoordig.’ ‘Nou en?’ ‘De voertaal is gewoon Duits.’ ‘Nou en?’ ‘Ameland is gewoon een stukje buitenland aan het worden  in de zomer.’ ‘Nou en?’ ‘Ik vind dat [gecensureerd].’

Je ziet overigens dat het loont als je scherm je antwoorden op deze vragen niet onmiddellijk voor zoete koek aanneemt. Even laten dóórvragen dus. Even geduld.

Gepubliceerd door

Wout Sorgdrager

Tekstschrijver en schrijftrainer in Groningen en wijde omgeving. Mijn onderwerpen: gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting, personeel & organisatie. De not-for-profit-sector. Traint en coacht professionals.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s