Compassie

Met een beker koffie schuifelde Otto de coupé in, zijn regenjas over zijn koffiearm en zijn schoudertas over zijn schouder. Hij koos een enkele dubbele bank. Zijn ervaring was dat er maar weinig mensen zo assertief zijn om te vragen of je zo vriendelijk wilt zijn om de tas weg te halen. En hij had zijn ruimte nodig vandaag. Hij zette zijn beker koffie op de vloer, klapte een plateautje uit de bank voor hem en zette de koffie erop. Zijn jas en tas legde hij op de bank, hij kroop tussen het plateau met de koffie en de plaats met de jas en de tas naar de plaats bij het raam. Zo. Nu nog even z’n telefoon en dan kon hij aan de koffie. Bij het bukken raakte zijn sjaal verstrikt in het klittenband van zijn tas. Hij rukte de sjaal gedecideerd van het klittenband maar op datzelfde moment verstrikte het andere eind zich in de tas. Uit veiligheidsoverwegingen besloot Otto om de koffie maar even op het plateau voor hem te zetten. Het gevecht tussen de sjaal en de tas ging hij niet aan. Met het ene eind nog aan de tas, deed hij de sjaal af en legde hem op de tas. Die telefoon. Blind greep hij in de tas. Ongetwijfeld lag de telefoon ergens anders maar je moest ergens beginnen. Hij voelde op de bodem, tastte in de twee losse vakjes in de tas en in het binnenvakje van het middelste vakje. Hij schudde de tas even op en neer. Hij hoorde geen telefoon kloppen. Hij voelde in zijn linkerbinnenzak, zijn rechterbinnenzak en in de gewone zakken  van zijn jasje. Ondertussen zaten zijn sleutels in zijn rechterbroekzak behoorlijk in de weg. Hij stond half op, en wurmde voorzichtig de sleutels uit de broekzak en liet ze in de tas zakken.

‘Is deze plek vrij?’ Een slanke, kleine vrouw van middelbare leeftijd vermoedde waarschijnlijk een act om de plaats vrij te houden. Dit was haar actie tegen de verloedering van de samenleving. ‘Als er dan toch iemand naast me moet zitten…’ verstoutte Otto zich te denken,
‘Ja, ja, natuurlijk. Ik moet de boel even reorganiseren.’ Otto zette de tas voor zich en pakte zijn regenjas. Hij betastte de zakken een voor een: geen telefoon.
‘Nog een ogenblikje?’ zei hij. De vrouw wachtte. Ze bekeek Otto’s doen en laten met belangstelling en toch ook een zekere compassie. Otto zette de tas weer op de plaats naast hem, pakte de dikke envelop met drukproeven en liet de telefoon de telefoon. Hij deed de tas dicht, sloeg de sjaal er gemakshalve omheen en legde de tas in het bagagevak boven hem. Zijn jas volgde. De envelop legde hij op het plateau voor hem, naast de koffie.
‘Zo,’ zei hij uitnodigend, ‘ik ben zover. Nu u.’

De vrouw ging zitten, pakte een krant uit haar tas, en begon te lezen. De compartimentdeuren schoven open.
‘Plaatsbewijzen alstublieft.’ Otto voelde in zijn linkerbinnenzak, zijn rechterbinnenzak, zijn linkerjaszakje, zijn rechterjaszakje, geen portemonnee. Boven hem ging zijn telefoon.

Auteur: Wout Sorgdrager

Tekstschrijver en schrijftrainer in Groningen en wijde omgeving. Mijn onderwerpen: gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting, personeel & organisatie. De not-for-profit-sector. Traint en coacht professionals.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s