Boek, Booy en Buiter

‘Dames en heren …Boek, Booy en Buiter!’ Het is aardedonker in de zaal. Een kleine cirkel van licht floept aan boven een bar. Aan de bar zit Otto Boek. ‘Podverdorie’ zegt hij wat besmuikt. Hij zwijgt, staart in het donker en neemt een slok van zijn bier. Een tweede cirkel van licht floept aan. Naast Otto zit Adrie Booy. ‘Verdomme’ zegt hij en kijkt voor zich uit. En een derde licht floept aan: een derde cirkel van licht floept aan.  Alice Buiter zit in een witte Marilyn Monroe-jurk schuin tegenover hen achter de bar. Een pilsje voor zich. Ze zwijgt en staart voor zich uit. Dan zegt ze hard en vol overtuiging ‘Godverdegodverdomme’. Otto krimpt ineen. het is de dertigste voorstelling maar hij kan niet wennen aan de hartgrondigheid waarmee Alice haar bijdrage opent. De lampen gaan uit en Alice loopt naar het kruisje midden op het podium. De spots zetten haar in één klap vol in het licht. Ze staat er fier en zonder papier. En het enige wat Otto denkt is: ‘Wat een lijf’. Iedere avond. Hij neemt in zijn veilige duisternis nog een flinke slok van zijn bier. Alice begint haar verhaal over vloekende vrouwen. De komende tien minuten hoeven Otto en Adrie niets te doen. Adrie schuift in het veilige donker wat dichter naar Otto. ‘Wat een lijf’ fluistert hij.

Als Alice klaar is, neemt ze met een diepe buiging haar applaus in ontvangst. Dan is de beurt aan Otto en Adrie. Eerst houdt Adrie een monoloog over de angst om alleen naar een café te gaan. Otto zit zwijgend naast hem en hoeft alleen maar af en toe begrijpend te knikken. Dat kan hij. Dan leest hij een verhaal. Hij schreef het een jaar of tien geleden, net na zijn scheiding. ‘Mijn vrouw is weg en ik heb het rijk alleen.’ Als hij de eerste regel voorleest, begint het publiek te klappen. Adrie buigt zijn hoofd wat naar voren en kijkt hem over zijn bril even aan.
‘Je bent een ster Ootje, je bent een ster.’

Na afloop zit Alice mokkend op de bank in de kleedkamer. Ze komt net onder de douche vandaan en staart stuurs voor zich uit. Haar badjas stevig vastgesnoerd. Otto zit aan de andere kant van de bank. Hij houdt zijn mond. Adrie pakt twee pilsjes uit de koelkast en zet ze op de tafel.
‘Jij ook een?’ vraagt hij aan Alice.
‘Nee, natuurlijk niet.’ zegt ze bits, ‘Ik heb nog nooit een pilsje met jullie gedronken.’
‘Het kon toch? Iets anders? Ze hebben ook witte wijn. Hij pakt de fles uit de koelkast en leest het etiket. ‘Hele goeie trouwens.’ Zijn neusgaten beginnen onwillekeurig wat de klapperen en hij slikt even. ‘Hele goeie.’

Auteur: Wout Sorgdrager

Tekstschrijver en schrijftrainer in Groningen en wijde omgeving. Mijn onderwerpen: gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting, personeel & organisatie. De not-for-profit-sector. Traint en coacht professionals.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s