Leermens in nood

U wilt weten of we hier in Groningen het hoofd boven water kunnen houden. Het spant erom. Ergens las ik al het woord ‘watersnood’. De Tolberter Petten ligt ver weg van Leermens. Maar Woltersum ligt al veel dichterbij. En nu lees ik dat de N360 afgesloten is. En zo wordt de watersnood ook mijn nood. Mijn fitnesscentrum was failliet maar is net weer open. Dus ik wil vanochtend gaan sporten. De weg ernaartoe is … jawel, ze moeten ook altijd mij hebben, de N360.

Ik lees op NU.nl dat ‘het leeuwendeel van het vee naar andere plaatsen [is] gebracht. Bij Leek staan vijftig militairen klaar om te helpen bij de problemen met het hoge water. Een compagnie uit Havelte is met vrachtwagens en boten aanwezig.’ Vóór de spellingshervorming zou ik vooral blij zijn met de boodschap dat het leeuwendeel van het vee afgevoerd is. In die tijd konden we nog aan elkaar vertellen dat het leeuwedeel van het leeuwendeel weg is. Nu we de tussen-n-regel hebben veranderd, weten we niet meer of de leeuwen zijn afgevoerd of dat de meeste koeien en schapen verplaatst zijn. Ik ga maar uit van dat laatste scenario. Leeuwen zien we hier zelden.

Wel boommarters. Dat wil zeggen: we zagen ze niet maar hoorden ze des te beter. Op een avond schrokken we op uit onze lectuur. Buiten klonk een enorm gekrijs. U kent mij: voor niets of niemand bang. Met mijn zaklantaarntje liep ik dus naar buiten. Het was aardedonker (nee, niet ‘aardendonker’ want ‘aarde’ heeft geen meervoud en als het dat al heeft is het ‘aardes’) en het gekrijs ging door. Het kwam van boven! En dus bescheen ik de kale essen. Twee paar groene ogen bleven even stokstijf en stil staan. Er was even alleen wind. Maar een paar tellen later ging het gekijf en gekrijs gewoon verder. De groene ogen schoten de bomen door. Dit waren geen katten. Enig gegoogel leerde ons dat we hier te maken hadden met boommarters.

Daarmee houdt het avontuur dan ook wel weer zo’n beetje op. Wij wonen hier op de bult van Leermens, een meter of 5 boven Nieuw Amsterdams Peil. Wij houden droge voeten. Maar we zijn min of meer omgeven door water. Gelukkig ligt er een tweepersoonskano in de tuin: onze eigen kleine ark. Er kunnen nog precies twee boommarters mee. Voor leeuwen is geen plaats. Als nu de wind maar ging liggen.

Gepubliceerd door

Wout Sorgdrager

Tekstschrijver en schrijftrainer in Groningen en wijde omgeving. Mijn onderwerpen: gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting, personeel & organisatie. De not-for-profit-sector. Traint en coacht professionals.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s