Leestekens voor een citaat

Als schrijftrainer en schrijfcoach moet ik regelmatig uitleggen hoe het zit met de leestekens in dialogen. Dat roep ik over mezelf af. Ik vind een dialoog in voorbeelden of casussen gewoon nuttig om de leesbaarheid van een tekst te vergroten. En als schrijver is het ook leuk om te doen. Maar waar plaats je al die aanhalingstekens, dubbele punten, vraagtekens en komma’s. En hoe plaats je dat in een zin binnen een zin?

En toen zag ik deze foto. Hij stond in Medisch Contact en illustreerde een verhaal over lustbeleving. Daar kan ik uren mee zoet zijn. Met zo’n foto, welteverstaan. Want wat zijn er veel gebruiksmogelijkheden voor deze foto. Inderdaad, als je geliefde zo ligt te oreren zou dat ook op mijn lustbeleving een negatieve impact hebben. Maar we kunnen natuurlijk ook heel andere artikelen illustreren met deze foto. Waarover praten zij? Twee mogelijke voorbeelden. En daaronder vind je hoe je aanhalingstekens en andere leestekens gebruikt wanneer je citeert.

1.Henk zei:  ‘Echt. Hij was zo groot!’
2. Ingrid zuchtte. Ze had genoeg van de visverhalen van Henk. Ze overwoog om hem de mond te snoeren.
3. ‘Maar denk jij dat Karel een foto wilde maken?’ fulmineerde Henk, ‘nee dus!’

Of:

4. ‘Jij hebt ook nooit zin’ klaagde Ingrid en draaide zich om.
5. ‘Zin, zin, geen zin. Het ligt er maar aan wat je met zin bedoelt. Ik wil best naar Schiermonnikoog maar niet een heel weekend’, antwoordde Henk. ‘Trouwens, waarom wil jij eigenlijk altijd naar Schier?’
6. ‘Je begrijpt me niet!’ zuchtte Ingrid.

De regels voor het plaatsen van de aanhalingstekens

  • Citaten plaatsen we tussen aanhalingstekens.
  • In de meest kale constructies zoals zin 1 eindigen we het citaal met een punt of in dit geval een uitroepteken en een aanhalingsteken. De aankondigende zin sluiten we met een dubbele punt.
  • Soms begin je de zin met je citaat. Dan open je het citaat met een aanhalingsteken. Vervolgens plaats je de geciteerde zin of zinnen. Na het laatste woord plaats je geen punt maar een aanhalingsteken en (maar dat hoeft lang niet altijd) een komma waarna je het werkwoord en de rest van de zin plaatst. Zin 5 bijvoorbeeld.
  • Zin 6 laat zien wat je doet als het citaat eindigt met een uitroepteken, een vraagteken (of allebei) en je vervolgt met een werkwoord. Dat leesteken plaats je namelijk wél binnen de aanhalingstekens.
  • Soms plaats je een deel van de geciteerde zin, dan plaats je een beschrijvend  werkwoord en ten slotte plaats je de rest van de geciteerde zin. Zin 3 bijvoorbeeld. In die gevallen plaats je na de afbreek in het citaat het aanhalingsteken, dan een komma, dan het werkwoord + onderwerp, dan een komma en dan de rest van het citaat.
  • Kies voor enkele aanhalingstekens tenzij de huisstijl anders gebiedt.

Lang niet alle regels die ik hierboven noemde, zijn 100 % waterdicht. En soms kiezen tijdschriften of uitgeverijen voor een andere systematiek. Of kiezen ze juist voor dubbele aanhalingstekens. Check dat voordat je gaat schrijven.

Bronnen
Burger en De Jong, Handboek stijl
Renkema, Schrijfwijzer
Tiggeler, Vraagbaak Nederlands

Gepubliceerd door

Wout Sorgdrager

Tekstschrijver en schrijftrainer in Groningen en wijde omgeving. Mijn onderwerpen: gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting, personeel & organisatie. De not-for-profit-sector. Traint en coacht professionals.

One thought on “Leestekens voor een citaat”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s