De wals van Bloem

Ik denk dat het Lex Bohlmeijer was die vorige week op Radio 4 muziek en poëzie met elkaar vergeleek. ‘Muziek heeft als voordeel dat het in zekere zin betekenisloos is’ zei hij ongeveer, meen ik. Van mijn geheugen moet u het niet hebben.

Zo kun je het bekijken. Het klinkt als: bij muziek hoef je gelukkig niet te letten op de betekenis. Je kunt je dus helemaal toeleggen op bijvoorbeeld de klank, het ritme, de melodie, de maat, de compositie en de wisselwerking tussen de instrumenten; je hebt het inderdaad nog druk genoeg als luisteraar.

Zaterdag legde ik u twee gedichten voor, een van J.C. Bloem en een van J.A. dèr Mouw. U koos gelukkig massaal (8) voor Dèr Mouw. Bloem moest het doen met 5 stemmen.

We letten even niet op de betekenis maar op de muziek in deze gedichten. Dat gedicht van Bloem. Lees dat eens hardop. Niet letten op je buur, gewoon hardop lezen. Wat hoor je? Precies: André Rieu, een Weense wals. Ik vond het ooit een prachtig gedicht. Maar wat klinkt het plotseling goedkoop. Plat. Het metrum, een anapest, gaat met de tekst op de loop. Om het gedicht voorgoed te verpesten: kent u dat liedje van Wim Sonneveld, ‘Zij kon het lonken niet laten’?

Aanvaarding

Toen ik jong was, bestond ik in vormen
Van het leven, dat komen zou:
Een vervoerend de wereld doorstormen,
Een lied en een eindlijke vrouw.

Het is bij dromen gebleven;
Ik heb, wat een ander ontsteelt
Aan het immer weerbarstige leven,
Slechts als mogelijkheden verbeeld.

Want ik wist door een keuze verloren
Ieder ander verlokkend bestaan.
Ik heb dan ook niets verkoren,
Maar het leven is voortgegaan.

En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
Is de aanvang gelijk, die het had:
Onder Hollandse regenluchten,
In een kleine Hollandse stad.

Ingelijfd bij de bedaarden
Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
Men begint met het leven te aanvaarden
En eindlijk aanvaardt men de dood.

J.C. Bloem

Nee, dan Dèr Mouw. Hij schreef geen Weense wals. Integendeel. Wie dit gedicht hardop voorleest merkt dat het metrum zwalkt. Het gaat alle kanten op. De zinnen stokken wat. Het rijm wordt in de eerste twee strofen daardoor wat naar de achtergrond geduwd. Pas in de laatste drie tweeregelige strofen krijgt het meer nadruk. Mede daardoor lijkt het gedicht allengs tot stilstand te komen.

’t Is eind Augustus, Zondag. – Blauwig waas
Om verre dennen in laat middaguur;
Naar ’t glooiend stoppelveld, vol sprietjes vuur,
Uit stofwolkjes van grindweg loopt een haas.

En ouêrwets bolronde dahlia’s
Gloeien, mooi evenwijdig met de muur
Van ’t boerenhuis; laag tjisp’ren om de schuur
Zwaluwen, over ’t pad langs ’t ijzergaas.

Nog rul van Zaterdagse hark is ’t zand;
Voetstappen staan voorzichtig langs de rand;

Een schaduwpunt van halfgeel bonenblad
Ligt hier en daar in ’t lijnennet op ’t pad;

Door ’t dichte raam komt in gedempte vlagen
Eenvoudig orgelspel van ‘Uren, dagen -.’

J.A. dèr Mouw

Als we vervolgens niet alleen luisteren maar ook lezen, merken we dat het er bij Bloem  allemaal wel duimendik bovenop ligt. En wie het geredeneer niet snapt, krijgt het ook nog eens uitgelegd in het slot. Dèr Mouw laat het plaatje het plaatje: de dag staat stil. De schaduw van het bonenblad is gevangen in het lijnennet dat de schaduw van het gaas op het pad vormt. Maar die stilstand is schijn: uit het huis klinkt ‘Uren, dagen.’ Het is het begin van een populair gezang. In die tijd zal iedereen die de woorden ‘Uren, dagen’ leest er automatisch bij denken ‘ … maanden, jaren vliegen als een schaduw heen.’

Wat het betekent blijft onbenoemd. Daarmee benadert hij dan weer wel de muziek.


Luister Uren, dagen zoals dat in Dèr Mouws tijd klonk.

Gepubliceerd door

Wout Sorgdrager

Tekstschrijver en schrijftrainer in Groningen en wijde omgeving. Mijn onderwerpen: gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting, personeel & organisatie. De not-for-profit-sector. Traint en coacht professionals.

8 gedachten over “De wals van Bloem”

  1. Sneu voor je, dat zovelen (waaronder ik) niet reageerden op je verzoek een keuze te maken tussen twee gedichten. Ik sta graag met mijn mening klaar, maar niet als het over poëzie gaat.

  2. Beste Dia, klonk het zo? Zo bedoelde ik het namelijk niet. Ik polde al eens eerder. Ik ontdekte dat mensen dit blog lezen. Op Facebook ontstond een hele dialoog over beide gedichten. Ik bedoel: ieder medium lokt zijn eigen gebruik uit.

  3. Ik weet niet waar ik meer van houd: Andre Rieu of die oudhollandse liedjes als uren, dagen. Het zal wel aan mij liggen, maar noch de gedichten noch deze muziek kunnen mij erg bekoren.

    1. Rieu is mijn kopje thee evenmin. ‘Uren, dagen’ ook niet maar dat is nog wel een lied dat iets met me doet: ik hoor het nog ons nog zingen in de kerk tijdens de oudjaarsavonddienst. Mij frappeerde vooral dat ik Bloem ooit prachtig vond en dat ik zeker dit gedicht – nu plots zo flauw vond. En dat gedicht van Dèr Mouw: je moet ervan houden.

  4. Wordt hier André Rieu als persoon of de soort muziek (toch echt hoogstaand klassiek van o.a. de onnavolgbare Straussen) die hij op commerciële wijze maar ook op hoog niveau uitvoert als ‘goedkoop’ bestempeld ? Zo leest het in eerste instantie. Of is het een beetje onhandig geformuleerd ? Dat een wals in het algemeen een goedkoop muziekje zou zijn ? Of dat het gedicht zelf iets goedkoops krijgt omdat het metrum te glad is ? Anapest is slecht ?

    Kan het zijn dat de lier, die sinds lang niet meer ruiste,
    die sinds lang tot geen harten in dichtmuziek sprak,
    weer opeens van verrukking en hemellust bruiste,
    en in stromende galmen het stilzwijgen brak?

    Uit: Vijf en Twintig Jaren, Isaac da Costa

    Kweenie meneer Sorgdrager – ik denk aan een uitglijertje. Uw vergelijking met André Rieu / muziek / walsen – daar worden wij muzikanten en muziekliefhebbers erg zenuwachtig c.q. verdrietig van en mijn haar gaat er erg van in de war zitten.

    Waar laat dit Johnny Ceres Jr. ?

    1. Ai ai ai. Hier botsen twee voorkeuren. Voor mij staat de Weense wals voor alles wat leeg en loos is. Maar ik weet ook best dat er ongetwijfeld prachtige Weense walsen zijn geschreven. Dus beschouw het maar als een uitglijer. Maar over die anapest: natuurlijk is de anapest niet de boosdoener. Wel het al te strak volharden erin. Daardoor ontstaat er een dreunende cadans die de overhand krijgt over de muziek en de woorden.
      En Johnny C zou eens wat meer op het metrum moeten letten. Hopende dat je haar weer in model zit groet Wout je.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s