Kijken naar een merel

Het is gedichtendag vandaag. Ik deel een paar van de 13 manieren om naar een merel te kijken. Van Wallace Stevens, vertaald door Peter Nijmeijer.

I

Tussen twintig besneeuwde bergen
Was het enige ding dat bewoog
Het oog van de merel

II

Ik hinkte op drie gedachten
Zoals een boom
Waarin drie merels zitten.

III

De merel wervelde in de herfstwind.
Ze speelde een kleine rol in de pantomine.

IX

Toen de merel uit zicht vloog
Trok ze de omtrek
Van één van vele cirkels.

XII

De rivier stroomt voort.
De merel moet zijn opgevlogen.

XIII

Het was de hele middag avond.
Het sneeuwde.
En het zou blijven sneeuwen.
De merel zat in de takken
Van de ceder.

Uit: De mooiste van Wallace Stevens. Vertaald door Peter Nijmeijer. Lannoo | Atlas, 2003. ISBN 9020951084

Die ene merel

Er is die ene zwarte gitzwarte merel op de rand van het groene – nu grauwe – dak van onze schuur. Hij vertrouwt me niet, hij vertrouwt me niet. Ik wil hem geen kwaad berokkenen, ik wil dat hij zich thuisvoelt. Ik heb het beste met hem voor. Ik bied hem graan, ik maak hem een heerlijk badje. Het graan eet hij, in het badje poedelt hij, maar mij vertrouwen doet hij niet.

Er is die ene zwarte gitzwarte merel  op de rand van het dak. Argwanend. Bewegingloos volgt hij mijn bewegingen. In zijn eentje definieert hij dat groene grauwe dak tot natuur waar wat te halen valt. Als ik te dichtbij kom, scheert hij zich weg en vlucht naar het hoogste puntje van de buurt en houdt hij zijn tuin  van daaraf in de gaten. Mijn tuin is zijn tuin maar hij ziet dat anders.

Straks gaat hij aan de slag met zijn nest goed verstopt in de muur van klimop. Dan dwingt zijn aanstaand kroost hem tot wat meer tolerantie. Dan kan hij niet weg zonder de jeugdzorg op zijn dak te krijgen. Het is niet makkelijk om een merel te zijn.

Sinds kort zingt ’s avonds de merel nog even, net na het niet meer schemert. Sinds kort zingt ’s morgens de merel nog even, net voor dag en dauw. Sinds kort is er weer die ene zwarte gitzwarte merel. Altijd die ene zwarte gitzwarte merel. Jaar in jaar uit.

De digitalisering

Bij de bank wist mijn adviseur bij de helplijn het ook niet meer. We waren al even bezig om de knop ‘hypotheek’ te vinden. Ik zag ‘m niet. Ik zag ‘m écht niet.

‘Log u even in. Als u naar beneden scrollt in de app ziet u vanzelf de knop ‘hypotheek.’
‘Ik heb geen app, ik werk met de desktop. En dan scroll ik naar beneden en ik zie geen knop ‘hypotheek’.
‘Dat moet.’ Hij viel even stil. ‘Bent u echt ingelogd?’
‘Rechtsboven zie ik een scherm met ‘uitloggen’. Ik maak daaruit op dat ik ben ingelogd.’
En weer was het even stil. Een diepe zucht. ‘Wat is uw postcode en huisnummer en geboortedatum? Dat gaat sneller.’
Ik had dat zojuist  ook al verteld. Maar dan aan hun computer. De bank rechtvaardigde dat verzoek door te zeggen dat ze dan direct toegang hadden tot al mijn gegevens. Maar ik gaf geen krimp en gaf ook hem de gevraagde gegevens.

‘Tja, u heeft helemaal geen hypotheek bij ons.’

Nu was het mijn beurt om even stil te zijn. Ik keek eens rond. Ik heb het over mijn werkkamertje als werkkamertje maar een makelaar zou het omschrijven als een ruime studio met balkon en vrij uitzicht over de Martinitoren. En dat is alleen nog maar mijn werkkamer, de bezemkast. Wij konden dat allemaal niet betalen zonder dat de bank een handje hielp. Maar de jongeman gaf geen krimp.
Toen realiseerde ik me dat de hypotheek misschien wel op naam van mijn vrouw staat. Wie betaalt bepaalt. Ze woont hier ook, de betaalrekening die gekoppeld is aan de hypotheek staat mede op haar naam, haar naam moet ergens in de burelen van de bank tevoorschijn zijn gekomen. Mijn jongeman  kon het zich niet voorstellen. Hoewel. En ja, inderdaad … Had hij medelijden met mij? Was het jaloezie? Of gewoon opperste verbazing?
‘Ja. Ja, nou zie ik het ook.’

En zo gebeurde het dat hij mij zei dat mijn vrouw dan maar op de knop ‘hypotheek’ moest drukken en ik hem moest vertellen dat ze dat niet kan. Ze heeft dat malle boxje niet en geen pasje. En bovendien, de betaalrekening staat op mijn naam. Waarop hij me vertelde dat ze dan even moest inloggen.
‘O nee, dat kan ze natuurlijk ook niet.’

Tja, die digitalisering dendert maar door.

Een plakkende bank

Misschien gaat de horeca wel weer open en misschien ook de schouwburg en de bioscoop. Je weet het niet, je weet het nooit.

‘We kunnen van het weekend misschien ergens eten?’ suggereerde ik gisterenavond. We hadden net 3 afleveringen van After Life gestreamd. Mijn vrouw had de iPad, ik deed een spelletje Freecell op de telefoon. ‘Maar waar?’

We overwogen zo wat mogelijkheden maar realiseerden ons dat je er dan wel snel bij moest zijn. Ondertussen bekeek mijn vrouw het aanbod in de bioscoop. Niks, hoewel, donderdag, Amelie, een oude film die we al eens gezien hadden op tv. Ach, een mooi sprookje maar we zagen het.
‘In de schouwburg staat in maart “Her Majesty”‘ zei mijn vrouw, ‘zal ik kaarten bestellen?’ Maar natuurlijk, leuk. Tot we zagen dat het ongeplaceerd is en bijna uitverkocht. Om een beetje fijn te zitten moet je er wel erg vroeg zijn.

‘En in de Machinefabriek?’ Ik beantwoordde mijn vraag zelf maar. ‘Misschien nog even wachten.’

En ik vond de winnende kaart. Ik haalde opgelucht adem. Binnen de anderhalve minuut.

Arme schouwburg, arm NNT, arm Forum. Voor ze al die mensen die snakken naar een mooie voorstelling en absoluut niet zonder cultuur kunnen weer uit hun bank hebben getrokken is het seizoen afgelopen en begint de volgende lockdown al bijna.

Zou er een vierde reeks van After Life komen?

Maak er wat van

We hadden twee knaapjes (1 en bijna 4) te logeren van zaterdag op zondag. Wat een privilege. Een heel klein nadeel kleeft er wel aan zo’n logeerpartij. Ik slaap niet of nauwelijks. We hebben de babyfoon naast het bed, ze slapen op dezelfde verdieping, er zijn rond ons huisje geen verdachte bewegingen gesignaleerd, het is allemaal zo veilig als wat maar desalniettemin en toch maakt mijn lijf een alertheidshormoon aan dat slaap uitsluit.

Wakend over beide kleinzonen dacht ik over die allereerste nacht dat ik vader was. De sprakeloosheid die over mij kwam, het plotse besef dat ik geen idee had hoe je een luier knoopt, dat je nooit meer gewoon samen bent, kortom, vertrouwde dingen die iedere nieuwe vader overdenkt. Ik sliep niet best die nacht, die korte nacht. Want al snel moest ik de eerste luier aanleggen. Ik heb een flinke rol afplaktape gebruikt schiet me te binnen. Werkte prima. En uiteindelijk heb ik de meeste dingen die verbonden waren aan het vaderschap improviserend goeddeels opgelost.

Dus, dacht ik zaterdagnacht, wat kan er in één zo’n nacht gebeuren dat ik niet kan oplossen? Niets, helemaal niets. Maar ja – de rede won het niet van het gevoel. De twee kostbaarste schatten die hier heerlijk lagen te slapen met de knuffels bij de hand, en de MyFirstSony-cassettespeler naast het geïmproviseerde bed, op mij rustte de verantwoordelijkheid voor hun welzijn. Hoe doen ouders dat toch, vraag ik me af. Zeker als je om half zeven Bert en Ernie via de babyfoon hoort zingen: ‘Maak er wat van, maak er wat van, als je ontevreden bent, nou doe er dan wat an …’ met een zachtjes meezingend kleinzoontje in het achtergrondkoor.

Hun echte ouders sliepen overigens heerlijk begreep ik. En we hadden nog een paar gouden uurtjes, zo ’s morgens vroeg. Met besjes en pannenkoeken van de dag ervoor.

Onze donderdag

Het is donderdag. Zo dadelijk lopen er twee jongetjes ons huisje binnen. De een heeft hoogstwaarschijnlijk een dikke tas mee waarin de spullen zitten die hij een kwartier ervoor onbedingd en per se mee wilde en waarvan hij mij de inhoud trots toont nadat hij zelf de grote glazen deur heeft opengeduwd en zijn jas heeft uitgetrokken en daarbij verteld heeft dat hij nu ook zelf de rits kan dichtdoen. De ander stapt hupsakee naar de platenspeler om daar te proberen de machine aan het draaien te krijgen. Vergeefs. De deksel heb ik weer dichtgetapet, de stroom is eraf.

Verrassingen worden zwaar overschat. Voorspelbaarheid is heerlijk.

We hebben ze nog twee keer samen de hele dag. Vandaag en volgende week. Daarna gaat Lasse naar school. Hij is er klaar voor. Hij kan zijn eigen jas aan- en uittrekken. Hij kan zelf naar de wc

(al vindt hij dat maar saai:
‘Opa, ik moet plassen …’
‘Oké.’
Even later komt hij terug: ‘Opa, jij mag wel mee.’)

en hij kan tellen en lezen en schrijven. En hij verveelt zich inmiddels zo tegen het einde van de dag. Dan wil hij rusten. Dat is: tv kijken. En dat mag dan niet.

Benieuwd hoe we hem na 1 februari om 14.00 bij school aantreffen. Benieuwd of we dan nog even bij de kaaswinkel langs kunnen gaan of dat het grote rusten dan al om 15.00 uur begint.

Ondertussen heb ik dan die kleine O een hele ochtend voor mij alleen. Misschien kunnen we wel naar de bieb en naar de kaaswinkel en naar de Albert Heijn. Misschien kunnen we samen fietsen. Misschien kan ik hem wel leren hoe je de platenspeler bedient zonder de platen te molesteren.

%d bloggers liken dit: