Geen woning, geen koning

We stonden te blauwbekken, te stampen en te klappen, want ondanks 4200 fakkels was het steen- en steenkoud in Stad. Twee regenbuien maakten het niet aangenamer. Maar toen we eindelijk eindelijk liepen, ging het beter. En bovendien: demonstreren doe je niet voor de lol hield ik mijn vrouw en mezelf voor. Een jongeman op de fiets met een gitaar om de nek wilde tussen de mensen door oversteken. Geen schijn van kans. Zijn muziekcarrière was in de kiem gesmoord. Sorry, nevenschade. In ons deel van de stoet waren fakkels niet meer te zien. De organisatie kocht er 4200. Dat had minstens het dubbele kunnen zijn. Ik was er niet heel rouwig om, zo’n fakkel brandt, en dat doen borden en spandoeken ook.

De stoet liep via de Brugstraat, de Hoge der Aa, de Noorderhaven, de Turfsingel, de Radesingel en de Herestraat een rondje Groningen. Dat is een heel eind, kan ik u verzekeren. En met die enorme stoet legden we de stad genadeloos plat. Daar hebben ze in Den Haag niet van terug!

Als je dat soort dingen gaat bedenken, betreed je een kritisch pad. Je gaat bijvoorbeeld denken dat het wel iets sneus heeft: je eigen stad platleggen, inclusief het mooiste muziek-event van Nederland Eurosonic Noorderslag, om ze in Den Haag een signaal te geven. Rutte schaterde. Demonstreren heeft ook iets troosteloos.

Vanaf de Noorderhaven joegen tientallen tractoren ons weer wat adrenaline door het lijf. Ze toeterden ons moed toe in de schoenen, en boosheid in het lijf. We hadden het over eerdere demonstraties. Geen woning, geen kroning bijvoorbeeld. Een actie van de kraakbeweging om de kroning van Beatrix te ontregelen om daarmee aandacht te vragen voor de uitzichtloze positie van woningzoekenden … Dat ging er beslist minder braaf aan toe.

Ik herinnerde mij de woorden van Jan Mulder, zoëven bij de start van de demonstratie. Hoezo een feestelijke Koningsdag in Groningen? Wat zijn wij Groningers toch een braaf stelletje lamzakken. We zijn boos op de overheid en op 27 april ontvangen we onze koning met open armen en zang en dans. En ondertussen leggen we onze eigen stad helemaal plat. Laten we de koning vriendelijk en beleefd meedelen dat we ion Groningen helaas geen tijd hebben voor een feestelijke koningsdag. We zijn druk bezig met schade opnemen, huizen stutten en onze woningen leegruimen voor de versterkingsoperatie. Geen woning geen kroning?

Geen woning, geen koning!

Foto DvhN, bekijk het video-verslag van het DvhN

19 januari 2018

Het is 19 januari en het is de verjaardag van onze moeder. We gaan vandaag naar het graf.

Het is geen bedevaart, we smeken niets af, we vragen nergens om, we hoeven niets, we zijn er gewoon even. We planten wat bloeiende bollen, we pinken een traan, we drinken koffie en of een borrel en wandelen in Prattenburg. Het graf is er al sinds 1983 toen onze grote zus stierf. We liepen er de deur niet plat; ik meen dat mijn vader er zelfs nooit meer is geweest. De onmacht was te groot. Mijn moeder kwam er wel, ik denk vooral toch met mijn kleine zus. Vrouwen zijn zo veel dapperder.

Maar al die jaren was het graf er; een plek met een steen en een piepklein rotstuintje, een plek met een naam, met namen en data gebeiteld in steen.

Wat zeggen we?

Dat de dagen langer worden, dat de hazelaar bloeit, dat de vetbollen weer goed bezocht worden, dat de koffie lekker smaakt en dat de appeltaart weer onovertroffen is, dat de kinderen het zo goed doen, dat het alweer zo lang geleden is, dat bijvoorbeeld. En dat ze gemist worden, dat we ze missen. Allemaal woorden en ze verdienen het om gezegd te worden.

We maken er gewoon een mooie dag van.

Open ogen

Gisterenmiddag verrzamelden de eerste liefhebbers zich al met slaapzakken bij de boekwinkel
Gistermiddag verzamelden de echte fans zich al bij de boekwinkel

In 1977 zou Neil Young Decade uitbrengen, zo ging het gerucht. Geen idee hoe dat soort verhalen zich verspreidden maar ik wist ervan. Bijna dagelijks ging ik naar de winkel om te checken of deze ultieme driedubbelaar al in het schap stond. Dat deed-ie niet. Het was winter, het werd lente, het werd zomer en herfst. Pas op 28 oktober 1977 kwam hij uit. Ik weet dergelijke feitjes niet uit mijn hoofd maar lees ze op de website waar alles over de muziek van Neil Young te vinden is:sugarmtn.org. Het was de moeite waard: er stonden zeker 3 nummers op die ik nog niet had.

Zo ging dat jaren door. Iedere nieuwe plaat weer. Nu hoef je maar wat te klikken en je komt rechtstreeks in zijn hoofd en hoort nieuwe nummers ontstaan. Heel bijzonder. Je hoeft niet meer met een bonzend hart naar de winkel, is-ie er al en wat voor elpee is het geworden?

Eergisteren liep ik bij Godert Walter binnen, de lokale kleine boekwinkel. Die nieuwe bundel van Remco Campert, is-ie er al? De verkoopster moest me teleurstellen. Donderdag, dan komt-ie uit. Even wilde ik vragen: hoe laat? Maar ik ga gewoon om 8 uur bij de deur liggen. Of moet ik eerder?

Rare tijden

Rare tijden beleven we. Aan de overkant op het Kerkhof bij de buren van Provincie een hoop bestuurlijke drukte hetgeen zich vertaalt in het af en aan rijden van Audi’s en BMW’s. Je hoopt dat het om het gas gaat maar waarschijnlijk draait het om de komst van onze koning op 27 april. Want prioriteiten moet je stellen. Is hij eigenlijk nog welkom in Groningen?

Iets verder naar het oosten een kleinzoon op komst. Er zit nog 1 beschuit in de bus. Hetgeen betekent dat ik morgen opa word. Maar zo’n kind, hoe klein ook, laat zich niet commanderen.

Pal hierboven een professor in de virologie met griep; mijn rol als mantelzorger is gezien de aard van de aandoening zeer beperkt.

En down under de Australian Open. Klap na klap slaan de dames en heren zich door de dagen. Als ze klaar zijn is dat pompen gestopt, de baby geboren en bedacht mijn vrouw een middeltje tegen griep. En is Federer of Nadal kampioen.

Grote markt

Op de Grote Markt hebben ze de ijsbaan vorige week alweer laten leeglopen. Het was winter en hij duurde 4 weken. De schaatsen kunnen weer in het vet.

Met het leeglopen van de ijsbaan is ook de enorme tent eroverheen afgebroken, inclusief de koek-en-zopiecorner en het tribunetje. Het kostte ongeveer een week om dat op te bouwen.

Maar een lege Grote Markt is geen gezicht, en dus bouwt men sinds zondag aan een concertzaal voor Eurosonic Noorderslag. Het wordt een tent. Een enorme tent, inclusief een koek-en-zopiecorner en tribunetje. Woensdag is het waarschijnlijk klaar.

Zondag breken ze hem weer af. En dat is maar goed ook want ongetwijfeld staan volgende week nieuwe tentbouwers alweer te trappelen van ongeduld.

Zettingsbevinkje

Mag ik u het woord ‘zettingsbevinkje’ voorleggen?

zettingsbevinkje 1

zettingsbevinkje 2

Klaas Maas uit Voorschoten gebruikt het in een ingezonden brief in de NRC die ik op Facebook las. Maas memoreert dat er nog geen enkel slachtoffer is gevallen en ook dat er een verschil is tussen feitelijk risico en belevingsrisico. En dat de bevinkjes die hier sommige mensen uit de slaap houden, niets om het lijf hebben. In Griekenland komen ze hun bed niet uit voor 3,4 op Richter. Publiekshysterie.

Zijn redenering is gênant. In grote lijnen zegt hij: Er is indertijd al gewaarschuwd voor zettingsbevinkjes. Het is namelijk een normaal neveneffect van ondergrondse mijnbouw. En de gevolgen ervan zijn te vergelijken met de gevolgen van bodemdaling of paalrot. En die worden niet vergoed. Dat we zo spastisch doen over die zettingsbevinkjes is gewoon het gevolg van het feit dat zo’n bevinkje het spektakelelement hebben. Daar gaan we de halve energievoorziening van Nederland niet voor platleggen. Toch?

Als mensen verkleinwoorden gebruiken moet je oppassen. Een spuitje, een shotje, een pilletje, een borreltje, het zijn de woorden van verslaafden. Maak het klein, maak het onschuldig.

Maar fijn dat we nu weten dat de NAM altijd al wist dat er schade zou optreden als gevolg van deze mijnbouwactiviteiten. Dan hebben ze er ongetwijfeld een potje voor.

Nijjoarsveziede

De nijjoarsveziede op het Martinikerkhof verschilt behoorlijk van de nijjoarsveziede van Dorpsbelangen Leermens. Zo was er geen verloting! Daarentegen waren er wel originele Engelse mince pies en die heb ik dan weer in Leermens nooit gehad. In Leermens zullen ongetwijfeld Thomasvaer en Pieternel het jaar op rijm hebben doorgenomen. Ze waren hier op het kerkhof in geen velden of wegen te bekennen. In Leermens kregen we boerenjongens op brandewijn, op het Kerkhof mochten we onze eigen wijn meenemen. Ons eigen eten ook trouwens.

Maar overeenkomsten zijn er ook en de belangrijkste is wel dat zo’n visite betekent dat je de mensen ontmoet met wie je je stoep deelt, met wie je het plantsoentje deelt, met wie je je ergernissen over niet-invalide parkeerders met een invalidenparkeerkaart of illegaal poepende honden deelt, met wie je je Albert Heijn deelt, de mensen kortom met wie je samenleeft.

Dat zijn grote woorden, ik weet het. Want eerlijk gezegd, een aantal van ons bewoners kent elkaar amper bij naam. Maar dat je weet wie er in welk huis woont, en dat je elkaar met nieuwjaar een hand geeft en een glas drinkt, dat is een belangrijk aspect van thuiszijn.

Zaterdag liep ik rond half 5 uur nog even naar de markt; precies: goedkoop bloemen scoren. Weer bijna terug op ons pleintje viel een meisje van haar fiets. Ze had geprobeerd over de trottoirband de hoek om te fietsen. Ik had haar de avond ervoor een hand gegeven. Ze werd overeind geholpen door haar moeder en door de buurvrouw. Ik had hen de avond ervoor een hand gegeven. Juist om de hoek kwam de hostess van die vrijdagavond. Ik had haar die avond ervoor een hand gegeven. Waarna Jan aan kwam lopen. Ik had hem de avond ervoor een hand gegeven.

Het had allemaal wat weg van Mijn Franse tante Gazeuse. Heerlijk.

Met de gevallen dochter is het overigens helemaal goed gekomen.