Lodderen

De film duurt met 54 seconden niet extreem lang, het is eerder een minidocumentaire. We zien een slapende, pasgeboren baby in de armen van haar moeder of vader, dat is niet helemaal duidelijk, ze heeft haar gezicht naar de kijker toe. Er gebeurt bar weinig maar meer dan genoeg. Na 10 seconden zien we hoe er een brede glimlach om haar mond trekt, na 30 seconden zien we een lodderig linkeroogje zich even openen om te checken of alles er nog is en na 50 seconden zien we weer even die brede glimlach. Julia Roberts kan er een puntje aan zuigen. Dan loddert ze verder. Een vinger van papa of mama streelt gedurig de haartjes in haar nek.

Ik werk deze dagen mee aan een project om de kansen van Groninger kinderen op een goede toekomst te verbeteren. Dat is hard nodig. Word je bijvoorbeeld in een van de Oost-Groninger dorpen geboren dan heb je de statistieken niet mee.

Dit meisje werd in de Amsterdamse Rivierenbuurt geboren als dochter van twee hoogopgeleide artsen uit een milieu waar van hardnekkige armoe geen sprake is en waar de papa’s en de mama’s elkaar niet slaan en waar hooguit wat meer wijn en jenever gedronken wordt dan de toegestane twee glazen per week. Wat boft deze meid. En wat is dat tegelijkertijd een afschuwelijke uitdaging. Wie de statistieken zo mee heeft, mag eigenlijk niet verzaken.

Lieve schat, wil ik haar influisteren, word gewoon gelukkig, meer is voorlopig niet nodig. En lodder vooral nog even door. Droom van melk en warmte en zo’n heerlijke vinger in je nek.

Het grote genieten

‘Genieten. Echt genieten. Ja ik ga echt genieten.’ Ze was een vrouw die een boer zocht. Na Studio Sport rolde ik even in ‘Boer zoekt vrouw’. Deze mevrouw ging naar Ierland met haar boer naar keuze en had zich heilig voorgenomen om daar eens uitvoerig een potje heerlijk te gaan zitten genieten. Zij was ernstig op hem en ik had de indruk dat hij ook ernstig op haar was. Mijn vrouw wist beter. Deze boer had eigenlijk een andere mevrouw uitgezocht maar die bliefde hem niet en zo zat hij daar in Ierland met zijn tweede keuze en tja,  dan wil je er toch maar het beste van maken. Ook hij ging echt heerlijk genieten.

De verbetenheid van het voornemen. Mensen schijnen de dure plicht te hebben om te genieten. Tot voor kort maande het bedienend personeel in de horeca de clientèle om ervan te genieten. Wat werd ik daar kriegelig van. Ik meen echter dat daar het imperatief ‘Geniet ervan’ inmiddels is vervangen door een instemmend ‘Helemaal goed.’ Ook een rare uitdrukking als je erover nadenkt, net als ‘Het komt eraan’ maar desalniettemin een frase die mij prettiger in de oren klinkt.

Waar zit ‘m die allergie jegens genieten? Is het mijn gereformeerde inborst? Misschien. Genieten doe je maar in je eigen tijd, zou dan de weerzin verklaren. In het zweet zullen wij werken voor ons brood, tot we terugkeren tot de grond waaruit we zijn genomen. Maar dat vind ik een beetje flauw. Ik denk dat mijn allergie hem zit in het verplichte ervan. In het voornemen. Genot is geluk en geluk koop je niet, geluk verdien je niet, geluk valt je toe. Dus toch die gereformeerde inborst.

Misschien een puntje om aan te werken.


Op de foto een van de zerken die het oude kerkhof in Leermens opvrolijken. Zeer de moeite waard.

Koninginnedag 2022

En toen was ze daar. Zomaar. Uit het niets. Hoe is het mogelijk? Eerst onvoorstelbaar en even later vanzelfsprekend zomaar echt.

Loes. Hun Loes, onze Loes en wat mij betreft ook een heel klein beetje uw Loes. We zijn toch op de wereld om mekaar … Geboren op Koninginnedag. Een Française op Hollandse bodem. Een Hollandse op haar Frans. Een nog ietwat rimpelig propje mens. Smalle handjes, piepkleine teentjes, een lieflijk wipneusje en een stoere bos donker haar. Ik mocht haar gisteren op schoot hebben. Ze sliep, moe van alles wat haar de dag ervoor was overkomen, maar ik bespeurde onmiskenbaar de aanzet tot een glimlach. Op haar truitje een grote opatraan. Hou het maar eens droog bij zo’n mirakel. Moeder en dochter zijn heerlijk thuis en maken het uitstekend.

De stoel van mijn vader

Daags voor de verhuizing zou de stoel bezorgd worden. De straat was juist bestraat. Het nieuwe huis was leeg. Op de  vloer van de woonkamer en de studeerkamer lag gloednieuw Heugaveld. Mijn vader was naar Noord gegaan om zijn stoel in ontvangst te nemen. Ik stel me zo voor hoe hij daar op een  doos met overgebleven Heugaveld-tegels met bonzend hart wachtte. Zijn stoel, voor zijn eigen studeerkamer. Toen ging de bel.

Zo tegen 1966 hadden mijn ouders het gemaakt. Zie dat in perspectief. Mijn vader werd hoofd Opleidingen bij de PTT en we verhuisden naar Amsterdam Noord waar we een flat kregen met 2 verdiepingen inclusief een piepklein tuintje en centrale verwarming. Huur, natuurlijk. Bij Patrimonium, natuurlijk. Mijn moeder ging er weer werken. Onderwijzeres. Ze genoot ervan.

Het nieuwe huis was zo groot dat mijn vader er een studeerkamer kreeg. Met die kamer was zijn droom verwezenlijkt. Hij had echt alles wat zijn hartje begeerde: een bijzonder lieve vrouw, vier lieve kinderen, een akte Pedagogiek, succes in zijn loopbaan, een huis met een tuin en dan nog die studeerkamer. Voor die studeerkamer kochten ze een luie stoel. De vlinderstoel, nu een design classic, toen een statement van moderniteit.

Geluk moet je vieren zal hij gedacht hebben, onderweg van Geuzenveld naar Noord. Hij kocht zich een blikje schelvislever en wat brood.  Toen de stoel eenmaal stond, ging hij zitten en trok zich het blikje begerig open. Hoe gaat dat met blikjes die je opentrekt? Precies, de olie spoot eruit, over de stoel. Wie goed kijkt zit het spoor nu nog in het leer.

Hij zal erom gehuild hebben, daar in zijn eentje in dat gloednieuwe lege huis, in zijn gloednieuwe studeerkamer, in zijn gloednieuwe, voortaan voorgoed bedorven stoel.

Onmatigheid. Het is een vloek.

Een piepklein statement

Koningsdag 2022. De beiaardier wekte me om kwart voor 9 met een vrij iel gespeeld ‘Oranje boven’ maar een kwartier later nam het klokkenluidersgilde de toren over en luidde men er lustig op los. Dat is best indrukwekkend, hoe de galm van die enorme eeuwenoude klokken heen en weer jojoot tussen de hoge huizen aan ons stille hofje. Wie toen nog niet wakker was, zou het nooit meer worden.

Nu is het kwart over tien. Boven is het stil. Veel werkenden hebben vrij. Mij is dat niet gegund. Ik heb een volle week in te halen en bovendien zit ik eigenlijk het best achter mijn bureau, op mijn bureaustoel. En bovendien bovendien: het is een gewone woensdag, vond de thermostaat, beneden is het dus koud en we stoken niet voor Poetin.

En ten slotte bovendien: ik geloof er niet in, in die koning. Stel je toch eens voor: dat je wakker wordt en denkt dat dit land van jou is. Dat je recht hebt op ons belastinggeld, dat je zelf je geld het liefst zo ver mogelijk verstopt, en dat je eenmaal per jaar zuchtend je sokken aan doet om  met je volk te vieren dat Nederland Nederland is. Ik werk, al is het maar om een piepklein statement te maken.

Trouble in paradise

Toen ik eind vorige week het ziekbed uitrolde om plaats te maken voor mijn vrouw zette ik een stoel voor het huis om nog iets van het mooie weer mee te krijgen. Maar het was er druk, het gras, het muurtje, ja zelfs de stoel, het bleek bezet door toeristen en andere passanten. En achter? De achtertuin bleek ingenomen door twee merels.

Merels, ze lijken de onschuld zelve maar vergis je niet, ze zijn de gevleugelde versie van de Ku Klux Klan. Ze settelen zich in je tuintje en verklaren dat stukje grond en alles wat er groeit alsmede het luchtruim erboven tot het hunne. Wie zich er waagt kan rekenen op een snerpend fluitconcert. Op z’n minst.

Dat had ik die eerste uren niet zo in de gaten. Leuk, dacht ik, twee merels. Tot ik het bruut geweld zag waarmee ze ons koolmeesje uit haar nestje joegen. Tot ik zelf uitgefloten werd. Ik wist genoeg. Ik joeg de toeristen uit de stoelen die ik voor het huis had neergezet, ging zitten en floot mijn eigen lied.

%d bloggers liken dit: