Dat of wat

‘De jonge Lyra snapt als enige hoe een prachtig gouden meetinstrument werkt, wat haar in contact brengt met eigenzinnige wetenschappers, een pratende ijsbeer en vliegende heksen.’ Deze zin las ik in de omroepgids. Het is een mooi voorbeeld van het belang van goed dat-wat-gebruik. Stel dat de omroepgids schreef: ‘De jonge Lyra snapt als enige hoe een prachtig gouden meetinstrument werkt, dat haar in contact brengt met eigenzinnige wetenschappers, een pratende ijsbeer en vliegende heksen.’ Dan zou er een heel andere film op tv komen.

De wat-film gaat over Lyra. Omdat zij snapt hoe het gouden kompas werkt, ontmoet ze een eigenzinnige wetenschapper, een pratende beer en een vliegende heks. Zij willen alles weten over het kompas. De dat-film gaat ook over Lyra. Een kompas brengt haar naar een eigenzinnige wetenschapper, een pratende beer en een vliegende heks. Hoe dat kompas werkt, boeit hen niet.

In de boeken ligt het wat-scenario voortdurend op de loer. De lezer krijgt stukje bij beetje meer te weten over Lyra en haar gave. Maar in de film had het dat-scenario helaas de overhand: het Gouden Kompas werd een mooie avonturenfilm maar daar blijft het ook bij. Waarom Lyra als enige dat kompas begrijpt, begrijpen wij kijkers nog niet. Lees de boeken. Die zijn prachtig.

Dat en wat. Het zijn betrekkelijk voornaamwoorden. Ze worden vaak mishandeld. Wat heel jammer is. Binnenkort lees je hier de regels. Dat zal je leren.

Eters in het najaar

We hadden gisteren eters. Veel eters. Althans voor mijn begrippen. Ons Genoegen vergaderde ditmaal met vrouwen, kinderen en schoonkinderen. Veertien stuks – die zie je zitten. Gelukkig hadden ze hun eigen eten meegenomen en konden wij servies en bestek lenen van onze overburen en stoelen van onze gewone buren. Dus ons aandeel bleef beperkt tot het aandragen van soep en wijn en fris voor de bobben.

De vraag ‘waarom blog jij?’ werd vrij indringend gesteld (u herkent hier de lijdende vorm?). Uiteindelijk is het antwoord natuurlijk simpel; het duurde alleen even voordat ik erop kwam. ‘Omdat schrijven leuk is.’

Wat leuk is, moet leuk blijven. Het is vandaag het mooiste weer van alle dagen. Om met Kouwenaar te spreken: zo helder is het werkelijk zelden. Ik neem vandaag een vrije dag op. Wandelen. Nagenieten.

Ik laat u niet met lege handen. Een wintergedicht over een onverwacht bezoek dat uitloopt in een gezamenlijk glas wijn. Voor een goed begrip nog de opmerking dat een rouwmantel natuurlijk een mantel is die men draagt als teken van rouw. Maar een rouwmantel is ook een vlinder. Kouwenaar lees je met woordenboek.

Zo helder is het werkelijk zelden, men ziet
het riet wit voor de verte staan

iemand klopt aan, vraagt water, het is
een verdwaalde jager

het antwoord is drinkbaar, zijn kromme weg
uitlegbaar in  taal

in zijn weitas een bloedplas, het water
verspreekt zich al pratend in wijn

kijk, zegt hij, omstreeks het riet wijzend bij wijze
van afscheid, dit is een rouwmantel

later staat zijn glas daar nog, men ziet
het riet en eet wat –

Uit: Gerrit Kouwenaar, het ogenblik: terwijl. Querido, 1987

Onschuld

De poëziekalender is een geweldige manier om nieuwe poëzie te ontdekken en om oude poëzie te herontdekken. En soms om te zien hoe de wereld is veranderd. Simon Carmiggelt dichtte het gedicht voor dinsdag 14 december. Ik denk niet dat hij straffeloos hetzelfde gedicht vandaag de dag had kunnen schrijven. Onschuld.

De rol van de schoolknecht is nog steeds onopgehelderd.

Overwinter in Groningen

Overwinter (in Groningen)

Op mijn bureau ligt al een tijdje de folder ‘Overwinter’. Ik geef toe, het is wat dwingend gesteld maar u en ik worden hartelijk uitgenodigd om in Groningen te komen genieten van een warme winter. Ik weet het niet. Het is bijna 9 uur, het vriest-ijzelt-regent-dooit, de kippen zijn ondanks gerichte lichttherapie structureel van hun leg  en ik moet een kerstboom kopen. Ons huis heeft luiken aan de binnenzijde van de ramen. Dit is een dag om ze dicht te houden.

Eerlijk is eerlijk. De foto’s laten Groningen-stad op haar mooist zien. Feeërieke plaatjes van het Hoge der Aa en op de omslag een geheel geretoucheerd Groninger Museum. Wat ze er op de foto’s in de folder niet bij laten zien is de troosteloze derrie die achterblijft als het gesneeuwd heeft en er enigszins gestrooid is zonder dat het veel zoden aan de dijk zet.

Het komt hierop neer: ik was eigenlijk al aan de lente begonnen. Anderen troost ik door erop te wijzen dat vanaf volgende week de dagen al weer langer worden. Zelf weet ik wel beter. Het duurt zeker nog een maand voordat je daar wat van merkt. En tot die tijd niks dan mist, miezer en modder.

Mijn vrouw waarschuwde me vanmorgen toen ze de deur uit ging. ‘De stoep is glad’. En zo kom ik toch nog uit bij de koning van de lijdende vorm. Chapeau.

Immortelle XLIX

Wel menigmaal zei de melkboer
Des morgens tot haar meid:
”De stoep is weer nat”. Och, hij wist niet
Dat er ’s nachts op die stoep was geschreid.

Nu dat hij en de meid het niet wisten,
Dat was minder; — maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde
Dat was wel hard voor mij.

Piet Paaltjens