Stadjer

Het is alweer even geleden. We deden Monumentendag in Stad. We beklommen de watertoren bij de Noorderbinnensingel. We verbaasden ons over het uitzicht. Richting het zuiden, maar ook de andere kant op. Al die torens. Die onvermoede hofjes net naast de watertoren. Ja zelfs het Forum krijgt iets majestueus, al is het alleen maar vanwege die enorme glaspartij. ‘Is het dan toch gebeurd,’ vroeg ik me af toen ik gisteren deze foto als achtergrond van mijn mobiel bombardeerde, ‘ben ik nu een Stadjer?’

Ik bedoel, je ziet een stad. Is het er mooi? De ouden van dagen in het verzorgingshuis pal vooraan wonen er ongetwijfeld naar volle tevredenheid maar het is natuurlijk een foeilelijk gebouw. En je ziet dat er veel van dit soort misbaksels staan in die stad. Je ziet ook hoe weinig groen er eigenlijk is, in het centrum. En dat het een beetje een allegaartje is.

Maar je ziet ook: Stad. Wie er ooit woonde, ziet onmiddellijk: dit is Groningen. Het Forum, de Martinitoren, die eeuwige bouwkraan, de Sint-Jozefkathedraal, de Nieuwe Kerk, het Academiegebouw, de A-kerk en wat verder volgt. Misschien is dat het wel, je vertrouwdheid met een plek creëert verbondenheid met de plek. Ooit schreef ik een stukje over de bomen in de buurt, en hoe goed ik ze kende. Ik geloof dat de schrijver ermee bedoelde: ik hou van die omgeving omdat ik ermee vertrouwd ben, omdat ik de verhalen ken.

Dat ik de foto als achtergrond voor op de telefoon klikte, zit’m toch niet in de skyline maar de lucht erboven. Die ruimte. Die enorme wolkenpartijen. Ze zijn er wel in de stad. Je moet er alleen even voor klimmen.

Lees bomen in de buurt (27 oktober 2010)

De kat van ome Willem

Eergisteren was het er zomaar. Daarboven ratelde en haperde het een en het ander rond 2 uur. Een loos belletje. Een andere loze bel. Even niets. En toen wat meer ongeordend gelui. Ik keek uit mijn zolderraam. De zon draaide gewoon door, de wolken kabbelden zoetjes voort en de scholieren vervolgden als altijd zonder op of om te kijken hun vertrouwde scholierenpaadje richting AH. Het was of er niets gebeurd was. Maar het was niet ‘De ploeg in de gouwen’ dat zich over de stad spreidde.

Ik kon na 3 zware maanden op de hele uren nog maar net psalm 128 mee fluiten en had het verschil tussen kwart voor en kwart over nog niet onder de knie.

Niemand die zich omdraaide. Niemand die ook maar even struikelde. Niemand die er nota van leek te nemen. Zal ik dat dan maar doen? Ze hebben een nieuw trommelversteek ingezet. Voortaan horen we ‘De kat van ome Willem’ om kwart voor. Heerlijk herkenbaar. Voor wie het liedje kende.

Hoe het versteek verder in elkaar zit weet ik nog niet: de site van de stichting Martini Beiaard Groningen is nog niet up to date.

Ze beginnen weer

De treinen rijden vanochtend niet en ze willen een file rond Stad vanwege de versmalling van de zuidelijke ringweg. Onweer wordt ook niet uitgesloten. Een meneer van de gemeente rijdt af en aan met een borstelmachine met wat verdachte flacons over de stoepen. Hij maakt een enorme herrie. Aan de straat een bus van de firma Van Wijnen die ik alleen maar ken van bevingschadeherstelwerkzaamheden en de bus van de Hofenier uit Eenum die ik ken van zijn kerstboom in balken die hij ieder jaar in de wintermaanden met tientalen gloeilampjes laat schijnen over het land. Een helikopter dendert over. Vrouwlief vertrekt naar het verre Amsterdam. Een schoondochter fietst langs.

Dus toen de buren met z’n tweeën vanochtend kinderloos langsliepen, terug naar hun huis, wist ik het zeker: de vakantie is voorbij, de scholen zijn weer begonnen. In Leermens en omstreken meldden ze me dat altijd per spandoek. Hier moet je het allemaal maar zelf uitdokteren.

In Leermens en omstreken keerde na de zomer de rust weer. Die zalige rust. Hier in Stad begint het pas.

Op de foto de Relaxerette, de zomerhit van Noorderzon 2018: je gaat liggen, krijgt een koptelefoon op en laat je draaien in een enorme braadspit. Zachtjes schommel je boven het park en iemand fluistert je een mooi verhaal in de oren. Gisteren was het de grote kinderwagenparade: de afsluiting van eer een mooie week. Dus ja, ik had het kunnen weten. De vakantie is voorbij.

Lefgozers in Stadhuis

Waar de Turfsingel het Boterdiep raakt en een flinke knik maakt, in die bocht is sinds jaar en dag een benzinepomp gevestigd. Het gebouwtje zelf is ooit voor Esso ontworpen door Dudok. Het is een schattig jaren 50-gebouwtje. Maar helaas, zo’n benzinepomp hartje Stad past niet in de visie die Groningen voor zichzelf heeft ontwikkeld. En dus smeedde men een plan om de pomp te sluiten en met het gebouwtje iets te doen. Maar wat? En zo kwam het. ‘Eureka, horeca! We maken er een café van. Met een terras!’ U zult denken: ‘Een terras, hadden ze dat niet al in Groningen?’ maar een extra terras kan nooit kwaad dachten de ambtenaren.

De Turfsingel. Stelt u zich eens voor. Ooit werd die singel gebruikt voor de turfschepen die even verderop, pal bij ons, de turf losten aan de Turfstraat. Dat turf kwam uit het veen en werd gebruikt als brandstof. Het moet er een grauwe en vieze bedoening zijn geweest, daar aan die Turfsingel.

En nu gaat de boel op de schop. Het project kreeg een naam: ‘De Gouden bocht’.

Gouden_bocht-amsterdam

Ik ben een Amsterdammer. Ik ken de Gouden Bocht een beetje. Ik citeer Wikipedia: ‘De Gouden Bocht is het meest prestigieuze deel van de Herengracht in Amsterdam.’ De knik in de Turfsingel, daar waar het Boterdiep gedempt is, die plek zou ik niet snel als Gouden Bocht hebben beschouwd. Maar ik vind het moedig. Haast wat branieachtig.

Over Amsterdammers wordt hier wel eens wat smalend gesproken als lefgozertjes maar de echte lefgozers zitten toch in het gemeentehuis van Groningen.

Nawoord 09.39 uur: Vanuit de gemeente begrijp ik dat de werktitel van dit project luidt: ‘Dudok aan ’t Diep’. En over de bestemming: die ligt niet vast. Tijdens het jaarlijkse meedenkfestival Let’s Gro kunnen we allemaal nog ideeën aandragen. Kennelijk zitten de lefgozers niet in het gemeentehuis maar op de redactie van het Dagblad van het Noorden (mijn bron).

346 jaar geleden

De meisjes van de bakker bij AH keken me glazig aan. Of ze open waren morgen, vroeg ik gisteren. ‘Het is morgen dinsdag, dus ja, we zijn open’ formuleerden ze gezamenlijk en bedachtzaam. Je weet het nooit met zo’n oude man, is hij gewoon in de war of ontzettend dement? ‘Bommen Berend’, verduidelijkte ik de aanleiding van de vraag. Dat hielp niet. ‘28 augustus, Gronings Ontzet?’ Nu wisten de meisjes het zeker: dement is-ie niet maar gewoon erg in de war. ‘Nee hoor, we zijn morgen open.’ En ze gingen verder met de pistoletjes.

Dank u. Ja, we zijn er nog steeds erg blij mee. Het is 346 jaar geleden en wat we exact vieren is mij eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk maar het is gratis en dat vergoedt veel. Het springkussenfestival, het concert met songs uit grote musicals van vroeger en nu, de paardenkeuring, de voorstellingen van het Bommen Berend Jeugdtheater, de ceremonie bij de buste van Carl Rabenhaupt, de 28 Augustus Ontzetrede, het shantykoor, de scienceshow, de dronedemonstratie, een kwartier beierend improviseren op Ain Pronkjewail en wat dies meer zij, dit alles afgesloten met een groots en briljant traditioneel vuurwerk.

In de provincie wordt het feest niet gevierd. De hogeschool werkt door, de universiteit werkt door, het UMCG werkt door. En ja, ook de winkelmeisjes werken door. Bommen Berend is een feest van bejaarden voor bejaarden. En kinderen, want de scholen zijn nog niet begonnen. Mij ontgaat de rechtvaardiging ten enemale.

Misschien is dat wel het leuke ervan.

Bekijk het hele programma Gronings Ontzet 2018 en verkneukel u over de link: precies. 2017. Ze hebben het hele programma gewoon gecopy-pastet.

En bekijk deze video van het Dagblad van het Noorden: de grote Bommen Berend quiz

Thuis

Ik ging op sentimental journey naar Leermens. Dat wil zeggen: ik ging lekker in Loppersum tennissen om daarna puppy te kijken bij de tennisvriendin om daarna stiekem even door Leermens te rijden. Wat is het vreemd om langs je eigen huis te rijden. We waren thuis, geloof ik, de luiken waren open en ik moet de haag binnenkort weer snoeien. Hij stond op na-vakantie-hoogte.

De kerk is tegenwoordig in beheer bij een commissie Leermsters en zij timmeren behoorlijk aan de weg. Letterlijk. Er stond een mooi houten bordje op het dorp met een verwijzing naar de prachtige kerk en hoe er te komen. De hangende bloempotten hingen er prachtig bij. Het grote verbouwen aan de overkant was nog niet begonnen. Wat een wonderbaarlijk mooi dorpje is Leermens toch. Even overwoog ik om te stoppen, en een rondje dorp te doen. Maar ik had al de hele ochtend verkwanseld met tennis zonder een cent te verdienen en ik hoorde iets van plicht roepen.

En zo reed ik door. Maar bij Lutjerijp stopte ik toch even. Hoe de wolken aan de horizon opgetild werden door een streepje blauw, hoe het land zich loom uitstrekte, hoe de ruimte me overweldigde. Een foto, dacht ik. En toen: laat het los, laat het gaan.

Ik reed verder, vol van gemis. En toch, toen we eind april op vakantie waren dacht ik bij thuis aan mijn dorpje en mijn huisje. Toen we een paar weken geleden terug kwamen van vakantie voelde Stad wel erg vertrouwd. En toen ik van het Boterdiep naar huis liep, speelde de beiaardier van de Martinitoren een prachtig paaslied. Op ons kerkhof zaten wat lunchers. De stemming was er licht en opgewekt. Ik plukte wat dode geraniumbloemen uit de bakken voor het huis en pakte mijn sleutel. In mijn rug priemden wat jaloerse blikken. Ze hadden gelijk.

De foto plukte ik uit mijn eigen bibliotheek. We zien Eenum. In de verre verte.

De toren van Babel

Pal tegenover ons bouwt Stad aan een nieuwe toren. Hij reikt vrijwel tot de hemel. Over een jaar is-ie klaar en mogen we ermee spelen. Ik heb wel een probleem. Ik kijk naar het Forum en zie de toren van Babel.

Toren van Babel

Dat is een vreemd verhaal, het verhaal over de Toren van Babel (Genesis 11). Ik heb op school geleerd dat God de mensen strafte met spraakverwarring omdat ze hoogmoedig werden en Hem van de troon wilden stoten. Maar zo is het niet gegaan. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we een stad bouwen, waarvan de toren tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden we niet over de aarde verspreid.’ Ik vind dat geen rare. Stel je het landschap in Noord-Groningen voor, laten we zeggen zo’n 300 jaar geleden. Al die torens bij of op die kerkjes daar boven op al die wierden. Wie in Leermens woonde kon zijn toren van verre zien: daar wonen wij. Daar horen wij. Dat is het hele punt van een toren.

Jahwe dacht er anders over. Hij zei: ‘Nu zijn ze nog een volk en spreken ze allen dezelfde taal. Wat zij nu doen is nog maar het begin; later zal geen enkel van hun plannen meer te stuiten zijn. Laten Wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt.’

Ik vind dat zo op het eerste gezicht een vrij minne streek. Hij had ook kunnen afwachten en hopen op het beste. Misschien waren die plannen zo gek niet. En Hij wist hoe hoog de hemel is.

Ik woon tegenover ons Groninger Forum. Het staat nog in de steigers en het lijkt sprekend op de Toren van Babel die ik ken. Die van Breughel. En ik maak me zorgen. Zou Jahwe wel eens neerdalen voor een ijsje en het geheel in ogenschouw nemen? Want als Hij dat doet, dan gaan we hier nog een majeure spraakverwarring krijgen. En Groningers worden over de hele aardbodem verspreid. Waar een stukje cultuur al niet toe kan leiden.