Verliezen is geen optie

Militairen-op-grote-markt-groningen-dvhn

Het was gisteren een drukte van belang op ons kerkhofje. De scholen zijn weer begonnen en dus trekt het scholierenpaadje dat dwars over het plantsoen loopt weer veel volk. Het is de meest rechtstreekse weg van de middelbare scholen naar de AH waar scholieren in de pauze een zak chips moeten scoren. Op het appartementencomplexje boven het gemeentehuis werd een kamer geplaatst met behulp van een hoogwerker en een boomverzorgingsbedrijf was de hele dag in de weer met boomverzorgen. Ten slotte groef een bedrijf de hele dag forse gaten om die vervolgens weer dicht te gooien. Het moet gebeuren, ik weet het. Maar toen ik zelf naar AH ging vroeg ik toch maar aan de meneren wat hun toegevoegde waarde was geweest, de afgelopen dag. Ik heb goed nieuws: ze hebben slechte grond afgegraven en vruchtbare grond opgebracht zodat straks er een aantal nieuwe bomen geplant kan worden.

Nietsvermoedend wandelde ik vervolgens naar de toren om toch ook even te kunnen controleren of dat kamertje daarboven stevig zit. U heeft in mij geen groot journalist maar wel een nieuwsgierig mens.

Ik ging er maar even goed voor staan, daar bij de Martinitoren. Maar voordat ik een blik omhoog kon werpen, zag ik de Grote Markt afgezet met tanks, jeeps, heel veel soldaten en net zoveel politie. Een staatsgreep schoot het door me heen. Daar op 6 september wordt de nieuwe vrije republiek Groningen uitgeroepen.

Ik bleek abuis. Men vierde regimentsdag op de Grote Markt. Ik ving nog net een deel van een toespraak op.  Een sergeant knalde in afgemeten zinnen van 3 of 4 woorden het motto richting zijn toehoorders. ‘Ons motto is … onze lijfspreuk is … altijd vooraan … Noorderlingen denken misschien … arrogant … Maar … … verliezen is geen optie … alleen winnen telt …’ De puntjes verbeelden pauzes.

Ooit deed ik op hun verzoek  een offerte richting iets militairs inzake het leren schrijven van een goede speech. Ik werd het niet.

De foto komt van het Dagblad van het Noorden. Zij schreven eronder: ‘Legervoertuigen en militairen staan vandaag ten faveure van zichzelf op de Grote Markt in Groningen. Ze behoren bij het 44ste Pantserinfanterie Bataljon Johan Willem Friso uit Havelte.’ Daar moest ik dan wel weer om lachen.

Bommen Berend

Schermafbeelding 2017-08-28 om 09.10.36.png

Vreemd hoe dat gaat. Vroeger, toen ik nog in de Ommelanden woonde, had ik niets met Bommen Berend. Nu wel. Om half negen luidde er iets als een angelusklokje, waarschijnlijk om de kranslegging bij de buste van Rabenhaupt een officieel tintje te geven. Vanavond is er vuurwerk. En straks Freek de Jonge in het Academiegebouw. Nu, terwijl ik dit schrijf, dreunen enorme klokken over ons verstilde pleintje. Ze gaan los. Wacht, ze vinden nog een bel. Wie kan sneller? Een dirigent ontbreekt.

Of het is oorlog, of het is feest.

De grote klok blijft het langst luiden, hijgend, amechtig, plechtig. Na 10 minuten is het voorbij en scheurt de grasmaaier over het plantsoentje.

Misschien verklaart dit wel het succes van Bommen Berend: net nadat je weer met werken begon, ben je erg toe aan weer een vrije dag. Als Groningen op 28 september was ontzet, had er geen haan naar gekraaid.

Het programma

Klokkenluider gezocht

kerk-leermens

Er gebeuren dingen. Ze gebeuren tegelijkertijd. Je bent geneigd er een verband tussen te zien. Noem het de menselijke permanente zoektocht naar een stukje zingeving. Er is kermis in stad. De klokken van de Martinitoren luiden niet meer. Toeval of beleid?

En dat de klokken van de Westerkerk in Amsterdam aanhoudend luidden? En het carillonconcert morgenochtend? Of aanstaande maandag om reden het is dan Bommen Berend?

Wat het ook is, ik vind het ingewikkeld gevoelsmatig en qua biortitme. Ze luiden namelijk vrij pregnant, die klokken. En die carillondeuntjes, die kruipen in je. Dus na een week of 2 was ik wel aan gewend. Na 3 weken hielp het me bij de indeling van mijn uren. Zo’n klok wordt toch onderdeel van je leven.

En natuurlijk, net als je er een nodig hebt is er nergens een klokkenluider te bekennen.

De ballade van Jannes van der Wal

EXCEL96467_vouwvel.indd

De Verenigde Staten hadden hun eclips. Dat duurde 2 minuten. Groningen heeft weer Noorderzon. Dat duurt 10 dagen. Wij Stadjers zijn dan de hele dag in het grote park en bezoeken tal van fijne kleine voorstellingen en ontmoeten er oude vrienden en nieuwe onbekenden.

Nou ja, bij wijze van spreken dan. Als ik vrienden ontmoet zijn ze haast per definitie oud. En nieuwe onbekenden, daar begin ik niet meer aan. Maar we zien wel van alles en dat is in principe leuk. Bovendien leerde ik gisteren weer een belangrijke les over kunst. Kunst is niet mooi of lelijk of fijn of verontrustend of grappig of erudiet of oud of nieuw. Kunst is toch in de allereerste plaats waarachtig en onbedacht.

Dat ik die les leerde kwam door de voorstelling die we zagen. Een poppentheater waarin de poppenspelers een toneelstuk gingen spelen waarin die personages naar de film gingen … En dat allemaal ook nog eens in boventiteld Argentijns, dat zeg ik erbij. Mij ontging de relevantie van het Droste-effect hier geheel en al. En het was niet grappig. En waar het over ging, kreeg ik ook niet mee. Over de onderdrukking van de vrouw? Of de wederopstanding van het communisme? Het duurde bijna 2 uur, dat staat me nog helder bij.

Dan Meindert Talma. In een houten keet zong hij voor 20 toeschouwers de ballade van Jannes van der Wal. Hij ging links in de hoek zitten, nam een slokje water uit zijn flesje, zette de vooraf opgenomen begeleiding aan en begon te zingen. Gewoon. Zo.

En wat een verhaal.

Luister en zie het zelf. Op Youtube. Meindert Talma, De ballade van Jannes van der Wal.

Ties

Bramen

Ik ging naar Leermens om bramen te plukken. Ik leerde er het woord ‘ties’. Kieskeurig. Zelden een woord gehoord dat zó verklankt wat het betekent. Er zit iets zuinigs in, maar door de langgerekte ‘ie’ ook iets tastends en proevends.

Bij het plukken was ik in eerste instantie niet bijster ties. Langs mijn eigen talud (wie maakt ons los?) stonden ze er niet heel geweldig bij. Om nog wat opbrengst te hebben neem je ook genoegen met de wat kleinere, de rodere en soms zelfs met bramen die je om 5 voor 5 op de zaterdagmarkt zou kunnen krijgen.

Maar langs de Schansweg daarentegen stonden bramen zoals bramen bedoeld zijn. Groot, sappig, zoet. Juist dan word je ties. Bramen die ik op mijn talud graag had geplukt, liet ik langs de Schansweg staan. Voor de vogels. Voor de mensen die dit lezen en het wat minder hoog in de bol hebben. Voor de laatkomers.

Het trommelversteek van de Martinitoren

Martinitoren-blauwe-lucht.png

Hier, aan de voet van de Martinikerk, worden de minuten geteld. Ieder kwartier wordt hier genadeloos afgetikt en uitgeluid met een piepklein deuntje. Bij ieder uur staan we even sprakeloos stil om haar vervolgens met muziek en gebeier vaarwel te zwaaien.

Ik probeerde er een systeem in te ontdekken, in die deuntjes. Het lukte niet. Ze lijken in mijn ietwat versleten oren allemaal op elkaar. Maar ze verschillen, zo begrijp ik uit een toelichting op het trommelversteek van het carillon door stadsbeiaardier Auke de Boer. In zijn woorden:

Om het vol uur klinkt :  Psalm 121 “ Vers les mont j’ay levé mes yeux”
op het eerste kwartier een Gronings volksliedje “ dei olle grieze toren”
op het half uur een aria uit het Klavierbüchtlein für Ana Magdalena Bach. Een muziekboekje dat Bach schreef voor zijn vrouw ca. 1725
op kwart voor ter gelegenheid van de komst van de nieuwe bisschop Ron van den Hout voor het bisdom Groningen -Leeuwarden een fragment uit het Alleiua Excultate Jubilate van W.A. Mozart

Ieder kwartaal maakt De Boer een nieuw versteek.

Versteek. Ik leerde een nieuw woord. Versteek. Trommelversteek. O jongens (en meisjes en mensen die nog aan het dubben zijn wat ze zijn of waren of willen worden), wat een woord. Het trommelversteek van de Martinikerk.

 

 

Ogen en oren

Ulysses-ensemble-in-Groningen

Spannend! Ietwat schuchter loopt ze met haar moeder uit de kring met omstanders naar voren, haar viooltje in de hand. Ze gaat meedoen, dat zie je. Eenmaal vooraan krijgt ze koude voeten en ziet ervan af. Tranen. Allicht. Ze was het zo van plan.

We zagen haar dappere poging gisterenmiddag, toen het Ulysses Ensemble optrad bij de A-Kerk. We waren “even een ijsje” kopen. Het was feest in stad. De Bouke Mollematocht-fietsers zouden voor veel verkeer zorgen. Dat deden ze ook maar we kregen er eigenlijk niets van mee. Wie bij de entree van de Martinitoren ons “hofje” in loopt, stapt in de oude wereld. Het is er stil. Dát de Bouke Mollematocht verreden werd, wisten we van zoonlief die Bouke en zijn tochtgenoten in Zuidhorn filmde.

’s Middags dus dat ijsje. Een wandelingetje van niks. Grote Markt, Folkingestraat, Zuiderdiep, Reitemakersrijge, Kleine der Aa, Brugstraat, A-kerkhof, Grote Markt en thuis. Op het gras verpoosden een groepje dak- en/of thuislozen alsmede een aantal Motörheadjongens en –meisjes in de zon.

De klok luidde half vijf.

Ik kom ogen en oren tekort. Spannend.