Knus knusser knust

O f#@! NIMBY Ik bedoel, de Grote Markt kan knusser. Ze hebben er een architect naar laten kijken en die zegt dat het kan.

We hebben het niet over nu, nadat ergens tussen 2010 (?) en 2021 de rooilijn van de oostzijde 16 meter naar voren is geschoven. Voor wie dat niet voor zich ziet: het oude gebouw van studentenvereniging Vindicat is gesloopt en 16 meter meer naar het westen opnieuw neergezet, maar dan mooier en beter en duurder. De samenleving betaalde een flink deel van de operatie. En het gebouwencomplex ernaast is gesloopt en in plaats daarvan staat er nu een kolossaal hotel en een appartementencomplex.

We hebben het niet over 2022 en 2023 als de Grote Markt een Grote Beurt krijgt.

We hebben het over daarna. Dan is de Grote Markt best wel knus maar nog niet op zijn knust.

Er blijkt een gemeentelijk landschapsarchitect te zijn. Jaco Kalfsbeek. Zo’n man moet ook werken, dat begrijp ik. Maar wanneer is genoeg genoeg en klaar klaar en knus knus?


Op de foto de oude en de nieuwe situatie volgens ons Dagblad.

Doodlopende weg

In Leermens woonden we aan de doorgaande weg tussen ’t Zandt en Oosterwijtwerd. Bij tijd en wijle kwam er een auto langs of denderde een melkwagen of tractor ons huisje voorbij. Eerlijk is eerlijk, in de oogsttijd of als het land geploegd moest worden, kon het er best eens druk zijn. Dan kwamen er zomaar 3 of 4 auto’s langs op een slechte ochtend. Met Hemelvaart had je dan ook nog eens de Noorderrondrit op de fiets. En dag in dag uit liepen er buren met hun honden. Dat we verhuisden naar ons  kerkhofje in Stad was mede ingegeven door het feit dat dat kerkhof een doodlopende straat was en dat parkeren er verboden is en dat honden er niet mogen komen.

Nu, twee lange dagen lang is ons hofje echter een doorgaande straat om reden ze asfalteren Turfsingel. Het verkeer dat anders aan de Turfsingel de schouwburg voorbij rijdt, komt nu bij ons langs. Dat is best lastig voor de mensen van de dienst Handhaving en Parkeren die aan  ons kerkhofje hun auto’s parkeren. En ook al die mensen die er hun hond uitlaten moeten extra oppassen.

En ik ontdek dat de Turfsingelbewoners heel wat herrie, stank en uitlaatgassen voor hun kiezen krijgen. 363 dagen per jaar. Het spijt me voor hen. Toch zal ik blij zijn als we weer gewoon een kerkhof zijn waar inrijden kan, maar doorrijden niet.

Macht en onmacht

Vannacht sliep Den Haag hier bij de buren. Ze gingen formeren en logeren. We zagen donderdagochtend hoe Kaag, Jetten, Hoekstra en hoe ze allemaal heten met het rolkoffertje uit de grote zwarte auto’s stapten. Even later kwam Rutte: hij had maar een heel klein koffertje bij zich, en weer even later kwam Remkes aangewandeld.

Ze kozen voor Groningen om een dag bij te praten met gedupeerden en bestuurders (ik citeer hier ons Dagblad).

Hoekstra zei dit:

‘Wij hebben de dure plicht om dit proces met meer voortvarendheid aan te pakken. Dit móét worden opgelost. De verwachtingen bij de Groningers zijn hoog maar het tempo is veel te laag. Het is te gemakkelijk om te zeggen: met een dagje hier kijken weten we hoe het moet. Er zijn allerlei goede ideeën op tafel gelegd, maar daar moeten we eerst verder met elkaar over in gesprek.’

Rutte zei dit:

‘We moeten niet weer in de fout vallen om te zeggen: dit gaan we regelen, dat is precies waar het de afgelopen jaren fout is gegaan. Het resultaat is dat er bij de bevolking totaal geen vertrouwen meer is.’

Tja. Je hoeft als stukjesschrijver niet eens zelf meer cynisch te zijn. Je premier en je vice-premier zijn het al. Bij het Provinciehuis stond een handjevol mensen te demonstreren. Ze vertelden hun verhaal aan wie het nog horen wilde. Maar dat waren er niet veel.

De machthebbers komen een nachtje logeren in Groningen, de onmachtigen leven er.

Stronk

Je knippert met je ogen en het is gebeurd. Hij is om, in stukken, weg, verdwenen.

Hij stond op de hoek. Een enorme kastanje. Niet weg te denken. Het schokte me toen ik zag dat-ie om zijn stam een plastic lint gebonden kreeg. Geen goed voorteken voor een boom. Dat klopte. Hij moest om: kastanjeziekte.

Gisterenochtend was het zover.

martinikerkhof-kap-kastanjeboom-najaar-2021

Een hoogwerker vatte post met erachter een tractor met aanhangbak. Ik bekeek het gebeuren met mededogen, maakte wat foto’s en ging aan het werk. Een uurtje later was het zomaar gedaan. Van tevoren denk je dat je hem gaat missen. Maar het is nu – hij stond er misschien wel 50 jaar – 24 uur geleden en het is dat je de stronk nog kunt zien. Maar anders …

Laat dat een les zijn, zorg voor stronk.


Op de foto boven dit stukje het Martinikerkhof rond 1935, onze boom stond daar pal op de hoek. Dezelfde? Foto Beeldbank van de Groninger archieven.

Bieten

Wie goed kijkt ruikt de bieten. Of verbeeld ik me die geur? Staat de wind verkeerd, is die fabriek op Hoogkerk allang gesloten? Op de Grote Markt bouwt men zich een tent zo groot als de Grote Markt. Zelfs de fietsen moeten ervoor wijken. In die tent straks het oktoberfeest. Met Marc Bakker, Schlagerband Jawohl en Uli Jurgens. Ja, ze willen herfst.

Maar ik, ik kocht van Raymond Carver ‘Uit het oosten, licht’. Scènes. Drama’s. Kleine verhaaltjes over kleine mensen met grote gevoelens.

Het kortste gedicht is dit:

De jonge meiden

Vergeet alle ervaringen die je ineen doen krimpen,
En alles wat met kamermuziek te maken heeft.
Musea op regenachtige zondagmiddagen, enzovoort.
De oude meesters. Dat soort dingen.
Vergeet de jonge meiden. Probeer ze te vergeten.
De jonge meiden. En dat soort dingen.


Raymond Carver, Uit het oosten, licht 2021 isbn 978 94 93186 34 7. selectie en vertaling Astrid Staartjes. Uitgeverij Vleugels.

Visite

De beide dames liepen de hal in en groetten me vriendelijk. Ik liep juist met wat hand- en theedoeken de trap op, zondag wasdag. Ze gingen er even goed voor staan. Ze bewonderden het schilderij dat in de hal hangt, bekeken de prent van Montyn en spraken hun waardering uit over onze twee wolkenlampen. Ook de kapstok kon rekenen op waarderende woorden. Dat stemde me natuurlijk blij maar die blijdschap werd toch overheerst door verbazing. Ik kende beide dames echt niet.

‘Ik denk dat u verkeerd bent’ zei ik, ‘we hebben de deur nog open omdat we net buiten zaten.’
‘Nee, nee, we kijken huizen.’
‘En nu bekijkt u ons huis?’
‘Precies.’

Ze wilden doorlopen, de woonkamer in. Ik legde de was op de trap en draaide me om.
‘Maar waar wilt u dan zijn?’ Je moet toch wat.
‘We bekijken huizen in de stad. En dit staat op de lijst.’
Ik had even geen weerwoord. Als je op de lijst staat, sta je op de lijst.

Maar ik zag: er begon iets te knagen. Er begon iets te dagen.
‘Of wóónt u hier? En lopen wij hondsbrutaal uw woning binnen?’
‘Hondsbrutaal wil ik het niet noemen maar inderdaad, we wonen hier en u loopt naar binnen.’

Zichtbaar geschrokken draaiden ze zich om en liepen snel de deur uit. Maar één dame kon het toch niet laten. Bij de deur draaide ze nog even om. Ze wees haast wat gepikeerd op de nieuwe deurmat.
‘U heeft anders wel de rode loper uitgerold.’

%d bloggers liken dit: