Ons zoepenbrijklokje

kerk_leermens

Ook zin in karnemelkse pap? Luid hier uw eigen Leermster zoepenbrijklokje

Iedere dag – zelfs op zondag – luidt in Leermens klokslag 11.31 uur het zoepenbrijklokje. De klok luidt dan langdurig. Hoe lang? Dat merkt u vanzelf als u hierboven de link aanklikt. Het zoepenbrijklokje is het  seintje is voor de arbeiders op het veld dat het tijd is voor het eten en voor de vrouwen dat de karnemelkse pap op moet. Zoepenbrij is de Groningse benaming voor karnemelkse pap.

Als thuiswerker met altijd wel een kliekje in de koelkast of een ei om te bakken hoef ik geen karnemelkse pap te eten. Gelukkig. We aten dat vroeger wel eens – ik vermoed dat mijn moeder dan op de lijn was. Karnemelkse pap is niets anders dan 60 gram bloem gekookt in 1 liter karnemelk. Mijn moeder was geen keukenprinses. Stelt u zich de klonten voor. Ze serveerde er basterdsuiker bij. Nou ja, misschien heeft ze het ook maar een paar keer gedaan.

Maar om 11.31 uur gaat die klok. In Groningen hebben ze geen arbeiders. In Groningen hebben ze geen zoepenbrij. In Groningen hebben ze een carillon. Malle stadse fratsen.

Over het zoepenbrijklokje schreef Martin Hillenga een verhelderend stukje op www.levenderfgoedgroningen.nl. U heeft vast nog tijd om dat te lezen.

Alles klopt

Wierdeweg-1-LeermensIk plukte de eerste aardbeien van het jaar. Een spannend moment want ik kocht vorig jaar nieuwe planten en was benieuwd of ze inderdaad zo goed waren als beloofd. Toen ik de bol weer boven de haag uitstak, stapten er juist een meneer en een mevrouw uit de auto. Belangstellenden? Belangstellenden!

Toen Sylvia Witteman zaterdag op Twitter haar bewondering voor ons huis uitsprak, explodeerde de virtuele belangstelling op Funda. Een mevrouw twitterde mijn vrouw dat ze het zo zou willen kopen maar ja, ze woonde in de Verenigde Staten. Ik denk dan: we accepteren ook dollars maar het was vooral de afstand die een probleem vormde. Trouwens, zelfs La Witteman zelf vond het wat te ver, Amsterdam – Leermens.

Al die virtuele belangstelling is natuurlijk leuk maar als er dan echte mensen in het echte leven voor je deur uitstappen, doe je die open. En zo geschiedde. Ik had haar ooit geïnterviewd voor een catalogus over een grote tentoonstelling in Appingedam. Zo groot is het hier allemaal niet. Ze wonen prachtig weet ik, maar ze waren gewoon nieuwsgierig. Dat moet ook kunnen. En dus kregen ze de grand tour. Ze vonden het mooi. Ze vonden het prachtig. ‘Alles klopt’ zei hij. Dat vond ik een mooi compliment.

En die aardbeien? Die waren heerlijk. Precies zoals aardbeien bedoeld zijn.

Vindt u Leermens te ver? Doe dan de grand tour op Funda. Virtueel, maar ook best leuk.

De provincie

Vlaamse_ambtenaren_dagje_uit

Vlak bij ons nieuwe huis is een fitnesscentrum. Ik nam er vast een kijkje: het lijkt me wel wat, een fitnesscentrum om de hoek. De meneer die er de scepter zwaaide, nam me grondig op. ‘U komt van de provincie?’ stelde hij vast.

Mijn klomp brak.

Hoe ziet zo’n jongen dat? Ik voel me als mens altijd al heel stads. Bovendien: ik moest werken en droeg kekke schoenen en had mijn chique jas aan. En tóch. De provinciaal in mij is kennelijk onmiskenbaar. Ik spartelde wat. ‘Ja, dat klopt maar over een paar maanden wonen we in de stad.’ Hij keek me verbaasd aan. Toen daagde het hem. ‘Ik bedoel, u werkt in het Provinciehuis? Provincie-ambtenaren kunnen gratis sporten op bepaalde tijden.’

Ik haalde opgelucht adem. Hoor ik er toch bij.

Jam, kikkers en hout

zomaar-een-plantsoen-in-Stad

Zo’n kastanjeboom van een jaar of 50, dat is best veel hout. Ik had Jeroen gevraagd of hij de boom in vertilbare stukken wilde zagen en voelde me apetrots toen ik zag wat hij in mij zag. Stammen van een paar meter lang die ik niet met 2 armen kon omvatten zag hij me het talud (5 meter) optillen! Toen ik constateerde dat mij dat niet meer gegeven is, was Jeroen de beroerdste niet. Hij zaagde die 20 stukken in 40 stukken en een aantal van die stukken kloofde hij nog eens. Heeft u een boomhakker nodig? Ik weet een goede!

En ja. Al dat hout ligt nu boven bij het houtstek. Een groot deel heb ik in nog veel meer stukken gezaagd en gekloofd, een groot deel moet nog. Mijn dorpsgenoten bekijken het met iets van mededogen en wat lichte spot. ‘Zaag je voor je opvolgers?’ vroeg iemand.

Ik ken die opvolgers nog niet. Ze zullen vast heel aardig zijn. Maar dat hout neem ik mee naar Stad. Op zo’n avond dat hier de kikkers kwaken dat het een lieve lust is en de stilte verder genadeloos en de hemel aardedonker, op zo’n avond wil ik in mijn Groningse houtkachel dan wat kastanje uit Leermens opstoken en een krekker met Leermster jam eten.

Ik weet het. Op een dag is het op.

Op die dag bel ik Jeroen. Er zijn daar in Stad best veel bomen, eentje zullen ze vast niet missen.

De kont tegen de krimp

VV'tZandt-camping

In het naburige ’t Zandt moest dit jaar vanwege een sterk verouderd ledenbestand de voetbalvereniging sluiten. Ons Dagblad meldt dat twee mannen het complex nu willen ombouwen tot een camping. ‘Maar’, schrijft het Dagblad,

‘het moet meer worden dan een camping alleen. Wildeman en compagnon Stukkien zien iets voor zich dat ze ‘een sociaal dorpsbedrijf’ noemen. Een plek die leven in de brouwerij brengt en waar mensen terecht kunnen die – om wat voor reden dan ook – zorg of begeleiding nodig hebben. „We willen dit initiatief aangrijpen om iets moois te doen voor het dorp en voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.”

Hun droom?

“Een gezinnetje uit Zutphen, pak ’m beet. Drie kindertjes waarvan ééntje met een handicap. Die heeft veel zorg en aandacht nodig, maar die ouders willen niet dat de andere twee ondersneeuwen. Als ze hier vakantie vieren, kunnen ze zonder zorgen een dagje met z’n vieren weg, want op de camping is alle zorg en begeleiding voor hun gehandicapte kind.”

Ondertussen zagen wij vrijdag Lubbe van Leermens en genoten wij zaterdagavond en -nacht van een echte Leermster tompouce en een spetterend optreden van O’fifty in de gigatent op het dorp. Althans, het spetterend optreden vond plaats in de tent, ons genieten op de bank, in bed en even later weer op de bank, bij nóg maar een moord. De geluidsisolerende werking van tentdoek wordt wel eens overschat. Maar zo’n feest heb je maar eens in de 975 jaar en ik weet bijna zeker dat we dat niet meer meemaken.

Nee, zo’n feest is prachtig en leuk. En het is opnieuw een demonstratie van de enorme kracht die er in een levendige dorpsgemeenschap schuilgaat. Vele handen maken licht werk. En vele handen maken een grote klus behapbaar. Ik schat dat zo’n 50 mensen in de voorbereiding en uitvoering en nazorg betrokken waren. Voor de goede orde: Leermens telt 205 inwoners. Net zoveel als in 1971!

Dat de regio krimpt is geen fakenieuws. Maar ik ben ervan overtuigd dat de krimp in de dorpen mee gaat vallen. Juist omdat in de dorpen mensen in staat zijn om de handen ineen te slaan en de kont tegen de krimp te gooien.

Daar in ’t Zandt zie je nu 2 mannen wat eenzaam op een leeg voetbalcomplex. Het zou mij niets verbazen als over een paar jaar hun droom verwezenlijkt is en dat gezin uit Zutphen er inderdaad de tenten opslaat.

Import en export

Leermens-op-de-vroege-woensdagmorgen

Ik fietste de Wierdeweg uit, richting de brug, richting Loppersum. Bij Fetze & Tineke stond een grote container op de oprit. Voor het huis stond de trekker van Lukkie met een beste bak erachter. In de container spullen. Heel veel spullen. Prima spullen, werd mij verzekerd, maar niemand wilde ze. Iedereen heeft al spullen. Deze spullen gaan weg.

In de bak bij Lukkie spullen. Heel veel spullen. Die spullen gaan natuurlijk ook weg, maar mogen eerst een jaartje bij Lukkie in de schuur aan dat idee wennen. Lukkie zat hoog op de trekker. De motor draaide. Fetze en Tineke liepen druk heen en weer. Het echtpaar verkeerde in kennelijke staat van hektiek, grenzend aan paniek. Ze verhuisden naar Amsterdam, het huis in Leermens moet leeg.

De kar was vol. Geroutineerd zette Fetze zich op de zijzit van de trekker, u weet wel, dat plaatstalen kuipstoeltje boven zo’n enorm achterwiel. Daar zat hij. Domineeszoon, dichter, dorpsgenoot, Amsterdammer. De trekker ging de bocht om.

Wie een film zou maken over krimp op het platteland zou met dat shot kunnen openen. Hoe die trekker uit beeld verdwijnt, erop dat onwaarschijnlijke duo, erachter die bak met spullen. Leermens loopt leeg. De oudjes vertrekken. Ik ken drie echtparen die dit jaar uit het dorp weggaan.

Leermens loopt vol. De afgelopen paar jaar vestigden zich hier 7 jonge stellen. Jonkies waarvan de vader en/of moeder ook in Leermens wonen. Deze jongelui vestigden zich dus in het dorp waar ze opgroeiden. Dan doe je als dorp toch iets goed.

De eerste stellen hebben inmiddels de wieg in de huiskamer staan. Maandagavond stond ik aan zo’n wieg. Ik verwachtte er Job maar hij lag boven in zijn bedje. Bezoek vond hij gewoon veels te gezellig. Een echte Leermster knul.

PS: Een van die stellen heeft een blog over hun komst naar Leermens. Lees Schuur in Leermens.

Wie is de echte?

IMG_0782(2).jpg

En toen sloeg ik de krant open en keek mijn schuinoverbuurman Nane van der Molen mij ernstig aan, naast zich de Leermster Stain en op de achtergrond de kerk. Hij staat in de krant, om reden dat hij de nieuwe voorzitter van Stichting ’t Grunneger Bouk werd. Hij zegt:

De Groningse streektaal is belangrijk om ons als Groningers te onderscheiden. Ik woon al sinds 1973 in Leermens en dat verveelt nog lang niet. Ik geloof niet zo in verhalen als zou de leefbaarheid op het Groninger platteland onder druk staan. Natuurlijk zijn er problemen: krimp, de gasbevingen, het overeind houden van voorzieningen, maar het Groninger platteland heeft ook een bepaalde rijkdom. Net als de Groningers zelf. Wij zijn een apart slag met een eigen taal en juist in die taal zit onze identiteit, daarmee onderscheiden wij ons. Dus als we dan toch iets te zeggen hebben over hoe het er in ons gebied aan toegaat, dan doen we dat in het Gronings, vanuit een gevoel van eigenwaarde en blijk van strijdbaarheid.

Ik betwijfel of hij bedoelt wat er staat, namelijk dat de identiteit van de Groninger in zijn taal zit. Je taal is niet je identiteit, je taal is een uitingsvorm van die identiteit. Ik spreek geen Gronings, ik schrijf geen Gronings, ik ben niet Gronings. Maar Groninger ben ik wel.

Of niet? Wie is de echte?