Ties

Bramen

Ik ging naar Leermens om bramen te plukken. Ik leerde er het woord ‘ties’. Kieskeurig. Zelden een woord gehoord dat zó verklankt wat het betekent. Er zit iets zuinigs in, maar door de langgerekte ‘ie’ ook iets tastends en proevends.

Bij het plukken was ik in eerste instantie niet bijster ties. Langs mijn eigen talud (wie maakt ons los?) stonden ze er niet heel geweldig bij. Om nog wat opbrengst te hebben neem je ook genoegen met de wat kleinere, de rodere en soms zelfs met bramen die je om 5 voor 5 op de zaterdagmarkt zou kunnen krijgen.

Maar langs de Schansweg daarentegen stonden bramen zoals bramen bedoeld zijn. Groot, sappig, zoet. Juist dan word je ties. Bramen die ik op mijn talud graag had geplukt, liet ik langs de Schansweg staan. Voor de vogels. Voor de mensen die dit lezen en het wat minder hoog in de bol hebben. Voor de laatkomers.

Het trommelversteek van de Martinitoren

Martinitoren-blauwe-lucht.png

Hier, aan de voet van de Martinikerk, worden de minuten geteld. Ieder kwartier wordt hier genadeloos afgetikt en uitgeluid met een piepklein deuntje. Bij ieder uur staan we even sprakeloos stil om haar vervolgens met muziek en gebeier vaarwel te zwaaien.

Ik probeerde er een systeem in te ontdekken, in die deuntjes. Het lukte niet. Ze lijken in mijn ietwat versleten oren allemaal op elkaar. Maar ze verschillen, zo begrijp ik uit een toelichting op het trommelversteek van het carillon door stadsbeiaardier Auke de Boer. In zijn woorden:

Om het vol uur klinkt :  Psalm 121 “ Vers les mont j’ay levé mes yeux”
op het eerste kwartier een Gronings volksliedje “ dei olle grieze toren”
op het half uur een aria uit het Klavierbüchtlein für Ana Magdalena Bach. Een muziekboekje dat Bach schreef voor zijn vrouw ca. 1725
op kwart voor ter gelegenheid van de komst van de nieuwe bisschop Ron van den Hout voor het bisdom Groningen -Leeuwarden een fragment uit het Alleiua Excultate Jubilate van W.A. Mozart

Ieder kwartaal maakt De Boer een nieuw versteek.

Versteek. Ik leerde een nieuw woord. Versteek. Trommelversteek. O jongens (en meisjes en mensen die nog aan het dubben zijn wat ze zijn of waren of willen worden), wat een woord. Het trommelversteek van de Martinikerk.

 

 

Ogen en oren

Ulysses-ensemble-in-Groningen

Spannend! Ietwat schuchter loopt ze met haar moeder uit de kring met omstanders naar voren, haar viooltje in de hand. Ze gaat meedoen, dat zie je. Eenmaal vooraan krijgt ze koude voeten en ziet ervan af. Tranen. Allicht. Ze was het zo van plan.

We zagen haar dappere poging gisterenmiddag, toen het Ulysses Ensemble optrad bij de A-Kerk. We waren “even een ijsje” kopen. Het was feest in stad. De Bouke Mollematocht-fietsers zouden voor veel verkeer zorgen. Dat deden ze ook maar we kregen er eigenlijk niets van mee. Wie bij de entree van de Martinitoren ons “hofje” in loopt, stapt in de oude wereld. Het is er stil. Dát de Bouke Mollematocht verreden werd, wisten we van zoonlief die Bouke en zijn tochtgenoten in Zuidhorn filmde.

’s Middags dus dat ijsje. Een wandelingetje van niks. Grote Markt, Folkingestraat, Zuiderdiep, Reitemakersrijge, Kleine der Aa, Brugstraat, A-kerkhof, Grote Markt en thuis. Op het gras verpoosden een groepje dak- en/of thuislozen alsmede een aantal Motörheadjongens en –meisjes in de zon.

De klok luidde half vijf.

Ik kom ogen en oren tekort. Spannend.

Appelflappen in Doodstil

Westerwijtwerdermaar-doodstil

Door omstandigheden moest ik het huis uit en belandde ik in Uithuizen. Dat was geen noodlot. Dat was geen opzet. Dat gebeurde. Ik ging eerst richting ’t Zandt en bij Zeerijp dacht ik ‘ja, een pannenkoek’. En dat kan in Uithuizen, bij de Menkemaborg. Het is een prachtig tochtje, zo door het zomerse land.

Ik at nog nooit een pannenkoek bij de Menkemaborg. En ook nu kwam het er niet van. Op het terras waren alle tafels bezet, op 5 of 6 tafels na maar die waren per bordje gereserveerd. Binnenzitten vond ik geen optie. Onverrichter zake stapte ik op de fiets en ging naar Albert Heijn, om nog wat aanvullende boodschappen te doen. Dacht ik.

Maar eenmaal binnen wist ik het weer. Mijn motieven waren niet zuiver. De appelflappen zijn in de bonus deze week. Je moet er 1 betalen, de tweede krijg je gratis. Ik kocht de paprika’s en de kaas en zwichtte voor de flappen. Eigenlijk vooral voor die tweede. Om zoiets op te eten moet je alleen zijn, het liefst in de vrije natuur.

Zo belandde ik in Doodstil, even verderop. Bij een bankje langs het Westerwijtwerder-maar stopte ik en at de eerste flap. En daarna de tweede. € 0,85, dat hadden we nog. Nog net. Ik hoop dat mijn vrouw niet ook voor zo’n tweede flap bezweek. ‘Moeilijk gewoon geluk, klein schijnend, maar het meeste’. Of bedoelde de dichter iets anders?

Lees het zelf: Geluk

Dappere kerken

Loppersum-kerk

Toen ik vrijdag wilde schrijven over het Grootste Museum van Nederland, kwam ik uit bij het woord ‘dagjesmens’. Hoe interessant dat woord ook is, nu toch echt naar de Groninger Kerken.

Op initiatief van het Catharijne Convent wordt vandaag het Grootste Museum van Nederland geopend, althans het Groninger deel ervan. De rest van Nederland volgt later. Het Grootste Museum is zó groot dat alleen al in Groningen er 4 burgemeesters voor nodig zijn. Het gaat om de kerkinterieurs van de kerken van Midwolde, Middelstum, Pieterburen en Krewerd.

Het zal mijn protestantse geest zijn, maar kerkinterieurs zijn niet helemaal mijn ding. Ik ga graag naar kerken. In Nederland en tijdens vakanties in het buitenland. De mooiste kerken vind ik toch meestal de leegste. Mij ontroert de ruimte. Het wit van de muren. De lichtinval. Een onverwacht detail.

Ik begrijp die beeldenstormers wel.

En als ik nou helemaal eerlijk moet zijn … diep in mijn hart vind ik de kerken van buiten op hun allermooist. Hoog op hun wierde, dapper standhoudend tegen vadertje Tijd die almaar op oorlogspad is. Dapper standhoudend tegen moeder Natuur die almaar knaagt en wroet en pulkt. Dapper standhoudend tegen het wassende water.

Kom gauw kijken. Hier in Groningen is het Grootste Museum altijd open. En er is nog veel meer. Maak er desnoods een dagtocht van.

Het Grootste Museum van Nederland

Ons zoepenbrijklokje

kerk_leermens

Ook zin in karnemelkse pap? Luid hier uw eigen Leermster zoepenbrijklokje

Iedere dag – zelfs op zondag – luidt in Leermens klokslag 11.31 uur het zoepenbrijklokje. De klok luidt dan langdurig. Hoe lang? Dat merkt u vanzelf als u hierboven de link aanklikt. Het zoepenbrijklokje is het  seintje is voor de arbeiders op het veld dat het tijd is voor het eten en voor de vrouwen dat de karnemelkse pap op moet. Zoepenbrij is de Groningse benaming voor karnemelkse pap.

Als thuiswerker met altijd wel een kliekje in de koelkast of een ei om te bakken hoef ik geen karnemelkse pap te eten. Gelukkig. We aten dat vroeger wel eens – ik vermoed dat mijn moeder dan op de lijn was. Karnemelkse pap is niets anders dan 60 gram bloem gekookt in 1 liter karnemelk. Mijn moeder was geen keukenprinses. Stelt u zich de klonten voor. Ze serveerde er basterdsuiker bij. Nou ja, misschien heeft ze het ook maar een paar keer gedaan.

Maar om 11.31 uur gaat die klok. In Groningen hebben ze geen arbeiders. In Groningen hebben ze geen zoepenbrij. In Groningen hebben ze een carillon. Malle stadse fratsen.

Over het zoepenbrijklokje schreef Martin Hillenga een verhelderend stukje op www.levenderfgoedgroningen.nl. U heeft vast nog tijd om dat te lezen.

Alles klopt

Wierdeweg-1-LeermensIk plukte de eerste aardbeien van het jaar. Een spannend moment want ik kocht vorig jaar nieuwe planten en was benieuwd of ze inderdaad zo goed waren als beloofd. Toen ik de bol weer boven de haag uitstak, stapten er juist een meneer en een mevrouw uit de auto. Belangstellenden? Belangstellenden!

Toen Sylvia Witteman zaterdag op Twitter haar bewondering voor ons huis uitsprak, explodeerde de virtuele belangstelling op Funda. Een mevrouw twitterde mijn vrouw dat ze het zo zou willen kopen maar ja, ze woonde in de Verenigde Staten. Ik denk dan: we accepteren ook dollars maar het was vooral de afstand die een probleem vormde. Trouwens, zelfs La Witteman zelf vond het wat te ver, Amsterdam – Leermens.

Al die virtuele belangstelling is natuurlijk leuk maar als er dan echte mensen in het echte leven voor je deur uitstappen, doe je die open. En zo geschiedde. Ik had haar ooit geïnterviewd voor een catalogus over een grote tentoonstelling in Appingedam. Zo groot is het hier allemaal niet. Ze wonen prachtig weet ik, maar ze waren gewoon nieuwsgierig. Dat moet ook kunnen. En dus kregen ze de grand tour. Ze vonden het mooi. Ze vonden het prachtig. ‘Alles klopt’ zei hij. Dat vond ik een mooi compliment.

En die aardbeien? Die waren heerlijk. Precies zoals aardbeien bedoeld zijn.

Vindt u Leermens te ver? Doe dan de grand tour op Funda. Virtueel, maar ook best leuk.