De toren van Babel

Pal tegenover ons bouwt Stad aan een nieuwe toren. Hij reikt vrijwel tot de hemel. Over een jaar is-ie klaar en mogen we ermee spelen. Ik heb wel een probleem. Ik kijk naar het Forum en zie de toren van Babel.

Toren van Babel

Dat is een vreemd verhaal, het verhaal over de Toren van Babel (Genesis 11). Ik heb op school geleerd dat God de mensen strafte met spraakverwarring omdat ze hoogmoedig werden en Hem van de troon wilden stoten. Maar zo is het niet gegaan. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we een stad bouwen, waarvan de toren tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden we niet over de aarde verspreid.’ Ik vind dat geen rare. Stel je het landschap in Noord-Groningen voor, laten we zeggen zo’n 300 jaar geleden. Al die torens bij of op die kerkjes daar boven op al die wierden. Wie in Leermens woonde kon zijn toren van verre zien: daar wonen wij. Daar horen wij. Dat is het hele punt van een toren.

Jahwe dacht er anders over. Hij zei: ‘Nu zijn ze nog een volk en spreken ze allen dezelfde taal. Wat zij nu doen is nog maar het begin; later zal geen enkel van hun plannen meer te stuiten zijn. Laten Wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt.’

Ik vind dat zo op het eerste gezicht een vrij minne streek. Hij had ook kunnen afwachten en hopen op het beste. Misschien waren die plannen zo gek niet. En Hij wist hoe hoog de hemel is.

Ik woon tegenover ons Groninger Forum. Het staat nog in de steigers en het lijkt sprekend op de Toren van Babel die ik ken. Die van Breughel. En ik maak me zorgen. Zou Jahwe wel eens neerdalen voor een ijsje en het geheel in ogenschouw nemen? Want als Hij dat doet, dan gaan we hier nog een majeure spraakverwarring krijgen. En Groningers worden over de hele aardbodem verspreid. Waar een stukje cultuur al niet toe kan leiden.

 

Het Academieplein

Een van de leukste plekken van Groningen is het Academieplein. De fietsen, de drukte, al die talen, het geroezemoes dat je van alle kanten omgeeft. Het is de bonte mêlee van studerende studenten, afstuderende studenten, trotse ouders, zzp’ers die een leuke universiteitsopdracht komen halen, stadjers, burgers, buitenlanders, hoogleraren in vol ornaat of gewoon in korte broek, studenten die in de UB studeren maar nu even niet, promotiebezoekers, promovendi in spe, zonhaters, zonaanbidders, gewone medewerkers niet te vergeten. Zo veel mensen met zo veel verschillende herkomsten, en met zo veel verschillende bestemmingen.

Ik was er laatst even en maakte deze foto. Ik was al op weg naar huis toen ik drie Duitse toeristen verbouwereerd rond zag kijken. Ja, ze hadden gelijk. Dit plein is geen gewoon pleintje. Hier loopt de hele wereld op een paar vierkante meter. De rest is voor de fietsen. En dat verbaasde onze oosterburen nog het meest.

Eergisteren at ik samen met 2 andere bestuursleden van de bekende Groninger klaverjasvereniging ‘Ons genoegen’. Eén van hen was met de fiets. Na afloop was hij even stil. ‘Waar heb ik nou mijn fiets gezet?’ Ik vertrok. Ik was lopend.

Dat het plein er ook anders bij kan liggen bewijst wellicht de foto hieronder. Die maakte ik de zondag na Koningsdag. Keurig opgeruimd. Oersaai.

IMG_4743

Toe maar – een update

Het Gronings is prachtig. Maar ik spreek het niet. Verstaan gaat – mits men langzaam praat. Gebarentaal is niet nodig want een echte Groninger zou dat zo onderkoeld doen dat het zinloos is. Maar een paar Groningse taalgebruiken ken ik.

De mooiste is ‘Toe maar’.

In Amsterdam had dat een uitnodigende betekenis. Bijvoorbeeld: ‘ga je gang’ of ‘tast toe’. Hier betekent ‘toe maar’ heel iets anders. Stelt u zich voor. We praten over de gaswinning en de aardbevingen die dat gepomp ons bezorgt. Je klaagt je nood, je spuwt je gram en sluit af met ‘toe maar’. ‘Toe maar ‘ betekent zoiets als: ‘je wordt hoe dan ook ge …’ Sorry, ik bedoel: ‘ze moeten ons toch altijd hebben. We kunnen er toch niets aan doen.’ De ander zwijgt, tuurt even in de verte en spuugt op de grond. En zegt dan ook nog maar eens ‘toe maar’.

Donderdag gaat Groningen naar Den Haag. Boos. Ik hoop op revolutie maar ben bang voor ‘toe maar’. En dat die westerlingen dat dan op zijn Amsterdams interpreteren.

Dit stukje komt u misschien bekend voor. Ik schreef het in 2014. Waar nu ‘Den Haag’ staat, stond toen ‘Zeerijp’. De illustratie komt van de site van de Groninger Bodembeweging.

Thrills

Tot een uur of half acht klonk gisteren vanaf hoog boven de Grote Markt het schrille, opgewonden gegil van meisjes die van 40 meter hoogte naar beneden stortten. In Groningen vieren we mei, in Groningen is het kermis. Mijn thrills zijn het niet. Integendeel: ik heb oma nu al duidelijk gemaakt dat ik niet, lees: nooit, met enig kleinkind enige kermis betreed. Duidelijkheid voor alles.

Ik beleefde die avond mijn thrills in mijn eigen comfortzone. Ik had een boek dat ik ooit las maar helemaal kwijt was. De telefoon lag beneden, de laptop en de iPad ook, ik zat met boek in de voorkamer boven. Geen tv. Wel een boek. Dat moet toch kunnen. Dat moet ik toch kunnen. Lezen. Concentreren.

Het ging me 30 minuten goed af. Het gegil hinderde mij niet. Het was ook helemaal verdwenen. Net als het licht. Door het dikke gebladerte van de bomen op het kerkhof kwam geen licht meer maar een massieve duisternis. Ik schoof het raam dicht. De Here God moet besloten hebben dat het maar uit moest zijn met de pret. Hij zette de sluizen open en liet al het hemelwater los boven het Martinikerkhof en omliggende straten. Voor me voltrok zich op 3 schermen het laatste oordeel. Ieder moment kon de ark de hoek om komen, klaar om oma, opa en alle kindertjes, groot en klein, op te pikken voor een heel andere kermis.

Maar de ark kwam niet, en oma bleef gewoon lekker beneden zitten. Er zochten boeren vrouwen. Een ark bleek niet nodig. En even later piepte het eerste straaltje licht weer door het gebladerte voor me. En weer even later hoorde ik het eerste meisje alweer gillen. Wat klonk het heerlijk vertrouwd.

Woven skin

Woont u in Groningen of in de nabije omgeving van Groningen? Pak de fiets en ga naar de voormalige suikerfabriek aan het suikerterrein in Groningen. Bezoek de tentoonstelling van Claudy Jongstra ‘Woven skins’ in het oude zeefgebouw. Je vindt het met moeite. Fiets vanuit het centrum het Hoendiep af, richting Hoogkerk. Ga de rondweg onderdoor (rechts inderdaad de McDonalds) en sla daarna linksaf, de Energieweg in. Je fietst langs mooiemeubelzaak Snippe en komt dan op een wat desolaat stuk gras en beton. Daar zie je een voetgangersbrug en een fietsbrug over het Hoendiep. Kies de brug van je keuze. Ben je het water over dan zie je voor je het grote zeefgebouw. Trap op en de rest volgt vanzelf.

Wij dwaalden nogal, dat moet u niet overkomen.

Wat u dan ziet? 60 geweven dierenvellen of  jurken, opgespannen aan een soort enorm slakkenhuis van steigermateriaal, naargeestige beelden uit een slachthuis, maar niet heus. Het is alles plantaardig en organisch en die kleuren, die kleuren, ze zijn zo mooi, zo mooi. Bloedrood, walnootbruin, madeliefjeswit, gebroken wit.

De ruimte is sloopwaardig maar nog even niet. Hij geeft de doeken iets transparants en fragiels. Iets tijdelijks. Iets teders. Ik wilde ze mee naar huis nemen, maar dat mocht niet.

Woont u niet in de directe nabijheid van Groningen? Wacht dan even. Want dit Hemelvaartweekend rijden geen treinen tussen Assen en Groningen en is de ringweg Zuid  dicht.

Bekijk de site van Claudy Jongstra

Pop-upwinkelcentrum

Het is mooi weer. Ik mag vandaag een hele dag stukslaan met mijn kleinzoon. Wat gaan we doen? We gaan in ieder geval een ijsje kopen en we gaan de nieuwe tulpen in de vaas zetten en we gaan natuurlijk naar de Grote Roltrap, ons nieuwe pop-upwinkelcentrum in de oude V&D. Ik ga ze daar vertellen dat ze in de media verkeerd gespeld worden. Zo rept het onvolprezen Dagblad van een pop-up winkelcentrum. Dat zou correct zijn geweest als het centrum oppopte. Maar het zijn de winkels die oppoppen. Ze zullen me dankbaar zijn.

Ik nam woensdag alvast even een kijkje. Je kunt er vooralsnog vooral eten en drinken en dat is inderdaad precies wat de Stad nodig heeft. Maar ongetwijfeld popt er meer op. Ik kan dat ploppende geluid van het ontkurken van een fles champagne maar niet uit mijn hoofd krijgen. En dat programma: Top of flop? Of was het ‘Pop, top of flop’?

Is het kansrijk? De krant zocht het uit: „In Tokio zie je dit fenomeen heel vaak en daar werkt het heel goed”, zegt retaildeskundige Hans van Tellingen uit Amsterdam. „Dus wie weet.”

Dus wie weet … Ik kan altijd nog retaildeskundige worden. En verder gaan we lekker slapen.

Neem ook vast een kijkje in de Grote Roltrap.

Much ado

Zo’n Koningsdag in Stad, is dat een beetje leuk? Wij worden door iedereen gewaarschuwd voor het feest dat zich hier op ons kerkhofje schijnt af te spelen de avond vóór het feest. De preparty als het ware.

Dit jaar is echter alles anders. Van een preparty zal geen sprake zijn. Bij het Martinikerkhof zijn de fietsenrekken weggehaald. Ook de bankjes zijn pleite. Vanochtend vroeg gingen de prullenbakken. Een meneer van een groenbedrijf snijdt as we write de graskantjes bij langs de paden. Extra beveiligingscamera’s zijn opgehangen. De bomen op het kerkhof zijn gesnoeid: losse takken vallen niet meer. En tien tegen 1 dat ze binnenkort ook het grasveld maaien. Jammer van de bolletjes maar de koning houdt van een strak gazonnetje.

Ik betwijfel of ons vorstenhuis ook maar iets meekrijgt van alle inspanningen.

Zelf zorg ik er altijd voor om na schoonmaakwerkzaamheden iets achter te laten waardoor mijn vrouw ziet dat ik deed wat ik deed. Een geel doekje, vuil en vergeten. Of een schilderijtje dat wat scheef hangt. Het is kinderachtig maar in ons beider belang. Zij kan haar blijdschap over het resultaat uiten en ik weet zeker dat mijn inspanningen niet onopgemerkt zijn gebleven.

Of burgemeester Peter den Oudsten ergens langs het pad een geel doekje achterlaat, ik betwijfel het. En zo’n schilderijtje is hem te klein. Maar zo’n toren …