Een echtpaar

In Parijs brunchten we zondagochtend bij opa en oma. Twee kleine oude mensen, vergroeid met hun huis, vergroeid met elkaar. Ze wonen er op de 6e verdieping tussen het gebinte van hun kleine zolderappartement met uitzicht over de beregende, glinsterende zinken daken van hartje Parijs. Eén wand vol boeken. De andere wand dat uitzicht. Hij klein, ietwat krom, ietwat broos en bijzonder kwiek, zij klein maar duidelijk wat sterker en jonger.

Ze scharrelden getweeën in volstrekte harmonie de maaltijd bijeen. Kaas, druiven, broodjes, gekookte eitjes, compote, koffie, zelfs wat worst voor de kinderen. Er was veel veel zorg aan besteed. De ene kaas kwam uit een bergdorpje in Vogezen. Zacht, omhuld in kastanjeblad. De andere kaas kwam uit een dorpje in Baskenland, het gebied waar zij ooit is geboren. Hij deed de compote. De appels daarvoor kocht hij op de markt een paar kilometer verderop. De jam was haar afdeling. Ze maakte die zelf, ook met fruit van de markt.

Via een opstapje klom ze op een hoge stoel om van een horizontale balk in de nok een speciale pot jam te pakken. Ze stond op haar tenen en strekte zich uit. Hij stond achter haar, voor als ze zou vallen.

Groeten uit Parijs

Het is eigenlijk een soort verlate ansichtkaart, dit blogje. Zo’n kaart die je – nu gaan we het eindelijk eens écht goed doen – op de eerste dag van je vakantie koopt en dan de hele vakantie meesleept. Op zoek naar postzegels, op zoek naar je adresboekje, op zoek naar een brievenbus die open kan, op zoek naar de ansichtkaarten. Totdat het eigenlijk logischer is om hem maar vanuit Nederland te versturen. En dat vergeet je dan ook weer.

Parijs tijdens het Grote Oproer was behoorlijk dramatisch. Dat weet ik dankzij de beelden op tv. Wij kozen eieren voor ons geld en gingen die zaterdagochtend naar Cimetière du Père Lachaise. Angstig fotogeniek dankzij de vergane glorie van ingestorte mausoleums en zandstenen engelen die met stil bazuingeschal de wederopstanding aankondigen. In de verte hoorden wij de traangasgranaten knallen.

Het was de ernstige noot in een lang weekend vol party party en tchin-tchin. Ik zal u geruststellen: qua alcoholische versnaperingen viel het allemaal reuze mee. Wij kennen alleen maar nette mensen. Maar het feest begon met de buluitreiking en de artseneed en de daarbij behorende champagne waarna we in groot gezelschap wat gingen drinken waarna we wat gingen eten aan een lange tafel om de volgende dag in groot gezelschap te lunchen aan een lange tafel om de volgende dag samen te brunchen waarna we ’s avonds gezellig samen gingen eten. De gezelschappen wisselden, het feestelijke niet. Uitgeteld verlieten wij gisterenochtend het feest; zoonlief en mogelijk-beoogd-schoondochter-in-spe knoopten er nog een feestelijk diner aan vast. In groot gezelschap, ongetwijfeld.

Zaterdag weer rellen. Het geluk is namelijk niet zo heel eerlijk verdeeld in Frankrijk. Waar wel?

 

Parijs 2018

Je moet er geweest zijn om er over te oordelen. En was ik wel eens in Zuid-Afrika geweest? Ik was er nooit geweest, ik ben er nog steeds nooit geweest. Maar als jongen van 18 voelde ik op mijn klompen aan dat de redenering aperte onzin was. Om ergens over te kunnen oordelen hoef je er niet te zijn geweest. En zo belandde ik bij Amnesty International en zo ondertekende ik ooit een eeuwigdurend pact dat ik een bepaald soort sinaasappel (nee, het was niet Outspan) nooit meer zou kopen en of eten. Ik deugde in die jaren tot op het bot. Inmiddels heeft  het merk zuidvrucht dat ik nooit meer koop ongetwijfeld de naam veranderd en deed de tijd ook het een en ander.

Maar die gele hesjes, daar wilde ik toch echt het mijne van weten. En dus togen wij naar broeiend Parijs. Tot dusver oogt Parijs nog erg blij Parijs. Leuk, studentikoos, een levendig straatleven. Wijn drinkt men er niet meer. Bier wel. En mixdranken. En eerlijk gezegd, ik moet het eerste gele hesje nog zien. Misschien morgen.

Vandaag zien we wel onze mogelijk beoogd schoondochter in spe in een lange zwarte “robe universitaire” terwijl ze haar thesis verdedigt. In het Frans! Ze zal er geen geel hesje bij dragen, mag ik hopen.

Of ze iets betekenisvols gaat zeggen, ik weet het niet. En als ze het doet, gaat waarschijnlijk in rap Frans. Ik zal er bij zijn, maar of ik er een oordeel over kan uitspreken?

Gelehesjespoëzie anno 1959

Als dank voor al het aangename bloggen op de website van Tekstnet kreeg ik van Tekstnet een prachtige boekje met werk van C. Buddingh’. Ik kende Buddingh’eigenlijk alleen van de Gorgelrijmen. Leuke onzingedichten, erg geschikt om leerlingen iets te leren over metrum en rijm. En perfect passend bij de huidige appreciatie van bijvoorbeeld Levi Weemoedt en Hans Dorrestijn. Dat is het wel zo’n beetje. Nu weet ik beter. Hij schreef ook echte poëzie.

Neem Whose blues:

Whose Blues 

men zegt dat wij
ge
des
il
lu
sio
neerd
zijn

hoe is het mogelijk?

ons bedje was toch zo heerlijk gespreid
een a-bom ons kussen een koude oorlog
onze matras een h-bom ons laken

en wij wij zouden niet dankbaar zijn?

lieve vaders en moeders kom nou!

Gelehesjespoëzie anno 1959! Buddingh’ was zijn tijd wel erg ver vooruit. Het moest nog 1968 worden.

Weten waaraan ik dat prachtboekje dank? U vindt hier m’n stukjes voor Tekstnet. Lees ze, like ze, en laat ze daarna los.

Moedig voorwaarts

Gerard Reve sloot veel brieven af met ‘Moedig voorwaarts’. Ach ja, hij speelde wat met zijn zwaarmoe maar het leven viel hem ook echt niet makkelijk.

De sprong van Gerard Reve naar mijn – onze – hun – nou ja, naar kleine Lasse is groot. Maar ik heb nieuws. Hij kan kruipen! Achteruit weliswaar, maar toch. Waar Reve voorwaarts ging, gaat Lasse achterwaarts. Maar net zo moedig. Blijmoedig, in zijn geval. In een moordend tempo crost hij door de kamer en bekijkt er als ik het zo meekrijg alle hoeken en gaten. Ik heb bewijs. We kregen een filmpje. Daarin zie je hoe hij zijn speelgoed achterlaat en richting de deur gaat. Dan houdt hij even in en pakt zijn jasje. Die jongen gaat nog ver komen.

Het filmpje dat we als een vroeg Sinterklaascadeau mochten uitpakken speelt zich af in de thuissituatie. Hij heeft z’n nieuwe kunstje hier nog niet tentoongespreid maar ook wij hebben een grote houten vloer en ook bij ons zal hij toch zijn kunstje wel willen doen?

Meer nieuws. In de krant stond een stukje over een man die in een winkelstraat twee nietsvermoedende grootouders hun kleinkind ontfutselde en ermee weg rende. Ik begrijp zo’n man wel.

Hij is in de kraag gevat. Arme opa, arme oma. Het zal je gebeuren.

Goed bestuur

Vandaag, vanmorgen vroeg, toen de zon nog niet op was maar er wel over dacht, was het glashelder aan de zuidzijde, boven de kerk, ons Forum en ons provinciehuis. Pal op het zuiden lag een minuscuul maantje loom achterovergezakt tegen een donkere hemel. Eén heldere ster ernaast. Venus? De ochtendster?

Tegen die heldere koude lucht braakte de schoorsteen van het provinciehuis goorgrijze maar ongetwijfeld brandschone rook uit. Het had wat weg van een gigantische oceaanstomer die het sein ‘volle kracht vooruit’ had gekregen. Deze provincie moet bestuurd en daar gaan we vandaag werk van maken.

Maar een half uurtje later was de zon op en de ochtendster verdwenen en bleek de uitstoot van een gigantische oceaanstomer gereduceerd tot een sneu beetje grijze lucht uit een klein en beschaafd pijpje. Het was alsof ze bij de provincie hebben gedacht: ‘Laat ook maar, het loopt ja wel lekker ja. We houden het voor gezien en gaan naar huis, gedichten schrijven.’

Ja. zo moet het gegaan zijn. We zijn stuurloos en het gaat goed.

O, kom er eens kijken

In Groningen ging zaterdag een aantal mensen de Grote Markt op. Ze hadden een geel hesje aan en demonstreerden tegen …   Het leven is te duur en er zijn te veel regels en veel mensen verdienen te weinig behalve de rijken en de directeuren. En gelijke kansen zijn er ook niet. Ook in Groningen rommelt het. Voor zover ik het begrijp is het frustratie, onmacht. Je hoort hosanna-verhalen over de economie, je telt je eigen zegeningen en je denkt: ‘Rutte rot op’.

Terzijde. Ik zocht dat woord ‘hosanna’ op, onzeker over de spelling. van Dale verwijst naar het verhaal waarin Pilatus de massa vraagt wie hij vrij moet laten: Barabbas, de beruchte misdadiger, of Jezus. U weet hoe dat afliep. En met die verwijzing geeft het woordenboek: ‘Vandaag “hosanna”, morgen “kruisigt hem”‘. Niets is wispelturiger dan de massa. Voetballers kunnen er over mee praten. Mark Rutte nu dus ook.

Van alle Gele-hesjes-eisen verbaast me het pleidooi voor gelijke kansen het meest. Een kans is een kans. Een kans kan je missen. Stel nou eens dat we bij onze geboorte inderdaad allemaal precies dezelfde kansen zouden hebben, en iemand verzuimt zijn kans te pakken? Moet hij of zij dan maar op de blaren zitten? Zo’n land willen we toch niet? Nee, dan lijkt een pleidooi voor een basisinkomen mij relevanter.

De sfeer zat er niet erg in. Het had wat plichtmatigs. Het journaille deed zijn ding. De demonstranten deden hun ding. En ondertussen shopte Groningen zich suf en speelde de fanfare ‘O, kom er eens kijken’. Een boeiend lied in deze context.

O, kom er eens kijken
wat ik in mijn schoentje vind
alles gekregen
van die beste Sint!
Een pop met vlechtjes in het haar
een snoezig jurkje kant en klaar
drie kaatseballen in een net
een letter van banket.
O, kom er eens kijken
wat ik in mijn schoentje vind
alles gekregen
van die beste Sint!
Een bromtol met een zweep erbij
een doos met blokken, ook voor mij
en schaatsen en een nieuwe pet
een letter van banket.
O, kom er eens kijken
wat ik in mijn schoentje vind
alles gekregen
van die beste Sint!

Een lied van tevreden burgers die maar wat graag bij de pakjes neerzitten.

Bekijk het verslag hier.