Nog 32 nachtjes

Met de regen ging de hooikoorts niet over en zonneschijn kwam er ook niet – ja heel even, gisteren tussen ik meen half 10 en half 11 – en Covid was het niet wees de test uit maar ondertussen kruipt de malheur in m’n vaten. Dit is zo’n dag waarop je niet denkt dat het fijn is dat de dagen lekker lang zijn maar dat je telt over hoeveel nachten de dagen alweer korter worden. Dit is zo’n dag dat je opzoekt wat de symptomen zijn van longontsteking, maar koorts heb ik niet en de hartslag is gewoon. Dit is zo’n dag waarop je in bed moet kruipen en moet wachten op betere tijden.

Eindelijk regen

Als ik wakker word, regent het. Nee, het giet. Ik spoel de dag vooruit en constateer opgelucht dat ik geen enkele afspraak heb. Op een na, met mezelf, een rondje rennen. Door de zieke arm schoot dat er bij in maar inmiddels zijn mijn arm en ik weer op de been en de weg terug. Ware het niet dat ik een dag of 10 gewoon ziek was van de hooikoorts.

‘Hooikoorts’ klinkt zomers onschuldig. Hooiende mannen, opgestroopte mouwen, de zon blakerend aan de hemel, rondborstige vrouwen – een zakdoek om de haren – met gulle kannen karnemelk en dikke sneden brood rijk belegd met vette plakken kaas, geknoei en gestoei in de hooiberg, hooikoorts.

De vieze werkelijkheid is snotteriger, schurender, rochelender, pijnlijker, slapelozer, verstopter, verkrampter en benauwder. Ik mag niet klagen maar doe het toch even. Ik heb er bij tijd en wijle last van, ik wijt het aan het weer. Een poes in huis helpt niet.

Susie is weer thuis en al die regen klinkt mij als muziek in de oren.

Ik heb geen enkele afspraak, alleen die met mezelf. Een rondje rennen. Liefst in de stromende regen.

De Ruimstraatklok

Dinsdag luidde om half 10 de Ruimstraatklok nog eenmaal. ‘Ruim de straat ruim de straat ruim de straat ruim de straat’. 10 minuten lang. Dat hoor je. Het klokkenluidersgilde deed dat dagelijks sinds de start van de avondklok. 95 keer! Dat voel je.

De Ruimstraatklok heette ook wel Bierklok. Hij werd geluid als het tijd was om af te taaien. Klaar. Opruimen. Naar bed. En hij werd geluid bij nakende rampen.

Ze zullen bij het gilde niet bijster ingenomen geweest zijn met het besluit om de avondklok te verlengen. Maar ze hielden vol. Ik vond het een mooi gebaar. Het getuigde van precies datgene waar we misschien wel wat te weinig van hebben als mensheid. Aandacht. Liefde. Doorzettingsvermogen. Kracht. Samen.

Tegelijk had het iets loos. 10 minuten de klok luiden om de mensen die er toch al niet waren te waarschuwen dat ze naar huis moeten terwijl ze dat best weten. Maar misschien is dat loosheid het voornaamste kenmerk van een gebaar. Daar gaat het namelijk niet om.

De klok dateert van 1764. Ruim 250 jaar oud. Al die jaren, al die avonden. Maar nu is het weer even klaar. Hulde aan het gilde en hup naar het terras!

Notulen

Ik coach en train notulisten. De hamvraag is eigenlijk altijd: wat noteer je, wat noteer je niet?

Die vraag wat je noteert is voor notulisten belangrijk. Schrijf je domweg alles op? Dat is heel moeilijk. Al is het alleen maar vanwege de interrupties. Hoe leg je die vast? Bovendien is niet alles wat sprekers zich laten ontvallen notuleerwaardig. Maar wat schrijf je dan wel op?

Je schrijft op wat van belang is. En wat van belang is, is afhankelijk van wat je met de bespreking beoogde.

Vergaderen doe je als het goed is volgens een aanpak die zich laat samenvatten als ODAT: stel het onderwerp scherp vast, benoem het doel van de bespreking, denk na over de aanpak en over hoeveel tijd je eraan wilt besteden. Mogelijke doelen zijn bijvoorbeeld: ‘meningvormend’ of ‘informatief’ of ‘besluit’. Als je wilt dat mensen zich een mening vormen, geef je elkaar wat vrije ruimte en de mogelijkheid om domme dingen te zeggen of foute dingen. Meningvormende vergaderingen kun je wat mij betreft relatief bondig samenvatten met behulp van een zinnetje als: ‘in het gesprek kwam naar voren …’ Bij besluitvormende agendapunten noteer je het voorgenomen of genomen besluit en de belangrijkste redenen of argumenten.

Maar vergaderingen zijn soms ook bedoeld om met elkaar in vertrouwelijkheid het hart te luchten. Dan kan je nog korter zijn. Die besprekingen notuleer je bijvoorbeeld als volgt.

Staatssecretaris Snel deelt mee  op 11 juni 2019 met enkele betrokken ouders in de toeslagenzaak te hebben gesproken. […] In het gesprek met de ouders kwamen gevoelens van teleurstelling en boosheid naar boven.’

of

Spreker [Koolmees] toont zich hierover zeer ontstemd, omdat de rol van de twee coalitiefracties weinig behulpzaam is bij het oplossen van de onderliggende problemen.

of

Spreker [Rutte] toont weinig begrip voor woordvoerders van coalitiefracties die zich in de media trachten te profileren en laat weten in de richting van mevrouw Lodders reeds het belang van eenheid binnen de coalitie te hebben benadrukt.

Wat een prachtige, gruwelijke eufemismen. Maar ook: wat heerlijk bondig opgeschreven.

Leve de koning

Koekhappen, Dik Trom, zaklopen, In de soete suyckerbol, het koningshuis. Zomaar wat oud-Hollandsche tradities..

Ik geloof niet in Sinterklaas of de kerstman, ik geloof niet in een koning. Het is werkelijk een van de malste gebruiken die we in dit land kennen. Het idee dat er een familie is waar men vindt dat zij boven hun landgenoten gesteld zijn. Het idee dat er landgenoten zijn die menen dat zij moeten bijdragen aan het levensonderhoud van die familie. Het gaat me niet om het geld, een koningshuis is duur, maar presidenten zijn dat ook en een kop op je land is handig. Het gaat me om de collectieve verering van een vrouw en later haar zoon en weer later diens dochter, en hun kinderen en broers en zussen. Niet omdat ze het verdienen maar omdat ze afstammen van ene Willem van Oranje. Goed beschouwd is het wel razendknap gedaan.

Ik geloof dan weer wel in een feestdag en tompoucen. Hoewel ik ook niet weet hoe ze bij de Hema en AH erin geslaagd zijn die tot een traditie te marketen. Razendknap gedaan.

Dwaalgast

De rusteloze benen heb ik van mijn moeder. De nachtelijke trek dank ik aan mijn vader. De hooikoorts heb ik gelukkig helemaal van mezelf. Combineer deze kwaliteiten en zie mij ’s nachts in de huiskamer zitten. Buiten is het stil. Het huis is donker. De kamer koud. Ik eet een krekker. Ik kijk een aflevering van Midsomer Murders  of maak een puzzel en luister Rustradio.

Dit klinkt sneuer dan het is. Toegegeven, toen de jongens nog thuis woonden en ik nog wat stiller moest zijn, voelde ik me af en toe net een dwaalgast in m’n eigen huis, aangewaaid met een straffe oostenwind, ontheemd, vergeefs zoekend naar voedsel en verwante soortgenoten.

Tegenwoordig beschouw ik het vooral als quality time. Hoe complex de plot ook is en wie al die mensen ook zijn, ik bekijk het in alle rust en stilte. En ik hoef niets te onthouden want volgende week moet ik het ook nog kunnen zien.En de week daarop opnieuw. En meestal slaap je de nacht erop zo heerlijk.