Door omstandigheden belandden we bij mensen thuis, bij een zwembad in de bergen pal bij Nice, met uitzicht over een glinsterende Middellandse Zee, een bruisende stad en palmbomen, oleanders en wolken boven Afrika. In Frankrijk maak je tijdens het eten plannen voor de volgende maaltijd. En zo werd om 10.00 uur besloten dat de kinderen wat zouden koken voor lunch.

Om 12.00 uur precies klonk vanaf het kasteel een enorme knal. De jongelui stonden braaf op van hun ligstoel en gingen aan de slag. Op dit punt gekomen drukt de gastvrouw mij een grote rieten hoed op de bol opdat ik mijn scherm beter kan zien.

Het zwembad klotst, de kippen klauteren opnieuw door het met een ladder geïmproviseerde hekwerk, op zoek naar de bollen die ik zojuist plantte. Tulpen in Nice, zou dat gaan? Twee plateaus onder me laait het vuur weer op dat de man over de vloer maakte met de dode palmbladeren. Alles onder controle, vraag ik. Alles onder controle antwoordt hij. Een enorme rookwolk trekt over. In de verte nadert vanaf zee een groot vliegtuig. Hij buigt wat af naar het zuiden, klaar voor de landing. Nog even en wij vliegen weer, nog even en we zitten in de trein, nog even en we lopen door een donkere natte stad bij 12 graden weer naar huis. Iemand zegt iets over Aperol.

In de krant zou nu een recept volgen. Maar dat is niet nodig. De vrouw des huizes loopt met een mand verse tomaten, paprika’s en courgettebloemen de tuin uit. Wat meer kan een mens wensen? Een veilige vlucht terug voor iedereen. Hollands weer. Werk. Aan de slag.

Vreemd leven dit leven

(Ik schreef dit  vooruit en klikte te snel; waar ‘vandaag staat, bedoel ik donderdag.)

Wat een rare dag vandaag. Vorige week vrijdag overleden 2 ooms van mij: oom Jaap, een broer van mijn moeder, en oom Arjen, een schoonbroer van mijn vader, de man van zijn zus Aly. Vandaag worden ze allebei herdacht. De een in Hoogeveen, de ander in Nijmegen. Het is de leeftijd, en dat is het natuurlijk. Maar ik vind het afschuwelijk. Ik heb aan alle kanten nu eenmaal een heel lieve familie. En om het nog gekker te maken vertrekken we vandaag naar Nice om daar de mogelijk beoogde potentiële schoonouders-in-spe van mijn jongste zoon te ontmoeten. Ik vind het leven vreemd.

Een plaatje kon ik niet vinden. Ik plaats gewoon nog een keer het gedicht dat Jaap vorig jaar schreef over zijn ouders (en mijn opa en oma), over dat vreemde leven:

Bij het graf van mijn ouders

Vader!
Moeder!
Bent u daar nog?
Ze zeggen dat u dood bent,
maar hoe kan het dan dat ik u zie, vader
als ik in de spiegel kijk.
En dat ik zo maar ineens mijn moeder een psalm hoor zingen:
“Waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen”

Even

Zo tussen de uitstapjes door probeer ik ook nog wat te werken. Dat valt niet mee, want mijn opdrachtgevers zijn weliswaar trouw maar met niet zoveel. Op mijn goede momenten tel ik mijn knopen en pak het tennisracket, de hardloopschoenen of de stofzuiger. Op de mindere momenten klik ik wat vaker op de e-mail: is er nog een leuke klus? Eigenlijk denk ik: wil de wereld mij nog? Nog eigenlijker denk ik: doe ik er nog toe?

Gisteren en eergisteren en vandaag wel. Toen schreef ik voor de zaak en praatte ik voor de zaak. Ik was bij een organisatie waar men “het mes erin heeft gezet”. Dat is overdrachtelijk bedoeld. Feit is dat het aantal medewerkers in een paar jaar tijd met zo’n 20% is gedaald en de ambities met 20% zijn gestegen. Een efficiencyslag noemen we dat.

We overlegden over een vrij complex traject waar mijn aandeel – schrijven – in feite maar een piepklein onderdeel van is. Eerst meten, dan denken, dan praten, dan afstemmen, dan vaststellen, dan – daar is-ie – schrijven. Maar zo werkt het niet. Daar niet nergens niet. Schrijven is nu eenmaal ook een vorm van denken.

Wat opviel was hoe vaak men tijdens dat gesprek het woordje ‘even’ gebruikte.

‘Als jij nou even het introotje aanpast, zet ik het even in de week bij …’

‘Stuur jij even …’

‘Even…’

De frik in mij kon het niet laten. Ik zei: ‘De hectiek in een organisatie is gelijk aan de frequentie waarmee men het woordje ‘even’ in de mond neemt.’

‘Jij gebruikt dat vast ook vaak!’

Ik ontkende dat. Ten stelligste.

Trouwens. Zou Mick Jagger ook wel eens denken dat-ie er niet meer toe doet: Heb je even voor mij

Film op Vlieland

We waren op Vlieland, dit weekend en gingen naar de film. We gingen naar 5 films. Het was dan ook een filmweekend. Het blijft een rare gewaarwording om de bioscoop uit te lopen en te ontdekken dat het half een is. ’s Middags. Je knippert met je ogen. Je onderdrukt een aantal niet te onderdrukken geeuwen. Je strekt de stramme ledematen. Je kijkt op je horloge. Over 3 uur moeten we weer aan de bak. Tijd voor wat lunch.

Ik vind het een leuk concept. Fijn hotel, leuke films, mooi eiland. Is het mooi weer, dan kun je besluiten om de film de film te laten en de fiets te pakken. Is het beroerd weer, dan zit je heerlijk hoog en droog en geniet je van een aantal prachtige films.

Wat het ook erg leuk maakt zijn de introducties van de programmeur Adwin de Kluyver. Ze duren 5 minuten, hij weet telkens een paar details te noemen die het kijken nét wat meer diepgang geven en doet het ook nog eens op een aangenaam relaxte (ja, zo schrijven we het bijvoeglijk naamwoord) manier.

Ze draaiden Scandinavische films. Films over het individu dat het opneemt tegen de samenleving. Het is niet alleen maar koek en ei, daar in Scandinavië. Mijn lieve tijd. We zagen hoe een moeder zoutzuur over haar dochter giet. We zagen hoe een zoon zijn moeder met een schaar doodsteekt. We zagen hoe een directeur van een weeshuis zijn pupillen bijna doodslaat. We zagen …  Ik bespaar u de details.

De zaterdagnachtfilm lieten we echter aan ons voorbij gaan. Die ging over iets weerwolfachtigs. Dat vind ik eng.

Bekijk het zelf: Podium Vlieland

1501 snapshots

Schermafbeelding 2017-10-12 om 08.59.35Mijn stukje over Jan Modaal en de gewone, normale Nederlander bleek nummer 1500 te zijn sinds oktober 2010.

Mijn vader heeft er de eerste 100 of zo van meegemaakt. Hij was trots op mij. In het ziekenhuis stelde hij me voor als “mijn zoon die elke dag een stukje op ‘het internet’ schrijft”.

Misschien, zo bedacht ik later, was het niet alleen trots op mij maar ook op zichzelf, op het feit dat hij op het internet de weg wist. Sowieso had hij een jaloersmakende onbevangenheid en flair als het ging om digitale media.

Door omstandigheden bladerde ik door de oude e-mails in mijn computer. Hij kraakt in al zijn voegen maar bewaart voor mij wel alle mails die ik schreef en kreeg sinds ongeveer 2003. Waaronder heel veel mails van mijn vader. Waaronder veel mails met “snapshots” uit het leven van alledag. De foto die boven dit stukje staat bijvoorbeeld. Een momentopname. Hij zat in de kamer. De zon scheen. Mijn moeder zat op de bank, het theewater kookte, er lag misschien wel een biscuitje met een stukje chocoladereep klaar op het aanrecht. De bos pioenrozen was mooi. Hij genoot. Hij maakte wat foto’s. En stuurde ze met de computer naar zijn kinderen.

Hij zou me vandaag beslist gebeld hebben over het stukje. Hij zou me iedere dag gebeld hebben over het stukje.

Overigens vind ik dat ik na 1501 stukjes wel even vrij mag nemen. Dat doe ik dan ook maar gewoon. Dinsdag gaan we verder.

 

Buitenbeentjes boften

Onze oude nieuwe premier Rutte presenteerde het nieuwe regeerakkoord met onder meer de woorden dat ‘er nu een akkoord ligt waarbij de gewone, normale Nederlander er echt op vooruit gaat.’

Vloeken in de openbare ruimte (en dat is een blogje) is ongepast. Wilt u dus even een stil plekje voor uzelf uitzoeken en daar een vloek naar eigen keuzen slaken. Een verzuchting mag ook. En dat u even een traantje wegpinkt kan ik me ook voorstellen. Maar misschien ligt u nog een slappe lach.

Vroeger hadden we het over Jan Modaal. Daar kleefde toch iets erg middelmatigs aan. Nu is het dus de ‘gewone, normale Nederlander’.

De ‘gewone, normale Nederlander’ is een kreet die gemunt is door Geert Wilders. Het staat voor alles wat niet deugt in dit prachtlandje. Alsof de gewone normale Nederlander het zo verschrikkelijk slecht heeft. Het is een begrip dat voortkomt uit dezelfde vocabulaire als ‘leefbaar Nederland’. Alsof Nederland, een van de rijkste, meest welvarende en gelukkigste landen ter wereld, ónleefbaar zou zijn.

De adoratie van de ‘gewone, normale Nederlander’ is een statement jegens de Nederlanders die wat minder gewoon zijn. Iets minder middelmatig. Iets meer het buitenbeentje. Zij hebben de afgelopen jaren toch maar erg geboft. Nu is het onze beurt.

Ik zou zeggen: hef hier het Wilhelmus aan.

Onze brom

Er is een brom in huis. Eerst hoorde ik hem niet maar gelukkig wees mijn vrouw mij erop. Toen hoorde ik hem ook. Het is een beetje stiekeme huisgenoot. Hij is er. Hij is er niet. En als hij er is, is hij er heel zacht. En doe je een stapje opzij dan is hij weer weg om even later juist dáár op te duiken. Kiekeboe met een brom, een bijzonder fenomeen.

Daar kun je op allerlei manieren op reageren. Ik accepteer zoiets. Ik heb een groot hart en ben bovendien erg lui en kan bijzonder goed leven met een raadsel. Sterker, ik kan goed leven met heel veel raadsels. ‘Het is zoals het is’, ‘Toe maar’, ‘Je doet er toch niets aan’. Ik zeg het allemaal niet maar leef er wel naar.

We hebben een lamp waarvan je de schakelaar driemaal moet indrukken voordat hij aangaat. Ik druk driemaal. Hoe moeilijk is het? Verdwijnt de werkbalk boven mijn computer? Ik leer leven zonder werkbalk. Vertikt de muis het? Ik scharrel een andere muis uit een doos. Een ratel in de fiets? Plakband en verder. Ik improviseer mij om de sores. Ik geef de sores een plekje.

Zo niet de onderzoeker in dit huishouden. Daardoor weet ik nu dat de brom veroorzaakt wordt door de vloerverwarming. Ik zie één werkbare oplossing. Stekker eruit. Trui aan.