19 januari 2018

Het is 19 januari en het is de verjaardag van onze moeder. We gaan vandaag naar het graf.

Het is geen bedevaart, we smeken niets af, we vragen nergens om, we hoeven niets, we zijn er gewoon even. We planten wat bloeiende bollen, we pinken een traan, we drinken koffie en of een borrel en wandelen in Prattenburg. Het graf is er al sinds 1983 toen onze grote zus stierf. We liepen er de deur niet plat; ik meen dat mijn vader er zelfs nooit meer is geweest. De onmacht was te groot. Mijn moeder kwam er wel, ik denk vooral toch met mijn kleine zus. Vrouwen zijn zo veel dapperder.

Maar al die jaren was het graf er; een plek met een steen en een piepklein rotstuintje, een plek met een naam, met namen en data gebeiteld in steen.

Wat zeggen we?

Dat de dagen langer worden, dat de hazelaar bloeit, dat de vetbollen weer goed bezocht worden, dat de koffie lekker smaakt en dat de appeltaart weer onovertroffen is, dat de kinderen het zo goed doen, dat het alweer zo lang geleden is, dat bijvoorbeeld. En dat ze gemist worden, dat we ze missen. Allemaal woorden en ze verdienen het om gezegd te worden.

We maken er gewoon een mooie dag van.

Open ogen

Gisterenmiddag verrzamelden de eerste liefhebbers zich al met slaapzakken bij de boekwinkel
Gistermiddag verzamelden de echte fans zich al bij de boekwinkel

In 1977 zou Neil Young Decade uitbrengen, zo ging het gerucht. Geen idee hoe dat soort verhalen zich verspreidden maar ik wist ervan. Bijna dagelijks ging ik naar de winkel om te checken of deze ultieme driedubbelaar al in het schap stond. Dat deed-ie niet. Het was winter, het werd lente, het werd zomer en herfst. Pas op 28 oktober 1977 kwam hij uit. Ik weet dergelijke feitjes niet uit mijn hoofd maar lees ze op de website waar alles over de muziek van Neil Young te vinden is:sugarmtn.org. Het was de moeite waard: er stonden zeker 3 nummers op die ik nog niet had.

Zo ging dat jaren door. Iedere nieuwe plaat weer. Nu hoef je maar wat te klikken en je komt rechtstreeks in zijn hoofd en hoort nieuwe nummers ontstaan. Heel bijzonder. Je hoeft niet meer met een bonzend hart naar de winkel, is-ie er al en wat voor elpee is het geworden?

Eergisteren liep ik bij Godert Walter binnen, de lokale kleine boekwinkel. Die nieuwe bundel van Remco Campert, is-ie er al? De verkoopster moest me teleurstellen. Donderdag, dan komt-ie uit. Even wilde ik vragen: hoe laat? Maar ik ga gewoon om 8 uur bij de deur liggen. Of moet ik eerder?

Rare tijden

Rare tijden beleven we. Aan de overkant op het Kerkhof bij de buren van Provincie een hoop bestuurlijke drukte hetgeen zich vertaalt in het af en aan rijden van Audi’s en BMW’s. Je hoopt dat het om het gas gaat maar waarschijnlijk draait het om de komst van onze koning op 27 april. Want prioriteiten moet je stellen. Is hij eigenlijk nog welkom in Groningen?

Iets verder naar het oosten een kleinzoon op komst. Er zit nog 1 beschuit in de bus. Hetgeen betekent dat ik morgen opa word. Maar zo’n kind, hoe klein ook, laat zich niet commanderen.

Pal hierboven een professor in de virologie met griep; mijn rol als mantelzorger is gezien de aard van de aandoening zeer beperkt.

En down under de Australian Open. Klap na klap slaan de dames en heren zich door de dagen. Als ze klaar zijn is dat pompen gestopt, de baby geboren en bedacht mijn vrouw een middeltje tegen griep. En is Federer of Nadal kampioen.

Grote markt

Op de Grote Markt hebben ze de ijsbaan vorige week alweer laten leeglopen. Het was winter en hij duurde 4 weken. De schaatsen kunnen weer in het vet.

Met het leeglopen van de ijsbaan is ook de enorme tent eroverheen afgebroken, inclusief de koek-en-zopiecorner en het tribunetje. Het kostte ongeveer een week om dat op te bouwen.

Maar een lege Grote Markt is geen gezicht, en dus bouwt men sinds zondag aan een concertzaal voor Eurosonic Noorderslag. Het wordt een tent. Een enorme tent, inclusief een koek-en-zopiecorner en tribunetje. Woensdag is het waarschijnlijk klaar.

Zondag breken ze hem weer af. En dat is maar goed ook want ongetwijfeld staan volgende week nieuwe tentbouwers alweer te trappelen van ongeduld.

Nijjoarsveziede

De nijjoarsveziede op het Martinikerkhof verschilt behoorlijk van de nijjoarsveziede van Dorpsbelangen Leermens. Zo was er geen verloting! Daarentegen waren er wel originele Engelse mince pies en die heb ik dan weer in Leermens nooit gehad. In Leermens zullen ongetwijfeld Thomasvaer en Pieternel het jaar op rijm hebben doorgenomen. Ze waren hier op het kerkhof in geen velden of wegen te bekennen. In Leermens kregen we boerenjongens op brandewijn, op het Kerkhof mochten we onze eigen wijn meenemen. Ons eigen eten ook trouwens.

Maar overeenkomsten zijn er ook en de belangrijkste is wel dat zo’n visite betekent dat je de mensen ontmoet met wie je je stoep deelt, met wie je het plantsoentje deelt, met wie je je ergernissen over niet-invalide parkeerders met een invalidenparkeerkaart of illegaal poepende honden deelt, met wie je je Albert Heijn deelt, de mensen kortom met wie je samenleeft.

Dat zijn grote woorden, ik weet het. Want eerlijk gezegd, een aantal van ons bewoners kent elkaar amper bij naam. Maar dat je weet wie er in welk huis woont, en dat je elkaar met nieuwjaar een hand geeft en een glas drinkt, dat is een belangrijk aspect van thuiszijn.

Zaterdag liep ik rond half 5 uur nog even naar de markt; precies: goedkoop bloemen scoren. Weer bijna terug op ons pleintje viel een meisje van haar fiets. Ze had geprobeerd over de trottoirband de hoek om te fietsen. Ik had haar de avond ervoor een hand gegeven. Ze werd overeind geholpen door haar moeder en door de buurvrouw. Ik had hen de avond ervoor een hand gegeven. Juist om de hoek kwam de hostess van die vrijdagavond. Ik had haar die avond ervoor een hand gegeven. Waarna Jan aan kwam lopen. Ik had hem de avond ervoor een hand gegeven.

Het had allemaal wat weg van Mijn Franse tante Gazeuse. Heerlijk.

Met de gevallen dochter is het overigens helemaal goed gekomen.

 

Tetris Mon Amour

We wandelden gisteren van de schouwburg naar huis. Ik was nog een beetje van slag. Wat een voorstelling. Club Guy and Roni, een Gronings danstheatergezelschap, en Slagwerkgroep Den Haag speelden ‘Tetris mon amour’. 7 dansers, 3 slagwerkers. 5 kwartier. Het had geen minuut langer moeten duren of we waren collectief van onze stoelen gerold. Het was overrompelend, intiem, groots, grappig, bloedstollend, mooi.

Een plot bespeurde ik niet. Later, vanochtend, thuis, alleen, las ik de toelichting. De voorstelling gaat over de ruimte die grenzen bieden. Grenzen beperken je, maar die grenzen dwingen ook tot creativiteit. We kennen het allemaal: de rijmdwang die je jezelf oplegt bij Sinterklaasgedichten doet je soms op onverwachte vondsten komen. In de voorstelling Tetris Mon amour zagen we die grens bijvoorbeeld in de enorme kubus op het toneel waarbinnen en waarbuiten de dansers speelden.

Vroeger kon je dan in de auto nog 25 minuten wat voor je uit kijken en langzaam maar zeker de oude wereld weer je eigen maken. Nog een nadeel van wonen in de stad … Nu konden we nog gewoon Inspector Morse kijken. Toch jammer.

Bekijk de trailer Tetris Mon amour

Een keurig huis

Eigenlijk hoort boven dit stukje een foto van onze bezemkast. Nu mét stofzuigerslangbeugel. Maar fotografeer maar eens een stofzuigerslangbeugel in een bezemkast.

Mijn moeders hart zou een sprongetje hebben gemaakt. Mijn moeder was netjes. Zo netjes dat een psychiater met wat wroeten er vast iets achter had gevonden. Maar waarschijnlijk had het alles te maken met de grootte van het gezin waar ze in opgroeide en de krapte van de woning waar dat gebeurde: 10 kinderen in een bovenwoning in Amsterdam.

Toen mijn moeder onze nieuwe houtkachel voor het eerst zag, verheugde ze zich vooral over het feit dat er ook een ruimte onder zat, voor de blokken hout. Ze naaide aan theedoeken altijd 2 lusjes. Zo zat je eigenlijk altijd meteen goed als je de theedoek wilde ophangen. U begrijpt: zij had ook een beugel voor de stofzuigerslang. En een stofdoekenzak. Die heb ik overigens nog niet.

Maar dus wel die beugel. Ik beschouw het een milestone, een betekenisvol stapje op weg naar volledige inhuizing. Bij de winkel sprak ik mijn twijfels uit over mijn vermogen om die beugel op te hangen : zo’n bezemkast is krap. De beugelverkoper maande me wat meer vertrouwen te hebben in mijn eigen klusvermogen. En inderdaad: die beugel smaakt naar meer. Nu nog de skibox, het imperiaal, de ladder en het keukentrapje ophangen, de snoeren aan de plinten bevestigen, 5 lampen monteren en het bijzettafeltje schuren en lakken en de installateur bellen om de spotjes te repareren die niet meer aan gaan sinds we de Campariflesjeslamp aan het lichtpunt bevestigden.

Maar dan is het zover.