De tweede

Ik had de wethouder gesproken en de mondkap weer op. Ik liep de brede trappen af en stapte de ontvangsthal in. Subiet en in mijn geheel – de voeten eerst – klapte ik achterover. Ik slaakte een kreet en bleef beduusd liggen.

‘U bent de tweede al’ riep de geschrokken schoonmaakster me toe. Ze kwam me ontdaan te hulp. Maar zover was ik nog niet. Ik ging in gedachten de ledematen bij langs. Toen ik 3 maanden geleden m’n arm brak, voelde ik dat in eerste instantie helemaal niet. Voor ik opstond, wilde ik zeker weten dat alles het nog deed. En helemaal zeker van m’n zaak was ik niet.

Daar lag ik weer. Een oude man, languit op de rug, pietsje ontdaan, pietsje aarzelend. Mijn zelfonderzoek bracht geen schokkende feiten aan het licht. Ik was oké. Maar zelf opstaan wilde niet, ook al omdat de ondergrond nat was. Ik verzocht om assistentie. Ik kreeg assistentie.

‘Ik heb in de thuiszorg gewerkt, vertrouw maar op mij.’ De schoonmaakster reikte me de hand en begon te trekken. Dat werkt niet, weten mijn vrouw en ik sinds enkele maanden. Zo’n lift moet toch echt vanuit de benen komen, de handreiking zorgt voor houvast en stabiliteit. Ik maande haar tot ho en stelde voor opnieuw te beginnen. ‘Het is hier helemaal droog, hoe kunt u nou toch zo vallen?’ Ik had zo gauw geen antwoord en wilde overeind. ‘First things first’ zei ik en hees me eigen overeind. Opnieuw vroeg ze zich af hoe ik toch zo kon vallen over een droge vloer.

Ik had daar geen antwoord op.

‘Hoe dan ook, ik stop ermee.’ Gedecideerd zette ze heur mop in de emmer. ‘U bent de tweede al,’ pruttelde ze nog wat na, ‘ik zei nog dat dat spul te vet is. U bent de tweede al.’

Sleet

De sporen die traplopers nalaten op de trap van de Jumbo, op weg naar de fitness of de zwemles of de fysiotherapie erboven. Wonderschoon en een en al toeval. Mensen gaan naar boven, naar beneden. Zoekend, wat op de tast, of juist heel gedecideerd met twee treden tegelijk, blij, verdrietig, boos, moe, leeg. Al die treden laten hun sporen na en al die sporen worden een spoor en dat spoor blijkt mooi. Ik kwam er wekelijks, ik maakte het mee. Sleet. Slijtage. Gebruikssporen. Gaandeweg ontstaan ze, gaandeweg verbeelden ze de route die we nemen, de stappen die we zetten. Het zijn de kinderknuistjes op de deurpost, het is de uitgesleten keldervloer, het zijn de strepen in je boeken, het zijn de kale plekken op je bank.

Ik maakte er wat foto’s van. Ietwat besmuikt moet ik bekennen. Er kwam iemand langs. Hij had haast. Hij vroeg niets. Ik zei niets. Hij wist niet wat hij deed.

Dromen van Parijs

Zie ze staan. De voeten stevig in de klei, de armen gestrekt, ontspannen, de schouders omlaag. Een eindeloze stoet ranke, goedmoedige reuzen die ooit ‘ja’ zeiden toen ze gevraagd werden of ze wat draden wilden dragen. ‘We houden contact’ en dat doen ze. ‘Waar gaan we heen?’ vroeg er een. ‘Parijs,’ zei een ander, ‘of Delfzijl.’

Ze slaan zich nu voor de kop. Het werd Delfzijl. Maar is beloofd blijft beloofd en ze houden vol. Nog even tenminste. Hun draden zijn inmiddels te dun voor alle stroom die er door moet. Op allerlei plekken worden nu voorbereidingen getroffen om nieuwe draden te spannen over nieuwe reuzen.

De oude worden dan bedankt. Ik hoop dat er te zijner tijd een rustgebied wordt aangewezen waar ze zich eindelijk samen kunnen neerleggen, de armen knus onder de bol, de blik op oneindig. Dromen van Parijs.

Dag 4 en dag 5

Dag 4 zit er op. Er gebeurde niets, we deden alles. Oma zit achter en maakt een puzzeltje. Opa zit binnen en bekijkt de mails van de dag en schrijft een beetje. Je loopt wat af op zo’n dag maar daar word je niet zo moe van. Je doet van alles op zo’n dag maar ook dat kunnen we aan. Het is – ik spreek voor mezelf- het appel dat op je gedaan wordt. Constant. Dat maakt het zo geweldig en ook zo vermoeiend. Die permanente staat van alertheid ken ik verder alleen als ik een training geef. En zelfs dan bouw ik af en toe een pauze in.

Dat zat er vandaag niet in. Lasse wilde best naar bed maar niet slapen. Op zich is dat prima. Maar een uurtje echt slapen zou hem goed doen. Maar: ‘Nee opa, daar heeft ik niet zo’n zin in. Oma haar kralen zijn vies.’ Achter het gordijn staat een standaard met wat kettingen. Ze zijn geen fortuin waard maar het levert wel chaos op als de rijgdraad breekt. Op de vloer sneeuw, een papieren zakdoekje in honderden stukjes. Voor de deur een beschilderde kei. Achter de deur beer en een boek van kikker. En wie naar boven loopt treft een bezweet jongetje aan die haastig is gaan liggen.

In de kamer ernaast ligt z’n broertje. Brabbel de brabbel de brabbel. Ook bezweet. Ook niet tot slapen bereid. Hij gaat met zijn oma in de buggy een rondje lopen. Ze zijn nog niet buiten of hij slaapt al. En weer wakker ligt hij op de vloer te spelen en te rollen en te lachen en te praten en gekke bekken te trekken.

Gisteren schreef ik over dag 1, 2 en 3. Vandaag over dag 4. Dag 5 is deze week van mij. Ik ga sporten. Ik ga mijn boek lezen. Ik ga een heel klein beetje schoonmaken. En verder doe ik niets.

Word tekstschrijver

Wat doet een tekstschrijver?
Dat is vragen naar de bekende weg. Een tekstschrijver schrijft. Eigenlijk altijd omdat degene die haar of hem ervoor betaalt er geen tijd voor heeft of het niet zo goed kan.

Met andere woorden, als je makkelijk schrijft, kun je tekstschrijver worden?
Het helpt wel, een goede pen. Maar er komt echt wel een beetje meer bij kijken. Wat mij bijvoorbeeld erg heeft geholpen is het feit dat ik  voordat ik als tekstschrijver begon, 6 banen had gehad. Leraar Nederlands, secretaris van een fuserende hbo-instelling, manager contractactiviteiten, organisatieadviseur, docent Personeel & Arbeid, manager stafafdeling, communicatieadviseur … 7 banen zie ik nu.

Was je dan wel gelukkig? 7 banen in 18 jaar?
O ja, maar ook regelmatig diep ongelukkig. Mijn arbeidsethos verhield zich slecht met het hebben van kinderen en een lieve vrouw en een mooie tuin. En ik had het niet zo op bazen. Ik had veel liever opdrachtgevers. Dat kwam goed uit want toen ik dat aankaartte bij mijn laatste baas, gaf zij ruiterlijk toe dat ze liever mijn opdrachtgever was dan mijn baas. Ik nam ontslag en zij betaalde voor mij een dure opleiding tot communicatieadviseur en gaf me bovendien een mooie opdracht. En al die ervaring die ik had opgedaan nam ik natuurlijk ook mee.

Wat moet je dan nog meer kunnen als tekstschrijver?
Die vlotte pen is fijn maar een goed oor is handiger. Ik schrijf niet op wat mensen zeggen. Ik schrijf op wat mensen willen zeggen. Of wat ze zouden moeten willen zeggen. En dat doe ik zo, dat anderen het willen lezen. Opdrachtgevers help ik bij hun zoektocht naar de juiste middelen en aanpak. Ik voel me vaak meer adviseur dan schrijver. En in die rol is wat levenservaring en werkervaring erg fijn.

Maar moet ik dan wachten tot ik 43 ben voordat ik me kan vestigen?
Dat is een optie. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon beginnen. Je bent niet de enige. De concurrentie is moordend. De collegialiteit vaak hartverwarmend. En je kunt tegenwoordig een opleiding doen tot tekstschrijver. De Hogeschool Utrecht biedt sinds vorige week die opleiding aan. Als ik niet hard op weg was naar mijn pensioen, zou ik het doen.

Pensioen?
Ach, zo af en toe borrelt dat wel eens bij me op. Maar dan kijk ik naar de bankrekening van de BV Wout Sorgdrager en realiseer ik me dat we een aspect van het tekstschrijven misschien wat onderbelicht hebben. Geld. Je wordt niet erg rijk van tekstschrijven.

En die foto?
Nou ja, dat is een van de redenen waarom het zo’n ontzettend leuk vak is. Wie mag er op dag 1 schrijven over een stilstandvoorziening, op dag 2 over het nieuwe curriculum van de opleiding Tandheelkunde en op dag 3 over de woonvisie van een gemeente? Om op dag 4 zijn beide kleinzonen in de armen te  sluiten? Precies. Ik.

Bekijk de opleiding Professioneel tekstschrijven.

Dorpshuisbeheerder

In Leermens zoekt men voor het dorpshuis een beheerder. Traditiegetrouw is dat een stel en eerlijk is eerlijk, traditiegetrouw gaat dat stel ook uit elkaar. Het ene stel houdt het wat langer vol dan het andere maar in 8 van de 10 gevallen redt de relatie het niet. Het is geen erg stressvolle baan. Daar ligt het niet aan. Nee, ik denk dat wie ervoor kiest om de uitbater te worden van een dorpshuis in een klein dorp, ergens in Noordoost-Groningen, op zoek is naar verandering, de zin van het leven of avontuur. Dat zijn kwetsbare fases in een mensenleven.  

In de jaren 90 konden wij het niet meer bijhouden. Beheerders kwamen en gingen en kwamen en gingen. Wij stelden ons als buren telkens netjes voor maar ik heb er vast een of twee gemist. Allemaal wilden ze op bepaalde dagen in de week koken voor het dorp en allemaal wilden ze nieuwe activiteiten organiseren en allemaal bleken ze te hoog te grijpen. Leermsters zijn net gewone mensen. We willen best af en toe met dorpsgenoten samen eten maar niet elke week. Leermsters zijn net gewone mensen. We willen graag af en toe met het dorp iets doen maar niet op donderdag want dan is ‘Silent witness’ op tv en niet op vrijdag want dan zijn we moe en niet op zaterdag want dan hadden we al een afspraak. 

Nee, dat dorpshuis is bedoeld voor de yogales op woensdagochtend en in het seizoen de repetities van de toneelvereniging en het smartlappenkoor en voor de zaterdagnamiddagborrel en de Sinterklaasviering en de nieuwjaarsvisite en de klaverjas- en sjoelavonden. En natuurlijk voor andere dorpsbijeenkomsten zoals vergaderingen en etentjes. Heus, die zijn er genoeg. 

Ik zag de vacature op Facebook. ‘Zullen we?’ vroeg ik mijn vrouw. Ze zei ‘nee’ en ik begreep haar wel. Maar bent u zeker van uw partner, kent u de zin van het leven al en bent u wars van avontuur? Ga eens praten. Veel mooier wordt het namelijk ook niet. 

beheerder voor dorpshuis Leermens