De mondige burger

Het aantal wrakingsverzoeken is spectaculair gestegen, lees ik vanmorgen in de Volkskrant. In 5 jaar tijd steeg het aantal verzoeken van 159 per jaar naar 288. Dat blijkt uit een  onderzoek aan de Universiteit van Utrecht. De hoogleraar die het onderzoek begeleidde ziet drie mogelijke oorzaken. Advocaten lijken zich steeds meer te vereenzelvigen met hun cliënten, het aanzien van de rechterlijke macht daalt en de burger wordt steeds mondiger.

Dat een advocaat zich meer verbonden voelt met zijn cliënt lijkt mij een ongewenste zaak. Een advocaat is een raadsman. De raadgever moet zich juist niet vereenzelvigen met de radeloze. Maar ik wil het hebben over die twee laatste oorzaken.

Ik heb voor alle zekerheid het woord ‘mondigheid’ even opgezocht in Van Dale. Het betekent

  • dat je meerderjarig bent,
  • dat je in staat bent jezelf te besturen of
  • dat je in staat bent zelfstandig te beslissen, te handelen, te oordelen.

Dat er meer mensen meerderjarig zijn, zal niet de oorzaak zijn van het groeiend aantal wrakingsverzoeken. Blijft over dat er steeds meer mensen in staat zijn zichzelf te besturen of zelf te beslissen dan wel te oordelen. Waarschijnlijk moeten we de oorzaak in die hoek zoeken. Het is de vooruitgang. Vroeger besliste de rechter of je een strafbaar feit had gepleegd. Tegenwoordig kunnen we dat zelf. Vroeger oordeelde de rechter over de straf. Tegenwoordig kunnen we dat zelf. En als we denken dat de rechter het minder goed kan dan wijzelf, doen we een wrakingsverzoek. Is het nu zo dat het aanzien van de rechterlijke macht gedaald is? Nee. Het is meer onze eigendunk die is gestegen.

Misschien moeten we wat zuiniger zijn met het predicaat ‘mondig’.

Stress

De Albert Heijn in Appingedam  is verhuisd. Een verhuizing schijnt een van de meest stressvolle ervaringen in een mensenleven te zijn. Ik weet niet of er onderzoek gedaan is naar de impact van de verhuizing van je eigenste supermarkt. Maar geloof mij: wij Groningers hebben het niet zo op verandering. De stress die zich gisterenmiddag van ons meester maken, dreunt ongetwijfeld nog lang door in de Eemsdelta.

Het was ook wel wat veel van het goede. De oude AH zat rechts van de inrit. De nieuwe links. Vervolgens bleken de winkelkarren tegenwoordig aan de ketting te liggen. We moesten eerst binnen een muntje halen. Daarna bleek dat de AH eigenlijk wil dat we onze boodschappen voortaan zelf  inchecken in onze winkelwagen. Daar pas ik voor. Maar veel van mijn collega’s niet. Die staan dus met een hun onbekend apparaat in een hun onbekende winkel hun onbekende handelingen uit te voeren. Iedereen zocht alles, niemand vond iets.

En om de feestvreugde compleet te maken had AH een meneer ingehuurd die met een accordeon in de armen en een trommel op de rug door de winkel trok en Hollandse hits van vroeger speelde. ‘Jan Plezier’ las ik op de trommel. Uit Stadskanaal.

De school met de drukpers

Vandaag is mijn moeder jarig. Ze was onderwijzeres. Misschien moet ik wel zeggen: ze is onderwijzeres. Als ik haar loopbaan terugspoel, was de tijd aan de Weerenschool in Amsterdam-Noord misschien wel de mooiste. Dat kan ik alleen maar beoordelen aan de manier waarop ze over die tijd spreekt. Ik vraag het haar vandaag.

Toen zij er les ging geven, bestond de school nog maar kort. Het was een Freinet-school. in die tijd heette dat ook wel ‘School met de drukpers’. Lesmateriaal kocht je niet, lesmateriaal maakte je. Rekenen en taal waren belangrijk. Maar muziek ook. Natuurlijk, meesters en juffen gaven les. Maar kinderen leerden ook veel van elkaar. Of van hun eigen vaders en moeders die op school kwamen vertellen over hun werk. Aardrijkskunde begon bij huis. En iedere dag of iedere week maakten de kinderen een krant. Daarin schreven ze over wat ze hadden geleerd en wat ze hadden meegemaakt.

Ik kan niet zo goed beoordelen of die aanpak nu gemeengoed is geworden. Het zou maar zo kunnen dat er tegenwoordig schoolklassen zijn die dagelijks een blog schrijven. Schrijven is natuurlijk een geweldige manier om leerervaringen te ordenen en te bestendigen. En geloof maar: samen zo’n drukpers klaar maken is een karweitje waarvan je goed leert samenwerken.

Mijn moeder genoot volgens mij van het nieuwe, van het pionieren. Maar ik geloof dat ze vooral genoot van de organische aanpak van het onderwijs. Van de vanzelfsprekende manier waarop de kinderen en hun familie centraal stonden.

Mijn moeder was onderwijzeres. Dat had ook een andere kant. Ik weet nog (we hebben het over Amsterdam Geuzenveld om en nabij 1964) hoe ze een wildvreemde jongen die op straat vervelend was geweest vanaf het balkon aan de Jan van Duivenvoordestraat naar boven riep. In die tijd kwam zo’n jongen dan ook. Mijn moeder zette hem in de hoek. Over daadkracht gesproken.

Middenstand

Ach ja – heimwee naar vroeger.

Toen wij in 1989 in Leermens kwamen wonen, telde het dorp al nauwelijks meer middenstand. Ja, je had slager Blokzijl. We eten al jaren nauwelijks vlees. Dat was in die tijd niet veel anders. Maar goed. Ik kwam er wel eens. Meestal op maandag. Dat was in die tijd mijn vrije dag. Ik herinner me dat ik er een keer was en dat hij ‘nee’ moest verkopen. Het vlees was op. Pas ’s middags was er weer nieuw vlees. Dat zag je ondertussen al wel hangen, achterin de zaak, in de vorm van een groot karkas. Andere middenstanders waren er eigenlijk niet. Leermens kende nog een houthandel op Lutjerijp, twee garages, enkele kunstenaars en Tjip de clown.

Nu is het aantal middenstanders eigenlijk alleen maar groter. Akkoord, vlees kun je in Leermens niet meer krijgen. Maar verder kun je hier terecht voor al je auto’s, hout, kunst, feestredes, ict, coaching, aannemerij, timmerwerk, communicatieadvies en briljante teksten en natuurlijk: clownerie.

Je begrijpt niet dat het niet wat drukker is.

Middenstand in Leermens:

De plakfactor

De 5 best gelezen berichten op NU.nl anno 10 januari 2011:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  3. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  4. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran
  5. Politie Mexico vindt vijftien onthoofde lichamen

Diezelfde dag, een paar uur later:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Getuige parachutemoord stort zelf neer
  3. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  4. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  5. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran

Dit is het. Dit zijn we. U en ik. Dit is wat ons interesseert. Krankzinnige toevalligheden en gruwelijke gebeurtenissen. Met de hand op m’n hart: ik persoonlijk heb geen van deze links aangeklikt. Maar ondertussen bekijk ik (en velen met mij) de naarste moorden op de BBC en geniet ervan.

De gebroeders Dan en Chip Heath schreven een erg Amerikaans maar ook erg aardig boek: De plakfactor. Het is van 2007 maar ik vond het interessant. Ze laten daarin zien hoe je ervoor kunt zorgen dat je idee echt over het voetlicht komt en dat het daar blijft plakken. En eigenlijk is dat heel simpel. Zorg voor een eenvoudig, onverwacht maar geloofwaardig verhaal dat je met gevoel vertelt. Hoe mensen van een nier worden beroofd, bijvoorbeeld. Of hoe een tienjarig meisje een vliegtuigongeluk overleeft.

Wilt u een moeilijke regeling uitleggen? Begin met een verhaal over een situatie waar uw regeling voor bedoeld is. Maak het eenvoudig, onverwacht en geloofwaardig. Vertel het met gevoel. U zult zien: uw regeling is niet meer uit de hoofden van uw publiek weg te slaan. Hoewel, ik zag net nog een aflevering van Silent witness…

Taaltolerantie

Gisteren ontving ik een mail van een lezer. Hij stoorde zich aan het taalgebruik van een lezeres van het Jeugdjournaal. Lees even mee:

‘Op zoek naar het nieuws stuitte ik op een juffrouw die aan de kinderen in Nederland vertelde wat er in de wereld aan de hand is. Ze sloot haar uitleg af met ‘DOEG…!! Waarom niet gewoon ‘DAG  !! Daar zitten we dan de komende 50 jaar mee. Nu komt mijn vraag: ‘kun jij niet aan alle juffrouwen die het jeugdjournaal voorlezen, zeggen dat dit echt niet meer kan?’

Tja. Doorgaans reageer ik niet op lezerverzoeken maar ik wil graag een uitzondering maken. Ik heb namelijk ook een ergernis. Ik erger me aan mensen die zich ergeren aan taalmisstanden. Zo. Het hoge woord is eruit.

Is ‘Doeg’ echt erg? Natuurlijk praktiseren veel mensen Nederlands dat niet aan de regels voldoet. Maar who cares? Taal leeft en beweegt, taal ontwikkelt zich. Taal is een middel om jezelf te uiten en om de ander te horen. Wat telt is de vraag of ik erin slaag mezelf te uiten en de ander erin slaagt mij te begrijpen.

Dat veronderstelt aan beide zijden van de verbinding goede wil. Goede wil om je duidelijk en voor de ander acceptabel te uiten. En goede wil om de ander te begrijpen.  Ik heb me heilig voorgenomen om me niet meer te ergeren aan ‘het kan niet zo zijn’, ‘zich beseffen’, ‘zeg maar’ of ‘doeg’.

Dus nee, een doegverbod ga ik niet uitvaardigen. Nederland kan zo veel toleranter.