Amsterdam revisited

Komend weekend ben ik in Amsterdam. Ik ben er geboren en getogen. Toen ik 14 was, verhuisden we. Dat vond ik vreselijk. Maar dingen gaan zoals ze gaan.  Toen ik eenmaal getrouwd en wel in Groningen woonde, kwam ik weinig in de “grote stad”. En als ik er was, vond ik het er maar groot en -eerlijk gezegd- ietwat bedreigend.

En nu. Sinds een jaar of 10 kunnen we af en toe het huis van m’n tante gebruiken in het hartje van de stad. Pal bij de Amstel, pal bij de Hortus, pal bij Carré. Als je daar in de woonkamer zit, kijk je uit over de gracht.  Jaap vroeg waarom ik Amsterdam zo mooi vond. Ik begon wat te bazelen over de lucht boven de Amstel. Klinkt raar. Waarom vind een Leermster de stad zo mooi? Omdat de lucht boven de Amstel zo wijds is? Maar zoiets is het wel.

Awel. Wie Amsterdam zegt, zegt tulpen. Hieronder geen studie van de menselijke conditie. Ook geen studie over het verval van tulpen. Wel een kritische noot bij m’n eigen waarneming. Tulpen vallen wel degelijk uit. Maar eerlijk is eerlijk: ze doen het elegant. Toch?

Betekenis

‘Zuid kreeg helder een schoppenintroever in de dummy als twaalfdeslag in beeld en koos voor het slem in ruiten.’ Iedere zaterdag publiceert Kees Tammens een absurdistisch verhaal in de Volkskrant. Ik vind ze prachtig: ‘Voor noord-zuid pech, voor oost-west geluk dat oost deze vitale honeur bezat.’

Ik kan niet bridgen. Misschien dat als ik wel kon bridgen, ik die stukjes van Tammens maar flauwe zeurstukjes zou vinden. Het onbegrijpelijke vergroot voor mij de leesvreugde. En een boodschap? Haal ik een boodschap uit deze teksten? Nee. Als ik er al een boodschap uithaal, legde ik die er eerst zelf in.

In Boijmans Van Beuningen exposeert Wim T. Schippers nu zijn pindaklaasvloer. Een geniaal statement, een nijver stukje huisvlijt, straks heel veel emmers heel vies sop, een heleboel pindakaas op een vloer? Betekenis wordt zwaar overschat.

Hoera

Het blijft raar, de schoonheid van uitgebloeide tulpen. Veel bloemen verliezen op den duur hun bloembladen. Tulpen waarschijnlijk ook. Maar voor het zo ver is schieten ze de lucht in, wringen zich in allerlei bochten om vervolgens het kopje te laten hangen. Ik vind dat mooi. Het heeft iets halsstarrigs. En tegelijk ook iets slungelachtigs en deemoedigs. Iets puberaals. Kijk ze daar eens staan.

Waarom eigenlijk bloemen? Ik weet op het moment dat ik dit publiceer niet precies hoe de verkiezingen zijn afgelopen. En wat zou ik erover zeggen? Maar ik weet wel dat dit mijn honderdste stukje is … dank u wel, dank u wel.

Op 12 oktober schreef ik het eerste stukje. Toen moest de winter nog beginnen. En nu zijn de tulpen alweer bijna uitgebloeid.

Morgen trakteer ik. Maar vandaag buig ik mij over geo-informatisering, updates, roadmaps, multomappen en misschien nog taart. Want dat hoort erbij.

Groente in mijn tuin

Ze zitten er wat verbouwereerd bij. Zij, verwijtend: ‘Jij zei dat hier water was!’ Hij, beledigd: ‘Sorry hoor. Ik hoorde dat van een stel vrienden. Ik weet het ook niet. En er is een sloot.’ Twee eenden zitten op het verfomfaaide gras van de ijsbaan. Hij is leeg.

Mij overvalt het ook wat. Je let even niet op en de lente begint. De ijsbaan is alweer leeg. In het weiland naast ons heeft Jan Groenewold vorige week alweer een stel schapen gezet. En op het dak onder de pannen hoor ik vogels druk in de weer met iets wat een nest moet worden. Maar er is nog niets.

Ik wil wel. Misschien dat ik een dezer dagen alvast een schema maak voor de groentetuin. Of dat ik –minder planmatig maar een stuk leuker- bij zaadhandel Haan in Loppersum weer een greep doe uit de collectie. Ik ga dit jaar geloof ik voor winterwortelen, peulen, sperziebonen, bieten, ui, een weinig sla en knoflook.  Ik zie het al staan.

Welkom in de bouwput

We waren drie dagen in de Randstad. Ik had al wel eerder gehoord dat het er mooi moest zijn. En inderdaad. Dat kon minder. Wat me vooral bij blijft, is een metalen bol die in een bak met fijn zand valt. Te zien in museum Boijmans Van Beuningen bij de tentoonstelling ‘Schoonheid in de wetenschap’.

Zo met het blote oog gebeurt er niet veel. Ja, er stuift wat zand op. Maar Boijmans Van Beuningen toont een filmpje dat gemaakt is met een supercamera. Je ziet dan wat er écht gebeurt. De bol komt neer. Aan de randen van de krater spat er een ring van zand omhoog. Die ring komt niet heel hoog. Maar dan. Terwijl die ring langzaam daalt, zie je uit het midden van de kraterinslag eensklaps een krachtige straal opspuiten, zomaar, uit het niets. Heel langzaam begint die straal wat te haperen. Tot we niet meer van een straal kunnen spreken maar gewoon van een verzameling druppels. Je ziet eigenlijk niet of die druppels dalen of stijgen. Ze zweven. Nog even. En dan zijn ze weg.

Andere hoogtepunten uit ons bezoek? Delft, althans, dat gedeelte waar ze niet aan het bouwen zijn. Veel blijft er dan niet over maar goed, de Nieuwe Kerk hebben ze vooralsnog laten staan. Mét het prachtige glas-in-lood-raam van Annemiek Punt. En Den Haag, althans dat gedeelte waar ze niet aan het bouwen zijn. Ook het Mauritshuis is de dans nog ontsprongen. En ten slotte het ritje met de sneltram van station Pijnacker-Centraal naar Rotterdam. Die sliert met volkstuincomplexen die zich manmoedig staande houden tegenover het oprukkend nieuwbouw. Wat nu nog een aaneengesloten sliert is, is morgen een verzameling kralen. En overmorgen?

Welkom in de Randstad. Welkom in bouwput Holland.

Verslaving

Sinds 12 oktober schrijf ik iedere werkdag een stukje voor deze weblog. Ik vroeg me af of het me zou lukken om elke dag zo’n stukje te schrijven. Ik heb het proefondervindelijk uitgezocht. Ja. Dat kan ik. Maar wat als experiment begon, dreigt te ontsporen in een verslaving. Dat zie je wel vaker. Daarom, voordat het te laat is, moet ik een weekje afkicken. Ik heb een uitstekende ontwenningskliniek gevonden. Daar zal ik me laten behandelen. Ondertussen kunt u natuurlijk ook zelf die stukjes bedenken. Als ik het kan…

Onderwerpen genoeg: vandaag zou het gaan over de rivier de Linde. Kende u de Linde? Bij Wolvega. Prachtig. Er stroomt een rivier door dit land waarover ze mij nooit iets hebben verteld. En wie schreef het verkiezingsprogramma 2010 van GroenLinks? Een geweldige tekst. Ik citeer het slot van de inleiding: ‘GroenLinks heeft een agenda voor de toekomst. Groene en sociale politiek verbinden. Kracht putten uit verschil. Gelijke kansen bieden aan iedereen. Nu. Straks. Hier. Daar.’ Ik zou graag wat schrijven over waarom ik dit zo’n sterke tekst vind. En dan woensdag: een perfecte dag om u wat meer te vertellen over mijn recente avonturen met een digibord. Neem van mij aan: een schoolbord en krijtjes hebben ook wel iets. Donderdag zou ik doorborduren op dat woord ‘recent’. Dat is een namelijk een bijvoeglijk naamwoord. Maar we gebruiken het tegenwoordig steeds vaker als bijwoord: ‘Ik ontving recent uw ….’ Het alternatief is zo’n prachtig woord: ‘onlangs’. En dan vrijdag. Vrijdag misschien iets over Delft of over Den Haag. Ik hoop van harte dat dat een heel leuk stukje zou zijn geworden. Met veel mooi weer, een mooi hotel en prachtige musea.

Maar zoals we in Groningen zeggen: ‘Ze willen regen.’

%d bloggers liken dit: