Patent

Sinds ik op mijn kleine kleinzoon pas, bekruipt mij met enige regelmaat een virusje. Immunologisch leefde ik jaren in een absoluut limbo en dat wreekt zich deze maanden. Dat niezen vind ik niet erg, en snotterig zijn ook niet. En ook die keelpijn deert me niet. En dat gesnurk? Ik heb er geen last van. Maar al dat snot kruipt af en toe ook in de hersenpan en dan kan zwaarmoe zomaar troef worden.

Om mij door die momenten heen te slepen, stuurt mijn schoondochter ons af en toe een filmpje van een lachende Lasse. Samenvattend: vooralsnog treedt hij de wereld met een monter humeur tegemoet. Lasse lacht niet, Lasse schatert. Om alles. Om niets. Eigenlijk vooral omdat lachen leuk is. De ultieme klassieker is wat mij betreft het filmpje waarin hij (na een lange dag op de opvang) in de box ligt en de beentjes in de lucht gooit en lacht. Wat oorzaak en wat gevolg is, weet ik niet. Lacht hij omdat die beentjes zo leuk naar beneden vallen of gooit hij de benen in de lucht uit puur jolijt en is het vallen gewoon dat wat gebeurt als je iets omhoog gooit?

Ik mag al die filmpjes niet met u delen, en dat moet ik maar accepteren, maar we betichten de farmaceutische reuzen van criminele praktijken omdat potentieel werkende geneesmiddelen achter houden uit puur winstbejag terwijl de mensheid met die filmpjes iets in handen heeft waarmee menig winterdip in de kiem gesmoord kan worden.

Patenten zijn diefstal. Privacy is diefstal.

Een dutje

Lasse slaapt … Lasse slaapt niet … Lasse slaapt … niet. Ik herinner me de wanhoop die me vroeger bekroop als de baby niet wilde slapen op het moment dat ik daarvoor bedacht had. Er was altijd werk te doen, en op zo’n dutje rekende je.

Dat hoeft niet meer. Ik houd de donderdagen vrij en merk wel of hij slaapt of niet. Momenteel klinkt er wat gepruttel uit het bedje. Heel verdrietig is het nog niet. Ga ik even gluren? Word ik gespot, dan is het ook over en uit met het slaapgebeuren. Word ik niet gespot, dan mag ik waarschijnlijk genieten van de aanblik van een vrolijk ventje dat zijn beentjes in de lucht heeft en probeert zich van zijn sokjes te bevrijden, lammetje en speentje naast zich. Of hij ligt op zijn buik, en probeert terug te komen in de uitgangspositie.

Waah waaah ehh eahh, dit klinkt al minder blij.

Je moet ze even laten pruttelen, leerden wij vroeger.

Ik doe mijn schoenen uit. Op mijn sokken besluip ik mijn kleinzoon. Ik ben gezien! Spelen!

Banaan

Is creativiteit onuitputtelijk?

Het is druk op de zaak. De bijna-vakantie-drukte. Ik had daar nooit last van. Ik boer meestal best maar ook weer niet zo goed. Dit jaar is het anders. Dit jaar verdringen zich tientallen opdrachtgevers rond mijn keukentafel om het allerlaatste beetje creativiteit dat ik nog te bieden heb, uit mij te persen. Ze gebruiken daarvoor geld, maar vooral vleiende woorden. Geld doet veel bij mij, maar met vleien kom je verder. Dat u het maar weet.

Kan creativiteit opraken? Is het net als liefde, onuitputtelijk?

Mijn schoondochter appte gisteren een filmpje waarop haar schoonbroer, mijn jongste zoon, haar kind en mijn kleinzoon (bent u er nog?) in het verre Antwerpen banaan voert. Banaan, zijn lievelingskostje! Mijn hart sprong op in mij en ik dacht: ik wou dat mijn ouders nog leefden, dan kon ik ze dit laten zien. Of denksels die daar op neer komen. Ach ja.

Die creativiteit. Net als je denkt dat je niks meer te bieden hebt, vragen ze je de nieuwjaarskaart te schrijven. Ik mag zelf wat bedenken. Als het maar nú gebeurt. Misschien wens ik de mensheid wel veel bananen.

 

Man met kind

Je komt ze wel eens tegen: mannen van zekere leeftijd met een kinderwagen; je hoopt dat het kind in de wagen een kleinkind is maar je vermoedt dat het “tweede leg” is. Ja, ik realiseer me dat hier een oordeel in doorklinkt. En dat mij dat niet past. Maar toch.

Zou ik zo’n man zijn, vroeg ik me af tijdens mijn omzwervingen gisteren door de stad, zouden mensen dat ook van mij denken? Ik kreeg het antwoord in de tweedehandsspullenwinkel, ik zag ons in een grote spiegel. Het kon niet missen: daar stond een opa met een kleinkind.

Ik wist het helemaal zeker toen ik bovenstaande stoelen fotografeerde. Het leek me leuk om mijn vrouw een app’je te sturen en haar te vragen of ze ons hierin zag zitten of dat ik ze moest laten staan. Ik zag mezelf de foto maken, door de ogen van een andere klant. ‘Misschien vindt oma dit wel leuk. In plaats van de bank’ zei ik tegen Lasse. Hij deed lodderig een oogje half open en sliep verder.

Ik kocht wel een wipstoeltje. Kan in elk geval Lasse na het eten even met de benen omhoog.

Vliegende Hollander

Wat doe je met een een baby zolang hij nog niet groot is? Je kunt er naar kijken en je kunt hem heerlijk tegen je aan leggen en je kunt hem een fles geven en je kunt hem verschonen en op een kleed leggen en gekke bekken trekken maar na een uurtje heb je dat allemaal gedaan. Dan is mijn arsenaal op en begint de dag. Tijd voor een dutje lijkt me. Gelukkig wil mijn oppasbaby overdag best slapen … maar alleen in een rijdende kinderwagen.

En zo word ik op donderdagen een soort Vliegende Hollander, altijd op reis, nergens thuis. Maar om de hele dag wat doelloos door Stad te lopen dat trekt me nog niet zo. Dat komt later wel. Vandaag gaan we daarom ons rijbewijs verlengen, vertel ik Lasse straks. En daarna gaan we naar het Praedinius Gymnasium. Je kunt er immers niet vroeg genoeg bij zijn. En daarna gaan we naar een laboratorium. En we gaan nieuwe sokken kopen. En petunia’s. Dat zijn al 5 wandelingen. Tot 12 uur heb ik het programma rond.

1200 meters

Onze koning wandelt aanstaande vrijdag van het Martinikerkhof naar de Albert Heijn aan de Vismarkt. Zelf doe ik dat maar zelden. We hebben onze eigen AH, hier pal bij, aan de Oude Ebbingestraat. Maar onlangs kwam ik er, met Lasse. We waren voor het eerst alleen met zijn tweeën buiten op stap. Ik – toch een krasse zestiger – dorst mijn eigen Albert Heijn niet binnen met die knaap. Je loopt toch een beetje te showen. En wat zullen vaste waarden als Alex, Wies en de meneer van de bakker wel niet zeggen? Ik koos dus voor de Albert Heijn aan de Vismarkt. Heen liepen we dwars over de Grote Markt via de Tussen de Markten naar de Vismarkt. Terug kozen we in goed overleg voor de route om de Noord: laat dat nou precies de koninklijke route zijn! Dat kan geen toeval zijn.

Alles bij elkaar is het zo’n 1200 meter begrijp ik. Spreek ik namens veel Groningers als ik – echt heel voorzichtig – een paar aarzelingen uitspreek over de voorbereidingen voor die wandeling? Hopelijk niet. Want we zijn samen één stad en het zou mooi zijn als heel veel Stadjers dolgelukkig zijn met het feit dat die 1200 meters die de vorst scheiden van de Prinsenhof tot de Albert Heijn aan de Vismarkt er tip top en spic en span bij liggen. Al weken is men in de weer om het kerkhofje vrij te maken van alles wat maar even in de weg kan liggen. Het looppad is opnieuw gelegd. Het gras gedaan. Een veldje gelegd. En gisteravond werden de dranghekken bezorgd. Heel veel dranghekken. Het wordt eigenlijk best wel een dingetje, die Dag.

Overigens vier ik de dag ervoor mijn eigen koningsdag. Dan heb ik m’n eigen prinsje de hele dag voor me alleen. Ik denk dat we die koninklijke route nog maar eens gaan doen. Die dranghekken staan er toch.

PS: weten hoe en wat? Kijk op de speciale site over Koningsdag 2018 in Groningen

%d bloggers liken dit: