Jubileum

Vandaag 5 jaar geleden verhuisden we van Leermens naar Stad. Toch iets om bij stil te staan. Met pijn in het hart liet ik ons huis achter, met pijn in het hart liet ik het dorp achter, met pijn in het hart liet ik het platteland achter. 28 jaar woonden, werkten, baarden, groeiden, snoeiden, hakten, bouwden, wandelden, renden en leefden we er. Ik voelde me vergroeid met dat platteland en haar lucht en ruimte en kleinsteedse. Misschien was ik het ook wel. Een stadse jongen in het dorp. Toch was het een beslissing die vooral met het hart genomen werd, ook met mijn hart. En met het hoofd, ook met mijn hoofd.

Toen op 28 juli 2017 om half 8 twee grote verhuisauto’s voor het huis stonden en de eerste spullen werden ingeladen stond P op het dorp, wachtend op zijn vervoer naar het werk.

‘Jullie gaan verhuizen’ constateerde hij.
‘Dat klopt.’
‘Dus toch.’ zei hij.
‘Dus toch.’ antwoordde ik.
Daar bleef de woordenwisseling bij. Wat meer kun je zeggen?

En nu? Inmiddels ben ik een Stadjer die dol is op het Groningse platteland en die erg gelukkig is met zijn plekje hartje stad, pal onder de toren die nu toch ook wel zijn toren is. En met zijn kleinzoontjes onder handbereik. En die zich wezenloos schrikt dat het alweer 5 jaar geleden is. Dat ook.

Een leeg huis #2

Soms vind ik geen plaatje bij m’n woorden. Soms vind ik geen woorden bij het plaatje. Maar lees hier wat ik bijna twee jaar geleden schreef. Bekijk de foto. En bedroef je.

Soms vind ik sowieso geen woorden. Ik weet niet hoe het elders in het land is maar hier in Groningen zeggen mijn vrouw en ik zeker driemaal per dag: ‘Hoe is het mogelijk?’ en hoe vaak we elkaar de vraag ook stellen, het antwoord vinden we niet. Onze overheid stelt geld beschikbaar voor al die Groningers die ernstig gedupeerd zijn door die vermaledijde bevingen en door de ellende die daarop volgt. Tienduizend euro. En onze overheid regelt het dan zo dat de helft van de mensen die er voor in aanmerking komen, sowieso naast de pot piest. Je hebt er recht op, maar helaas, je logde te laat in. De een krijgt het wel. De ander niet. Ik haast mij nog te zeggen dat wij niet in aanmerking komen en dat we dat ook helemaal prima vinden. En dan verzuchten we: ‘hoe is het mogelijk?’

Willem Groeneveld, vaak wat rellerig, vaak terecht, schreef er een venijnig stukje over. En het plaatje van vandaag past er eigenlijk uitstekend bij. Wat een treurnis!

Doodlopende weg

In Leermens woonden we aan de doorgaande weg tussen ’t Zandt en Oosterwijtwerd. Bij tijd en wijle kwam er een auto langs of denderde een melkwagen of tractor ons huisje voorbij. Eerlijk is eerlijk, in de oogsttijd of als het land geploegd moest worden, kon het er best eens druk zijn. Dan kwamen er zomaar 3 of 4 auto’s langs op een slechte ochtend. Met Hemelvaart had je dan ook nog eens de Noorderrondrit op de fiets. En dag in dag uit liepen er buren met hun honden. Dat we verhuisden naar ons  kerkhofje in Stad was mede ingegeven door het feit dat dat kerkhof een doodlopende straat was en dat parkeren er verboden is en dat honden er niet mogen komen.

Nu, twee lange dagen lang is ons hofje echter een doorgaande straat om reden ze asfalteren Turfsingel. Het verkeer dat anders aan de Turfsingel de schouwburg voorbij rijdt, komt nu bij ons langs. Dat is best lastig voor de mensen van de dienst Handhaving en Parkeren die aan  ons kerkhofje hun auto’s parkeren. En ook al die mensen die er hun hond uitlaten moeten extra oppassen.

En ik ontdek dat de Turfsingelbewoners heel wat herrie, stank en uitlaatgassen voor hun kiezen krijgen. 363 dagen per jaar. Het spijt me voor hen. Toch zal ik blij zijn als we weer gewoon een kerkhof zijn waar inrijden kan, maar doorrijden niet.

Container op ijsbaan

Onderstaand stukje schreef ik precies 11 jaar geleden. Het was m’n allereerste. Ik zou het nu niet heel anders hebben opgeschreven. Al doende leer je; ik niet dus. Een foto deed ik er toen niet bij. Die mag nu natuurlijk niet ontbreken. U ziet de ijsbaan. Zonder container. Dat wel.


Het Groninger land is de afgelopen weken opgesierd met talloze zeecontainers vol kunst. Ze stonden er wat verloren bij, die containers. Aangespoeld. Alsof een vrachtschip zijn lading heeft verloren. Gelukkig was het beleid.

Op zaterdag en zondag gingen de deuren van de containers open en zetten zich een of twee vrijwilligers op een keukenstoel in of voor de container. Een kan koffie naast zich en vaak met een pakje stroopwafels en een krant of tijdschrift. In de container hing of stond kunst. En Nederland fietste er langs. Vanuit mijn werkkamertje had ik een prachtig uitzicht op de container bij onze ijsvereniging Nooitgedacht. Je moet je voorstellen: zo’n 100 jaar geleden is een kwart van de wierde van Leermens afgegraven. De vruchtbare wierdegrond ging naar Drenthe en en het gat dat restte is ’s zomers een weiland voor schapen en ’s winters een plas water voor eenden. In bevroren toestand dient de plas als ijsbaan.

Maar nu staat daar dus die container. Tussen de schapen. Het miezert en het is koud. Treurigheid troef. Je zult er maar zitten, denk ik dan bij m’n eigen. Dan hoor ik weer een colonne opgewekt babbelende fietsende kunstminnaars. Sommigen met paraplu, anderen met een stevige Agu-regenjas. Alsof het niet regent. Alsof het niet koud is. Ze fietsen van Eenumerhoogte naar Leermens naar Godlinze via Zeerijp naar … Ik weet het niet. Maar pal boven die eenzame containers met hun eenzame gastvrouwen en gastheren gaat de zon weer schijnen.

Appeltaart

We schrijven iets van 2014. Oktober. Het was een onstuimige dag en ik had appeltaart in gedachten maar geen appels in huis. En zo fietste ik naar de boomgaard van ons Groninger Landschap bij Eekwerd. Daar hingen ze gratis, wist ik, goudrenetten. Grote rooie mooie goudrenetten. Over de Dieftilweg met hier en daar links en rechts wat huisjes tot de brug over het maar en daar linksaf de Schoolweg op. Rechts die ene oude school, links wind, water, land en lucht. Voor de brug bij Oosterwijtwerd naar rechts langs het maar. Links water, land en lucht. Rechts land en lucht. En overal die wind.

De boomgaard was verlaten. Het rook er naar verrot fruit en schapenmest. Het waaide hard. Het was koud. In het weiland naast de boomgaard stonden wat koeien, de schouders hoog opgetrokken tegen de kou, de neuzen bij elkaar. In de boomgaard zelf drentelden wat schapen. Hun geblaat klonk in de wind wat klagelijk. Op de grond bij de bomen lagen in de mest en de modder wat kapotte pruimen, peren en appels. En hier en daar ook nog appels die nog prima waren. Maar ik wilde die echt mooie grote rooien. Ik koos een goudrenettenboom die nog vol in blad zat. Mijn hartje bonsde van puur geluk wat sneller. Zulk mooi fruit en ik mag het plukken.

Dat deed ik. Ik plukte. Ik schoof wat takken opzij om die ene sublieme vrucht te plukken en keek recht in de verbaasde ogen van een enorme uil. Daar had ik dan weer niet op gerekend. Op een meter afstand zat daar dat imposante beest. Ik hield de tak vast en bleef kijken. Hij bleef zitten. Hij bleef kijken. De wind was even weggevallen. De schapen vielen stil. Eigenlijk waren alleen wij er nog, die uil en ik. Tot hij zich ogenschijnlijk wat verveeld opschudde en met enig misbaar opsteeg vanuit dat gebladerte, niet bang, niet boos, hooguit licht verstoord. Hij zocht zijn heil elders. De storm nam hij voor lief.


De foto plukte ik van de prachtige website Ontdek Noord Groningen

Dorpshuisbeheerder

In Leermens zoekt men voor het dorpshuis een beheerder. Traditiegetrouw is dat een stel en eerlijk is eerlijk, traditiegetrouw gaat dat stel ook uit elkaar. Het ene stel houdt het wat langer vol dan het andere maar in 8 van de 10 gevallen redt de relatie het niet. Het is geen erg stressvolle baan. Daar ligt het niet aan. Nee, ik denk dat wie ervoor kiest om de uitbater te worden van een dorpshuis in een klein dorp, ergens in Noordoost-Groningen, op zoek is naar verandering, de zin van het leven of avontuur. Dat zijn kwetsbare fases in een mensenleven.  

In de jaren 90 konden wij het niet meer bijhouden. Beheerders kwamen en gingen en kwamen en gingen. Wij stelden ons als buren telkens netjes voor maar ik heb er vast een of twee gemist. Allemaal wilden ze op bepaalde dagen in de week koken voor het dorp en allemaal wilden ze nieuwe activiteiten organiseren en allemaal bleken ze te hoog te grijpen. Leermsters zijn net gewone mensen. We willen best af en toe met dorpsgenoten samen eten maar niet elke week. Leermsters zijn net gewone mensen. We willen graag af en toe met het dorp iets doen maar niet op donderdag want dan is ‘Silent witness’ op tv en niet op vrijdag want dan zijn we moe en niet op zaterdag want dan hadden we al een afspraak. 

Nee, dat dorpshuis is bedoeld voor de yogales op woensdagochtend en in het seizoen de repetities van de toneelvereniging en het smartlappenkoor en voor de zaterdagnamiddagborrel en de Sinterklaasviering en de nieuwjaarsvisite en de klaverjas- en sjoelavonden. En natuurlijk voor andere dorpsbijeenkomsten zoals vergaderingen en etentjes. Heus, die zijn er genoeg. 

Ik zag de vacature op Facebook. ‘Zullen we?’ vroeg ik mijn vrouw. Ze zei ‘nee’ en ik begreep haar wel. Maar bent u zeker van uw partner, kent u de zin van het leven al en bent u wars van avontuur? Ga eens praten. Veel mooier wordt het namelijk ook niet. 

beheerder voor dorpshuis Leermens

%d bloggers liken dit: