Sint Maarten

Met stip de pijnlijkste video die ik de afgelopen jaren zag: burgemeester Koen Schuiling van Groningen die met een lampionnetje, liedjes zingend langs twee deuren gaat en de spelregels rond Sint Maarten 2020 uit de doeken doet. Ik kan de video niet meer vinden en dat kan geen toeval zijn. Een burgemeester moet niet klakkeloos alles doen wat zijn communicatie-adviseurs hem vragen.

Het hielp niet. Het aantal kinderen dat ons huisje bezocht steeg zelfs met 50%. Drie kinderen meldden zich. Dat is er 1 meer dan vorig jaar maar nog steeds niet voldoende. Temeer daar zelfs de buurman zich niet meldde.

En zo zaten wij traditiegetrouw met ruim 40 kitkatten en twixjes. Ze mochten er 2 nemen. Maar dat zette geen zoden aan de dijk. Waarom koop je dan in hemelsnaam 40 van die reepjes Sorgdrager? Dat weet de nationale grootgrutter precies: ze verkochten er 2 zakken kitkatten voor de prijs van 1 1/2. Dan heb je mij. Als je 1 zak koopt ben je echt duur uit. En die twixjes kocht ik voor als de jongelui geen kitkat bliefden.

Maar misschien heb ik geluk. Misschien neemt mijn grote kleinzoon morgen zijn lampion wel mee en mag hij Sint Maarten zingen voor ons. Dan heb ik nog 34 reepjes – correctie  32 – correctie 28 – over. Hij moet er snel bij zijn.

Op de foto zo maar wat Sint Maarten zingende kinderen in Leermens. In de goede oude tijd.

Je keek te ver

Marjoleine de Vos publiceerde onlangs een wandeling door het land waar ze nu woont – het land rond Leermens. Het boekje is geen lineair verhaal. Het is een gedachtestroom over leven, dood, wandelen, wachten, stilstaan, kijken, zien, lezen, denken, zijn. Vooral over zijn.

Ik kreeg het en las het. Iedere struik die ze aanwijst, iedere kerk die ze beschrijft, ieder veld waar ze langsloopt, ik was er, ik zag het, ik ken het.

Ik loop een stukje met haar mee.

Laten we beginnen bij dat oude schooltje dat net ten zuiden van Zeerijp ligt, aan de Eenumerweg, wat verscholen achter de bomen. Intrigerend, er stonden altijd wat oude auto’s op het erf, geen wrakken, nee, oude auto’s en vaak een container. Ze waren er constant aan het werk was mijn conclusie. Maar misschien waren ze zomaar halverwege de verbouwing gestopt. Ik herinner me een echtpaar dat daar in de buurt was neergestreken en een antiekhandel wilden beginnen. Alles hadden ze achter zich gelaten, het betrof hier een nieuwe start. En dan wordt hij plots ernstig ziek. En in plaats dat ze met die enorme tuin in de weer is of meubels in de was zet, verzorgt zij hem. Ik sprak ze twee keer, 20 jaar geleden. Eén keer voor de ellende, een keer erna. En ik leerde wat Marjoleine de Vos ons leert, leef nu. Kijk om je heen.

We zijn weer terug aan de Eenumerweg, bij dat schooltje. Even verderop kon je jarenlang genieten van een realtime marketing experiment. Aan onze rechterhand kon je fruit kopen voor een vastgestelde prijs, aan je linkerhand mocht je geven wat je wilde. Mijn waarneming: kies een vaste prijs als je aan de straat verkoopt. De onzekerheid over wat redelijk en billijk is, is mensen te ingewikkeld. Hij komt uit Engeland meen ik, en spreekt na al die tijd nog maar moeizaam Nederlands. Wonderlijk, vond ik. Maar ik genoot altijd van hoe zij genoten van hun huis, hun tuin, hun ruimte. Waarna we even verderop dat piepkleine huisje zien. Piepklein, maar ondertussen. Na de laatste uitbouw en de aanleg van een paardenbak …

Waarna dat andere piepkleine huisje pal tegenover de permanente aardappelrestbult waarover ik de bewoonster eens vroeg of ze daar niet iedere dag verdriet over had. ‘Oh nee,’ zei ze, ‘wij kijken eromheen.’

En ik keek om me heen en ik zag de toren van Zeerijp massief en plomp en vierkant. Meer naar het westen de toren van Loppersum, altijd die toren van Loppersum, en weer wat meer naar zuiden dat kerkje van Eenum en waaratje, mijn eigen kerk en wie daar stond wist dat het goed was, dat je daar op je plek was.

Voordat dit stukje ten onder gaat in weemoed en pathos nog dit: je plek is niet per se daar op het weggetje tussen Zeerijp en Eenum. Dat zou ook dringen worden. Als je boft is je plek waar je bent. Ik bof. Gisteren fietsten we even voor een kopje koffie naar de kinderen. Ik genoot van ons tuintje achter en al het leven op het hof rond de kerk van Sint Martinus, ik ben een gelukkig mens die er goed aan deed om te verhuizen. Maar dat neemt niet weg … Nou ja, je begrijpt me wel.


Marjoleine de Vos, Je keek te ver. Een wandeling. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam, 2020

Een leeg huis

We wandelden in de prille voorjaarszon met een straffe, gure oostenwind tegen, bij een mooi, klein plaatsje in Noordoost-Groningen en passeerden een pittoresk arbeiderswoninkje aan de overkant van het Eenumermaar. Ik ken het daar een beetje en constateerde dat de woning nog steeds niet bewoond is. ‘Toch eens vragen bij de overburen wat ze ervoor willen hebben? Het is een ideaal vakantiehuis!’ polste ik mijn vrouw nonchalant. Ze vond het natuurlijk een lumineus idee maar bedankte desalniettemin.

Het staat al dertig jaar leeg. Sterker: ik heb er al die jaren dat we er woonden nooit een mens gezien.

Arm huis.

Wat is het verhaal van dit huis, van deze leegstand? Waarschijnlijk was het ooit de arbeiderswoning bij de boerderij aan de overkant. En waarschijnlijk heeft de arbeider uiteindelijk gekozen voor een bejaardentehuis en dacht de boer die het uitbaatte dat hij er zelf in kon gaan wonen als zijn zoon de grote boerderij overnam. Waarschijnlijk vond de zoon geen vrouw en waarschijnlijk bleef hij dus met pa en ma in het grote huis wonen tot dat hij … Waarschijnlijk kwam ‘Boer zoekt vrouw’ net te laat. Je weet het allemaal niet.

Maar zo lang zo leeg, zo verlaten. Wat jammer. Wat zou je er fijn kunnen wonen denk ik dan en ik projecteer er onmiddellijk heerlijke weekenden en zonovergoten vakanties en wellicht ook werkweken waarin ik eindelijk die kloeke roman zou schrijven en weer jam kon maken en hout zagen en misschien wel zou leren bridgen of vissen of Proust lezen. In het Frans.

Het huis had me vast graag zien komen. Maar waarschijnlijk ziet het liever eerst iemand met wat ervaring in het opknappen van huizen die lang hebben leeggestaan. En waarschijnlijk stap ik op zaterdagmiddag toch even in de auto om in Stad naar de markt te gaan en drink ik dan een kopje koffie aan dat prachtige kerkhofje hartje stad om ’s avonds een mooie voorstelling te gaan bezoeken of een kleine kleinzoon.

Maar wat kun je heerlijk dromen over vakantiehuizen. Huizen waar alles kan wat je toch nooit doet.

 

Terug

In Eenum bezochten we de voorstelling ‘Raif’ van Marlene Bakker. Het was een onderdeel van het festival ‘Terug naar het begin’.

De auto zetten we bij Jannie en Harry, naast het dorpshuis in Eenum, naast de peuterspeelzaal waarvoor dorpsgenote Ans 25 jaar geleden de kapstokjes maakte. We wandelden over het maar, langs het huis van tennismaatje Ingrid en langs de Kosterij naar de kerk. We aten even daarvoor een tosti bij Irma en Marjon in het dorpshuis van Leermens. We zijn terug waar het begon. We zijn in Zeerijp, Oosterwijtwerd, Eenum, Leermens. Ik ken er iedere kronkel in de weg, iedere boom, ieder huis, ieder nummerbord, iedere kerk.

We hadden zaterdagnacht Lasse te logeren. Ik viel laat in slaap, hij werd vroeg wakker. Ik wist daar in die kerk dus dat ik kwetsbaar was.

Ik hield me kranig.

In helder, voor mij nauwelijks te verstaan, Gronings zong Marlene Bakker over … over die wegen, de bomen, de huizen, de nummerborden, de kerkjes. Daar in dat door de tijd kromgeslagen eeuwenoude kerkje bovenop de wierde, klonk de klank van klei en siepels en motregen. Maar ook de klank van de ruimte en de hoge wolken en al die vertes met al die wierden en al die kerkjes. De klank van al die mensen die daar – Ton Elias ten spijt – eeuwen en eeuwen grond wonnen, grond ontgonnen, hun leven opbouwden, hun leven lieten.

Maar misschien zong ze wel over de FC en de aanbiedingen van de Lidl.

Hoe het ook zij. Na Eenum gingen we nog even terug naar Leermens alwaar filosoof en dichter Joke Hermsen een warm pleidooi hield voor stilstaan in het moment. Dat was mij wel toevertrouwd.


Nog wat links:
Marlene Bakker, Waarkhanden (YouTube)
Over het festival:  Terug naar het begin

Hoe te leven

Wat mis ik die autoritjes buiten, in de vrije natuur, onder de grote luchten van Noordoost-Groningen. Raam dicht, Neil Young aan. Langzaam, bedachtzaam, peinzend over wat te eten en waarom die ene tuin nu nog steeds niet is aangelegd of wanneer de brug nu eindelijk aangepakt wordt of hoe te leven.

Gewoon, onderweg naar de supermarkt in Appingedam.

Dergelijke ritjes maak ik niet meer. Eigenlijk maak ik nauwelijks nog autoritjes. Tegenwoordig hebben we de auto in de parkeergarage staan.

Maar gisteren zag ik mijn kans schoon, om reden de jenever is weer in de aanbieding. De laatste keer dat ik met een doos jenever achterop de fiets door de stad liep, was dat geen succes. Ik besloot daarom gisteren om na het tennissen in Loppersum vertrouwd gewoon bij mijn eigen supermarkt en mijn eigen slijter in Appingedam voor de deur te parkeren en de drank dan gewoon per auto naar mijn eigen kerkhofje te brengen.

Zo tufte ik van Loppersum via Zeerijp en Dieftil in mijn eigen vertrouwde slakkengangetje via mijn eigen vertrouwde route naar mijn eigen vertrouwde winkel. Er was geen bocht veranderd. Wat we gingen eten zou me wel dagen in de winkel. Die ene tuin lag er vrijwel onveranderd bij. De reden of de oorzaak daagden me niet. De brug bij Veldzicht was nog steeds afgesloten voor zeer zwaar verkeer, en om de Dieftilbrug over te steken moet je tegenwoordig ook een weegschaal meenemen.  En hoe te leven …  Tuffend.

De slijtster sleet me die ene doos. Toch mooi dik 40 euro verdiend.

Stadjer

Het is alweer even geleden. We deden Monumentendag in Stad. We beklommen de watertoren bij de Noorderbinnensingel. We verbaasden ons over het uitzicht. Richting het zuiden, maar ook de andere kant op. Al die torens. Die onvermoede hofjes net naast de watertoren. Ja zelfs het Forum krijgt iets majestueus, al is het alleen maar vanwege die enorme glaspartij. ‘Is het dan toch gebeurd,’ vroeg ik me af toen ik gisteren deze foto als achtergrond van mijn mobiel bombardeerde, ‘ben ik nu een Stadjer?’

Ik bedoel, je ziet een stad. Is het er mooi? De ouden van dagen in het verzorgingshuis pal vooraan wonen er ongetwijfeld naar volle tevredenheid maar het is natuurlijk een foeilelijk gebouw. En je ziet dat er veel van dit soort misbaksels staan in die stad. Je ziet ook hoe weinig groen er eigenlijk is, in het centrum. En dat het een beetje een allegaartje is.

Maar je ziet ook: Stad. Wie er ooit woonde, ziet onmiddellijk: dit is Groningen. Het Forum, de Martinitoren, die eeuwige bouwkraan, de Sint-Jozefkathedraal, de Nieuwe Kerk, het Academiegebouw, de A-kerk en wat verder volgt. Misschien is dat het wel, je vertrouwdheid met een plek creëert verbondenheid met de plek. Ooit schreef ik een stukje over de bomen in de buurt, en hoe goed ik ze kende. Ik geloof dat de schrijver ermee bedoelde: ik hou van die omgeving omdat ik ermee vertrouwd ben, omdat ik de verhalen ken.

Dat ik de foto als achtergrond voor op de telefoon klikte, zit’m toch niet in de skyline maar de lucht erboven. Die ruimte. Die enorme wolkenpartijen. Ze zijn er wel in de stad. Je moet er alleen even voor klimmen.

Lees bomen in de buurt (27 oktober 2010)

%d bloggers liken dit: