Mist

Wie van Groningen naar Leermens rijdt, neemt bij Eenum de Schansweg. Je gaat dan eerst linksaf, een smalle weg langs het Eenumermaar. Na zo’n 200 meter maakt die weg een scherpe bocht naar rechts. Je steekt dan het maar over en rijdt de Eenumerhoogte op. Zo’n 200 meter na de Eenumerhoogte maakt de weg een scherpe bocht naar rechts en even later weer een scherpe bocht naar links. Als je dan aan je linkerhand het Leermstermaar hebt, maakt de weg nog een flauwe bocht naar rechts. Om het centrum te bereiken moet je dan linksaf de brug over. Pas op voor verkeer van links: automobilisten kunnen je niet zien. Na zo’n 200 meter sta je dan op de Leermster bult. De rit vergt op de fiets of met de auto zo’n 3 minuten.

Tenzij het mistig is. Of tenzij er geoogst wordt. We hebben de aardappels en de uien gehad. De wortels zijn nu aan de beurt. Langs de weg ontstaat deze dagen een soort hutspot, fijngestampt door auto- en tractorwielen en aangemaakt met modder. En echt waar: je ruikt hutspot. En die hutspot zorgt, zeker met wat regen, voor een parcours waar Hennie Stamsnijder heel gelukkig van zou worden.

Tenzij het mistig is. Want dan wordt zelfs Hennie hier niet blij. Als het mistig is, kun je je erg alleen voelen. Borden zijn er nauwelijks: die zouden het landbouwverkeer ernstig belemmeren.

Jaren geleden vierde mijn zoontje zijn verjaardag. Het mistte. Vaders en moeders uit Stad kwamen per auto hun kroost ophalen. Een barre tocht was het. Een moeder was in tranen. In konvooi zijn ze weer richting Groningen vertrokken. We hebben nooit meer iets van hen gehoord.

 

Mien lutje lanteern

In Leermens is het Sint Maarten. Elders trouwens ook. Maar lang niet overal. In Utrecht bijvoorbeeld. Daar wordt dit feest niet gevierd. Althans, tot 1983 toen ik er wegging. We verhuisden dat jaar naar Groningen. En hoewel ik als jongetje jaren in Amsterdam-Noord woonde (waar Sint Maarten groot gevierd wordt, althans tot 1972 toen ik er wegging) overviel het me: ‘11 november is de dag’. Maar wij hadden niets in huis. Mijn toenmalige vriendin had net haar eerste baan. En ik studeerde nog. Wisten wij veel.

We woonden in een kinderrijke nieuwbouwbuurt dus Sint Maarten was een groot feest. Nadat we eenmaal ‘nee’ moesten verkopen aan een grote groep zingende kinderen voor de deur en we nog veel meer lampionnen in het donker op ons huis zagen afkomen, hebben we het licht uitgedaan. Op de grond zittend, het bord op schoot, keken we stiekem het A-team.

Jarenlang hoefden we er niet meer aan te denken: onze zonen kwamen van school met de prachtigste lampionnen. De eerste keer loop je mee. Je staat wat besmuikt schuin achter de zingende kinderen en probeert bij het uitdelen van het snoep niet te zeggen ‘Wat zeg je dan?’. Maar leuk is anders. De tweede keer ging Rick mee, de zoon van onze oppas. En de volgende keren gingen ze alleen. Maar het was natuurlijk ook gewoon feest. Stel je voor: twee hummeltjes, dik ingepakt, die –hoewel in hoog-Hollands opgevoed- in prachtig plat Gronings ‘Mien lutje lanteern’ zingen.

In de loop der jaren verloor het feest z’n onschuld. Vooral Freek pakte Sint Maarten zakelijk aan. Met wat vriendjes trokken ze de regio door. Ze begonnen op tijd, aten om 18.00 uur erwtensoep bij Jannie in Eenum, en gingen dan nog een flinke tijd door. Ik zette dan in de keuken de weegschaal klaar. Kilo’s werden er “opgelopen”. Een afzichtelijke berg met het gruwelijkste snoep.

En nu? Groningen vergrijst. Ik koop nog steeds een paar zakken twixjes en nutsjes maar blijf er steeds vaker mee zitten. Vorig jaar kwam er niemand. Stel je voor: de lampen branden, twee vijftigers met drie zakken chocoladereepjes. Op de bank. De wereld draait door.

Naar school

Er gaat iets troostends van uit. Van fietsende schoolkinderen. Iedere dag trekken ’s morgens een of twee groepen schoolkinderen langs ons huis. Zo’n slome sliert trage pubers. Ze fietsen langzaam maar zeker richting Appingedam en Delfzijl. Druk pratend of juist  erg in zichzelf gekeerd. Bij de brug in Leermens wacht een groep op de collega’s uit Eenum-Noord. Bij Dieftil wordt gewacht op de groep uit Loppersum en Eenum-Zuid. Het moeizame spel van aantrekken en loslaten. Wie fietst met wie? Wie rijdt alleen? Oké, de  fietsen zijn veranderd. En natuurlijk de kleding. Maar de sliert is van alle tijden. De gespreksonderwerpen waarschijnlijk ook. En ook van alle tijden is die ene, die alleen fietst. En die twee meiden die van arremoede samen optrekken. Ze horen er niet bij, denken ze. Maar ze komen er wel.

Trouwens. De heenweg fietsen ze samen. De terugweg doen ze alleen.

Bomen in de buurt

Om mijn oud woonhuis staan geen peppels maar essen. Wat worden ze al groot! En wat lijkt m’n huisje dan klein. Die gigantische takken die hoog boven m’n dak hangen.  Ze komen wel angstig dichtbij. Moet ik loonbedrijf Redelijkheid inhuren?

Ondertussen dacht ik na over de bomen in de buurt.  Onze eigen leilinden die we plantten toen we het huis net hadden gekocht. De grote kastanjeboom bij de schuur, opgegroeid uit een kastanje die Jasper, onze overbuurjongen, plantte. De meidoorns aan de Schoolweg. Nog steeds geen grote bomen. Toen de vader van T en L de nieuwe motor van z’n broer wilde uitproberen verongelukte hij zo’n 10 jaar geleden tegen deze meidoorns. Motoren waren een stuk krachtiger geworden sinds hij z’n motor de deur had uitgedaan. De gemeente had veel bomen daar weggehaald. Maar uitgerekend dit strookje niet.  De kastanje op de hoek van de Schansweg en de Hogeweg. De eigenaars wilden op die plek een linde. Ze hebben er zeker twee geplant. Maar linden doen het daar kennelijk niet. Uiteindelijk kozen ze voor een kastanje. Dat is inmiddels een grote boom. Het bankje dat ze er direct omheen plantten, begint wat klein te worden. En dan de leilinden bij voorheen café Bosker. Toen wij hier kwamen wonen, was het café nog in gebruik. Niet veel later werd het omgebouwd tot woonhuis. En nu staan ze er alsof ze er altijd stonden. En de populieren op de Eenumerhoogte. Gigantische bomen die een grote, oude en -eerlijk is eerlijk- krakkemige Groningse boerderij pal op de wierde omzoomden. Boer E sloopte de hele boerderij en liet er een mooie villa bouwen. De populieren liet hij tot een meter van de grond omzagen. Ze staan er nog.

Al die bomen. Wat worden we groot.

Volle maan

Gisterenavond fietste ik van de tennisbaan in Loppersum naar huis. Volle maan, glashelder en koud. Zulke fietstochtjes maak je te weinig. En omdat het zo mooi was, nam ik de route om de zuid: dan ga je bij Eenum niet over de wierde langs het kerkhof en de ijsbaan maar vervolg je de Bosweg en ga je over de Schoolweg naar Dieftil en daar links de brug over naar Leermens. Langs de Schoolweg ligt het Eenumermaar – een watertje dat van het Leermstermaar via Eenum naar Zeerijp loopt.

Stel je voor: het is stil. De maan staat vol in de lucht en vol in het water. Al die sterren. En een kilometer verderop, midden in die oneindigheid, het licht in de keuken van Eepke.

Oogst

De uien zijn aan de beurt.

Stel je voor: een akker ter grootte van 20 voetbalvelden. De zon schijnt zachtjes. Ver weg zie je twee tractoren rijden De voorste heeft een soort ploegje waarmee hij de uien heel voorzichtig naar boven woelt. De uienstengels zijn al lang ter ziele. Je ziet dan ook nauwelijks verschil tussen het land vóór de eerste tractor en erachter. Alleen het keurige strookje met uien dat de eerste tractor achter zich laat. Alsof iemand ze er net heeft neergelegd. Schuin achter de eerste tractor rijdt een andere tractor met een laadbak. De tractor is voorzien van een roterende grashark waarmee hij de uien op een lopende band veegt. Zo vlijen de uien zich knus in de laadbak.

De uienwagens rijden af en aan. Nu is het vooral mooi. De zon schijnt. De grond is los en doet haast wat zanderig aan. Later vandaag “willen ze regen”. Dan zorgen de uienwagens voor een dikke laag spekglad modder op de weg. Stel je voor: schemer, regen, modder op de weg en dan die allesdoordringende uienlucht. Herfst. De tranen springen je in de ogen.

%d bloggers liken dit: