Ze doen maar

Ze hebben de muur verhoogd
of de straat is verzakt.
Ik kan er niet over kijken,
ik kan niet tot bovenaan reiken.
Ze hebben de muur verhoogd
en de bomen ervoor gerooid.

Ze doen maar. Dit is een fragment uit een gedicht van Hermans. Hij schreef het misschien wel in de jaren dat hij aan de Ossenmarkt woonde, hoek Spilsluizen.

Ze.

In het Nederlands hebben we de lijdende vorm. Die vorm ontslaat de spreker of de schrijver van de plicht om een handelend onderwerp te benoemen. In de lijdende vorm zou deze strofe hebben geluid:

De muur is verhoogd
of de straat is verzakt.
Ik kan er niet over kijken,
ik kan niet tot bovenaan reiken.
De muur is verhoogd
en de bomen ervoor gerooid.

Met dat ‘Ze’ roept de schrijver een heel ander wereldbeeld op. Een wereld waarin mensen doelbewust de boel verstieren. Die mensen zijn bijvoorbeeld ambtenaren of politici of bestuurders. Een amorfe kluit van koppen die over ons beslissen, over ons beschikken. We kennen ze niet. Dat helpt als je iemand de schuld wilt geven.

In het Gronings zegt men als het KNMI regen voorspelt: ‘Ze willen regen.’

Boosten

Engelse werkwoorden die we vernederlandsen. Noem het een hobby.

Zouden ze in andere landen dat jatwerk net zo onbekommerd doen? En hoe werkt dat dan? Ik zal het mijn Franse schoondochter eens vragen. Zijn er überhaupt Nederlandse werkwoorden verfranst? Als we een buitenlands woord inpikken noemen we dat vaak een leenwoord. Maar dat blijkt vaak niet te kloppen. Wat we lenen, houden we ook.

Het gemak waarmee we woorden als assignen, bloghoppen, bungeejumpen en troubleshooten oppikken, gebruiken en vervoegen. Adembenemend. Gisteren hoorde ik een meneer op de televisie de hoop uitspreken dat we in december alle ouderen geboost hebben.

Mijn vrouw corrigeerde hem, het betreft hier niet de ouderen maar hun immuunsysteem. Ik complimenteerde hem. Ja, kom maar op. Nieuwe woorden zijn altijd welkom. Hoewel, de Taalunie nam het nog niet op in de Woordenlijst. Maar van mij mogen die woorden. We zijn een gastvrij land. Toch?

En wilt u ze ook nog spellen? Geen probleem. Onze Taal heeft een prachtig overzicht van vernederlandste Engelse werkwoorden. Genieten. En natuurlijk, ‘boosten’ staat erin.

Duidelijke taal

‘Om de grootste gezondheidswinst te behalen, moeten de ouderen het eerst worden gevaccineerd, of die nou thuis wonen of in de verpleeghuizen. Dan vermindert de sterfte het meest en neemt ook de druk op de ziekenhuizen flink.’ aldus voorzitter Bart-Jan Kullberg van de Gezondheidsraad (in de Volkskrant vanochtend).

Dat klinkt vertrouwd en dat is het ook. De gezondheidsraad adviseerde dit al driemaal eerder. En hun advies is al driemaal in de wind geslagen.

In mijn trainingen geef ik deelnemers altijd mee dat als een advies niet wordt overgenomen, ze bij zichzelf te rade moeten gaan. En vaak zul je dan zien dat het advies inhoudelijk deugde en de cliënt ook van goede wil was, maar dat het gewoon beroerd is verkocht. Ik heb meneer Kullberg bij mijn weten nooit in de klas gehad maar kennelijk heeft hij nu ook die les geleerd.

Gisteren is hij er voor gaan zitten en heeft de Volkskrant gebeld. Ze hadden die ochtend de minister namelijk opnieuw een advies gestuurd en vreesden kennelijk het ergste. Ik ook. Want om nou te zeggen dat ze de minister echt voor het blok zetten … Dat nu nog geen ouderen worden gevaccineerd noemen de Gezondheidsraad ‘een onwenselijke situatie’.

Ik begrijp dat je als chique raad je je toon matigt. Als trainer Schriftelijke communicatie zou ik echter adviseren om datgene wat de Gezondheidsraad als ‘onwenselijk’ aanduidt iets minder omfloerst te omschrijven. Woorden als ‘schandalig’, ‘idioot’, ‘oerstom’ en ‘onverantwoordelijk’ zijn ook nog erg genuanceerd maar komen toch meer in de buurt. Maar misschien moeten Wilders of Baudet even meedenken.

Nog 1  citaat dan. In het nieuwe advies zegt de Gezondheidsraad nu dat minimaal 90 procent van de beschikbare vaccins van Pfizer en Moderna voor  ouderen moeten worden bestemd. Dat de raad een getal noemt, is opmerkelijk. Kullberg zegt daarover:

‘Toen wij zagen dat het Kabinet ervoor koos om te beginnen met de vaccinatie van zorgmedewerkers hebben we gezegd: hoe kunnen we in het volgende advies het woord ‘prioritair’ uit het vorige advies verduidelijken? Dat we echt bedoelen dat volgens ons bijna alle mrna-vaccins voor de ouderen bestemd zouden moeten zijn. Omdat die vaccins zo buitengewoon goed werken bij ouderen, terwijl vaccins het in het algemeen niet zo goed doen bij die groep. Dan kan het helpen er een getal aan te hechten.’

Hoe kunnen we het woord ‘prioritair’ verduidelijken?

Er zit – ben ik bang voor meneer Kullberg – maar een ding op. Kom met je hoofd op de televisie. Niet 1 keer, niet 2 keer maar dagelijks. En vermijd moeilijke woorden als ‘onwenselijk’ en ‘prioritair’.

Mag ik wel

Zonder enige aarzeling stapte Lasse de kaaswinkel Van der Ley binnen. ‘Mag ik wel een plakje kaas?’ Hij is meestal wat beducht voor de kaasmeneer maar liet alle schroom varen toen hij zag welke monsterplak hem zou toevallen. Hij liep zonder aarzeling naar de toonbank en strekte de armen. En eenmaal voorzien ging hij er eens goed voor zitten.

‘Mag ik wel …?’ De formulering is nieuw. Tot nu toe benoemde hij het object van zijn begeren en dat moest maar voldoende zijn. ‘Plakje kaas’ Geen vraagteken, geen uitroepteken ook. Hij heeft ontdekt dat je makkelijker krijgt wat je hartje begeert als je het vooraf laat gaan door ‘Mag ik wel’: ‘Opa, mag ik wel …’

Is dat groeien? Is dat groter worden? Dat je steeds beter leert in te spelen op wat anderen doet bewegen? Misschien, waarschijnlijk. Maar het is ook gewoon taalkunde. Zei hij voorheen ‘Helpen’ als hij wilde helpen, nu zegt hij ‘Mag ik wel helpen?’ als hij geholpen wil worden! De frase ‘Mag ik wel’ is voor hem de start van een vraag. En datgene wat volgt het te bereiken doel. Het zorgde een uur of wat voor veel verwarring in huize S.

Positief formuleren

Positief formuleren is helemaal niet zo moeilijk. Positief formuleren is eenvoudig.

Gisteren betrapte ik mezelf  op de formulering ‘Niet alleen is het eenvoudiger maar het is ook nog …’ De formulering is opmerkelijk populair. Hoe zou dat komen? Je ontkent iets, waarna je met het woordje ‘maar’ dat ook nog eens ontkent. ‘Maar’ ontkent nu eenmaal zo’n beetje alles wat ervoor komt.

Positief formuleren is helemaal niet zo moeilijk. Integendeel. Je moet negatieve termen zo veel mogelijk vermijden en alleen gebruiken als het echt niet anders kan. Je weet alleen niet half hoeveel woorden negatief geladen zijn. En niet alleen zijn veel van deze woorden gespeend van positieve lading, ze liggen ook nog eens beduidend minder prettig in het gehoor. Niet negatief geformuleerde zinnen zijn ten slotte vaak minder lang.

Wie een beetje oplet, ontdekt al snel meer van dat soort negatief getoonzette formuleringen. Iets is ‘niet niks’. En: ‘Ik kan niet anders zeggen: dit is echt lekker.’ Of, in über Gronings: ‘Het kon minder.’

Wie een beetje oplet, krijgt ook oog voor de alternatieven.

Positief formuleren is eenvoudig. Kies voor positieve woorden en gebruik woorden met een negatieve lading alleen als het echt nodig is. Er zijn zoveel fijne alternatieven die bovendien ook nog eens prettiger in het gehoor liggen. En bovendien: ze zijn vaak een stuk bondiger.

 

 

Acceptabel of niet?

Wat zien we op de afbeelding hierboven: een vissende man in een winters landschap of een Eskimo-jongetje? Onze Taal verspreidde een enquête onder de leden over “schurende taal”. Wat kan, wat kan niet? Precies, de moorkoppen-discussie. Ik ben verreweg het braafste jongetje van de klas. Geef mij een vragenlijst en ik vul hem in. Dat was in dit geval uiterst leerzaam. Al klikkend ontdekte ik hoe het ongeveer bij mij werkt.

De eerste vraag luidde: Wat vindt u ervan als u iemand dit hoort zeggen? En dan krijg je onder meer de volgende aanduidingen:

  • een blanke man
  • een jood
  • een Eskimo
  • een mongooltje
  • een slaaf
  • een kleurling
  • een dikke vrouw
  • een lesbienne

Ik merk dat de aanduidingen die bestaan uit een neutrale term als ‘man’ of ‘vrouw’ met een bijvoeglijk naamwoord mij prima voorkomen. Maar aanduidingen als ‘een jood’ of ‘een kleurling’ stuiten mij tegen de borst. Dan reduceer je iemand tot dat ene begrip. Ik – frik eerste klas –  corrigeer mensen die mij vegetariër noemen. Ik ben geen vegetariër. Mijn eetpatroon is vegetarisch. Ik eet geen vlees.

En dan het begrip ‘een mongooltje’ springt er nog wel uit door het verkleinwoord. Mijn moeder had een zus over wie zij zeer liefdevol sprak als ‘een mongooltje’. Uit haar mond klonk dat volkomen acceptabel. En tegelijkertijd begrijp ik dat voor heel veel mensen dat begrip totaal ongepast is.

De tweede vraag betrof een zin als ‘Mijn schoonzus is directeur van een lagere school’ en  ‘Mijn schoonzus is directrice van een lagere school.’ Waar geef je de voorkeur aan? Ingewikkeld. Voor mij is ‘directeur’ de mannelijke vorm van ‘directrice’ en omgekeerd. Het is een functie-aanduiding. Ik koos dus telkens voor de vrouwelijke aanduiding. Voor de goede orde: over de correctheid laat Onze Taal zich totaal niet uit. De enquête is louter inventariserend bedoeld.

En zo volgt er nog een achttal onderwerpen. Erg instructief.

U bent waarschijnlijk lid van Onze Taal en vulde de enquête ook in. Maar als u nou geen lid bent kunt u de enquête hier invullen.

%d bloggers liken dit: