Dutch Design

Afgelopen weekend waren we in Eindhoven bij de Dutch Design Week. Geweldig. Niet alleen omdat we op zaterdagavond in ons hotel Millennium keken en PSV hoorden verliezen. Dat was gewoon een leuke bijkomstigheid. Nee, de DDW is zo leuk omdat het zo’n enorme mengelmoes is van dingen die je nog nooit zag, rare ideeën, jonge, enthousiaste mensen die letterlijk en figuurlijk staan voor hun idee, prachtige spullen, spullen waarvan je geen idee hebt wat ze moeten doen of zouden moeten kunnen, ondernemerschap in al zijn vormen en gradaties. Nou ja, een typisch geval van enzovoorts.

Wat concreter. Hoogtepunt van de DDW is de eindexamententoonstelling van de Design Academy. Die tentoonstelling vindt plaats op twee uitgestrekte verdiepingen van ‘De Witte Dame’, een voormalig Philipsgebouw. Per verdieping tonen zo’n 40 studenten hun werk. Soms zie je wat ze maakten. Soms hangt er een boek waarin het idee wordt beschreven. Soms staat er een laptop en één keer stond er een bordje: ‘Sorry, m’n Ipad is gestolen. Daarom kan ik m’n werk niet laten zien’.

Wat zagen we? Tafels bijvoorbeeld. Tafels waren in trek. Ik zag een tafel waarvan het tafelblad bestond uit een frame met daarin houten doosjes. Je kon die doosjes in het frame hangen of zetten. Hangend zag je alleen de onderkant. Staand bleken het klankkastjes. Zo kon je van de tafel een grote xylofoon maken waaraan alle disgenoten na (of misschien wel tijdens) het eten konden spelen. Ik zag een ronde tafel die je dankzij een diafragmatechniek kleiner en groter kon maken. En een tafel waarin de houtskoolbakjes al waren verwerkt: ready, steady, cook.

Maar niet alleen tafels. Ook een opvouwbare bank van stukjes eetstokjes,  een vaas van schimmel, een vloerkleed om in weg te kruipen en een lamp die van stof pluis maakt en die pluizen in het zonnetje zet.

Ikzelf denk bij ‘design’ al snel aan mooi. Maar design is natuurlijk meer dan mooi, het is ook inventief, functioneel, onverwacht of gewoon raar. Design is ook aandacht en toewijding, oog voor details, vakmanschap. En een enkele keer is het dat allemaal tegelijk. Want natuurlijk is lang niet alles wat je ziet even handig of functioneel. Wat me wel opviel was de zorgvuldigheid waarmee de meeste objecten waren afgewerkt. En de passie waarmee de jonge ontwerpers hun werk presenteerden en aan de man probeerden te brengen. Het klinkt wat oude-lullen-achtig maar ik vind het erg mooi om te zien hoe al die jonge mensen daar op de rand staan van de afgrond die carrière heet. Expecting to fly.

Is er ruimte op de markt voor opnieuw 80 nieuwe ontwerpers? Ik weet het niet. Maar wat mij betreft verdienen ze alle 80 een plek.

Eigentijds en innovatief

Gbds. is een strategisch ontwerpbureau en richt zich op het slaan van een brug tussen consumenten en merken door het ontwikkelen van eigentijds en innovatief product design.

Komend weekend gaan we naar de Dutch Design Week in Eindhoven. Bovenstaande tekst moet mij verleiden om een bezoekje te brengen aan Gbds. Ik ben nog niet heel enthousiast. De website toont 300 (zegge driehonderd) evenementen. Gbds. is er een van. Pretty exciting als je ervan houdt. Maar is het wat voor ons?

‘Brand innovation through product design’ is een tool op maat wanneer het gaat om het ontdekken van kansen en het vertalen hiervan naar relevante consumenten producten. Hiermee leiden de diensten van Gbds. niet alleen tot innovatieve producten, maar ook naar een heldere positie in de markt, een sterke identiteit en duurzame groei.

Ik word warmer. Zeker als ik lees:

Tijdens Going Dutch laat Gbds. een aantal projecten voor de health en sports hardware industrie zien die duidelijk weergeven waar de ’Brand innovation’ benadering inhoudelijk over gaat.

Ja, ja. Maar ‘what’s in it for me?’ Dan zie ik de tekst ernaast: een Shared drink. En nog wel met Woid!

Voor een inside studio view nodigt Gbds. je uit voor een Shared drink. In samenwerking met Woid.

En dan de kater. Het was ‘a once in a lifetime event’: woensdag 27 oktober. Te laat. Te laat. Je bent te laat Pluk. We moeten ons elders vermaken. Een heel weekend en maar 299 evenementen.

Kom ook naar Eindhoven. Het wordt vast leuk.

Lobbyclubs

De Volkskrant schreef gisteren in het hoofdartikel dat de zorg meer dan 300 lobbyclubs telt die samen een miljard euro uitgeven aan lobbyen. Het salaris van de 6000 mensen die er werken wordt betaald uit belastinggeld en zorgpremies.

Mijn krant gaat hier wel erg kort door de bocht. En niet eens netjes. Mijn grootste ergernis zit in het woord ‘lobbyclub’. Dat is  een nare en tendentieuze omschrijving. In de eerste plaats door het woordje ‘club’. Een club suggereert hobby en plezier. De Nederlandse overheid heeft een groot deel van haar werk ondergebracht in dergelijke “clubs”. In de tweede plaats omdat het doel van een vereniging wordt omschreven in het eerste lid van de samenstelling. Een kaartclub kaart, een visclub vist en een lobbyclub lobbyt. In hetzelfde artikel gebruikt de Volkrant ook andere woorden: ‘belangenvereniging’  en ‘beroepsvereniging’. Klinkt anders, toch?

Een van die verenigingen is de VGN: de Verenigde Gipsverbandmeesters Nederland. De VGN is  naar eigen zeggen ‘een vereniging, die o.a. tot doel heeft het bevorderen van de theoretische en technische vakbekwaamheid van gipsverbandmeesters.’ Daar is niet zoveel mis mee, lijkt me. En dat de VGN af en toe een brief schrijft naar de minister betekent niet dat deze verenigde verbandmeesters al mijn zuur verdiende belastinggeld aan lobbyen spenderen. Misschien is het zelfs wel belangrijk dat de minister weet wat de gipsverbandmeesters belangrijk vinden.

Het gaat mij niet om de gipsverbandmeesters of andere zorgprofessionals. En het zal vast veel goedkoper kunnen. Of beter. Of allebei. Het gaat mij om het woordgebruik van mijn krant. Dat getuigt van vooringenomenheid en de wens om te pleasen. Bah.

O ja. Zo kan het ook:

De Nederlandse gezondheidszorg kent een fijnmazig netwerk van beroepsverenigingen en belangenverenigingen die de kwaliteit van de gezondheidszorg bewaken en bevorderen. Ze doen dat onder meer door het verzorgen van opleidingen, het ontwikkelen van beroepsprofielen en daar aan gekoppelde kwaliteitssystemen en het coördineren van behandelprotocollen. Het systeem werkt grotendeels op vrijwilligers. Uit onderzoek blijkt dat de totale kosten slechts anderhalf procent van alle kosten van de gezondheidszorg. Dat is uniek in de wereld.

 

Supertyfoon Megi houdt huis in Filipijnen en trekt naar China

Je leest hierboven een kop uit de Volkskrant van vandaag. Ik moest er echt goed naar kijken. Waarom kwam het me zo vreemd voor? Een tyfoon  kan inderdaad behoorlijk huishouden. Is het een kwestie van een scheidbaar of onscheidbaar werkwoord, je weet wel: stofzuigen en zuigt stof? De schrijfwijzer van Renkema helpt me niet verder. ‘Huishouden’ is geen onscheidbaar werkwoord, zoals ‘plankzeilen’ of ‘stofzuigen’.

Maar toen bladerde ik terug (ik begin bij de sport en lees dan mijn weg terug naar het echte nieuws) en las ik het verhaal over het dubbele paspoort van onze spiksplinternieuwe staatssecretaris Marlies van Zanten Veldhuijzen-Hyllner. Houdt zij haar Zweedse paspoort? Dus dát staat er: Megi houdt haar huis in de Filipijnen aan. Je weet immers maar nooit.

Ik moet aan het werk. En dan lees ik nog dat de vicepresident van China, Xi Jinping, benoemd is in de Militaire Commissie van China. Lucky bastard. ‘vicepresident’? Moet dat niet zijn ‘vice-president’?

En zo is een dag snel voorbij.

 

Waarom ‘geüpdated’ fout is

In het kort de regels over de spelling van werkwoorden van Engelse herkomst.

update

Ik verzorg met enige regelmaat trainingen over spelling. En dan verbaas ik me over mezelf. Ik ben geen pietje-precies. Integendeel : ik ben misschien wel een beetje slordig. Maar zo’n spellingstraining is gewoon leuk om te doen. Waarom? Vooral omdat het zo’n hoog kruiswoordpuzzelgehalte heeft. En ook wel omdat telkens weer blijkt dat er meer orde zit in de wirwar van spelregels dan je op het eerste gezicht zou denken. Geruststellend.

Het werkwoord ‘updaten’ bijvoorbeeld. Cursisten ervaren dat als een Engels werkwoord. Ik -frik- corrigeer hen. Nee, het is een Nederlands werkwoord van Engelse herkomst. Engelsen zeggen immers ‘to update’. Spijkers op laag water, zie je mensen denken. Dat verandert als ik ze laat zien hoe je de voltooide tijd spelt: geüpdatet. Immers: de stam van ‘updaten’ is [update]. Je plaatst er ‘ge’ voor (en zet dan een trema op de ‘u’ want anders staat er ‘eu’) en een ‘t’ achter. De klank van de stam eindigt namelijk op een harde plofklank die in ’t kofschip staat.

Er zijn taaie rakkers die dat nog steeds gewoon fout vinden. Wat je ook beweert en wat je ook uitlegt. Zo ook de medewerker van de Facilitaire Dienst die de richtingaanwijsbordjes maakte voor mijn training ‘Je Nederlands geüpdatet’. Hij schreef ‘Je Nederlands geüpdated’.

En geen haan die ernaar kraaide.

%d bloggers liken dit: