Schrijfcoaching

Tekstnet verzorgt binnenkort een workshop over schrijfcoaching. Ik ben tekstschrijver, schrijftrainer en ja, ook schrijfcoach. Ik heb mijn eerstegraads lesbevoegdheid. Ik was tussendemiddagoppas bij een crèche, ik gaf les op twee middelbare scholen en in het hogere beroepsonderwijs.

Dat ik als schrijfcoach best een beetje bekwaam ben, bleek me vorige week donderdag toen ik de notulen las van iemand die ik als schrijfcoach begeleid bij het leren notuleren. Deze notulen waren gewoon goed. Even verdacht ik haar ervan dat ze een ander had ingehuurd om bij mij in een goed blaadje te komen. Dat ontkende ze. Nee, ze had gewoon gedaan wat ik haar had geleerd.

Die workshop heb ik dus eigenlijk helemaal niet nodig. Toch schrijf ik me bij deze alvast graag in. Juist dergelijke bijeenkomsten kunnen enorm bijdragen aan een – hoe krijg ik het uit mijn pen – een stukje reflectie en bewustwording.

Het is net als wanneer je anderstaligen de grammatica van het Nederlands uitlegt. Ineens zie je patronen en afwijkingen in die patronen en patronen in die afwijkingen die je voorheen niet zag. Je bent niet alleen onbewust bekwaam maar wordt plots ook bewust bekwaam. En dat kan heel handig zijn als je iemand iets moet uitleggen.

Moeilijk is het om de student zijn of haar eigen keuzes te laten maken. Ook als haar of zijn aanpak niet zo handig is. Loslaten. Het laten gebeuren. Maar het moeilijkste van schrijfcoaching vind ik om de neiging te onderdrukken om de student opzij te schuiven en te zeggen: ‘Laat maar, ik doe het wel even.’ Of om te zeggen: ‘Als je klaar bent, mag je me het nog wel een keer toesturen. Dan kijk ik er nog even.’

‘Als coach stap je niet het veld in’, zeg ik dan naderhand bozig tegen mezelf. Maar dat is nog knap lastig.

Schrijven voor hooggeplaatsten

Hoe schrijf je een geweldige e-mail? Het begint met aandacht.

Wie aandacht wil, moet aandacht géven. Geen oud Chinees spreekwoord maar de kortste samenvatting van mijn training over het schrijven van een geweldige e-mail. De secretaresses die deelnamen kwamen er uit het hele land voor naar Eindhoven. Ik ook trouwens! Maar het was de moeite waard, vonden we allemaal na afloop.

En eigenlijk is het zo simpel. Eigenlijk is het gewoon wellevendheid. Besteed wat aandacht aan de ander. Besteed wat aandacht aan je mail.

Dat begint met een goede structuur, liet ik zien. Een opening waarin je even je lezer aanspreekt en waarin je de aanleiding voor je mail schetst. En eventueel kun je dan ook vertellen wat je belangrijkste boodschap is en hoe je je mail hebt opgebouwd. Die structuur maak je ook zichtbaar met wat tussenkopjes. Ik had m’n huiswerk gedaan en liet een paar voorbeelden zien. Hun eigen mail vóór mijn make-over en erna. Dezelfde mail, dezelfde tekst maar nu met een korte inleiding en een paar tussenkopjes.

En het werd vervolgd met een aantal kleinere zaken zoals de toon van je e-mail. Een belangrijk onderwerp werd – voor mij geheel onverwacht – het woord ‘welke’. Niet het vragend voornaamwoord maar het betrekkelijk voornaamwoord. ‘Is ‘welke’ een betrekkelijk voornaamwoord?’ denkt u nu. Nee, stelde ik. ‘Ja’, zeiden mijn cursisten. Bijvoorbeeld in de zin:

Wij maken gebruik van het systeem welk de locatie ons biedt.

Ik stelde mij vooral op het standpunt dat deze variant van het woord inmiddels sterk verouderd is. Zeg maar rustig: archaïsch. Zij vonden van niet. Zeker als je voor hooggeleerde hooggeplaatsten schrijft.

Daar zit je dan als een van de vele weledelgestrenge hooggeleerde hooggeplaatsten. Ze schrijven ‘welke’ naar je. Maar áándacht kreeg je.

Overigens, thuis bleek dat Onze Taal stelt dat ‘welke’ als betrekkelijk voornaamwoord niet gebruikt mag worden voor het-woorden. En dat het je tekst wat stijf en stroef maakt. Lees het zelf.

Houd het simpel

Vorige week donderdag leerde ik studenten vlot en wervend schrijven in anderhalf uur. Iemand vroeg zich af hoe ik dat doe. Ik ben een begenadigd trainer en deze studenten zijn ook allemaal erg goed. Toch moet ik bekennen dat ik een beetje overdreef. Het vergde 1 uur en 35 minuten. Zeer tegen mijn principes want aan tijdsoverschrijdingen doe ik eigenlijk niet. Ik weet uit mijn ervaringen als trainee hoezeer ik naar koffie en/of en/of lunch en/of de borrel snak, zo tegen het afgesproken uur.

Ik spitste mijn les toe op 4 dingen.

  • Maak het persoonlijk
  • Beperk de lijdende vorm
  • Wees zuinig met je hulpwerkwoorden
  • Hou het kort, hou het simpel

Met als bottom line: bedenk bij ieder woord dat je ook een ander woord kunt gebruiken. Kies dus.

Persoonlijk

Met name aanwijzing 1 is soms ogenopenend. Vergelijk zin 1 en zin 2:

(1) Hartelijk dank voor de mail van gisteren.

(2) Hartelijk dank voor je mail van gisteren.

De tweede zin is aanzienlijk persoonlijker. Gewoon, door dat woordje ‘je’. Maar ook het verschil tussen:

(1) Hierbij stuur ik u … en (2) Hierbij ontvangt u … frappeert.

Lijdende vorm en hulpwerkwoorden

Het zinnetje (uit een van hun teksten) De vaccinatie is gratis en zal op school gegeven worden is een mooi zinnetje om aanwijzing 2 en 3 te verduidelijken. Dat hulpwerkwoordje ‘zal’ is hier volkomen overbodig. Maar de lijdende vorm is hier wel degelijk erg nuttig. Het alternatief is ‘krijgt uw zoon of dochter’ of ‘geeft de verpleegkundige’. Dat richt de blik van de lezer veel te veel op dat pijnlijke voorval dat aanstaande is.

Simpel

En ten slotte ‘Houd het simpel’. Professionals vinden dat moeilijk. En eerlijk gezegd ook een beetje jammer. Ze weten zo veel! Dat mag de ander best weten. Om dit toe te lichten gebruik ik vaak de dia die collega Anneke Nunn ooit maakte. U ziet hem hierboven.

Vlot en wervend, zie ik nu een aantal lezers bedenkelijk fronzen … Nou, dat is natuurlijk ook een les die ik mijn studenten meegeef. Je mag soms ook best een beetje bluffen.

De meerwaarde van een tekstschrijver

We stonden in de bergen bij Nice op de parkeerplaats bij de Galerie Maeght. Het was even na vijven. Het was een lange dag geweest. ’s Morgens waren we op en neer naar de markt gelopen. We hadden geluncht , ook geen kleinigheid in Frankrijk, en daarna waren we dus naar dat museum. Een prachtig gebouw in een prachtige omgeving met wonderschone beelden.

We waren moe. Er zat bier en wijn in het uur en nootjes, maar daarvoor moesten we wel eerst daar weg.

Vier van ons hadden de auto. Twee de scooter. Toen we weg wilden, bleek er een probleem. Het bergvakzitgedeelte van de scooter wilde niet open. En daar lagen de helmen. Ik hield me wat afzijdig. Ik ben niet technisch. Maar zelfs met de gecombineerde inspanningen van een kunstenaar, een hoogleraar, een huisarts, een anesthesist-in-opleiding en een aanstaande uroloog-wetenschapper-in-opleiding zorgen niet voor een resultaat.

De huisarts vond een stuk zaag en wilde daarmee het slot te lijf. Ik kon het niet langer aanzien en toonde uiteindelijk toch ook enige betrokkenheid.

Ik stelde een vraag.

Ik vroeg: ‘Hoe werkt het dan? De dokter deed het geduldig voor. Sleutel erin. Even de knop induwen en de klep omhoog … klik.

Daar heb je nou een tekstschrijver voor nodig: de juiste vraag op het juiste moment.

 

Pop-up-dependance Tekstnetcafé

Heel Holland bakt, maar echte bakkers zijn schaars. Heel Holland dicht, maar echte dichters zijn schaars. Heel Holland schrijft, maar echte tekstschrijvers zijn schaars. En dus is het heerlijk dat Tekstnet er is. Het mooie is: vrijdag 27 oktober organiseren we een pop-up-Tekstnetcafé in café Wolthoorn & co in Groningen. Ben je tekstschrijver en/of schrijftrainer? Woon je in de buurt? Komen!

Ik neem aan dat als je echte bakker bent, je graag onder collega’s verkeert. Dat je kunt praten over de perfecte temperatuur waarop je wit brood bakt, of over de kwaliteit van broodverbeteraars of gist en de onzin van spelt. Ik neem aan dat als je dichter bent, je graag met collega-dichters verkeert. Wat is de beste zaal om voor te lezen? Hoe geef je je gedicht precies die Schwung die het nodig heeft om te beklijven? Zijn lange regels minder dan korte?

Dat hebben wij tekstschrijvers nou ook. Collega’s zijn schaars, zeker hier in het verre Noorden, dus als je ze ontmoet is dat fijn. Tekstnet voorziet daarin.

We maken ons sterk voor de beroepsgroep. We hebben het over de komma. En de puntkomma. Over SEO. Over goede leads. Over infographics. Over het maken van mooie magazines. Over de zegeningen en rampspoed van de naamwoordconstructie. We hebben het over opdrachtgevers en hoe ermee om te gaan. We hebben het over geld. En over de kinderen, de poezen en het leven. Want dat telt ook. Ik ben samen met een klein aantal collega’s gestationeerd in het noordelijk buitengebied maar krijg nog veel mee via Twitter, Facebook en de e-mail. En via de mooie workshops en andere bijeenkomsten van Tekstnet. Maar gewoon een borrel, dat komt er meestal niet van.

En dus gaan we hier in het Noorden vrijdagmiddag 27 oktober een pop-up-dependance van het Tekstnetcafé doen. In café Wolthoorn & Co Van 16.00 uur tot ongeveer 18.00 uur. Ben je tekstschrijver en denk je ‘ja’? Kom langs. Alleen al omdat ik er anders wel heel alleen zit tussen gewone mensen. En volgens mij betaalt Tekstnet de bitterballen en het eerste rondje. Je hoeft beslist geen lid te zijn van de bond. Je hoeft je niet te legitimeren. Je moet wel 18 jaar of ouder zijn. Ben je van plan om te komen? Een mailtje is handig: info@woutsorgdragercommunicatie.nl.

PS

Er is meer goed nieuws. Want Tekstnet hanteert voortaan niet meer de verplichting van een toelatingsprocedure. Wie lid wordt, doet dat omdat hij of zij het brood verdient als professioneel tekstschrijver of schrijftrainer. En omdat hij of zij met collega’s wil werken aan steeds beter worden. Dan is Tekstnet een geweldige club. Wie nu lid wordt, betaalt pas per 1 januari. Een formidabele instapbonus van zo’n 25%. Ik bedoel maar. En dan is er nu de link: Tekstnet.

Het huis van de krakers

uitzicht-aan-de-keukentafel

We hebben een vaste plek, mijn vrouw en ik. Maar een enkele keer doen we eens gek, dan ruilen we. Zo houd je je relatie fris. Dan zit ik tijdens het eten met mijn rug naar het raam en kijkt zij uit op mij, met op de achtergrond het huis van de krakers, het huis van de familie G.

Het zal gebouwd zijn rond 1900, op het hoogtepunt van de winning van wierdengrond in Groningen. Het was de tijd dat het loonde om je boerderij af te breken, de vruchtbare wierdengrond eronder te verkopen en de boerderij even verderop, op een lager gelegen stuk grond, weer op te bouwen.

Wij kochten ons huis in 1988. Het huis van de krakers was toen nog het huis van de familie G al woonden er geen mensen meer. Erfeniskwestie, zo ging het verhaal. Regelmatig werd er bij ons aangebeld met de vraag of het ook te koop was. Ik verwees de belangstellenden naar de familie G en zag ze nooit weer. Een jaar of 10 later trokken er krakers in. Leermens stond op zijn kop. Krakers. In Leermens … Maar eerlijk is eerlijk, ze zorgden voor het huis. ze repareerden het dak met een flink stuk zeil. Ze deden wat in de tuin. Ze vertrokken. Er kwamen nieuwe krakers. En nieuwe. Wij hadden al zitten uitrekenen of het niet zelf konden kopen en laten opknappen, waarna het ongetwijfeld snel verkocht zou worden. Ik weet van ten minste 2 andere partijen dat zij vergelijkbare ideeën hadden. Maar we hoorden ook dat de familie G helemaal niet wilde verkopen. En bovendien, een huis verbouwen en het dan weer verkopen, dat is best een risicovolle operatie.

En zo verstreken de jaren. Krakers gingen, krakers kwamen, krakers gingen. Soms bleven ze een week. Soms een jaar. Eenmaal leken ze zich te settelen. Maar toen de bevingen wat erger werden, vond de gemeente het te risicovol. Men verklaarde het huis onbewoonbaar.

We zijn inmiddels weer een jaar of 2 verder. Het staat er nog steeds. Leger, minder fier, iets meer onderkomen.

Toch wil de gemeente dat het gesloopt gaat worden. Het is te gevaarlijk. Ik begrijp het maar houd mijn hart vast. Wat gaat er komen? Iets? Niets? Misschien wordt het tijd om definitief van plek te wisselen. Dan maar wat minder spanning.

No-goarea

allergenen

Zitten twee tekstschrijvers op een terras, staat er op de deur: ‘Het is niet uitgesloten dat onze producten allergenen bevatten.’

Wat vinden we van die tekst?

Zegt de een: ‘Jakkie, een dubbele ontkenning, niet doen, een no-goearea in goed Nederlands. Het is negatief, je wordt er niet blij van en het is nodeloos ingewikkeld.’

Zegt de ander: ‘De positieve formulering is: Het kan zijn dat onze producten allergenen bevatten. Dat is toch veel enger? Je moet er toch niet aan denken dat er een allergeen in de appeltaart zit.’

Ontkenningen zijn schrijftechnisch vaak een bespreekgeval. Neem: ‘Koop dit lot en maak kans op een miljoen’. Vergelijk dat eens met ‘Koop dit lot. Het is niet uitgesloten dat u een miljoen wint.’ Dan kiezen we voor de eerste variant. Neem nu: ‘Doe mee met de Postcodeloterij en voorkom dat u de loser van de straat wordt’ en vergelijk dat met ‘Doe mee met de Postcodeloterij en maak kans op een miljoen’. Ik denk dat de eerste variant in elk geval beter inspeelt op onze drijfveren.

Winnen is niet zo belangrijk. Voorkomen dat je verliest, dat telt.

Terug naar het terras. Het is niet voor niets dat veel restaurants gewoon voor de feiten kiezen. Plaatjes en hun toelichting.