Pop-up-dependance Tekstnetcafé

Heel Holland bakt, maar echte bakkers zijn schaars. Heel Holland dicht, maar echte dichters zijn schaars. Heel Holland schrijft, maar echte tekstschrijvers zijn schaars. En dus is het heerlijk dat Tekstnet er is. Het mooie is: vrijdag 27 oktober organiseren we een pop-up-Tekstnetcafé in café Wolthoorn & co in Groningen. Ben je tekstschrijver en/of schrijftrainer? Woon je in de buurt? Komen!

Ik neem aan dat als je echte bakker bent, je graag onder collega’s verkeert. Dat je kunt praten over de perfecte temperatuur waarop je wit brood bakt, of over de kwaliteit van broodverbeteraars of gist en de onzin van spelt. Ik neem aan dat als je dichter bent, je graag met collega-dichters verkeert. Wat is de beste zaal om voor te lezen? Hoe geef je je gedicht precies die Schwung die het nodig heeft om te beklijven? Zijn lange regels minder dan korte?

Dat hebben wij tekstschrijvers nou ook. Collega’s zijn schaars, zeker hier in het verre Noorden, dus als je ze ontmoet is dat fijn. Tekstnet voorziet daarin.

We maken ons sterk voor de beroepsgroep. We hebben het over de komma. En de puntkomma. Over SEO. Over goede leads. Over infographics. Over het maken van mooie magazines. Over de zegeningen en rampspoed van de naamwoordconstructie. We hebben het over opdrachtgevers en hoe ermee om te gaan. We hebben het over geld. En over de kinderen, de poezen en het leven. Want dat telt ook. Ik ben samen met een klein aantal collega’s gestationeerd in het noordelijk buitengebied maar krijg nog veel mee via Twitter, Facebook en de e-mail. En via de mooie workshops en andere bijeenkomsten van Tekstnet. Maar gewoon een borrel, dat komt er meestal niet van.

En dus gaan we hier in het Noorden vrijdagmiddag 27 oktober een pop-up-dependance van het Tekstnetcafé doen. In café Wolthoorn & Co Van 16.00 uur tot ongeveer 18.00 uur. Ben je tekstschrijver en denk je ‘ja’? Kom langs. Alleen al omdat ik er anders wel heel alleen zit tussen gewone mensen. En volgens mij betaalt Tekstnet de bitterballen en het eerste rondje. Je hoeft beslist geen lid te zijn van de bond. Je hoeft je niet te legitimeren. Je moet wel 18 jaar of ouder zijn. Ben je van plan om te komen? Een mailtje is handig: info@woutsorgdragercommunicatie.nl.

PS

Er is meer goed nieuws. Want Tekstnet hanteert voortaan niet meer de verplichting van een toelatingsprocedure. Wie lid wordt, doet dat omdat hij of zij het brood verdient als professioneel tekstschrijver of schrijftrainer. En omdat hij of zij met collega’s wil werken aan steeds beter worden. Dan is Tekstnet een geweldige club. Wie nu lid wordt, betaalt pas per 1 januari. Een formidabele instapbonus van zo’n 25%. Ik bedoel maar. En dan is er nu de link: Tekstnet.

Het huis van de krakers

uitzicht-aan-de-keukentafel

We hebben een vaste plek, mijn vrouw en ik. Maar een enkele keer doen we eens gek, dan ruilen we. Zo houd je je relatie fris. Dan zit ik tijdens het eten met mijn rug naar het raam en kijkt zij uit op mij, met op de achtergrond het huis van de krakers, het huis van de familie G.

Het zal gebouwd zijn rond 1900, op het hoogtepunt van de winning van wierdengrond in Groningen. Het was de tijd dat het loonde om je boerderij af te breken, de vruchtbare wierdengrond eronder te verkopen en de boerderij even verderop, op een lager gelegen stuk grond, weer op te bouwen.

Wij kochten ons huis in 1988. Het huis van de krakers was toen nog het huis van de familie G al woonden er geen mensen meer. Erfeniskwestie, zo ging het verhaal. Regelmatig werd er bij ons aangebeld met de vraag of het ook te koop was. Ik verwees de belangstellenden naar de familie G en zag ze nooit weer. Een jaar of 10 later trokken er krakers in. Leermens stond op zijn kop. Krakers. In Leermens … Maar eerlijk is eerlijk, ze zorgden voor het huis. ze repareerden het dak met een flink stuk zeil. Ze deden wat in de tuin. Ze vertrokken. Er kwamen nieuwe krakers. En nieuwe. Wij hadden al zitten uitrekenen of het niet zelf konden kopen en laten opknappen, waarna het ongetwijfeld snel verkocht zou worden. Ik weet van ten minste 2 andere partijen dat zij vergelijkbare ideeën hadden. Maar we hoorden ook dat de familie G helemaal niet wilde verkopen. En bovendien, een huis verbouwen en het dan weer verkopen, dat is best een risicovolle operatie.

En zo verstreken de jaren. Krakers gingen, krakers kwamen, krakers gingen. Soms bleven ze een week. Soms een jaar. Eenmaal leken ze zich te settelen. Maar toen de bevingen wat erger werden, vond de gemeente het te risicovol. Men verklaarde het huis onbewoonbaar.

We zijn inmiddels weer een jaar of 2 verder. Het staat er nog steeds. Leger, minder fier, iets meer onderkomen.

Toch wil de gemeente dat het gesloopt gaat worden. Het is te gevaarlijk. Ik begrijp het maar houd mijn hart vast. Wat gaat er komen? Iets? Niets? Misschien wordt het tijd om definitief van plek te wisselen. Dan maar wat minder spanning.

No-goarea

allergenen

Zitten twee tekstschrijvers op een terras, staat er op de deur: ‘Het is niet uitgesloten dat onze producten allergenen bevatten.’

Wat vinden we van die tekst?

Zegt de een: ‘Jakkie, een dubbele ontkenning, niet doen, een no-goearea in goed Nederlands. Het is negatief, je wordt er niet blij van en het is nodeloos ingewikkeld.’

Zegt de ander: ‘De positieve formulering is: Het kan zijn dat onze producten allergenen bevatten. Dat is toch veel enger? Je moet er toch niet aan denken dat er een allergeen in de appeltaart zit.’

Ontkenningen zijn schrijftechnisch vaak een bespreekgeval. Neem: ‘Koop dit lot en maak kans op een miljoen’. Vergelijk dat eens met ‘Koop dit lot. Het is niet uitgesloten dat u een miljoen wint.’ Dan kiezen we voor de eerste variant. Neem nu: ‘Doe mee met de Postcodeloterij en voorkom dat u de loser van de straat wordt’ en vergelijk dat met ‘Doe mee met de Postcodeloterij en maak kans op een miljoen’. Ik denk dat de eerste variant in elk geval beter inspeelt op onze drijfveren.

Winnen is niet zo belangrijk. Voorkomen dat je verliest, dat telt.

Terug naar het terras. Het is niet voor niets dat veel restaurants gewoon voor de feiten kiezen. Plaatjes en hun toelichting.

Kansen in code

donkere wolken boven leermens
Leermens, zondagochtend 26 juni 2016

Over kansen is het lastig communiceren.

We hadden gisteren code geel, hier in het hoge Noorden. Spannend, denk je dan. Dat viel mee. We moesten de stad in (heet dat elders ook zo: ‘de stad in gaan’, als je ‘winkelen’ bedoelt?) en als we moeten dan moeten we. We keken elkaar diep in de ogen, gunden ons huisje nog een laatste blik en vertrokken.

Wat is code geel? Ik zocht het even op. Code geel moet ons aanzetten tot alertheid. Er bestaat een kans van minstens 60 procent op een lokale onweersbui met lokaal één of meer van de volgende verschijnselen: windstoten (> 60km per uur) of lokaal veel neerslag (>30 mm in 1 uur) of hagel (tot 2 cm).

Eenmaal in Stad bleek het er uitgestorven. Ze wilden ja code geel ja. Er waren eigenlijk maar een knalletjes: hier en daar ontplofte op Twitter iemand over zoveel onvermogen bij het KNMI.

Over kansen op geluk is het veel makkelijker communiceren.

Als een loterij ons probeert te verleiden tot het kopen van ons lot goochelen ze niet met kansen. Welnee. In de Google-resultaten bij ‘staatsloterij’ staat bovenaan: Staatsloterij – elke maand € 10.000, 30 jaar lang.

Op Twitter is het inzake deze uitspraak tot nu toe vrij stil.

Nudgen

CrazydealsBehaag je lezer, gebruik fijne woorden die een fijne sfeer creëren, geef hem een cadeautje, kietel zijn ego, bevestig haar in haar zelfbeeld, rijm, allitereer, maak dat grapje, schets de voordelen, noem het te vermijden verlies, creëer schaarste, laat zien dat je lezer meedoet in een lange rij van andere meedoeners, laat zien dat je lezer uniek is en enig in zijn soort, kortom: nudge.

Brrr. Ik word al iebel van de promopraat ‘op = op’ bij de kiosk op het station als het een koek betreft. Op is namelijk niet op. Op is nieuwe doos – grote oven – klaar. Op is dom voorraadbeheer. Op bestaat niet meer. IKEA, zo leerde ik gisteren, maakt desondanks graag gebruik van dat idee van schaarste. Men bedacht een “limited edition”. Natuurlijk, op een dag is net die ene stoel niet meer verkrijgbaar. Daarmee wordt-ie schaars. Daarmee wordt-ie gewenst.

Schermafbeelding 2016-05-24 om 19.25.47Nudgen is bewust spelen met en inspelen op de menselijke natuur. Nudgen is pleasen, lichtjes dreigen, even porren. Nudgen is de telefonische verkoper die u allereerst vraagt of u graag te veel betaalt voor uw stroom, nudgen is de mededeling dat op dit moment 3 mensen juist dit hotel bekijken, nudgen is de supermarkt die u soepeltjes ongemerkt maar feilloos precies dát in de maag splitst wat zij vorige week goedkoop inkochten, nudgen is de debater die een stelling poneert die door het rijm lekker bekt, nudgen is het geheel van kleine knikjes, vriendelijke gebaren en fijne woorden die ons de beoogde dingen doen doen.

Jeanine Mies vertelde er gisteren bij Tekstnet over. Het was niet de allerideaalste dag om per trein van Loppersum naar Utrecht heen en terug te reizen. Er was weer zo’n verschrikkelijke aanrijding met een persoon op de heenreis, er was een defecte trein op terugreis, er was overbelast internet, er was vertraging, er was veel vertraging. Wat ben ik soms blij dat ik niet van tevoren weet of en hoe de treinen lopen.

Was ik niet gegaan, ik had veel gemist. Dat wou ik maar zeggen.

 

Een Oscar voor mijn voice-over

Schermafbeelding 2016-03-17 om 09.14.11
Scène uit de nieuwe bedrijfsfilm van het UMCG Centrum voor Revalidatie

Presentator Michiel Kahman vergeleek de sfeer met die van de Oscar-uitreiking. Ik deed mijn best daarin mee te gaan. Achter hem, op het podium, stonden zo’n 10 bossen bloemen. Voor hem, in de zaal, zaten zo’n 70 mensen. Geen tv-camera’s, geen coke, geen alcohol. Nee, het lukte niet. Hoezeer ik ook mijn best deed, dit was geen Oscar-uitreiking.

In De Uithoek, een zaal in Beatrixoord, presenteerde het UMCG Centrum voor Revalidatie gisteren haar nieuwe bedrijfsfilm. Ik mocht komen want ik schreef de voice-over. Dit was geen Oscar-uitreiking, dit was een heuse première.

De rolgordijnen gaan neer, het wordt wat schemerig in de zaal. Het wordt wat stiller. Dan gaan ook de metershoge gordijnen dicht, het wordt nog wat schemeriger. Het wordt nog wat stiller. De grote lampen gaan uit. Het geroezemoes valt weg. De muziek zet in.

En dan hoor je iemand uitspreken wat jij 3 maanden daarvoor in je werkkamertje bedacht bij een ruwe eerste montage. Dat is leuk. En even later is er applaus en krijg je bloemen. Dat is ook leuk. Nog veel leuker is het dat het gewoon een fijne film is geworden. Een fijne film over een bijzonder revalidatiecentrum. Waar honderden patiënten samen met honderden professionals dag in dag uit keihard werken om mee te kunnen doen.

Zij verdienen die Oscar en het applaus. Mag ik dan de bloemen houden?

Bekijk de film (3.50 minuten)

Lees ook: een goede voice-over, over de wisselwerking tussen tekst en beeld.

Wat verdien ik?

Schermafbeelding 2016-03-16 om 08.44.58

Wat verdient een tekstschrijver? Wat verdient iemand die vakkundig andermans gedachten op papier zet? Wat verdient iemand die luistert, ook als de gesprekspartner niets zegt? Wat verdient iemand die van kolder een helder verhaal maakt? Wat verdient iemand die een kundig gesprekspartner is voor zijn opdrachtgever? Wat verdient iemand die mee kan denken over doel en doelgroep en aanpak als het gaat om tekstproducties? Wat verdient iemand die creativiteit paart aan plichtsbesef en discipline? Precies: de hoofdprijs.

Toen ik onlangs in Amsterdam de masterstudenten wat moest vertellen over het vak van tekstschrijver was dat – het leek wel ‘Tussen kunst en kitsch’ – natuurlijk ook een vraag die boven de tafel zweefde. Wat verdient een tekstschrijver? Precies: helemaal niks.

Ok, dat is wellicht wat te stellig en vooral, te klagerig. Ik ken veel tekstschrijvers en de meesten kunnen leven van hun pen. Wie mij 40 jaar geleden had verteld dat ik nu van mijn pen kon leven, zou ik niet geloofd hebben. Ik bof. Ik verdien wat ik verdien.

Er is geen werkwoord in de Nederlandse taal dat zulke verschillende betekenissen heeft. Er is geen werkwoord in de Nederlandse taal dat zo glashelder is. Wat verdient een tekstschrijver? Precies dat wat de markt – de plek waar vraag en aanbod samenkomen – hem waard vindt. Daar spelen aanbieder en vrager ieder hun eigen rol. Op die markt moet je als tekstschrijver stáán voor je handel.

Op Tekstnetblogt schreef collega Olga Leever een stuk over wat tekstschrijvers vragen, krijgen en verdienen. Gebaseerd op onderzoek van Tekstnet. Lezen. En kijk vooral ook het filmpje.