Stil

Avond rond Leermens

Het is na bijna half twaalf ’s avonds. Het is nog een beetje licht. Achter ’t Zandt gloeit de lucht nog wat na. Het waait heel zachtjes. Je voelt het. Je hoort het in de beuken rond de kerk. In de essen achter het huis zitten tientallen roeken; ze zijn er maar je hoort ze nauwelijks. Eentje fladdert heel even op maar de rest blijft zitten. Aan de andere kant van de ijsbaan hoor ik een regelmatig schril, hoog gepiep. Mij is ooit verteld dat dat een uil is. Hij of zij houdt het na een minuut of wat voor gezien. In de haag scharrelt een beestje. De kikkers in de sloot zijn er al eerder mee gestopt. De klok van ’t Zandt slaat een keer, de klok van Eenum slaat een keer. De klok van Leermens slaat een keer. De galm blijft even om de toren hangen. En dan is het toch echt stil. Helemaal stil. Het is de totale afwezigheid van geluid. Alleen die wind. Dat ene zuchtje.

 

Zo’n avond

Toen ik binnenkwam zaten Weemoed en Zwaarmoed al uitgebreid aan de drank. Campari en een groot bier. En het was niet hun eerste.  Zo’n avond wordt het dus, wist ik.

‘Sorgdragertje, man, laat me je omhelzen’ riep Zwaarmoed en stond moeizaam op.
‘Wat is er met jou?’ vroeg ik, bezorgdheid veinzend. ‘Het is de heup, Sorgdragertje, het is de heup.’ Groot en massief omhelsde hij me. Een dikke prikkende  mannenzoen op beide wangen. Ik moest hem de linkerwang toekeren om de voorkomen dat de derde op de mond kwam. Oké. Zo’n avond wordt het dus, wist ik.

Weemoed zag het van de tafel aan.  Ook hij kwam maar moeizaam overeind. Hij liep naar de bar, bestelde het een en ander, liep om de tafel en omhelsde me. ‘Sorgdragertje, Sorgdragertje, daar ben je dan. Ach jongen, geen gram aangekomen.’ Weemoed betastte me met beide handen de buik. Hij wist: mijn zwakke plek. Zo’n avond wordt het dus, wist ik.

De mevrouw van de bar was een meisje van net geen 20. Ze bekeek ons onderzoekend voor ze de glazen neerzette. Wat gebeurde hier? Zocht ze de leider van het pak? De man aan wie ze het voorstel voor wat lekkers erbij het best kon doen? Ja. Dat deed ze. Ze keek Weemoed indringend aan. ‘Nog iets lekkers voor erbij?’ En Weemoed wist hoe het werkte. ‘Ja natuurlijk iets lekkers voor erbij. Kaas, droge worst?’ Hij keek Zwaarmoed vragend aan. Die knikte. ‘En voor de vegetariër de borrelnootjes’ vulde Weemoed zichzelf aan.

‘We hebben ook een mooi tapas-voorgerecht. Is dat niet wat?’ vroeg de mevrouw van de bar die net geen 20 was maar wist hoe het werkte. Zo’n avond wordt het dus, wist ik.

Wat vertelt een vader zijn zoon?

Vrijdag trouwt mijn  oudste zoon. En dus dwaalde ik zaterdag door een grote parfumzaak. Ik stuitte er op een apparaat waarmee mannen voorafgaand aan het scheren hun gezicht moeten masseren. Ik ben 58 maar wist dat nog niet, dat je je gezicht moet masseren voor het scheren. Dat heeft mijn vader me nooit verteld.

Wat vertelt een vader zijn zoon? Hoe je je moet scheren. Dat van bijtjes en bloemetjes. De opstelling van Ajax toen we de wereldbeker wonnen. Hoe je een band plakt. Ik ben bang dat ik net als mijn vader in al deze levensvragen ernstig tekort ben geschoten richting mijn zonen.

Ik had het goed kunnen maken. Vrijdag trouwt mijn oudste zoon. Ik had een mooie speech kunnen doen waarin ik het allemaal uit de doeken doe (al zou ik voor sommige dingen even bij wikipedia moeten kijken). Maar het mag niet. Ze houden niet van speeches en stukjes. Ik heb hen nog uitgelegd dat een huwelijk niet alleen een feest van de kids is maar ook van hun ouders, maar het mocht niet baten.

En nu moet ik de ramen wassen: vrijdag trouwt mijn oudste zoon.

Borgen live

BorgenZaterdag zagen we de tv-serie Borgen in de versie van het Noord-Nederlands Toneel in levende lijve live op toneel. We begonnen om 1 uur ’s middags en waren klaar tegen 10 uur ’s avonds. Een kleine 8 uur toneel plus een beetje pauze.

Wat een heerlijke voorstelling.

Wat natuurlijk mee speelt is je bewondering voor de acteurs die vrijwel non stop op het toneel aan het werk zijn, de waanzinnige hoeveelheid tekst die ze paraat hebben en de uitgekiende logistiek die de combinatie eten en toneel kijken nu eenmaal nodig heeft. Maar daarmee doe je die voorstelling onrecht. Wat me vooral zal bijblijven is het spel van Malou Gorter als Birgit Nyborg en haar collega’s, de prachtige muziek, de prachtige decors, het razendknappe scenario en de waanzinnige creativiteit en organisatie en geld en doorzettingsvermogen die een project als dit mogelijk hebben gemaakt.

Maar is het kunst?

De vraag is eigenlijk heel simpel. Mogen we deze zaterdag in onze boekhouding in zijn geheel bijschrijven als ‘theaterbezoek’ of hebben we gewoon 8 uur lang heerlijk ordinair zitten binge-watchen in een grote zaal?

Ik neig naar het laatste. Maar ach. We waren onder elkaar. En: ‘We maken er een feestje van’ zei Paul McCartney gisteren bij Pinkpop. Als Sir Paul dat mag, dan mag ons NNT dat zeker.

Op 4 september spelen ze nog 1 keer, in Antwerpen.

De Haagse praktijk

Nieuwsuur, gisteravond. Men berichtte over een in alle opzichten succesvol project van Meander, een grote zorgorganisatie in Zuid-Limburg. Meander creëerde een opvanglocatie voor ouderen die na een ziekenhuisopname niet direct naar huis kunnen. Ideaal lijkt me. Sterker: onmisbaar.

Dat vond men in Zuid-Limburg ook. Er is echter een bezwaartje: geld. Het wordt niet of onvoldoende bekostigd. 130 euro per persoon per dag kost het de samenleving, begrijp ik.

Minister Schippers wuifde het weg. Geld was niet het probleem wist zij. Ze zou een taskforce met Haagse ambtenaren naar Zuid-Limburg sturen om de boel op de rails te krijgen. Nee, niet op de rails. Dit zei mevrouw Schippers:

We gaan gewoon de praktijk in en dan de dingen aan elkaar knopen.

Het kwam er parmantig uit. Maar het dedain droop ervan af. Die domme, domme regionalen.

Het kabinet Rutte, Den Haag, 2015.

Hoor de wind

Het regende en het was nog steeds november. En jawel, dat najaar kwam, ongenadig, meedogenloos, en dat hart van mij had na al die jaren moeten weten dat het óver gaat, dat overrompelende besef van vergeefsheid. Maar weten en weten …

Ik houd zielsveel van die natte klei, roestbruin en glanzend van de eindeloze miezer, de zeiknatte velden met mistroostig wanhopig wintergraan, tarwe of rogge, de pulp van aardappels en wortels langs de weg, de wind, de wind, de wind. Maar het regent en ik ga niet naar buiten.

Als ik rond half 8 mijn lasagne oppeuzel en de app-berichten van een vertraagde vrouw doorneem hoor ik buiten gefluit. ‘Hoor de wind waait door de bomen’ klinkt er luid en duidelijk. Dan wordt er aan de bel getrokken. Hard. Lang.

Mijn vrouw had nu niet open gedaan en gelijk heeft ze. Maar ik durf. Voor me staat een grote man met een muts, een reflecterende all-weather-regenjas en koplamp op de kop die me zowat verblindt. ‘Piet’, zeg ik verrast, maar Piet heeft geen tijd voor een babbel. Hij duwt me de collectebus voor mijn neus en wil geld zien. Voor tegen de MS.

Daar ben ik ook tegen. Ik geef. Het regent. Het waait. Het is donker. Piet gaat verder, de donk’re nacht in. Wind en miezer deren hem niet. De strijd tegen MS is nog niet gestreden.

%d bloggers liken dit: