De overkant

Aan de overkant staat ons nieuwe dorpshuis. Het is bevingsbestendig. Het beneemt ons in de winter ’s morgens de zon. Het verlicht ’s avonds en ’s nachts de skyline. Het staat als wethouder Hekking schuin achter de Martinikerk en vraagt om aandacht. Maar het is wel een fijn dorpshuis.

In Leermens hadden we ook een bevingsbestendig dorpshuis naast de deur. Ze vertoonden er wel eens een film. Er stond een kastje met boeken die je mee mocht nemen. Ze schonken er drank en koffie en serveerden er af en toe de maaltijd. Er waren voorstellingen. Er was een fietsenstalling met oplader en pomp. Toch liep ik er maar zelden zo even binnen.

Het nieuwe dorpshuis van Groningen bezoek ik vaker. Ze hebben er ook beslist meer boeken en draaien vaker een film. Straks ga ik met Lasse. De eerste keer dat we er waren, was hij niet overtuigd. Maar mijn zoon kwam onlangs even aan met hem en vertelde dat hij nu razend enthousiast was. We gaan het beleven.

Een plan

We gingen gisteren naar de film. Parasite. Wat een mooie, leuke, wonderlijke film. En dat Koreaans? Ach, dat went. De film vertelt het verhaal van een gezin van 4. Moeder, vader, zoon, dochter. Vader is er een van 12 ambachten 13 ongelukken. Hij gaat relatief planloos door het leven. Dat is verstandig, betoogt hij tegen zijn zoon, ‘want als je geen plan hebt, kan het ook niet mislukken!’

Ooit sleepte ik me door de werkdag van vergadering naar bijeenkomst naar vergadering naar werklunch naar vergadering naar werkborrel naar huis naar stukken. Echt denken hoefde ik niet. Een plan was ook niet nodig. De agenda stuurde mijn dag, de agenda hielp me door de dag.

Nu moet ik op stille dagen mezelf aansturen. Ik huppel van wasje naar plasje naar werk naar kaaswinkel naar souk naar werk naar lunch naar werk, boek, hapje van het een of ander, naar iets van werk en koken. En terug. Maar een plan maak ik maar zelden. Wel heb ik voornemens. Intenties. Een vaag te-doen-lijstje. En als ik ’s avonds in mijn bedje lig en zoals een goed gereformeerde jongen betaamt, terugkijk op de dag, ben ik over het algemeen best tevreden over mezelf. Plannen worden  zwaar overschat.

Hoe het de vader vergaat, moet u echt zelf gaan zien.

Een liberale vrijstaat

Of Klaas Dijkhof deugt? Vast. Zolang het tegendeel niet keihard is bewezen, moeten we daarvan uit gaan. Al is het alleen maar vanwege  zijn gevoel voor humor. Een vuurwerkverbod was onbespreekbaar en blijkt nu toch bespreekbaar.

Binnen mijn partij wordt er op dit moment stevig over vuurwerk en veiligheid gediscussieerd”, stelt Dijkhoff. “Dat heb je met liberalen. Onze fractie stopt nooit met nadenken.

Dat je van standpunt verandert, pleit voor een mens. En zeker voor een politicus. Het maakt mij blij. Argumenten doen ertoe. Dat je je laat overtuigen, getuigt van moed. En in dit geval ook wel van enig politiek benul.

Maar ik zie nu meer mogelijkheden. Ook ik, een overtuigd liberaal, ben erg tegen verbieden. Maar een paar verboden moeten nog wel. Vrijheid bestaat alleen bij de gratie van beperkingen. Na het vuurwerk, verbieden we ook motoren die op fossiele brandstof werken. Harder rijden dan 80 km per uur. Gewroet in de ondergrond. Luide gesprekken op straat tussen 22.00 uur en 08.00 uur. Roken. Met een tractor op de openbare weg rijden zonder nummerbord. Met een tractor op de openbare weg rijden. Voor je mening uitkomen op een manier die anderen hindert. Talkshows over tv-programma’s. Talkshows. Werkweken langer dan 30 uur. Werken als het nog of al donker is.

Ik vergeet ongetwijfeld nog veel maar het is een begin richting een liberaal Utopia. 2020 wordt het jaar waarin politici van mening kunnen veranderen zonder een draaikont te zijn. Mits het de goede mening is, natuurlijk. Laat de VVD-fractie vooral niet stoppen met nadenken.

 

Postzegelbosje

Johan Remkes is een man tegen wie je niet ‘Johan’ zegt maar ‘meneer’. Johan Remkes is beroepsbestuurder en burgemeester. Hij bestiert dit jaar Den Haag. Johan Remkes is een keurige man in pak. Hij pleitte bij Buitenhof voor een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen. En ageerde tegen, in zijn woorden, ‘normvervaging en verhuftering van de samenleving.’

In een samenleving waar bestuurders als Remkes het woord ‘verhufteren’ gebruiken, is inderdaad sprake van normvervaging. De norm is namelijk dat we, om mijn moeders taal te gebruiken, ‘lelijke woorden’ zoveel mogelijk vermijden. Zeker als we burgemeester zijn, zeker als we het hebben over normvervaging. Het heeft iets weg van een Amerikaanse president die in zijn strijd tegen geweld de vrede opoffert.

Dat neemt overigens niet weg dat Remkes natuurlijk volkomen gelijk heeft.

Nee, dan de meneer die pleitte voor meer postzegelbosjes, wat mij betreft nu al het woord van 2020. Een woord dat liefde uitstraalt en optimisme. Hoewel. Ik kon het niet helpen. Ik dacht aan J.C. Bloem: ‘en dan, wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos ter grootte van een krant …’ Bloem bleek opnieuw te optimistisch. Maar hier en daar een extra postzegelbosje, dat moet toch mogelijk zijn?

Op de foto het postzegelbosje achter de Gerichtsweg, Eenum. Op de foto zomer.

Kerst 2019

Kerst was nooit zo’n groots feest, ooit, vroeger. Mijn vader zal allerlei hooggespannen verwachtingen hebben gekoesterd, opgepikt uit kerstverhalen en van horen zeggen. Mijn moeder zal alleen maar zuchtend en piekerend aan de keukentafel hebben gezeten, tobbend over wat dan weer te eten en hoe ze dat allemaal moest bolwerken. Tot die ene kerst dat ze zichzelf een zetje gaf en 2 kalkoenen ging braden. Dat lukte volgens mij wonderbaarlijk goed. Wat tegenviel was dat iedereen die dagen griep kreeg en niemand at. Kerst kwam nooit meer goed.

Wat niet hielp was dat mijn vader op de dag na kerst jarig was, hetgeen de feestelijkheden compliceerde. Wat niet hielp … Ach, het waren gewoon donkere dagen. Niet alleen voor kerst, maar ook tijdens kerst en de dagen erna. Nu m’n ouders er niet meer zijn, zijn deze dagen lichter geworden.

Dit alles overdacht ik, piekerend vanochtend vroeg. De kwestie was brood. De kinderen komen alle vijf op tweede kerstdag. Ik heb zeker 4 broden in de vriezer. Twee gesneden, twee ongesneden. AH deed 2 broden voor de prijs van 1 en ik zit ermee. Haal ik een brood uit de vriezer? Koop ik straks een vers brood voor vandaag en morgenochtend? En als mijn vrouw kerststol bakt, wanneer eten we dat dan? En de jongste kinderen eten yoghurt voor ontbijt, wat betekent dat? En hoe lang is vers brood vers? En who cares?

En heeft iemand een tip om een slepende, slopende superverkoudheid de baas te worden? Liefde en passie?

De huiskamer van Groningen

Vorm of inhoud, dat was in mijn vak een belangrijke vraag. Ter Braak en Du Perron versmalden die vraag vakkundig tot ‘vorm’ of ‘vent’. Het was een belangrijke vraag maar mij boeide de kwestie niet zo. Al heel snel wist ik dat het een niet zonder het ander kan.Je kunt een prachtig stuk schrijven maar als de inhoud kant noch wal raakt, is het jammer van het papier en van ieders tijd. En omgekeerd: je kunt een bloedstollend saai verhaal maken dat niemand leest en ook dan had je het net zo goed achterwege kunnen laten.

We waren in ons nieuwe Forum. De nieuwe huiskamer van Groningen. Ineens moest ik daar aan denken: vorm of vent? Er is héél veel vorm, zal ik maar zeggen. Het wordt een enorm karwei om er ook inhoud aan te geven. Vooralsnog was Lasse vooral onder de indruk van het gebouw. De zitkuilen waarin je boekjes kunt lezen en met blokken spelen. De banken langs de muur waar je overheen kunt lopen. De lampen die je aan kunt raken en geen pijn doen. De ramen waar je tegenaan kunt leunen.

De inhoud vermocht ons nog niet zo te boeien. Je bent toch geneigd het te vergelijken met de vorige bibliotheek. Maar toen we van achter ons raam papa bij het Kopland naar binnen dachten te zien lopen, was alles toch nog goed. ‘