Schrijfcoaching

Tekstnet verzorgt binnenkort een workshop over schrijfcoaching. Ik ben tekstschrijver, schrijftrainer en ja, ook schrijfcoach. Ik heb mijn eerstegraads lesbevoegdheid. Ik was tussendemiddagoppas bij een crèche, ik gaf les op twee middelbare scholen en in het hogere beroepsonderwijs.

Dat ik als schrijfcoach best een beetje bekwaam ben, bleek me vorige week donderdag toen ik de notulen las van iemand die ik als schrijfcoach begeleid bij het leren notuleren. Deze notulen waren gewoon goed. Even verdacht ik haar ervan dat ze een ander had ingehuurd om bij mij in een goed blaadje te komen. Dat ontkende ze. Nee, ze had gewoon gedaan wat ik haar had geleerd.

Die workshop heb ik dus eigenlijk helemaal niet nodig. Toch schrijf ik me bij deze alvast graag in. Juist dergelijke bijeenkomsten kunnen enorm bijdragen aan een – hoe krijg ik het uit mijn pen – een stukje reflectie en bewustwording.

Het is net als wanneer je anderstaligen de grammatica van het Nederlands uitlegt. Ineens zie je patronen en afwijkingen in die patronen en patronen in die afwijkingen die je voorheen niet zag. Je bent niet alleen onbewust bekwaam maar wordt plots ook bewust bekwaam. En dat kan heel handig zijn als je iemand iets moet uitleggen.

Moeilijk is het om de student zijn of haar eigen keuzes te laten maken. Ook als haar of zijn aanpak niet zo handig is. Loslaten. Het laten gebeuren. Maar het moeilijkste van schrijfcoaching vind ik om de neiging te onderdrukken om de student opzij te schuiven en te zeggen: ‘Laat maar, ik doe het wel even.’ Of om te zeggen: ‘Als je klaar bent, mag je me het nog wel een keer toesturen. Dan kijk ik er nog even.’

‘Als coach stap je niet het veld in’, zeg ik dan naderhand bozig tegen mezelf. Maar dat is nog knap lastig.

Man in de ruimte

Het is zondag, een uur of 12. Ik ren in mijn middelbaremannentempo over de oude dijk langs het Reitdiep naar het Noorden, richting Garnwerd. Tot Wierumerschouw zijn er nog wat meelopers of –fietsers. Na Wierumerschouw niet meer. De mensen gaan de brug over, richting Oostum.

Ik ben hier een man alleen. Ik ben een man op de dijk, een man in de ruimte, omringd door land, lucht, licht, klei, gras, wolken, water. Windmolens en verre populieren verankeren de horizon en geven de oneindigheid zijn maat. Ik ben – nietig wezentje – het vanzelfsprekend middelpunt.

Ooit was hier water. Ooit zal hier water zijn. Nu is er die dijk, die lichte ophoging in het land, die ruimte. Ik stop. Sta stil. Keer om.

Later, terug in de stad, ligt het Reitdiep veilig opgesloten tussen de kademuren van het Hoge en Lage der Aa. Au. De klok van de universiteit luidt het uur. De klok van de Martinikerk even later.

Antjie Krog in Groningen

In Groningen, in het Grand Theater, werd gisterenavond bekend gemaakt wie de nieuwe dichter van dienst is. Wie de nieuwe stadsdichter zou worden. Er was ook een voorprogramma. Een support act. Antjie Krog.

Ik ging erheen met enig lood in de schoenen. Poëzie lees je. En je leest het voor aan jezelf. Eventueel hardop. In de stilte van je kamertje. Eventueel met wat klokgelui van een kerk als achtergrond. En zouden er wel genoeg mensen zijn om me niet plaatsvervangend te hoeven schamen? En zouden ze wel hard genoeg klappen? Gelukkig is het van ons huis naar het Grand Theater een paar honderd meter lopen. Het was maar even, dat lood.

Want toen ik binnenkwam zag ik dat het goed het was. Volle bak. Jong en oud. En allemaal kwamen we voor de poëzie. Over poëzie zei Antjie Krog weinig, ze werd er ook niet zo op bevraagd.

Ze las ter introductie kort wat voor. Proza. Maar toen ze het voorlas werd het poëzie. Dat ligt aan het zangerige Afrikaans en aan haar voordracht maar – geloof ik – vooral aan haar tekst. Ook haar proza is poëzie. Later die avond zou ze ook werk voorlezen. Ik had daar niet op gerekend, en ging na het interview naar huis. Maar haar stem zong nog wat na in mij.

Onze nieuwe stadsdichter is overigens Renée Luth. Ze is – aldus RTV Noord erg blij met de benoeming. Ze heeft allerlei plannen. Voor het werk dat daarmee op haar afkomt is ze niet bang. ‘Ik heb besloten dat ik alles laat vallen, dat dit mijn baan is, de komende twee jaar. Mijn focus gaat helemaal hier naar uit.’

(De foto pikte ik van een tweet van Coen Peppelenbos, ik hoop dat het mocht.)

Waar is Lasse?

Het is 19.00 uur. Lasse zit naast mama op de bank. We kijken Sesamstraat. Het grotemensenfeestje is zo’n beetje voorbij. Hij kreeg veel aandacht en liefde en cadeautjes. Hij sliep weinig. Nu nog even Tommy en Ienemien en dan naar bed.

Het gaat over verkleden en hij doet zijn best om bij de les te blijven. Maar het feestvarkentje is moe, doodmoe. Rode konen. Ietwat verhit gezichtje. Slaap in de ogen. Zijn speentje bungelt als een shaggie half in de mond. Telkens weer zie je die oogjes dichtvallen. Maar je ziet hem ze ook telkens weer open doen. En daar gaan ze weer.

Als Sesamstraat is afgelopen en boven het welterusten-flesje klaar staat, wordt nog even de geest over hem vaardig. Enigszins slaapdronken doet hij één handje voor de ogen.

‘Waar is Lasse?’ vragen we ons allemaal af, verbijsterd hardop en in koor. We zijn een geoliede machine. En weg het handje. ‘Dáár is Lasse!!’ roepen we in koor. Een gaap. Een diepe voldane lach. En vooruit. Nog één keer. En daar gaat zijn handje voor dat ene oog en daar roepen wij met z’n allen ‘Waar is Lasse’ en daar opnieuw die stralende lach als hij zichzelf tevoorschijn tovert. Dáár is Lasse.

En nu naar bed. Even zwaaien op de trap? Even zwaaien. En dan nog een keer de handjes op het boze bolletje. Nog een keer. Dan is het mooi geweest.

Waar is Lasse? Lasse is gesloopt. Lasse slaapt. Morgen is er een nieuwe dag. Dan is-ie er weer.

Steek uit de vlag

Vorig jaar om deze tijd wapperde de vlag al fier vanaf de Martinitoren. Wij waren minder zeker van onze zaak. Zou hij inderdaad echt vandaag geboren worden? We checkten de app-status van onze schoondochter uurlijks. ‘Laatst gezien op …’ Een appende vrouw bevalt niet, redeneerden we. Om een uur of 13.00 meldde WhatsApp dat ze het laatst gezien was om 12.00 uur. Om een uur of 14.00 geen verandering. De spanning steeg. Tot we om een uur of 19.00 zagen dat ze recent gezien was. Maar de telefoon bleef stil. Die ging pas even na 12.00 uur ’s nachts.

En toen was Lasse daar. Hun Lasse. Onze Lasse. Lasse. Bij de Martinitoren had een – ongetwijfeld teleurgestelde medewerker –  de vlag al weer binnen gehaald. Je kunt als Stad ook té vroeg zijn. Gelukkig heeft diezelfde ambtenaar de datum opgeschreven en hesen ze hem zojuist opnieuw.

Zelf is Lasse nog niet heel overtuigd van het feestelijke van een verjaardag. Hij stiet gisteren de kroon die hij bij de kinderopvang kreeg geërgerd van de bol. En hij moet vandaag bij zijn papa en mama blijven!

Ter gelegenheid van zijn eerste verjaardag organiseerde het bestuur van Klaverjasvereniging Ons Genoegen een speciale avond over het opaschap. Alle opa’s waren er, maar de 2 leden lieten verstek gaan. Op vakantie! Wegblijvers hebben altijd ongelijk. Dat bleek ook dinsdag. Er waren die avond 2 sprekers en ze waren het roerend met elkaar eens. Dus nee, geen dystopische vergezichten aan die tafel en ja, een kleinkind is een zegen. Ons kleinkind is een zegen.

Zijn Melle is wat ouder. Hij kan al lopen en zeggen ‘Opa mee’ (nee, geen vraagteken). Zou mijn Lasse dat ook leren? En waar gaan we dan naar toe?

Plannen

In die sluimerende halfwaakstand, dat eindeloze moment tussen slaap en waak, dat moment waarin je niet meer droomt maar waarin je ergste angsten en doemscenario’s ongefilterd binnenkomen, dat moment dat je dromend weet dat je eigenlijk wakker bent, met andere woorden,

net voordat de wekker zou gaan, schrok ik wakker. Hebben wij wel een plan B? En ik wist: nee. Er ligt geen plan B klaar.

Toen ik in lichte paniek mijn vrouw wakker wilde maken stootte ik op een plank. Als ze er niet is, leg ik op haar deel van het bed een grote plank waarop dan de boeken, de puzzels, de gedichtenbundels, de mobiel en de iPad, spullen die met elkaar min of meer haar afwezigheid moeten compenseren.

Tja. Als ze er niet is.

Ik sloeg de iPad open en swipete door de krant. Verdomd, de Britten gaan nu op zoek naar plan C. Ik kneep even in mijn arm. Ja, ik was echt wakker. Vergeet plan B.

Zin in

Op de doos van Hello Fresh staat ‘zin in’. Mijn tante schreef erbij ‘Wout??’ Erin boeken. Vooral poëzie. Ik had nog nooit van Jo Landheer gehoord. Of van de reeks ‘De muze’, met onder meer ‘De muze op school’ en ‘De muze viert feest’. Of van de bundel ‘Hartgespan’ van Victor Westhof. Maar de bundel ‘Het gevleugelde hobbelpaard’ kende ik dan weer wel, nonsensicale gedichten verzameld door C. Buddingh’ En – ik zou haast schrijven ‘natuurlijk’ – de bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ van Neeltje Maria Min.

Ja, zin in. Bijvoorbeeld in dit gedicht van Albert Verwey. Het boek sloeg open bij dit gedicht.

De schone wereld

Iedre morgen na het nachtlijk slapen
Ligt mijn wereld nieuw door mij geschapen.

Iedre dag heb ik haar weggegeven,
Telkens één dag meer van ’t eigen leven.

Telkens een kortstondiger bewoner
Zie ik haar belangelozer, dus schoner.

Schoonst zal ze eenmaal zijn als ik ga scheiden
En de grenslijn wegvalt van ons beiden.

Waarom sloeg het juist hier open? Mijn tante legde er een gedroogd viooltje bij.