Tetris Mon Amour

We wandelden gisteren van de schouwburg naar huis. Ik was nog een beetje van slag. Wat een voorstelling. Club Guy and Roni, een Gronings danstheatergezelschap, en Slagwerkgroep Den Haag speelden ‘Tetris mon amour’. 7 dansers, 3 slagwerkers. 5 kwartier. Het had geen minuut langer moeten duren of we waren collectief van onze stoelen gerold. Het was overrompelend, intiem, groots, grappig, bloedstollend, mooi.

Een plot bespeurde ik niet. Later, vanochtend, thuis, alleen, las ik de toelichting. De voorstelling gaat over de ruimte die grenzen bieden. Grenzen beperken je, maar die grenzen dwingen ook tot creativiteit. We kennen het allemaal: de rijmdwang die je jezelf oplegt bij Sinterklaasgedichten doet je soms op onverwachte vondsten komen. In de voorstelling Tetris Mon amour zagen we die grens bijvoorbeeld in de enorme kubus op het toneel waarbinnen en waarbuiten de dansers speelden.

Vroeger kon je dan in de auto nog 25 minuten wat voor je uit kijken en langzaam maar zeker de oude wereld weer je eigen maken. Nog een nadeel van wonen in de stad … Nu konden we nog gewoon Inspector Morse kijken. Toch jammer.

Bekijk de trailer Tetris Mon amour

Een keurig huis

Eigenlijk hoort boven dit stukje een foto van onze bezemkast. Nu mét stofzuigerslangbeugel. Maar fotografeer maar eens een stofzuigerslangbeugel in een bezemkast.

Mijn moeders hart zou een sprongetje hebben gemaakt. Mijn moeder was netjes. Zo netjes dat een psychiater met wat wroeten er vast iets achter had gevonden. Maar waarschijnlijk had het alles te maken met de grootte van het gezin waar ze in opgroeide en de krapte van de woning waar dat gebeurde: 10 kinderen in een bovenwoning in Amsterdam.

Toen mijn moeder onze nieuwe houtkachel voor het eerst zag, verheugde ze zich vooral over het feit dat er ook een ruimte onder zat, voor de blokken hout. Ze naaide aan theedoeken altijd 2 lusjes. Zo zat je eigenlijk altijd meteen goed als je de theedoek wilde ophangen. U begrijpt: zij had ook een beugel voor de stofzuigerslang. En een stofdoekenzak. Die heb ik overigens nog niet.

Maar dus wel die beugel. Ik beschouw het een milestone, een betekenisvol stapje op weg naar volledige inhuizing. Bij de winkel sprak ik mijn twijfels uit over mijn vermogen om die beugel op te hangen : zo’n bezemkast is krap. De beugelverkoper maande me wat meer vertrouwen te hebben in mijn eigen klusvermogen. En inderdaad: die beugel smaakt naar meer. Nu nog de skibox, het imperiaal, de ladder en het keukentrapje ophangen, de snoeren aan de plinten bevestigen, 5 lampen monteren en het bijzettafeltje schuren en lakken en de installateur bellen om de spotjes te repareren die niet meer aan gaan sinds we de Campariflesjeslamp aan het lichtpunt bevestigden.

Maar dan is het zover.

Groningen is ver weg

Vrijdagavond zaten we tijdens onze minivakantie van de NS Spoordeelwinkel in Rotterdam bij Mooiweer&zo, een klein multifunctioneel centrum. Je eet er, waarna je tegen half acht je stoel wat omdraait en de bar toneel wordt. Toen we er binnenkwamen bleek dat we aan “de verrassingstafel” geplaatst waren. Participerend toneel, schrok ik. Het viel mee. Die verrassingstafel bleek gewoon een tafel voor 8 personen met wie je geacht werd een gesprek te voeren.

Ooit waren we op een vakantiereis door Marokko. Een onderdeel van de reis was een tour door de woestijn met als pauzeprogramma een kennismaking met authentieke lokale bevolking in een grote tent. De lokale bevolking bleek te bestaan uit een groep jongemannen die, toen we eenmaal binnen waren, zich zuchtend een doek omdeden, een cassetterecorder aandeden en een dans uitvoerden. Een fooi werd enorm op prijs gesteld.

Hier in Rotterdam was de ontmoeting met echte authentieke lokalo’s gewoon gratis en inbegrepen. Sterker, hier leken de lokalen het ook echt leuk te vinden om mensen uit Groningen te ontmoeten. Helemaal uit Groningen! Een mevrouw vertelde ons dat ze in Rotterdam een OV-kaart hebben. Kun je zomaar mee in de bus, op de tram in de metro …

Die vrijdagavond was alles in Groningen nog rustig, koek en ei en pais en vree. Toen kwam gisteren die nieuwe aardbeving. Hoe zou het tafelgesprek zijn verlopen als we er komende vrijdagavond zouden eten? Ik ben   bang dat het niet veel anders zou zijn gegaan. Groningen is voor de meeste randstedelingen namelijk gewoon heel ver weg.

(De foto is van Matthijs Sorgdrager, DvhN)

Onze verhuis

Een goede reden om een kerstboom te kopen is dat je hem op de dag van vandaag de deur uit kan doen. Maar we kochten geen kerstboom.

We haalden het huis in Leermens leeg, reden twee keer naar de stort, en brachten de rest in een grote bus naar Groningen. Daar brachten we alles naar zolder en vervolgens naar de schuur en uit de schuur brachten we van alles naar de hal waar het een paar dagen stond terwijl we spullen van de zolder haalden die we naar de schuur brachten om ze vervolgens via een dagje hal per bus naar de nieuwe woonstee van zoonlief in Antwerpen te brengen maar niet nadat we eerst in Utrecht stopten om daar nog extra spullen in de bus te doen waarna we uit Antwerpen met een vrijwel lege bus terugreden en achter adem ineen zegen, nog net op tijd voor het kampvuur dat de Martinikerkhofjes jaarlijks stiekem op oudjaarsavond stoken. Zo’n verhuis is geen kleinigheid.

Waarna we het oude huis stripten en schoonmaakten. En toen was het zover.

De zeesluizen gingen dicht. Coupures werden geplaatst. Extra dijkbewaking was geregeld. De brandweer stond paraat om omgewaaide bomen snel van de wegen te halen. Noodweer. Het was de dag van de dag van de overdracht. Het was de dag waarvan we wisten dat hij zou komen.

Het huis stond moederziel alleen hoog op de wierde van Leermens. Leeg. Klaar.

Het land, de lucht, de klei en de kerk

Het was zaterdag, het einde van de ochtend. We reden naar Leermens en stopten even om het uitzicht in te nemen.  Er was geploegd. Elders was al weer  geëgd en ingezaaid. Maar niet hier. Hier lagen de brokken klei nog klei te zijn. Grondstof.

Draai een slag naar rechts en zie het oneindige land tussen hier en verder, het land voorbij het Damsterdiep, voorbij het Eemskanaal. Kaal, vlak, met hier en daar een pluim boom. Wat riet in de sloot. En misschien wel de boemel van Stad naar Delfzijl.

Draai nog een slag naar rechts en zie de grote toren van de Petrus en Pauluskerk, de trotse beeldbepaler van de skyline van Loppersum.

En nog een slag, precies. De kerk van Zeerijp. Met z’n lage vrijstaande toren. Stoer, robuust.

En dan dat kranige kerkje op de wierde van Eenum. Hoog, een beetje eenzaam, lief, om met Eberhard van der Laan te spreken. Het verzet zich dapper tegen de stormen van vader Tijd, tegen de secularisatie en het botte, nietsontziende geweld van de NAM en zijn kompanen.

En eindeloos veel lucht. Ruimte. Stilte.

Met de auto volgeladen gingen we terug. We verhuisden datgene wat we op voorhand dachten nodig te hebben voor al die weekendjes en weekjes in ons oude huis. Eén nachtje heb ik er geslapen. Vreemd hoe het gaat.

Laat dit het laatste blogje van 2017 zijn. En dat we dan ergens in 2018 verder gaan. Fijne dagen en een heel gelukkig nieuw jaar.

 

De boom

In Groningen maken ze er altijd een hele show van, samen met dat Dagblad overigens. Welke boom gaan we dit jaar omzagen? Stadse fratsen. In Leermens pakken ze een kettingzaag, stappen in de auto en zagen ergens een boom om. Voor de boom hierboven hoefde men niet eens in de auto. Die kwam uit de tuin van het huis met de krakers, het huis dat nu weg is en verdwenen.

Afgelopen zaterdag moest ik in Leermens zijn. Ik viel met mijn neus in de boter: de boom werd geplaatst. Daar hebben we … ze een permanente standaard voor naast de Leermster Stain. Ideaal.

Ik maakte een foto van de plantsessie maar die werd niet heel mooi. Geen nood. De foto hierboven is van 2 jaar geleden. Hij is de mooiere versie van de foto van afgelopen zaterdag.

Ik houd er wel van als dingen hetzelfde blijven.

De juiste prikkel

Aap kwam in ons huis op de dag dat de jongste geboren werd. Aap was een cadeau. Aap was een knuffel. Een dag later kregen we hem opnieuw. We hadden dus twee exact dezelfde apen.

En het geschiedde dat aap de favoriete knuffel werd. Ideaal, zou je zeggen want één favoriete knuffel is reuze riskant. Maar er was maar een aap prikkelaap en het knaapje in kwestie wist onmiddellijk wanneer we hem de neppe in de armen duwde. Die werd hupsakee de wieg, de kinderwagen, de box of het bed uit gemieterd.

Het duurde een jaar of twee voor we in de gaten hadden wat prikkelaap tot prikkelaap maakte. Het bleek te gaan om een minuscuul residuutje van een plastic draadje waarmee de knuffel waarschijnlijk vastgeklonken had gezeten aan een label. Je kon er zo heerlijk met je vingertje langs.

Gisteren kwamen we de vader en moeder van mijn aanstaande kleinzoon tegen in Stad. We dronken samen een kopje koffie. Ze hadden een knuffel gekocht. Er zat nog zo’n klein plastic draadje aan. Je zag het zitten. Ik betwijfel of dit stuk plastic subtiel genoeg is om favoriete knuffel te worden. Dat luistert nauw.