Middenstand

Ach ja – heimwee naar vroeger.

Toen wij in 1989 in Leermens kwamen wonen, telde het dorp al nauwelijks meer middenstand. Ja, je had slager Blokzijl. We eten al jaren nauwelijks vlees. Dat was in die tijd niet veel anders. Maar goed. Ik kwam er wel eens. Meestal op maandag. Dat was in die tijd mijn vrije dag. Ik herinner me dat ik er een keer was en dat hij ‘nee’ moest verkopen. Het vlees was op. Pas ’s middags was er weer nieuw vlees. Dat zag je ondertussen al wel hangen, achterin de zaak, in de vorm van een groot karkas. Andere middenstanders waren er eigenlijk niet. Leermens kende nog een houthandel op Lutjerijp, twee garages, enkele kunstenaars en Tjip de clown.

Nu is het aantal middenstanders eigenlijk alleen maar groter. Akkoord, vlees kun je in Leermens niet meer krijgen. Maar verder kun je hier terecht voor al je auto’s, hout, kunst, feestredes, ict, coaching, aannemerij, timmerwerk, communicatieadvies en briljante teksten en natuurlijk: clownerie.

Je begrijpt niet dat het niet wat drukker is.

Middenstand in Leermens:

Veel gestelde taal vraag

De meest gestelde taalvraag van 2010 betrof de spelling van, jawel, ‘te allen tijde’. Ik begrijp dat die vraag veel mensen uit de slaap houdt. Maar voor een taaltrainer is het zuur. Ik mag wel zeggen: heel zuur. Ik doe soms met groepen een quizje waarin ik twee teams telkens een oud en ambtelijk woord voorleg waar ze binnen 3 seconden een fatsoenlijk alternatief voor moeten bedenken. Allengs voer ik het tempo dan wat op: de 3 seconden worden 2 seconden en bij kleine groepen wordt het zelfs 1 seconde. De uitdrukking ‘te allen tijde’ hoort bij het Nederlands waarvoor vrijwel iedereen binnen 1 seconde een alternatief heeft.

Maar het gaat mij eigenlijk om iets anders. Het persbericht dat de Taalunie opstelde, werd opgepikt door de Volkskrant. De kop luidde: ‘De meestgestelde taalvraag van 2010’. Zo’n kop kost mij zeeën van tijd. Voor ik het weet ben ik een uur verder en geen steek wijzer. Is het ‘meest gesteld’ of ‘meestgesteld’? En ‘veelgesteld of veel gesteld’. De Volkskrant weet het in ieder geval ook niet. Als je op de knop ‘veelgestelde vragen’  drukt, krijg je de rubriek ‘veel gestelde vragen’.

Het al dan niet aaneenschrijven blijkt in de witte en de groene spelling verschillend te zijn. De officiële groene spelling schrijft  het los. De witte spelling, ontwikkeld door het Genootschap Onze Taal en gehanteerd door o.a. enkele grote dagbladen en de NOS, schrijft het aaneen.

Heerlijk. We leven in een land waar iedereen z’n eigen spelling kan bedenken. Ik zou zeggen: kies ten alle tijden voor vrijheid blijheid.

Lees het persbericht van de Taalunie

Half twaalf, schaften

Op werkdagen (dus ook op zaterdag) luidt de klok van de Donatuskerk langdurig rond half twaalf. Het is tijd voor de schaft. Het gelui is in de verre omtrek te horen. Leermens ligt op een wierde en dan draagt een klok ver. Ik stel me voor hoe, niet eens zo lang geleden, deze klokken het sein gaven om je gereedschap neer te leggen en op huis aan te gaan.

Het was in de tijd dat dit dorp zijn eigen winkels had. Het was in de tijd dat het dorpshuis nog café Star heette en je er iedere avond terecht kon voor wat jenever of een glaasje bessen. Het was in de tijd dat er overdag mensen op straat waren en kinderen knikkerden voor de school, hier schuin tegenover.

De regio krimpt. De school is allang weg. En winkels zijn er niet meer in Leermens. Het schijnt dat ik pal bij de grootste bouwput van Nederland woon maar in Leermens kan ik overdag in m’n oudste joggingbroek de lege flessen naar de glasbak brengen zonder dat een mens me ziet. Ik dwaalde gisteren wat door de boekenkast en kwam het boek van Geert Mak tegen: Hoe God verdween uit Jorwerd. Ik denk dat God er nog wel is maar dat-ie zich gedeisd houdt.

Leermens is niet eens zoveel kleiner dan vroeger. Het is vooral veel stiller. En die klokken om half twaalf? Die maken het alleen maar stiller. Niemand komt de bult op voor de schaft.

De plakfactor

De 5 best gelezen berichten op NU.nl anno 10 januari 2011:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  3. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  4. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran
  5. Politie Mexico vindt vijftien onthoofde lichamen

Diezelfde dag, een paar uur later:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Getuige parachutemoord stort zelf neer
  3. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  4. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  5. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran

Dit is het. Dit zijn we. U en ik. Dit is wat ons interesseert. Krankzinnige toevalligheden en gruwelijke gebeurtenissen. Met de hand op m’n hart: ik persoonlijk heb geen van deze links aangeklikt. Maar ondertussen bekijk ik (en velen met mij) de naarste moorden op de BBC en geniet ervan.

De gebroeders Dan en Chip Heath schreven een erg Amerikaans maar ook erg aardig boek: De plakfactor. Het is van 2007 maar ik vond het interessant. Ze laten daarin zien hoe je ervoor kunt zorgen dat je idee echt over het voetlicht komt en dat het daar blijft plakken. En eigenlijk is dat heel simpel. Zorg voor een eenvoudig, onverwacht maar geloofwaardig verhaal dat je met gevoel vertelt. Hoe mensen van een nier worden beroofd, bijvoorbeeld. Of hoe een tienjarig meisje een vliegtuigongeluk overleeft.

Wilt u een moeilijke regeling uitleggen? Begin met een verhaal over een situatie waar uw regeling voor bedoeld is. Maak het eenvoudig, onverwacht en geloofwaardig. Vertel het met gevoel. U zult zien: uw regeling is niet meer uit de hoofden van uw publiek weg te slaan. Hoewel, ik zag net nog een aflevering van Silent witness…

Het concrete nu van deze dag

Ik ben verschrikkelijk taaltolerant – je weet het inmiddels. Maar je mag je af en toe best even vrolijk maken over onbedoeld wonderlijke taalstaaltjes.

Gisteren kreeg ik een uitnodiging voor een feestje in  een prachtig 19e eeuws Gronings landhuis. De jarige job in spe stuurde er ook een link bij naar de website van het betreffende etablissement. Een van de uitbaters schrijft: ‘U kunt bij ons de tuin bezoeken of slapen in het gastenverblijf en een schoonheid beleven van weleer in het concrete nu van deze dag. Uitdragen van Groningse cultuur is daarbij een van mijn passies.’

Ik kan een schoonheid van weleer beleven in het concrete nu van deze dag. Waarbij de eigenaar dan ook nog eens de Groningse cultuur uitdraagt. Zin in.

Verschrikkelijk tolerant

Tolerantie. Wat is het niet? Tolerantie is niet beleefd ‘ja’ zeggen als je ‘nee’ bedoelt. Tolerantie is niet ‘geen ruzie maken’. Tolerantie is niet ‘dat moet toch kunnen’.

De schrijver Geert van Istendael was vrijdagavond te gast in het radioprogramma ‘Brands met boeken’. Hij schreef onlangs ‘Tot het Nederlandse volk’, een boek over Nederland anno nu en hoe het zo gekomen is. Zijn analyse in het kort: In Nederland zoeken we altijd naar consensus. Koste wat het kost. Van Istendael betoogde dat wij Nederlanders om consensus te bereiken problemen liever wegvegen dan ze benoemen. Ik kan wel meegaan met Van Istendael. Misschien is onze Nederlandse  “tolerantie” gewoon misplaatste gemakzucht of een schrijnend gebrek aan het vermogen om ruzie te maken. Angst voor gedonder in de tent.

Taaltolerantie. Wat is het niet? Taaltolerantie is niet taalfouten van scholieren onder de mat vegen. Taaltolerantie is niet het goedpraten van taalfouten op het werk. Taaltolerantie is niet ‘dat moet toch kunnen’.

Taal is het waard om ruzie over te maken. Het is namelijk meer dan een middel om te communiceren. We waren zaterdag in het Dorpshuis bij de Nieuwjaarsvisite van Dorpsbelangen Leermens en de voertaal op het podium was vooral Gronings. Of je dat nu begrijpt of niet. Dat is niet intolerant bedoeld. Leermens is beslist een kanshebber voor de prijs van het meest tolerante dorp van Groningen. Nee, de Nieuwjaarsvisite is een Leermster feestje. En we beginnen dus de avond met het zingen van het Gronings volkslied en het Leermster lied. Ik bedoel: taal is ook een middel om te laten zien dat je in de roedel past. En om je identiteit te bevestigen of te versterken. Taal is een van de dingen die een groep tot een groep maken. Taal is het waard om zuinig op te zijn.

Ik doe niet mee aan hetzes tegen taalmisstanden. Is dat tolerantie of misplaatste gemakzucht? Mirjam Jochemsen bedroeft zich over taalgebruik op de middelbare school. Ze schrijft in een reactie op m’n stukje van afgelopen vrijdag: ‘Toch heb ik er moeite mee als een puber in een betoog voor het vak Nederlands stelt dat Rusland “een moeilijk groot land” is…’ Ik begreep de zin niet eens. Gelukkig was dit weekend mijn jongste zoon thuis. Hij kon uitleggen dat ‘moeilijk’ hier ‘vet’ betekent. Ik ben het met Mirjam eens.

Rusland is een moeilijk land. Rusland is een groot land. Maar Rusland is geen moeilijk groot land. Dat mag je als leraar Nederlands niet laten passeren in een zakelijke tekst van leerlingen. Een leraar Nederlands moet leerlingen leren hoe het moet. Sterker: hij moet ze leren hoe het hoort. Dan kunnen leerlingen later altijd nog afwijken en zo onze taal vernieuwen in plaats van hem te verbasteren.

En dan ben ik graag bereid mijn uiterste best te doen om hem te begrijpen. Ik ben namelijk verschrikkelijk tolerant.

Taaltolerantie

Gisteren ontving ik een mail van een lezer. Hij stoorde zich aan het taalgebruik van een lezeres van het Jeugdjournaal. Lees even mee:

‘Op zoek naar het nieuws stuitte ik op een juffrouw die aan de kinderen in Nederland vertelde wat er in de wereld aan de hand is. Ze sloot haar uitleg af met ‘DOEG…!! Waarom niet gewoon ‘DAG  !! Daar zitten we dan de komende 50 jaar mee. Nu komt mijn vraag: ‘kun jij niet aan alle juffrouwen die het jeugdjournaal voorlezen, zeggen dat dit echt niet meer kan?’

Tja. Doorgaans reageer ik niet op lezerverzoeken maar ik wil graag een uitzondering maken. Ik heb namelijk ook een ergernis. Ik erger me aan mensen die zich ergeren aan taalmisstanden. Zo. Het hoge woord is eruit.

Is ‘Doeg’ echt erg? Natuurlijk praktiseren veel mensen Nederlands dat niet aan de regels voldoet. Maar who cares? Taal leeft en beweegt, taal ontwikkelt zich. Taal is een middel om jezelf te uiten en om de ander te horen. Wat telt is de vraag of ik erin slaag mezelf te uiten en de ander erin slaagt mij te begrijpen.

Dat veronderstelt aan beide zijden van de verbinding goede wil. Goede wil om je duidelijk en voor de ander acceptabel te uiten. En goede wil om de ander te begrijpen.  Ik heb me heilig voorgenomen om me niet meer te ergeren aan ‘het kan niet zo zijn’, ‘zich beseffen’, ‘zeg maar’ of ‘doeg’.

Dus nee, een doegverbod ga ik niet uitvaardigen. Nederland kan zo veel toleranter.