Kippen

Ik heb twee zwarte Barnevelders. Kippen, voor de goede orde. Het zijn zussen en ze zijn close. Ik stel me voor dat als het echte Barneveldsters waren, ze bij elkaar in de straat zouden wonen. Als de kinderen naar school zijn gebracht doen ze even gezellig samen een bakkie. ‘Weet je wie ik gisteren bij de bakker zag? Riek! Je weet wel, die van de tante van Josien, die vriendin van Harald, de oom van Klaas. Hoe ze haar haar had, dat geloof je niet … ik zeg, Riek, zeg ik, wat heb je je haar leuk.’ Haar zus schenkt de koffie nog eens bij en gaat er even voor zitten.

Mijn kippen maken beduidend minder mee. Ze scharrelen gezusterlijk door de tuin, op zoek naar beestjes, onkruid, ridderspoor en maagdenpalm. Ze houden elkaar donders goed in de gaten. Zie je de een, dan is de ander niet ver weg. Ze lijken uiterlijk erg op elkaar maar hebben een heel verschillend temperament. De een zet de koffie op tafel en gaat er eens lekker voor zitten. De ander loopt ongedurig heen en weer, een sopje onder handbereik, altijd wat om handen. Dat levert nauwelijks problemen op. Als de een zich lekker met een mooi boek in de zon gesetteld heeft, vleugels een beetje breed om meer warmte te vangen,  vlijt de ander zich er tegenaan. Gezellig. Maar lang duurt het niet, haar rust. Echt, ze doet haar best maar ze redt het gewoon niet. Net zit ze of ze staat weer op, schudt de veren eens lekker los en begint het mos tussen de stenen weg te pikken.

Je ziet de ander denken: ‘Ach schat, kom toch even zitten. Je moet straks weer leggen.’

Peilingen

Mijn mening telt! Mijn mening wordt gepeild. Althans, online.  En geef ze eens ongelijk, die meningenpeilers. Het medium is nu gemaakt voor peilingen. De vereniging van zelfstandig ondernemers vraagt zich bijvoorbeeld af wat ik van de regeldruk vind. De kop van het bericht luidt: ‘Heeft u last van regeldruk? Doe mee met de enquête!’ Of je met zo’n kop een representatieve steekproef krijgt, is overigens erg twijfelachtig.

Mijn mening telt ook direct na een internettransactie. Bestel ik een boek, dan moet ik naderhand een enquête invullen. Boek ik een reis dan moet ik een enquête invullen. Bezoek ik een site dan moet ik (soms nog voor ik er een blik op wierp) een enquête invullen. Vaak vragen ze me het heel beleefd. Soms wat dwingender. Apple maakte het laatst wel erg bont. Zij schreven onder een mail waarin ze me de kans gaven mijn mening te geven: ‘Bedankt voor het retourneren van de ingevulde internetenquête binnen 7 dagen.’

Je kunt zeggen wat je wilt maar ze zijn wel duidelijk, daar bij Apple. Ze formuleren direct en to the point. Het is geen vraag. Het is een mededeling. Dan komt het slechtste in mij boven. Ik denk ‘No way, barst maar.’ Maar hoe moet het dan met de bonus van Alex, mijn klantcontactcentrumadviseur? Ik ben bang voor Alex dat hij een paar weken op water en brood moet leven. Ik ben ook bang dat Apple mij een tweede kans geeft. En een derde. Benieuwd of ze dan net zo vriendelijk formuleren als onlangs.

Ik heb eigenlijk niet zo’n last van de regeldruk. Ik heb last van peilingendwang.

Adopteer een probleemwijk

Een groep van 27 Tweede Kamerleden gaat zich actief met probleemwijken bemoeien door gedurende de rest van deze kabinetsperiode 31 wijken door heel Nederland te ‘adopteren’. Het is een bijzonder bericht.

Allereerst omdat er waarschijnlijk vier kamerleden zijn die twee wijken krijgen. Dat lijkt mij zwaar voor het kamerlid. Ik weet dat ze zeggen dat als je één kind hebt, de tweede min of meer in een moeite doorgaat maar dat is mijn ervaring niet. En het is ook niet leuk voor de wijk zelf. Ben je een probleemwijk, moet je de aandacht nog verdelen met een andere probleemwijk (die waarschijnlijk veel problematischer is). Volgens mij is de oorzaak van veel familie-ellende dat de kinderen aandacht tekort komen. Je creëert dus een probleem.

Het schrijnendst vind ik echter de mededeling dat Job Cohen de wijk Vrieheide in Heerlen krijgt. Hij zal ongetwijfeld vaak terugdenken aan de tijd voordat hij Wouter Bos opvolgde. Hij was burgemeester van Amsterdam. Nu heeft hij Vrieheide. In Heerlen. Tja, loopbanen…

En wat doet hij dan? Hij gaat ‘actief contact houden’ om te weten wat er speelt. En ik maar denken dat Tweede Kamerleden dat deden voor hun beroep. Maar goed. Als de mogelijkheid dan toch geboden wordt. Mijn situatie is soms ook wel enigszins problematisch. Ik wil ook geadopteerd worden. Is Jolande Sap nog vrij?

Lees het bericht: http://doiop.com/probleemwijk

Aardige jongens

Mannen maken plannen. Vrouwen doen dingen. Nou, zo zwart-wit zal het niet zijn maar u begrijpt misschien mijn punt.

Zaterdag wandelden wij met vakantievrienden uit Haarlem. Vakantieliefdes zijn meestal van korte duur. Vakantievriendschappen kunnen kennelijk langer duren. We gaan toch al zeker 10 jaar met elkaar. Het was vriendschap op het eerste gezicht.  Ik zie het nog zo voor me. Het was een camping + mooi restaurant in Zuid-Frankrijk. Nederlandse eigenaren, Nederlandse gasten, Frans eten.  Geweldig. Zij zaten bij het zwembad. Vader, moeder, twee schatten van kindertjes. En hoe het kwam, kwam het: we raakten ’s morgens vroeg in gesprek en waren ’s avonds laat nog niet uitgepraat. En toen moesten ze weg. Het was hun laatste dag. De plicht riep.

Het leuke van dit soort situaties is dat je nog een keer al je verhalen kwijt kunt. Een belangrijk onderwerp was onze loopbaan, met name die van de jongens. Hun loopbaan was als een roller coaster. Af en toe hielden we onze adem in, zo snel gingen we omhoog en zo snel ook weer omlaag. En hup, daar gingen we weer. Omhoog.

Maar we hadden het ook over plannen. We zouden een camping beginnen, een zorgcentrum voor ouden van dagen, een kaasmakerij, een filmhuis, een bed & breakfast, een uitgeverij of een kunstgalerie. De bottom line van al die plannen was: onafhankelijk worden. Niet financieel. Nee, onafhankelijk van de plicht. Onafhankelijk van managers, besturen, raden van toezicht en andere bovenbazen.

Ach, eigenlijk was het afgelopen zaterdag niet anders. Zaterdag wandelden we. 18 kilometer. Ik ga u de plannen die we maakten niet verklappen. Maar u hoort nog van ons. ‘Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf.’

Vluchtelingen

Drie Afrikaanse vrouwen op de markt in een vluchtelingenkamp in Kongo Ze kijken me aan vanaf de Novib-kalender aan de muur in m’n werkkamertje. Ze dragen alledrie een kleurige hoofddoek. De twee jongste vrouwen dragen bovendien een bontgekleurde jurk. De rechtse vrouw draagt een helder blauwe, te grote, overjas. Maar misschien is het een jurk. Heel precies zie ik het niet. Ik zie alleen hun bovenlijf. Op de achtergrond zie ik vaag de drukte van de markt. De linkse vrouw moet nog boodschappen doen. De twee andere vrouwen zijn klaar. Ze lopen mijn kant op.

De linkse vrouw vertrouwt me niet. Ze staat eigenlijk met haar rug naar me toe en draait haar hoofd om. Zo kijkt ze me aan. Even. Haar mond staat strak. In haar blik zie ik iets misprijzends, minachtends. Vermoeidheid ook. Ze is onderweg. Weg van mij. De twee andere vrouwen komen juist naar me toe. De vrouw in het midden is de jongste. Ze weet niet zo goed wat ze van de situatie moet denken. Ze knijpt haar ogen wat dicht. Tegen de zon maar vooral omdat ze me op een afstand wil houden. Ik geef haar geen ongelijk. Ik denk dat ze van vreemde mannen haar bekomst wel heeft. De derde vrouw is de oudste. Onder haar jas zie ik –kan dat?- een felrood bikinibandje. Zou ze bij wijze van bh een bikini dragen?

Ze staat iets voor de middelste vrouw. Dat moet haar dochter zijn. Ze heeft haar hoofd een heel klein beetje schuin en kijkt me aan. Rimpels op haar voorhoofd, rimpels om haar ogen. Verbeeld ik het me of zie ik een flauwe glimlach in haar ogen en om haar mond?

Dave Eggers schreef in 2006 de schitterende, gruwelijke, onvoorstelbare maar waargebeurde roman ‘What is the what’ Het is het verhaal over Valentino Achak Deng, een Sudanese jongen die vluchtte uit zijn vaderland en in enkele vluchtelingenkampen in Afrika woonde. Nu leeft hij in de Verenigde Staten. Eggers heeft niets verzonnen. Het verhaal is soms te gruwelijk om te lezen. Je wendt je ogen af van de bladzij. Deze vrouw kijkt me aan.

Ze heeft de moed niet opgegeven. Ze heeft ons niet opgegeven. Zij gelooft. In mij.

Ajax, de managers en het wantrouwen

Overdag televisiekijken, ik doe het weinig. Zonde van m’n tijd. Ik heb nuttiger dingen te doen. Maar zondag kwam ik terug van fitness en dronk ik gezellig een kopje koffie mee op de bank. Buitenhof stond aan. Met Naema Tahir. Zij hield een pleidooi voor… ja, waarvoor eigenlijk? Zij vatte haar eigen verhaal zo samen: ‘De deskundigheid moet weer aan de macht!’

Daar kun je niet tegen zijn. Hoe meer deskundigheid er aan de macht is, hoe beter. Maar Tahir verbruide het bij mij door haar redenering. Die was bijzonder. Let op. Met Ajax gaat het mis. Dat is het direct gevolg van de machtsgreep van managers bij de club. Dat zie je ook bij de zorg, het onderwijs en de uitgeverij. Daar hebben managers ook de macht en (ze zegt het niet maar veronderstelt kennelijk dat we dat weten) daar is het allemaal een enorme klerezooi. Dus, vindt Tahir, onderwijsmensen moeten het onderwijs leiden, artsen een ziekenhuis en boekenmensen de uitgeverij. De redenering zou aan kracht winnen als Tahir zou kunnen vervolgen met ‘want sinds bij Ajax Cruijff aan de macht is, gaat het een heel stuk beter.’ Maar zover is de verlosser nog niet.

En dan: wat is precies een boekenmens? Is dat een schrijver? Moeten schrijvers de uitgeverijen gaan runnen? Nee. Ik wandelde zaterdag met een zorgmanager in ruste dus ik kan het weten: de meeste problemen in de zorg worden niet veroorzaakt door managers maar door een samenleving die de professionals wantrouwt. De Volkskrant van vanmorgen bewijst ons gelijk: docenten in Nederland willen af van het eindeloze papierwerk. Ze willen lesgeven. Deze samenleving kiest ervoor dat professionals iedere handeling moeten verantwoorden. Het liefst in drievoud. En de verantwoording moet verantwoord worden. Daar kan die manager niets aan doen. Dat is uw schuld. Want u bent de samenleving. Oké, ik ook. Een beetje.

Misschien moeten we toch eens achter onze oren krabben als we binnenkort weer gaan stemmen. Kiezen we voor een partij die vertrouwen geeft of voor een partij die surft op de golven van het wantrouwen?

Lees de column van Naema Tahir

De vloek van de kennis

Wie een zakelijke tekst schrijft, doet dat op basis van kennis. Jij weet ergens veel van af en op basis van die kennis schrijf je je tekst. Die kennis is echter ook een enorme valkuil. Want we zijn nu eenmaal allemaal opscheppers. Als we ergens veel van weten, dan willen we dat laten zien. Als we ergens veel van weten, begrijpen we niet dat lezers zonder die voorkennis ons verhaal niet kunnen volgen. Technici hebben er vaak last van.

Vanmiddag verzorg ik de terugkommiddag van een training  Schriftelijke communicatie. Mijn cursisten zijn ziekenhuishygiënisten in opleiding. Niet alleen technici, ook mensen in opleiding gaan gebukt onder de vloek van de kennis. Je hebt zo lang gestudeerd, je hebt zulke dikke boeken doorgeploeterd …  je lezer moet weten wat jij weet. Een brief aan een ex-patiënt die getest moet worden op een ziekenhuisinfectie begint bijvoorbeeld als volgt: ‘U bent onlangs opgenomen geweest in ziekenhuis XXX te XXX. In dit ziekenhuis is de MRSA-bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus aureus) aangetroffen.’ Die afkorting hoef je niet uit te schrijven. Zeker niet in de openingszin.

Cor Speksnijder schrijft voor de Volkskrant. Hij schreef een kort profiel van Mahmoed Jebril, econoom en hervormer. Ik moet u eerlijk bekennen: ik had nog nooit van Mahmoed gehoord. Speksnijder wel. En daarom schrijft hij dit profiel en niet ik. Maar Speksnijder weet nog zoveel meer. Die kennis zit hem in de weg. Hij schrijft in de tweede kolom: ‘In Libië is Jebril minder bekend dan Mustafe Abdel Jalil, die aan het hoofd staat van de Nationale Raad van de rebellen.’ En vervolgens vertelt Speksnijder over Jalil.

Niet doen. Ik hoef niet te weten wat jij weet. Ik wil weten wat ik moet weten om je boodschap te begrijpen. Lees met die bril nog eens je teksten door. En schrap alles wat misschien erg knap is maar ook erg hinderlijk. Zet dat ego opzij.

En wat doe je dan met al die overbodige kennis? Misschien kun je een weblog starten?

Profiel Mahmoed Jabril de Volkskrant 25 maart 2011
Profiel Mahmoed Jabril de Volkskrant 25 maart 2011

Het begrip ‘De vloek van kennis’ komt uit ‘De Plakfactor’ van de gebroeders Heath.