Lieve opa en oma

Ik verzorg trainingen over zakelijke correspondentie. Als ik Mark Rutte nou een advies mag geven is het dit: laat alle ambtenaren bij mij zo’n training volgen. Omstebeurt, dat wel. Er zijn mensen die zich kunnen opwinden over domme spelfouten of rare spaties. Daar heb ik niet zo’n last van. Ik wind me op over al die gemiste kansen. Een brief of een persoonlijke e-mail is een geweldige kans om echt een goede indruk te maken. En telkens als zo’n ambtenaar weer vrij voor de keeper staat, schiet-ie hoog over of gaat hij proberen die keeper elegant te passeren en dan met een hakje de bal terug te leggen op de spits die – oh ja – voor straf bij de junioren speelt… Sorry, ik liet me even gaan.

Terug naar de brief. Weet je nog, de brieven aan je opa en oma? Ik schreef brieven die als volgt begonnen:

Lieve opa en oma, Hoe gaat het met u? Met mij gaat het goed. Ik heb gisteren mijn zwemdiploma gehaald. Wilt u weten wat ik allemaal moest doen?

Deze opening is zo slecht nog niet. Ik leg hem naast de volgende opening:

Geachte bewoner(s,) Het rioleringssysteem in Leermens bestaat uit een gescheiden rioolstelsel, een regenwaterriool en een vuilwaterriool. Het was verplicht bij de aanleg van het riool om het regenwater van de woningen op het regenwaterriool of op een sloot te lozen.

Wat zijn de belangrijkste verschillen? In mijn brief leg ik eerst contact. Ik spreek mijn lezers aan. De briefschrijver van de gemeente Loppersum spreekt mij niet aan. Hij doet geen enkele poging om contact te maken. Hij zit in zijn ivoren gemeentehuis en zal mij eens haarfijn iets uitleggen. Dat brengt me op het tweede verschil.

In mijn inleiding houd ik het simpel. Ik vertel mijn lieve lezers dat ik een diploma heb gehaald. Pas later in mijn brief krijgen ze de details te horen. De gemeente Loppersum gooit me onmiddellijk in het diepe. De brief is –lees ik elders- geschreven door een technisch medewerker. Hij gaat er even voor zitten. Want niet-techneuten moeten precies weten wat er aan de hand is. Vindt de techneut.

De les van vandaag: spreek je lezer aan. Het liefst al in de eerste zin. Vertel waar je brief over gaat en vermijd details in de opening.

Met vriendelijke groet,

Wout Sorgdrager

PS: ziet u de komma na ‘gescheiden rioolstelsel’? Het rioolstelsel in Leermens is zo eenvoudig nog niet. Hier had een dubbele punt niet misstaan. Dat had meteen onduidelijkheid over de huwelijkse staat van ons rioolstelsel voorkomen.

Doe maar iets voor een breed publiek

Misschien is het wel een genre: briefjes aan jezelf. Ik las in ‘Vergeetboek’ van Douwe Draaisma over de filosoof Kant. Kant ontsloeg –na 40 jaar trouwe dienst- om nooit opgehelderde redenen zijn trouwe huisknecht Lampe. Maar na die tijd deed Kant zijn uiterste best om Lampe te vergeten. Na Kants dood vond men een briefje van de filosoof aan zichzelf: ‘Der Name Lampe muss nun völlig vergessen werden.’

Aan de binnenkant van onze buitendeur hing jarenlang een briefje ‘Ja, ja, het antwoordapparaat’. Het was een reminder voor wie het pand als laatste verliet: vergeet het antwoordapparaat niet aan te zetten. Ik had toen net m’n eigen zaak en was doodsbang dat nieuwe opdrachtgevers vergeefs zouden proberen mij te bellen.

Ik schrijf mezelf geregeld briefjes. Op mijn bureau ligt nu een briefje met ‘Doe maar iets voor een breed publiek’. Heel even denk ik: wat bedoel ik daar nu weer mee? Niet lang. Komend najaar organiseer ik voor Tekstnet weer een workshop voor tekstschrijvers. Dan gaat het over de briefing.

Briefjes aan jezelf kun je eenvoudig beoordelen. Maar teksten voor anderen kun je pas beoordelen als je weet wat de opdrachtgever ermee wil. En wie hij zo graag wil informeren, aansporen of overtuigen. Je noemt dat ook wel ‘de briefing’. Voor veel opdrachtgevers is zo’n briefing een “moetje”. Ze hebben er geen zin in. Ze willen een folder. Het liefst op A5-formaat. In kleur. Als professional mag je daar natuurlijk geen genoegen mee nemen. Je bent het aan je beroepseer verplicht om dóór te vragen. En zo hoor je jezelf wat moedeloos vragen: ‘Maar voor wie is die folder dan bestemd?’ Ietwat korzelig antwoordt je baas: ‘Doe maar iets voor een breed publiek.’

Expert

De wereld staat in brand. En waar gaat dit stukje over? De spatie. Kerncentrales, tsunami’s, de politieke toestand in Noord-Afrika en wc’s in Nederlandse sprinters, daar heb ik geen verstand van. Hoewel het opmerkelijk is hoe snel je expert wordt. Ik schreef ooit op basis van enkele boeken en een gezonde dosis eigen ervaring en eigendunk voor leren.nl de cursus ‘Licht denken’. Kijken? Rond de kerst werd ik gebeld door de radio of ze me daar live over mochten interviewen… Had ik toen maar ‘ja’ durven zeggen.  Ik bedoel: wie ooit een cursus ‘Stralingshygiëne’ volgde en kan buikdansen bespreekt morgen Japan bij ‘De wereld draait door’.

Maar goed, de spatie. De Volkskrant schreef onlangs over gepofte aardappel- en waterverkopers op het Tahirplein. Hoe Engelsen bovenstaande categorie professionals zouden omschrijven weet ik niet. Maar in het Nederlands staat hier dat die arme aardappel- en waterverkopers gepoft zijn.

De spatie kan een nieuwe bron van vermaak worden. Kijk bijvoorbeeld eens op www.spatiegebruik.nl. Ik geef toe: er zitten frikkige, betweterige commentaren bij. Die lees je gewoon niet. Maar veel voorbeelden zijn prachtig. Wat vindt u van ‘warme truiendag’? Of ‘Nijntje kussen 5 euro’.  En ten slotte: ‘Grote wanbetalers-actie politie levert elf duizend euro op.’ Die elf boft maar.

De regel. Zelfstandig naamwoorden die zijn opgebouwd uit meer zelfstandig naamwoorden of uit meer zelfstandig naamwoorden + een bijvoeglijke naamwoord, schrijven we aaneen. Het enige criterium is leesbaarheid. Wordt het woord moeilijk leesbaar dan mag u naar eigen goeddunken een verbindingsstreepje plaatsen. We schrijven dus ‘gepofteaardappel- en waterverkopers’. En wie z’n lezers wil verwennen zet nog een streepje na ‘gepofte’.

Overigens wil ik hier graag melden dat ik niet heel goed kan buikdansen maar wel een beetje. En van spaties heb ik ook verstand.

Zuinig schrijven

Kijk, dit stond er: ‘In nauw overleg met alle betrokken partijen en in overeenstemming met de inkoopregels is, op basis van een vastgesteld vlekkenplan, de verdieping ingericht.’ De zin is afkomstig uit een nota waarin de auteur verantwoording aflegt over een verbouwing en een erop volgende verhuizing.

Schrijven is schrappen. Wie zuinig wil schrijven moet zijn woorden op een goudschaaltje leggen. Dat schaaltje heet ‘de ontkenning’. Het werkt simpel. Zet voor de beweringen die je doet een ontkenning. Is de nieuwe bewering zinvol, dan is zij dat ook in het origineel. Is de nieuwe bewering niet zinvol, dan mag je haar schrappen.

Laten we het eens proberen: 1) ‘De verdieping is niet in nauw overleg met alle betrokkenen ingericht.’ Deze uitspraak bevat zinvolle informatie. We laten hem staan. 2) ‘Het is niet gebeurd in overeenstemming met de inkoopregels van de organisatie.’ Dat is moeilijk voorstelbaar. Dit is immers een verslag van de eigen financiële dienst. Schrappen dus. 3) ‘Het is niet gebeurd op basis van een vlekkenplan.’ Het gaat om een forse verbouwing waar veel werkplekken moesten gerealiseerd worden. Zomaar wat bureaus neerzetten lijkt geen optie. Schrappen. En 4) ‘De verdieping is niet ingericht.’ Dat is, in het kader van deze nota, ook geen zinvolle boodschap. Schrappen.

Wat houden we over? ‘We hebben bij de verbouwing en verhuizing met alle betrokkenen overlegd.’ Kijk, dat scheelt.

De Marnix van Sint Aldegonde

Een volgende keer hebben we het over voetbal en de vloek van de schwalbe. Nu wilt u natuurlijk alles weten over mijn bezoek aan Amsterdam, die grote stad. Daar kan ik kort over zijn: geweldig. We zagen in de Stadsschouwburg het toneelstuk Spoken. Ik ben geen kenner maar vond het niks. We waren op vrijdagavond in het Van Gogh Museum en werden daar getrakteerd op een balletvoorstelling, geïnspireerd op Picasso. Modern, zal ik maar zeggen. En op zondagmorgen waren we in de Hermitage, bij de tentoonstelling over Alexander in het Hermitage. Interessant? Ja. Mooi? Mwaw.

Nee. Het is de stad zelf. Op vrijdag fietste ik op z’n Amsterdams met m’n wettige echtgenote achterop tussen paaltjes, langs tramrails, over bruggen, door rood door de stad. Eigenlijk vond ik dat het hoogtepunt. Daarna heeft ze de fiets van m’n tante gebruikt. Dat dan weer wel.

Zaterdagochtend bezochten we Java-eiland. Gewoon, eens kijken. Ik vertelde dat aan mijn vader in zijn ziekbed (gevallen en rib gekneusd) en hij vertelde, nog wat groggy van de pijnstillers en luchtverversers, onmiddellijk hoe hij als jongetje van een jaar of 8 daar een keer geweest was. De Marnix van Sint Aldegonde lag daar aan de kade. Dat schip voer op Java en hield op 1 mei een open dag voor de Amsterdammers. Mijn opa, een gezagsgetrouw man, vroeg aan de bovenmeester van de lagere school of mijn vader vrij mocht om het schip te bekijken. Maar de bovenmeester verdacht mijn opa van linkse sympathieën en verbood het. Het onmogelijke gebeurde. Mijn opa trotseerde het gezag en nam mijn vader toch mee. Het werd een prachtige dag. En leerzaam bovendien want vanaf die dag volgde mijn vader het schip via de scheepsberichten in de krant op al zijn reizen.

Misschien is dat wel Amsterdam: lekker door rood.

 

Amsterdam revisited

Komend weekend ben ik in Amsterdam. Ik ben er geboren en getogen. Toen ik 14 was, verhuisden we. Dat vond ik vreselijk. Maar dingen gaan zoals ze gaan.  Toen ik eenmaal getrouwd en wel in Groningen woonde, kwam ik weinig in de “grote stad”. En als ik er was, vond ik het er maar groot en -eerlijk gezegd- ietwat bedreigend.

En nu. Sinds een jaar of 10 kunnen we af en toe het huis van m’n tante gebruiken in het hartje van de stad. Pal bij de Amstel, pal bij de Hortus, pal bij Carré. Als je daar in de woonkamer zit, kijk je uit over de gracht.  Jaap vroeg waarom ik Amsterdam zo mooi vond. Ik begon wat te bazelen over de lucht boven de Amstel. Klinkt raar. Waarom vind een Leermster de stad zo mooi? Omdat de lucht boven de Amstel zo wijds is? Maar zoiets is het wel.

Awel. Wie Amsterdam zegt, zegt tulpen. Hieronder geen studie van de menselijke conditie. Ook geen studie over het verval van tulpen. Wel een kritische noot bij m’n eigen waarneming. Tulpen vallen wel degelijk uit. Maar eerlijk is eerlijk: ze doen het elegant. Toch?

Je Nederlands geüpdatet

Hoe spel je vervoegingen van werkwoorden van Engelse herkomst? Opmerkelijk: alleen vrouwen volgden mijn workshop daarover.

Afgelopen dinsdag 8 maart verzorgde ik een korte workshop over spelling. Hoe spel je vervoegingen van werkwoorden van Engelse herkomst? Waarom is het Koninginnedag zonder tussen-n en koninginnensoep mét tussen –n? Van die dingen. Er waren 10 deelneemsters. Er was geen deelnemer.

Dat blijft me verbazen. Dit soort trainingen zijn duidelijk geen mannending. Hoe komt dat toch? Spellen mannen zoveel beter? Nee, die indruk heb ik niet. Ik gok toch op de theorie dat vrouwen geen fouten durven maken. Mannen denken: ‘Ach, als ik niet zie dat het fout is, ziet een ander het ook niet.’ Helemaal ongelijk geef ik die mannen niet. Waarom je best doen voor iets wat toch niemand ziet?

Toch is dat een riskante strategie. Het aantal werkwoorden van Engelse herkomst groeit. Je kunt je voorstellen dat een dictee binnenkort deel uit maakt van een assessment. En wie dan gestrest de stresstest niet haalt, loopt kans om geoutplacet te worden. Of gedeletet. En wat is het dan sneu als je dát niet kunt spellen.