Nestdrang

Ze zijn weer bezig bij de krakers.

U leest hier een blije buurman. Toen wij in Leermens kwamen wonen stond ons huis leeg maar ook het huis waar nu de krakers wonen. Een beeldschoon huis dat eigendom is of was van een mevrouw die, zo ging het verhaal, in Den Haag woonde en daar dement was. In haar werkzame jaren verzamelde ze huizen. Haar collectie strekte zich uit over de hele provincie. Maar de familie leefde in onmin en de boedelverdeling is nooit lekker gelopen. Het resultaat: overal lege panden. Alles hear say, voor de goede orde.

Nadat het een aantal jaren leegstond werd het gekraakt. Krakers kwamen, krakers gingen, krakers kwamen, krakers gingen. Steeds meer oude auto’s, steeds weer nieuwe gezichten. Maar feit is: dankzij al die krakers staat het huis nog. Zij stookten het warm en hielden de elementen buiten. Maar het leek een ongelijke strijd. Om zo’n oude, grote Groningse boerderij te onderhouden is geld nodig. Of heel veel tijd, geduld en kunde. En in elk geval de ijzeren wil om te settelen en te nestelen.

Nu wordt er weer volop geschuurd en geschilderd. In dit verband: mijn huisje staat weer strak in de lak. Ik ben er klaar voor.

Ria Valk

Mijn wekkerradio en ik liggen wat overhoop met elkaar. ‘Wat wil je dan horen?’ verzucht mijn voorheen onvolprezen wekmachien. En dus probeerde hij het vandaag met de schitterende regel: ‘…drink je tomatensap in plaats van bier.’ Ik geloof niet dat het Radio 1 was, dat op stond. Ik wist niet hoe snel hij uit moest. Moet ik een nieuwe kopen?

Waarschijnlijk ligt het niet aan mijn wekkertje. De wereld is de laatste weken steeds wat te vroeg voor mij. Ik weet, ze noemen dat verschijnsel ‘herfst’ maar ergens heeft iemand een foutje gemaakt. De duisternis is dit jaar echt vroeger. Om 7 uur ’s morgens is het nog donker. Om 7 uur ’s avonds wordt het al donker. Dat klopt niet.

Ik googelde die ene regel van vanmorgen even. Hij blijkt afkomstig uit een liedje van Ria Valk: ‘Je bent niet hip’. Voor wie het weten wil, het refrein eindigt met de regels ‘Je hebt een baan waarvan je zegt, hij is niet goed en hij is niet slecht
/ Maar jij bent lief en reuzentrouw, jij hoort bij mij en ik bij jou’. (Deelneemsters van de cursus van afgelopen vrijdag: ik citeer de site songtekst.nl. Het is natuurlijk ‘reuzetrouw’)

Ria Valk heeft gelijk. Ik realiseer me dat ik eigenlijk best tevreden was met de manier waarop ik tot voor kort wakker werd gemaakt: gewoon, een vriendelijke ruis, afkomstig uit het niets, op weg naar het niets. Wakker worden met Ria Valk of met het menselijk tekort? Ik kies toch voor het laatste.

Moeder en spin

Eergisteren redde mijn moeder een spin uit de wc-pot. Een prachtige daad die getuigt van haar nobele inborst. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ze diezelfde spin even daarvoor geheel moedwillig en eigenhandig in die wc-pot had gegooid.

Ze vertelde me hoe bij de kast een bijna dood torretje op de grond lag. Dat was te zielig, vond ze. En dus pakte ze haar rollator, haalde stoffer en blik uit de berging en wilde het torretje opvegen om in de wc te gooien. Op dat moment kwam er een klein spinnetje aangehuppeld. Wat zo’n spin precies denkt, weet ik niet maar hij zal gedacht hebben dat er een eenvoudig bereikbaar en smakelijk hapje klaar lag zonder dat-ie er voor hoefde te spinnen. Een bijna dood torretje, een spin: het werd mijn moeder gewoon te veel. Even kwam haar boerenafkomst naar boven. Ze veegde beide beesten zonder pardon op en kieperde ze in de wc. De tor was zo weg, vertelde ze, maar die spin … na twee spoelbeurten kroop het arme beestje toch weer onder de rand van de pot naar boven. Toen vond mijn moeder het genoeg.

Ze reikte het dappere beestje de stoffer van de stoffer en blik. En in een mum van tijd zat het spinnetje weer hoog en droog in de borstel. Daar gingen moeder en spin, de een achter de rollator, de ander erin. Ze heeft hem, compleet met stoffer en blik, buiten neer gezet. Ik weet zeker dat ze hem nog liefdevol heeft toegesproken.

Woorden

Dinsdagmiddag zat ik met het dagelijks bestuur van Ons Genoegen onder de platanen bij de stadsschouwburg in Groningen. De verdeling van de functies moet nog steeds een keer op de agenda komen maar omdat we de functies niet hebben verdeeld is er niemand die een agenda maakt. En dus praten we vaak maar wat in het wilde weg. Er zijn avonden dat het ook niet zoveel uitmaakt waarover je het hebt. Dit was zo’n avond: de platanen waren al een pietsje geel van blad, de zon ging onder, er was bier, er waren borrelnootjes en we waren compleet. Woorden doen er dan niet zo toe.

Het onderwerp dat die avond kennelijk belangrijk was, was de verruwing van het politiek debat. Tja, daar kan ik ook niet zoveel aan doen. Je bent de 50 gepasseerd en waar heb je het dan nog over? We hadden onze tijd misschien nuttiger kunnen besteden.

Dat bleek gisterenavond opnieuw. Ik keek na tennisles het staartje van ‘Jan Mulder draait door’ en zag voor het eerst de stekkerscène. Ik schreef onlangs dat het gesproken woord zwaar wordt overschat. Maar het alternatief stemde ook niet vrolijk. Nu denk ik: het politiek debat verruwt niet. Het politiek debat infantiliseert. En dat gaat gepaard met een spreekbeurt over stekkerdozen en vechtpartijtjes op het schoolplein: ‘Wat nou?’ En ach, dat kan allemaal inderdaad ook wel zonder woorden.

Schuurmachine

Mooi weer vandaag. Ik kan niet anders zeggen. Waarschijnlijk blijft het droog. En waarschijnlijk blijft het morgen droog. En de komende dagen ook. En ik heb het niet razend druk: vrijdag geef ik een training maar die heb ik voorbereid, morgen ga ik naar mijn moeder (ben ik welkom mam?) maar verder? Nee, niet echt. Toch is het hier niet echt van hoera.

Het probleem is dat de overburen hun huis hebben geschilderd. En dat eerlijk gezegd bij ons hier en daar het houtwerk ook wat sleets wordt. Een nog groter probleem is dat ik schilderen heel vervelend werk vind. Als zich vandaag voor 10.00 uur geen grote opdrachtgever meldt die mij de komende 6 dagen (daarna wordt het weer weer wat minder) echt ontzettend hard nodig heeft, moet ik de schuurmachine ter hand nemen en moet u de komende dagen weer allerlei leuk bedoelde stukjes over mijn schilderkwaliteiten (ziet u het verschil tussen dit schilderkwaliteiten en schilderskwaliteiten?) tot zich nemen.

Of betrekt het nu wat? Ik zie geloof ik wat wolken boven ’t Wad. Misschien dat ik eerst maar eens een nieuwe schuurmachine koop.

Het gesproken woord

Zaterdagavond gingen wij naar de Stadsschouwburg in Groningen. We beleefden de voorstelling Infinita van het Duitse theatergezelschap Familie Flöz. Adembenemend theater. Vier mannen spelen drie kleuters en een wat ouder meisje maar ze spelen ook drie oude mannetjes in het bejaardenhuis en hun verpleegster. Mét maskers, mét muziek, mét filmbeelden, mét decor maar zonder woorden. Al merkte je dat niet. Het was volkomen vanzelfsprekend.

Hoe mensen elkaar het leven zuur maken als kleuter en als bejaarde. Hoe mensen elkaar nodig hebben, elkaar gebruiken en misbruiken en hoe mensen niet zonder elkaar kunnen. Het was vaak hilarisch – de stunts met de rollator horen duidelijk thuis in het genre ‘don’t try this at home’ – maar vaak ook erg schrijnend.

Twee jaar geleden verbleef mijn vader ook al een aantal maanden in een verpleeghuis. Na een hele reeks van aanvaringen met de verzorging, kon hij de rol opnemen die hem het best lag: die van gespreksleider en schoolmeester. Op de afdeling waar hij verbleef, werd met “de groep” ontbeten. Dat was – vond mijn vader tenminste –  een zielloze gebeurtenis. Toen hij eenmaal wat ingeburgerd was regelde hij een ochtendoverdenking naar aanleiding van een verhaal of gedicht. Het ontbijt werd iets knus, iets waar hij en zijn afdelingsgenoten naar uitkeken. Ik zag het zaterdagavond allemaal gebeuren: de ruzies, de toenaderingen, de aversies , de afhankelijkheid en de geborgenheid. Ik ben overigens wel blij dat mijn vader daar geen rollator had.

Toen we zaterdag naar huis reden, waren we stil. Ja, het gesproken woord wordt zwaar overschat.

Oorzaak en gevolg

Zondagmiddag, een uur of vier. Er trekt een wolk over Leermens. Gedurende vijf minuten is de zon weg. Heel even lijkt het herfst.

Veel meer gebeurde er gisteren niet. Ik maakte artikel klaar, waste auto en schrobde tuintafel en -bank, moeders maaide gras, deed was en plukte wat peer. En samen overwogen we gezellig allerlei ingrijpende veranderingen in de tuin waarvan we allebei weten dat het er niet van zal komen. Onderwijl fietsten vele, vele fietsers stilletjes ons huisje voorbij.

In de walnootboom daarentegen is een hoop gedoe. De roekachtigen die zich in onze tuin ophouden hebben onze walnoten ontdekt en het is nu een kwestie van wie het eerst komt het eerst maalt. Deze roekachtige doet zijn best. Als hij wegfladdert en de rust is weergekeerd valt zacht ruizelend een blad. Een bruin blad. En nog een.

Ik zit met de Vrij Nederland-puzzel en zie het aan. Het boek dat puzzelmaker Steenhuis bedoelt heet Praw! Der Hemeldonderweder. Dat weet ik niet uit mijn hoofd. Ik moet er een Bommelomnibus bijpakken. Omdat er verder niets hoeft, lees ik een Bommelverhaal. Ik kies ‘Het boze oog’, een vrij filosofische verhandeling over hoe we oorzaak en gevolg vaak verwarren. En hoe gevolg oorzaak wordt. In het dorp Ooikooi gaat van alles mis als de zwarte schapen langskomen. Zowel de witte als de zwarte schapen concluderen: houd zwarte schapen uit het dorp. Een modern sprookje uit 1961. Meneer Wilders: lees Bommel.

Dan is de wolk weer weg. En opnieuw valt een blad van de walnoot. Het lijkt wel herfst.