Zorgzaamheid en chagrijn

De Volkskrant heeft de verpleeghuizen en verzorgingshuizen opnieuw doorgelicht. Ik begrijp de meetmethode niet helemaal maar drie conclusies durf ik wel te trekken. 1. Objectief meetbare gegevens zeggen niets over de tevredenheid van bewoners en hun familie. 2. En de tevredenheid zegt niets over de objectieve meetbare gegevens. 3. Wie in de Randstad woont, is niet best af.

Is de zorg in het oosten en zuiden dan zoveel beter en liefdevoller? Het kan, het kan. Maar er is nog een verklaring. Ik zie dat de zorg in het noorden er ook niet heel best af komt. Ik zou me maar zo kunnen voorstellen dat in het zuiden en oosten bewoners en hun familie domweg dankbaarder zijn. Ik heb 14 jaar in Amsterdam gewoond en eerlijk gezegd: er zit een hoop chagrijn in die stad. En datzelfde chagrijn zie je ook wel eens hier in het hoge noorden. Zorgzaamheid is voor wie het ten deel valt vanzelfsprekend. Maar o wee als de borrel om vijf uur er door drukte bij inschiet. Met andere woorden: misschien meet de Volkskrant niet de zorgzaamheid van Nederlandse zorgprofessionals maar het chagrijn van hun cliënten.

Over zorgzaamheid gesproken… een trouwe lezeres uit Amsterdam stuurde me Snikken en Grimlachjes van Piet Paaltjens. ‘Wij hebben hem dubbel’, schreef ze erbij. Kijk. Dat is ook Amsterdam!

Mag ik tot slot nog een korte ergernis met u delen?  En ja, opnieuw reclame. Door omstandigheden keek ik gisteren om 16.00 uur naar de televisie. Daar maakte een bekende gloeilampenfabriek reclame voor hun nieuwste scheerapparaat: ‘Voor de ultieme scheerervaring’. De volgende commercial was van een reisbureau: ‘Voor de ultieme vakantiebeleving’ .

Ik wens u een ultieme Kerstbeleving.

Uitzicht op Leermens in de winter (2009)

De drieslag

Soms zit je de hele dag in de auto. Dan kom je er niet onderuit: ‘Hallo, ik ben Tom de Ridder.’ Wat een onbenul. Wat een leegheid. En wat een afsluiter: ‘De MKB tankpas: simpel, beter, onmisbaar’. Ik roep al jaren dat ik dolgraag nog eens voor een echt commercieel bureau wil schrijven. Maar mij vragen ze niet. Ze vragen ook geen andere goede tekstschrijver. Ze vragen Tom.

Ik wil het hebben over de drieslag. Lees eerst deze nog even: ‘Zo gezond, zo smaakvol, zo Beneful’ Opnieuw geen staaltje prettig proza. Maar hij klopt tenminste.

Tom en Beneful hanteren allebei de drieslag. De drieslag is een instrument uit de retorica. Hij wordt vaak gebruikt als afsluiter van een overtuigend bedoelde speech, tekst of advertentie. Een goede drieslag bestaat uit drie samenvattende claims. Een goede drieslag werkt naar een onontkoombare conclusie. En een goede drieslag zorgt voor een knallende afsluiting.

Maar ook reclametechnisch zijn er wel wat spelregels. De drie items die je noemt, moeten iets met elkaar te maken hebben. Ze moeten elkaar logisch opvolgen. En het moet lekker bekken. Bijvoorbeeld door het ritme, een alliteratie of een assonantie. ‘Heerlijk, helder, Heineken’ heeft het alle drie. De Beneful-reclame heeft de assonantie (dezelfde klinkers). En Tom?

‘Simpel, beter, onmisbaar’. Met ‘Simpel’ is niets mis. Het lijkt me inderdaad een belangrijk productkenmerk. Maar ‘beter’? Totaal inhoudsloos. Beter dan wat? En tja, dan de onontkoombare conclusie. Wat zeg je over je product als je het al hebt aangeprijsd als simpel en beter? Het moet een leidinggevende geweest zijn. Ieder ander was ontslagen. De baas kwam met ‘Onmisbaar’.

Onmisbaar? Liegen mag best een beetje in de reclame. Maar voorkom dat je leugentje bij de luisteraar de lachlust opwekt. Waarschijnlijk zenden ze de commercial daarom zo vaak uit. Als je hem drie keer hebt gehoord, is het lachen je allang vergaan.

Feest

Gisterenavond heb ik geschaatst. Eindelijk. En het ging goed. Het eerste rondje  was nog wat onwennig maar daarna kon je haast niet zien dat ik  helemaal niet kán schaatsen. Pootje-over (ook bij het bobbelige stukje), langzaam en rechtop, snel en mooi voorover: ik deed het. Uit de luidsprekers schalde de klassieker: ‘Het feest kan beginnen want wij zijn binnen.’

In een dorp als Leermens zijn er nog mensen die iets kunnen maken. En dat ook doen, niet voor zichzelf maar voor “de gemeenschap”. Hoe het precies is gelopen wisten de jongelui in het ijsbaanhuisje niet maar feit is dat Marco van een aantal afgedankte rollators de wielen heeft verwijderd en in plaats daarvan schaatsijzers heeft gemonteerd. Alleen moet er nog een mandje op. Vroeger leerden de kinderen schaatsen achter een stoel. Nu kunnen ze een op hoogte instelbare rollatorschaats gebruiken. Dat is nu innovatie.

rollatorschaats
Een van de rollatorschaatsen van ijsvereniging Nooitgedacht

Over 20 jaar stap ik het ijs op. Met een thermoskannetje koffie in het mandje doe ik mijn rondjes. Het feest kan beginnen.

Eters in het najaar

We hadden gisteren eters. Veel eters. Althans voor mijn begrippen. Ons Genoegen vergaderde ditmaal met vrouwen, kinderen en schoonkinderen. Veertien stuks – die zie je zitten. Gelukkig hadden ze hun eigen eten meegenomen en konden wij servies en bestek lenen van onze overburen en stoelen van onze gewone buren. Dus ons aandeel bleef beperkt tot het aandragen van soep en wijn en fris voor de bobben.

De vraag ‘waarom blog jij?’ werd vrij indringend gesteld (u herkent hier de lijdende vorm?). Uiteindelijk is het antwoord natuurlijk simpel; het duurde alleen even voordat ik erop kwam. ‘Omdat schrijven leuk is.’

Wat leuk is, moet leuk blijven. Het is vandaag het mooiste weer van alle dagen. Om met Kouwenaar te spreken: zo helder is het werkelijk zelden. Ik neem vandaag een vrije dag op. Wandelen. Nagenieten.

Ik laat u niet met lege handen. Een wintergedicht over een onverwacht bezoek dat uitloopt in een gezamenlijk glas wijn. Voor een goed begrip nog de opmerking dat een rouwmantel natuurlijk een mantel is die men draagt als teken van rouw. Maar een rouwmantel is ook een vlinder. Kouwenaar lees je met woordenboek.

Zo helder is het werkelijk zelden, men ziet
het riet wit voor de verte staan

iemand klopt aan, vraagt water, het is
een verdwaalde jager

het antwoord is drinkbaar, zijn kromme weg
uitlegbaar in  taal

in zijn weitas een bloedplas, het water
verspreekt zich al pratend in wijn

kijk, zegt hij, omstreeks het riet wijzend bij wijze
van afscheid, dit is een rouwmantel

later staat zijn glas daar nog, men ziet
het riet en eet wat –

Uit: Gerrit Kouwenaar, het ogenblik: terwijl. Querido, 1987

Lijstje van het jaar

Woord van het jaar, politicus van het jaar, parlementair talent van het jaar. Ik googelde “van het jaar” en kwam uit op sportman van het jaar, website van het jaar, speelgoed van het jaar, kookboek van het jaar, gebouw van het jaar, overheidsmanager van het jaar, coach van het jaar, sportploeg van het jaar, leraar van het jaar, studentenhuis van het jaar, secretaresse van het jaar, reisbureau van het jaar, twitteraar van het jaar, zwembad van het jaar, sportgemeente van het jaar, telefoniste van het jaar, informatiespecialist van het jaar, persoon van het jaar, spatie van het jaar (Nijntje kussen)… ach, kijk zelf maar. Er is meer. Veel meer.

Kennelijk gebruiken we december om terug te kijken en om een rangorde aan te brengen. Het fenomeen is natuurlijk een product van slimme communicatiemensen en bloggers. Maar dat verklaart niet de populariteit. Dat zal wel iets te maken hebben met een behoefte om met een schone lei te beginnen.

De motie van het jaar is een motie van CDA’er Gerda Verburg (u weet wel, van de Gerda). We betalen voortaan alleen voor telefonische helpdesk als er ook echt contact is. Verburg heeft veel geleerd van haar communicatiemensen (u weet wel, die van de Gerda), de afgelopen jaren. Ze zegt: ‘Nu krijg je een keuzemenu en een muziekje. En al die tijd voel je tik, tik, tik, die kosten oplopen.’ Dat ‘tik, tik, tik’  is –eerlijk is eerlijk- erg sterk.

Nu we het zwembad van het jaar, de politicus van het jaar en de motie van het jaar hebben aangewezen, kunnen we verder met het volgend jaar. Ik kan nauwelijks wachten.

Prettig weekend.

Onschuld

De poëziekalender is een geweldige manier om nieuwe poëzie te ontdekken en om oude poëzie te herontdekken. En soms om te zien hoe de wereld is veranderd. Simon Carmiggelt dichtte het gedicht voor dinsdag 14 december. Ik denk niet dat hij straffeloos hetzelfde gedicht vandaag de dag had kunnen schrijven. Onschuld.

De rol van de schoolknecht is nog steeds onopgehelderd.

Groot Dictee

Jammer, jammer, jammer. Ik kan vanavond niet meedoen aan het Groot Dictee. Het Taalcentrum-VU, voor wie ik veel trainingen verzorg, nodigde mij en mijn collega’s uit voor een soort van leraarsvergadering. Nu ik dit schrijf, slaat me de schrik om het hart. Dit kan geen toeval zijn. Ze gaan ons testen! Wie meer dan 10 fouten heeft, mag niet meer voor het Taalcentrum-VU werken. Jammer, jammer, jammer.

Want ik weet nu wel hoe je ‘Bokseropstand’, ‘balkenendenorm’ en ‘eau de toiletteje’ schrijft (zie het dictee van vorig jaar) maar dat is te danken aan dat dictee. Nee – ik ken de meeste regels en kan die meestal goed uitleggen maar voor het Groot Dictee zal ik nooit een voldoende scoren.

Is dat erg? Nee. Vind je dat erg? Ik vind het jammer. Maar het gaat maar ten dele om kennis van de regels. Het gaat bij het Groot Dictee ook om een enorme woordenschat. Ik heb vandaag voor het eerste ‘eau de toiletteje’ gebruikt. Mocht ik het ooit nog eens nodig hebben, dan zoek ik het op. Het liefst gewoon in mijn papieren Van Dale. En anders in het digitale Groene Boekje bij de Taalunie.

Ik moet toegeven dat het voorlezen van een dictee erg leuk is. In welke groep ik dat ook doe, het proces verloopt altijd hetzelfde. Eerst wordt er wat gegiecheld. Dan geschuifeld. Dan wordt het stil, heel stil. De deelnemers -volwassenen met over het algemeen een meer dan gemiddeld inkomen en navenant IQ- hebben de pen paraat. En zijn bloedserieus. Spellen telt.

Overigens: mijn werkdag begint al maanden met een oefening op beter spellen.nl. Het heeft niets om het lijf maar het is gewoon leuk. En als spellen niet helemaal je ding is, kun je er veel leren. Ik zeg: doen!