Ooit

‘Volgens wetenschappers is het nu niet de vraag ‘of’, maar ‘wanneer’ de volgende zware schok plaats zal vinden.’ Ik pluk dit citaat zomaar ergens van internet. Het gaat over een aardbeving in Nederland. Maar je komt het zinnetje de laatste weken vaak tegen. Het is ook wel een erg verleidelijk zinnetje. Waarschijnlijk omdat je er alles mee kan. Volgens wetenschappers is het nu niet de vraag of maar wanneer Ajax weer landskampioen wordt. Volgens wetenschappers is het niet de vraag of maar wanneer mijn kippen gaan leggen. Om een uitspraak te doen van het type ‘niet-of-maar-wanneer’ hoef je namelijk helemaal geen wetenschapper te zijn. Volgens mij is er een natuurwet die ongeveer als volgt gaat:  Alles wat kan, gebeurt ook. Ooit.

De enige beperkende factor is ons voorstellingsvermogen. Een vloedgolf van 10 meter over Zeeland kunnen we ons nog wel voorstellen. Een vloedgolf van 100 meter niet. Maar is het daarom uitgesloten? En als we het niet kunnen uitsluiten, gebeurt het ook. Ooit.

Hier in Leermens is het mooier weer dan je je kunt voorstellen. In de tuin is het een enorme herrie. Alles wat zich beest mag noemen fluit, slaat, kraait en blaat. Ik trek zo mijn overall aan en ga aan het werk. De groentetuin inzaaien. Wie weet. Mijn vrouw is wetenschapper. Zij heeft het volste vertrouwen in mijn tuinderskwaliteiten. Volgens haar is het niet de vraag of die groentetuin een succes wordt maar wanneer.

Open vragen

Gisterenochtend werd ik gebeld door de NRC. Of ik even tijd had. ‘Ze willen m’n stukjes kopen’, dacht ik even. Heel even. Het lag anders.
‘Dag meneer. U heeft een keer een abonnement gehad op de NRC. Wat vond u van de NRC?’ Wie iemand aan het praten wil krijgen, moet een open vraag stellen. Deze mevrouw deed het knap.

Mijn zoon Freek belde zondag. Ik stond op de weg van Oldenzijl naar Eppenhuizen. Hij was net terug van een wintersportvakantie met de studentenvereniging. Acht dagen skiën in Frankrijk. En ik vermoed dat ze ook wel een keer met de jongelui een glaasje zijn gaan drinken. Wat vraag ik dan?
‘Was de reis lang?’
‘Ja’
‘Ben je niet heel moe?’
‘Ja’
‘Was het leuk?’
‘Ja’
Ik gaf het op. Het lag aan mij, ik wist het.

Jaren geleden was diezelfde zoon mascotte voor het Nederlands elftal in de wedstrijd tegen Tsjechië, u weet wel, die glorieuze vrije trap van Frank de Boer. Vooral Reiziger speelde die dag formidabel. Maar die had als player escort dan ook een echte Sorgdrager gehad. Over het begrip ‘player escort’ zullen we het maar niet hebben maar het was echt de term die de KNVB ervoor bedacht had. Eenmaal thuis moest Freek twee of drie lokale kranten te woord gestaan. En natuurlijk wilde de oppas alles weten en opa en oma. En toen belde de radio.

Freek was eigenlijk wel een beetje –pardon le mot- uitgeluld over die dag. En de interviewer had z’n dag niet. Hij maakte dezelfde fout als ik.
‘Waren jullie met de hele voetbalclub?’
‘Ja’
‘Was het een lange dag?’
‘Ja’
’Was het leuk?’
‘Ja’
Wat hij ook probeerde, het lukte hem niet om Freek een wat langer antwoord te ontlokken. Ten langen leste gaf hij het op. Zijn slotvraag luidde wat wanhopig en bozig:
‘Leuk? Was het niet geweldig?’
Freek werd iets breedsprakiger.
‘Ja, dat ook.’

 

Gastvrijheid

‘Mag ik voor u nog een kop koffie maken?’ Klanten die na hun eerste kopje koffie niets bestellen en wel een tafel bezet houden, zijn dure klanten. De serveerster vroeg het deemoedig, haar handen op de rug, haar hoofd iets gebogen.

‘Omdat je het zo lief vraagt.’ Het lag hem voor op de tong maar hij kon zich nog net beheersen. ‘Weer geen leuk grapje’ sprak hij zichzelf vermanend toe. Hij hoefde geen koffie meer maar kon voor zijn gevoel niet meer terug.

‘Graag.’
‘En wilt u er nog iets lekkers bij? Appeltaart, een lekkere brownie?’ Ze boog wat verder naar voren.  Ze vermoedde omzet, en daar wilde ze best een beetje decolleté voor inzetten. Hij voelde zich er wat ongemakkelijk bij. Nee-zeggen kon hij niet, zeker als de vraag zo direct gesteld werd.
‘Ja graag.’
‘En wat wat wilt u dan?’
‘Eh, appeltaart. Graag.’ Domme keus, realiseerde hij zich onmiddellijk. Nu kwam er nog een vraag.
‘Zal ik daar lekker wat slagroom bij doen?’ Ze had zijn zwakke punt ontdekt, dat was duidelijk. Maar ze overdreef, vond hij. Hij verzamelde moed. Haalde adem.
‘Ja, doet u dat maar.’

Ze glimlachte.  Zag hij daar iets triomfantelijks?

Lieve opa en oma

Ik verzorg trainingen over zakelijke correspondentie. Als ik Mark Rutte nou een advies mag geven is het dit: laat alle ambtenaren bij mij zo’n training volgen. Omstebeurt, dat wel. Er zijn mensen die zich kunnen opwinden over domme spelfouten of rare spaties. Daar heb ik niet zo’n last van. Ik wind me op over al die gemiste kansen. Een brief of een persoonlijke e-mail is een geweldige kans om echt een goede indruk te maken. En telkens als zo’n ambtenaar weer vrij voor de keeper staat, schiet-ie hoog over of gaat hij proberen die keeper elegant te passeren en dan met een hakje de bal terug te leggen op de spits die – oh ja – voor straf bij de junioren speelt… Sorry, ik liet me even gaan.

Terug naar de brief. Weet je nog, de brieven aan je opa en oma? Ik schreef brieven die als volgt begonnen:

Lieve opa en oma, Hoe gaat het met u? Met mij gaat het goed. Ik heb gisteren mijn zwemdiploma gehaald. Wilt u weten wat ik allemaal moest doen?

Deze opening is zo slecht nog niet. Ik leg hem naast de volgende opening:

Geachte bewoner(s,) Het rioleringssysteem in Leermens bestaat uit een gescheiden rioolstelsel, een regenwaterriool en een vuilwaterriool. Het was verplicht bij de aanleg van het riool om het regenwater van de woningen op het regenwaterriool of op een sloot te lozen.

Wat zijn de belangrijkste verschillen? In mijn brief leg ik eerst contact. Ik spreek mijn lezers aan. De briefschrijver van de gemeente Loppersum spreekt mij niet aan. Hij doet geen enkele poging om contact te maken. Hij zit in zijn ivoren gemeentehuis en zal mij eens haarfijn iets uitleggen. Dat brengt me op het tweede verschil.

In mijn inleiding houd ik het simpel. Ik vertel mijn lieve lezers dat ik een diploma heb gehaald. Pas later in mijn brief krijgen ze de details te horen. De gemeente Loppersum gooit me onmiddellijk in het diepe. De brief is –lees ik elders- geschreven door een technisch medewerker. Hij gaat er even voor zitten. Want niet-techneuten moeten precies weten wat er aan de hand is. Vindt de techneut.

De les van vandaag: spreek je lezer aan. Het liefst al in de eerste zin. Vertel waar je brief over gaat en vermijd details in de opening.

Met vriendelijke groet,

Wout Sorgdrager

PS: ziet u de komma na ‘gescheiden rioolstelsel’? Het rioolstelsel in Leermens is zo eenvoudig nog niet. Hier had een dubbele punt niet misstaan. Dat had meteen onduidelijkheid over de huwelijkse staat van ons rioolstelsel voorkomen.

Doe maar iets voor een breed publiek

Misschien is het wel een genre: briefjes aan jezelf. Ik las in ‘Vergeetboek’ van Douwe Draaisma over de filosoof Kant. Kant ontsloeg –na 40 jaar trouwe dienst- om nooit opgehelderde redenen zijn trouwe huisknecht Lampe. Maar na die tijd deed Kant zijn uiterste best om Lampe te vergeten. Na Kants dood vond men een briefje van de filosoof aan zichzelf: ‘Der Name Lampe muss nun völlig vergessen werden.’

Aan de binnenkant van onze buitendeur hing jarenlang een briefje ‘Ja, ja, het antwoordapparaat’. Het was een reminder voor wie het pand als laatste verliet: vergeet het antwoordapparaat niet aan te zetten. Ik had toen net m’n eigen zaak en was doodsbang dat nieuwe opdrachtgevers vergeefs zouden proberen mij te bellen.

Ik schrijf mezelf geregeld briefjes. Op mijn bureau ligt nu een briefje met ‘Doe maar iets voor een breed publiek’. Heel even denk ik: wat bedoel ik daar nu weer mee? Niet lang. Komend najaar organiseer ik voor Tekstnet weer een workshop voor tekstschrijvers. Dan gaat het over de briefing.

Briefjes aan jezelf kun je eenvoudig beoordelen. Maar teksten voor anderen kun je pas beoordelen als je weet wat de opdrachtgever ermee wil. En wie hij zo graag wil informeren, aansporen of overtuigen. Je noemt dat ook wel ‘de briefing’. Voor veel opdrachtgevers is zo’n briefing een “moetje”. Ze hebben er geen zin in. Ze willen een folder. Het liefst op A5-formaat. In kleur. Als professional mag je daar natuurlijk geen genoegen mee nemen. Je bent het aan je beroepseer verplicht om dóór te vragen. En zo hoor je jezelf wat moedeloos vragen: ‘Maar voor wie is die folder dan bestemd?’ Ietwat korzelig antwoordt je baas: ‘Doe maar iets voor een breed publiek.’

Expert

De wereld staat in brand. En waar gaat dit stukje over? De spatie. Kerncentrales, tsunami’s, de politieke toestand in Noord-Afrika en wc’s in Nederlandse sprinters, daar heb ik geen verstand van. Hoewel het opmerkelijk is hoe snel je expert wordt. Ik schreef ooit op basis van enkele boeken en een gezonde dosis eigen ervaring en eigendunk voor leren.nl de cursus ‘Licht denken’. Kijken? Rond de kerst werd ik gebeld door de radio of ze me daar live over mochten interviewen… Had ik toen maar ‘ja’ durven zeggen.  Ik bedoel: wie ooit een cursus ‘Stralingshygiëne’ volgde en kan buikdansen bespreekt morgen Japan bij ‘De wereld draait door’.

Maar goed, de spatie. De Volkskrant schreef onlangs over gepofte aardappel- en waterverkopers op het Tahirplein. Hoe Engelsen bovenstaande categorie professionals zouden omschrijven weet ik niet. Maar in het Nederlands staat hier dat die arme aardappel- en waterverkopers gepoft zijn.

De spatie kan een nieuwe bron van vermaak worden. Kijk bijvoorbeeld eens op www.spatiegebruik.nl. Ik geef toe: er zitten frikkige, betweterige commentaren bij. Die lees je gewoon niet. Maar veel voorbeelden zijn prachtig. Wat vindt u van ‘warme truiendag’? Of ‘Nijntje kussen 5 euro’.  En ten slotte: ‘Grote wanbetalers-actie politie levert elf duizend euro op.’ Die elf boft maar.

De regel. Zelfstandig naamwoorden die zijn opgebouwd uit meer zelfstandig naamwoorden of uit meer zelfstandig naamwoorden + een bijvoeglijke naamwoord, schrijven we aaneen. Het enige criterium is leesbaarheid. Wordt het woord moeilijk leesbaar dan mag u naar eigen goeddunken een verbindingsstreepje plaatsen. We schrijven dus ‘gepofteaardappel- en waterverkopers’. En wie z’n lezers wil verwennen zet nog een streepje na ‘gepofte’.

Overigens wil ik hier graag melden dat ik niet heel goed kan buikdansen maar wel een beetje. En van spaties heb ik ook verstand.

Zuinig schrijven

Kijk, dit stond er: ‘In nauw overleg met alle betrokken partijen en in overeenstemming met de inkoopregels is, op basis van een vastgesteld vlekkenplan, de verdieping ingericht.’ De zin is afkomstig uit een nota waarin de auteur verantwoording aflegt over een verbouwing en een erop volgende verhuizing.

Schrijven is schrappen. Wie zuinig wil schrijven moet zijn woorden op een goudschaaltje leggen. Dat schaaltje heet ‘de ontkenning’. Het werkt simpel. Zet voor de beweringen die je doet een ontkenning. Is de nieuwe bewering zinvol, dan is zij dat ook in het origineel. Is de nieuwe bewering niet zinvol, dan mag je haar schrappen.

Laten we het eens proberen: 1) ‘De verdieping is niet in nauw overleg met alle betrokkenen ingericht.’ Deze uitspraak bevat zinvolle informatie. We laten hem staan. 2) ‘Het is niet gebeurd in overeenstemming met de inkoopregels van de organisatie.’ Dat is moeilijk voorstelbaar. Dit is immers een verslag van de eigen financiële dienst. Schrappen dus. 3) ‘Het is niet gebeurd op basis van een vlekkenplan.’ Het gaat om een forse verbouwing waar veel werkplekken moesten gerealiseerd worden. Zomaar wat bureaus neerzetten lijkt geen optie. Schrappen. En 4) ‘De verdieping is niet ingericht.’ Dat is, in het kader van deze nota, ook geen zinvolle boodschap. Schrappen.

Wat houden we over? ‘We hebben bij de verbouwing en verhuizing met alle betrokkenen overlegd.’ Kijk, dat scheelt.