Klik nu

Koop nu een Saab en beleef … We stoppen tegenwoordig wel heel veel zintuigen, avontuur en beleving in onze zinnen. Ik beken: ik ben daar een (heel klein beetje) mede schuldig aan. Ik geef trainingen over schrijven. Een van de dingen die ik mijn cursisten leer is: schrijf zo zintuigelijk, zo fysiek mogelijk. Er is zoveel tekst om ons heen. Als schrijver moet je domweg meer je best doen. Dus niet: ‘Probeer de nieuwe Wasa Delicate Thin Crisp …’ maar  ‘Ontdek de nieuwe Wasa Delicate Thin Crisp … ‘ En niet: ‘Eet Weetabix’ maar ‘Geniet van het leven met Weetabix…’

Dat zijn nog maar de zintuigen. Maar we willen tegenwoordig boter bij de vis. We want it all and we want it now. Let maar eens op. Korting krijg je niet meer. Van korting profiteer je. Sterker: van korting profiteer je nu. Een Renault koop je niet. Een Renault koop je nu. Dat dwingende ‘nu’  heeft alles te maken met internet. De knoppen op je scherm en mogelijkheden om inderdaad ‘nu’ te reageren. We willen zo graag dat je drukt. Want iedere klik is weer een stapje dichter bij het ultieme doel: koop ons.

Dus. Klik. Klik nu. Klik hier. En geniet van … nou ja, dondert niet. Geniet. En geniet vooral nu.

 

Stoer

Gisteren schreef ik over Remco Campert. Ik zag hem 1 of 2 jaar geleden, na een voorstelling in de Groningse Stadsschouwburg met Jan Mulder en Bart Chabot. Ik bewaar de foto in mijn hoofd. Hij zit achterin een grote BMW. De auto staat op het pleintje voor de uitgang. Campert zit er wat kouwelijk en broos bij. Waarschijnlijk heeft hij een dekentje op zijn schoot. Het is alsof hij tegen de chauffeur zei: ‘Even kijken hoe ze naar buiten komen.’ Nee, geen man voor de bühne. Maar als het moet, staat hij er.

Er is een foto van mij met mijn kleine zus. Je ziet mij met een pijl en boog en m’n zusje met een speer. We zijn rovers, woeste rovers. Maar enigszins onder de indruk van de camera. Het is 1963. Ik ben 5, m’n zus is 2. Inmiddels zijn we 48 jaar verder. Ik ben bijna 53 en m’n zus is – waarachtig, mijn kleine zus is 50. Vandaag op de kop af.

Heel veel is er niet veranderd. We zijn nog altijd niet heel stoer en schuwen nog altijd de camera. Wat is dat toch, die gêne voor de camera? Ik zag laatst een politicologe van Egyptische herkomst zich klaarmaken om op de tafel bij Pauw en Witteman te gaan buikdansen. Je ziet het gebeuren: een ambitieuze jonge meid die op de televisie wil. Dan doe je wat. Ik ben weggelopen. Ik heb regelmatig last van plaatsvervangende schaamte.

Buikdansen op tv, ik zie het m’n zusje niet snel doen. En zij is toch ook een ambitieuze, relatief jonge meid. Maar je weet het niet. Ze heeft een bloeiende zaak.  En ze is inmiddels stoerder geworden. Veel stoerder. Als het moet, staat ze er. Desnoods op de tafel van Pauw en Witteman.

Vurrukkulluk

Eerlijk is eerlijk: het verrast me af en toe dat dit ook echt gelezen wordt. Ik moet dus op m’n woorden letten. Afgelopen vrijdag schreef ik over de pluspunten en de minpunten van het leven als kleine zelfstandige. Ik schreef: ‘Je kunt de hele dag klaverjassen of stofzuigen of hardlopen.’ Hoor hier de nadruk op ‘kunt’. Nou krijg ik reacties in de trant van ‘Jij neemt het er maar van!’ Niets is minder waar. Het feit dat het kan, maakt de prestatie alleen maar groter als ik die baaierd aan mogelijkheden aan mij voorbij laat gaan en iets echt productiefs doe. Waar het mij om gaat is dit: ik wil best op mijn woorden letten maar lezers zijn soms gewoon wat lui en gemakzuchtig. U natuurlijk niet te na gesproken.

Een schrijver die volgens mij veel last heeft van luie lezers is Remco Campert. Ik kocht vanmiddag diens bundel ‘Mijn eenmanszaak’. Op de omslag poseert Campert voor een italiaans-ijssalon (is dus niet een Italiaanse ijssalon). Corduroy jasje, buik ietwat geprononceerd vooruit. Een trotse zzp’er: ietwat parmantig, ietwat bedeesd. Tachtig jaar.

In al hun eenvoud zijn z’n stukjes, verhalen, gedichten en romans stuk voor stuk prachtig. Maar …  ze lezen wel erg vlot weg. Misschien wel te vlot. Lees het openingsgedicht van de bundel ‘Een oud geluid’. Of luister ernaar. En lees het nog eens. Doe eens gek en neem er 10 minuten voor. De toekomst in de vorm van een maquette van een nieuwbouwwijk.

Dit najaar krijgen we van de regering gratis en voor niets het prachtboek ‘Het leven is vurrukkulluk.’ Iets om naar uit te kijken.  En als je direct meer van Campert wilt: koop de bundel ‘Een oud geluid’. De bundel werd uitgegeven ter gelegenheid van de gedichtendag 2011. Kost dat? € 2,50.

Voor de lezer die zelfs te lui is om te klikken:

MAQUETTE

Altijd schijnt stralend de zon
op het plein met sociale woningbouw
winkelcentrum buurthuis leuk cafeetje
het groen is er vers geknipt evenals de mensen
die eeuwig jong gezin zijn
in de bebouwde kom van de architectendroom
waar de toekomst is vastgezet

maar deze eeuw valt niet meer te bedenken
tijden al dat ik hoor
het geraas van instortende nieuwbouw
heden en toekomst zijn definitief gekraakt
met zekerheden is het afgelopen
we zullen wonen in voorlopige oorden
ben jij hier dan ben ik daar
en we zullen elkaar begroeten
met de beleefdheid van Amerikanen

 

© 2011, Remco Campert
Uit: Een oud geluid
Uitgever: De Bezige Bij / Poetry International, Amsterdam, 2011

 

Net geen 50

Ik volg het nieuws niet echt op de voet. Maar de hoofdlijnen krijg ik mee. Ik begrijp dat in Egypte de president is afgetreden en dat Ajax weer 2 punten verloor. En verder doet Sven Kramer het bij het schaatsen niet zo goed. Nee, het echte nieuws komt gewoon mijn brievenbus binnen glijden als de nieuwsbrief van de Vrouwenraad ’t Zandt zich meldt. De Vrouwenraad collecteert deze week. De Vrouwenraad organiseert activiteiten voor jong en oud. Althans – als u in ’t Zandt, Leermens, Zijldijk of Zeerijp woont.

Jong en oud: hou dat even vast. Het gaat mij om de all-inclusive-formulering. Bij ‘jong en oud’ denk ik: dat ben ik, dat zijn we allemaal. Het blijkt dat je dat toch niet zo letterlijk moet opnemen. Er is in die formulering kennelijk ruimte voor een middenklasse die tussen de wal en het schip valt.

Kijk maar naar de activiteiten van de Vrouwenraad. Er is het jaarlijks reisje met Jansen Reizen, er is de feestavond met muziek en sketches, er is het ouderenbezoek. En er is de kinderdag. De eerste drie activiteiten zijn bedoeld voor de 50+’ers. De kinderdag is bedoeld voor kinderen van 6 tot en met 12 jaar. En wie staat er weer met lege handen? Precies, de middenklasse. Is er echt niets te doen voor deze groep? Desnoods een cursus?

Nee. Want het echte nieuws staat in de nieuwsbrief enigszins weggemoffeld onder het kopje ‘Cursussen’. De werkgroep ‘Scholing en Vorming’ heeft zich opgeheven. Stel je bent 13 tot en met 49 en je woont in ’t Zandt, Leermens, Zijldijk of Zeerijp en je wilt nog wat maken van je leven. Vergeet het maar.

Wie wat bewaart eet wat

Wie de hele dag thuis werkt, is een gelukkig mens. Ik weet dat als geen ander. Ik, thuiswerkende zzp’er, kan als ik dat wil de hele dag klaverjassen, naar de vogels op hun vetbol kijken, hout hakken of stofzuigen en wc’s schoonmaken. Ik kan natuurlijk ook werken maar er is geen baas die me op de vingers kijkt en mijn klanten denken allemaal: ‘Die jongen is druk druk druk en een broedende kip moet je niet storen.’ En bovendien: wie thuiswerkt heeft alle avonden en alle weekenden ook nog tot zijn beschikking.

Tot zover rozengeur en maneschijn. Maar ik wil graag aandacht vragen voor een probleem waar meer thuiswerkers mee moeten worstelen. Het betreft snoep en chips. Als ik de boodschappen doe ben ik sterker en flinker dan als ik weer eenmaal thuis ben. In de winkel denk ik: ‘Ach, dat moet toch kunnen. Een zak drop in huis hebben zonder de inhoud direct te verorberen.’ En zolang de zak dicht is, lukt dat ook meestal. Maar er komt een moment dat de zak open gaat.

Vanaf dat moment heb ik geen rust meer. Het ligt er en het ligt er en ik weet dat het er ligt. Er is dan maar één oplossing: opeten. Maar soms zie nog een tweede oplossing: ik verstop de zak. Uit het oog uit het hart. En bij mij geldt: uit het hart, uit het hoofd.

En zo ontdekte ik onlangs toen ik de boekenkastbedstee schoonmaakte een halflege – sorry, halfvolle- zak pinda’s. Achter alle bundels van Kouwenaar. Wie wat bewaart heeft wat. Kouwenaar zou er een gedicht over schrijven. Ik -proleet- at wat pinda’s. Het beste was eraf.

U heeft een heel weekend voor de boeg. Lees de krant. Of liever: lees het gedicht dat Kouwenaar schreef over zijn bezoek aan Artis in de hongerwinter.

Gerrit Kouwenaar, Het blindst van de vlek

 

Meer advocaten zorgen voor meer advocaten

Onlangs was ik in het westen. NS-station Amsterdam Zuid om precies te zijn. Een troosteloos oord. Wat me er opvalt is de hoge advocatendichtheid. Ik zag vanaf het perron in elk geval drie giga kantoorgebouwen van advocatenfirma’s. Een veeg teken, dunkt me.

Wat ging er mis? Waarschijnlijk helemaal niets. Die advocaten hebben het gewoon heel slim aangepakt. De  advocaat van cliënt 1 maakt een contract met wat juridische spitsvondigheden. Daardoor heeft cliënt 2 ook een advocaat nodig. Die vervolgens weer een heel nieuwe advocaat nodig maakt. En dan gaat het hard.

Een goede tekstschrijver maakt een andere tekstschrijver overbodig. Een goede advocaat maakt een andere advocaat juist nodig. Wij tekstschrijvers moeten hier toch van kunnen leren.

Ik schreef ooit iets over taaltolerantie. Ik trek dat terug. Ik pleit voortaan voor een veel strikter taalbeleid. Ik pleit voor een zuiver Hollandsch dat 100 % correct is. En bij twijfel is er een taalrechtbank. Gaan we heerlijk uren discussiëren over taalzaken waar we nooit helemaal uitkomen. En de rekening? De klant. Maar die heet dan wel cliënt.

De wereld is een dorp

De wereld is tegenwoordig een dorp. Maar een dorp is veel groter dan je denkt. Onlangs schreef een lezeres mij over de geweldig leuke avond over historisch verantwoord koken in het dorpshuis van Leermens. Zelf kon ze er niet bij zijn: ze woont in Siradan, een piepklein dorpje in de Hautes-Pyrénées. Leuntje Aernoutse (de lezeres in kwestie) las over de avond in een blog van de Lizet Kruyff, de gastspreekster. Ik las de blog ook en dacht even, echt heel even: ‘Waarom weet ik hier niets van? Waarom vertellen ze mij ook niets?’

Irma, de uitbaatster van het dorpshuis, vertelde me later dat de avond een besloten bijeenkomst was van LTO Groningen. Ik ben van vrijwel alles lid maar nog niet van LTO. Het was dus mijn avond helemaal niet.

Maar wat een krankzinnige wereld. Ergens, diep verscholen in de Pyreneeën, in een prachtig boerderijtje met uitzicht op een dal, zit Leuntje en ze leest over een avond in het dorpshuis van het kleine dorpje Leermens, ergens diep verscholen in het Groningse platteland. Zij wist ervan.

Ik woon naast het dorpshuis. Ik wist van niets.

Lees de blog