Overwinter in Groningen

Overwinter (in Groningen)

Op mijn bureau ligt al een tijdje de folder ‘Overwinter’. Ik geef toe, het is wat dwingend gesteld maar u en ik worden hartelijk uitgenodigd om in Groningen te komen genieten van een warme winter. Ik weet het niet. Het is bijna 9 uur, het vriest-ijzelt-regent-dooit, de kippen zijn ondanks gerichte lichttherapie structureel van hun leg  en ik moet een kerstboom kopen. Ons huis heeft luiken aan de binnenzijde van de ramen. Dit is een dag om ze dicht te houden.

Eerlijk is eerlijk. De foto’s laten Groningen-stad op haar mooist zien. Feeërieke plaatjes van het Hoge der Aa en op de omslag een geheel geretoucheerd Groninger Museum. Wat ze er op de foto’s in de folder niet bij laten zien is de troosteloze derrie die achterblijft als het gesneeuwd heeft en er enigszins gestrooid is zonder dat het veel zoden aan de dijk zet.

Het komt hierop neer: ik was eigenlijk al aan de lente begonnen. Anderen troost ik door erop te wijzen dat vanaf volgende week de dagen al weer langer worden. Zelf weet ik wel beter. Het duurt zeker nog een maand voordat je daar wat van merkt. En tot die tijd niks dan mist, miezer en modder.

Mijn vrouw waarschuwde me vanmorgen toen ze de deur uit ging. ‘De stoep is glad’. En zo kom ik toch nog uit bij de koning van de lijdende vorm. Chapeau.

Immortelle XLIX

Wel menigmaal zei de melkboer
Des morgens tot haar meid:
”De stoep is weer nat”. Och, hij wist niet
Dat er ’s nachts op die stoep was geschreid.

Nu dat hij en de meid het niet wisten,
Dat was minder; — maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde
Dat was wel hard voor mij.

Piet Paaltjens

Waar is de actie?

Bij andere situaties wordt afhankelijk van de functionaris niet altijd een voorlopig rapport opgestuurd. De voorlopige rapporten die bij ons binnen komen worden visueel beoordeeld en op basis van de bevindingen in het rapport worden er bij individuele gevallen de noodzakelijke maatregelen genomen.

Vrijdag kon je bovenstaande zin lezen. De zin is nu al een klassieker in het Nederlands ambtelijk proza. En hij wordt de aanleiding voor een moeilijk stukje. Maar je kunt echt wat leren. Gewoon even opletten.

Wat is de lijdende vorm? De lijdende vorm is een grammaticale constructie. We maken die constructie met het hulpwerkwoord ‘worden’ en een voltooid deelwoord. Een voorbeeld:

(1) De hond wordt geslagen. [lijdende vorm]

De tegenhanger van de lijdende vorm is de bedrijvende vorm. In de bedrijvende vorm zou de zin kunnen luiden:

(2) Jan slaat de hond. [de bedrijvende vorm]

Je ziet: in de bedrijvende vorm is het grammaticale onderwerp van de zin (hier ‘Jan’) ook de handelende persoon. In de lijdende vorm ontbreekt meestal die handelende persoon. Soms is dat helemaal niet erg. Dan doet die handelende persoon er niet zo toe.

(3) Op de trouwerij werd tot diep in de nacht gedanst.

Nu de ambtenaren van afdelingen X en Y uit de nota waarmee ik dit stukje begon. ‘Bij andere situaties wordt … een rapport opgestuurd.’ Waar is de actie? Wie doet het? Jij en ik weten dat niet maar de schrijver en zijn doelgroep weten het vast wel. Laten we de afdeling die een voorlopig rapport stuurt ‘afdeling X’ noemen. Als we de lijdende vorm omzetten in de bedrijvende vorm krijg je dus:

Bij andere situaties stuurt afdeling X niet altijd een voorlopig rapport.

Wie beoordeelt de voorlopige rapporten? Inderdaad. Dat zijn ‘wij’. Dus:

De voorlopige rapporten die bij ons binnen komen, beoordelen we visueel.

En dan het derde deel van passage. Wie neemt de noodzakelijke maatregelen? Opnieuw: jij en ik weten dat niet. Maar laten we zeggen dat de ontvangers dat doen. Dan mogen we gewoon ‘wij’ gebruiken en staat er dus:

Op basis van de bevindingen in het rapport nemen we bij individuele gevallen de noodzakelijke maatregelen.

Echt, er zijn veel situaties waarin de lijdende vorm nuttig kan zijn. Maar hanteer de stelregel: check je zin als je het hulpwerkwoord ‘worden’ gebruikt. Hanteer je de lijdende vorm? Ja? Ga dan na of je de handelende persoon terecht uit beeld laat. Tien tegen een dat die handelende persoon dan alsnog opduikt.

Goedemorgen!

Bronnen
Burger en De Jong, Handboek stijl Noordhoff Uitgevers. Groningen, 2009. ISBN: 978 90 01 70965 5
Taaladviesdienst (de vraagbaak van de Nederlandse TaalUnie)

De lijdende vorm

Bij andere situaties wordt afhankelijk van de functionaris niet altijd een voorlopig rapport opgestuurd. De voorlopige rapporten die bij ons binnen komen worden visueel beoordeeld en op basis van de bevindingen in het rapport worden er bij individuele gevallen de noodzakelijke maatregelen genomen.

De lijdende vorm. Daar moeten we het ook nog over hebben. Het citaat hierboven komt uit een beleidsnota van een opdrachtgever. Overigens: ik heb het zwaar geanonimiseerd. Niemand hoeft zich zorgen te maken dat zijn inzending hier geleakt wordt.

Tijdens een training komt die lijdende vorm vaak aan de orde. Ik heb even gedacht dat als je deelnemers daar een keer op wees, ze die vorm beter en bewuster zouden kunnen gebruiken. Dat bleek niet het geval.  Hoe komt dat? Ik denk dat er drie oorzaken zijn. Ik leg nog niet goed genoeg uit wat die lijdende vorm precies is. Deelnemers zien nog onvoldoende hoe die lijdende vorm teksten volkomen “leegzuigen”. En ze kunnen niet meer anders: het is in het ambtelijke DNA gekropen.

Als ik het daarover heb met cursisten, vertel ik vaak het verhaal over de kooi met apen en de banaan. Ik las dat verhaal ooit in het boek van Tom Pauka en Rein Zunderdorp, ‘De banaan wordt bespreekbaar; cultuurverandering in ambtelijk en politiek Groningen’.

Omdat de postbodes staken, kocht ik een scanner.  Een pijnlijke bekentenis realiseer ik me. Profiteer ervan.

Inleiding ‘De banaan wordt bespreekbaar’

Daadwerkelijk letterlijk aan het werk

Soms hoor je een zegswijze of een woord waarvan je pas achteraf de ware kleefkracht ontdekt. Ik had dat met ‘daadwerkelijk’. Ik gebruikte het te pas en te onpas. Er gaat iets krachtigs vanuit, iets robuusts. Nog zo’n woord met een hoge plakfactor: ‘robuust’.

Gisteren hoorde ik in de uitzending van Pauw en Witteman iemand zeggen dat een werkgroep “letterlijk aan het werk gezet” wordt. ‘Letterlijk’. Ik geloof dat het staatssecretaris, sorry, minister De Jager was. Maar het kan ook de nieuwe baas van de KNVB zijn geweest. Wat stellen we ons daarbij voor?  Een groep mannen in pak, ze komen een duur conferentiecentrum binnen, lopen naar de vergaderzaal en leggen hun iPhones op tafel. Net als ze zichzelf een kopje koffie willen inschenken, komt onze staatssecr … sorry minister binnen en roept: “Ho, ho, heren. Waar denken wij mee bezig te zijn?” Hij duwt ieder een schoffel in de hand en stuurt ze de straat op. Letterlijk aan het werk. Dat schiet tenminste op.

Ondertussen duikt in de Volkskrant het dubbeledipspook op en moeten flexwerkers weer aan de slag. Waarom? Omdat ze wonderen verrichten voor de economie. Dankzij de zzp’ers konden bedrijven “relatief makkelijk meeademen met de conjunctuur”. We gaan dus maar letterlijk aan de slag: adem in, adem uit, adem …

Bij de Volkskrant krijgen ze er duidelijk plezier in

De d’s en t’s in werkwoorden

Gisteren klonk ik nog zo opgewekt. Niets aan het handje. Dan sla ik Onze Taal open, het maandblad van het Genootschap Onze Taal. Ik schrik van de kop: ‘Ontspannen over d en t’ Frank Jansen (Rijksuniversiteit Utrecht) onderzocht hoe erg we het vinden als we spelfouten in teksten zien. Dat valt wel mee.

Dat valt mij wat tegen. Ik moet het hebben (akkoord, gelukkig is het niet het leeuwendeel van m’n omzet) van trainingen over spelling. En bovendien: spelling staat voor aandacht. Aandacht voor je tekst. Aandacht voor je lezer. En misschien ook wel aandacht voor traditie. Maar feiten zijn feiten. En zaken zijn zaken. Jansen concludeert:

‘Het begint er dus zo langzamerhand op te lijken dat men moeite heeft om werkwoordfouten te onderkennen. Als men dat wel kan, let men er niet zo op. En als men er wel op let, hecht men er weinig waarde aan.’

Zakelijk gezien hoef ik me dus bij nader inzien geen zorgen te maken. Wie geen spelfouten maakt, vindt het niet zo erg dat een ander spelfouten maakt. Maar ja, de mensen die geen spelfouten maken, schrijven zich waarschijnlijk niet in voor een cursus ‘Correct Nederlands’  of ‘Uw Nederlands geüpdatet’. Dat is mijn doelgroep niet.

Mijn doelgroep bestaat uit mensen die bewust onbekwaam zijn. Zij voelen zich onzeker over de kwaliteit van hun spelling. Juist deze mensen leer ik hoe je het ’t kofschip gebruikt om de werkwoordvormen correct te spellen. En waarom je niet ‘zzp-er’ schrijft maar ‘zzp’er’.

Als ik Jansen goed begrijp, vinden zij dat na afloop van mijn cursus niet meer belangrijk. Daar kan ik mee leven. All’s well that ends well.

Op jam alleen kan een mens niet leven

De koffie pruttelt. Ik deed zojuist vier facturen in de brievenbus bij ons op het dorp. Ben ik tevreden? Ja, ik ben. En terwijl die koffie pruttelt is het misschien een mooi moment om u even een doorkijkje te geven in mijn leven als huisman. Dat is wat onderbelicht, tot nu toe.

Dat leven als huisman was sowieso de laatste weken wat onderbelicht. Ik had het gewoon druk met andere dingen. Werk. Maar al dat werk gaat wel ten koste van een ordelijk verloop van de dagelijkse dingen. De kippen bijvoorbeeld wachten al weken met smart op wat extra kunstlicht. Ze zijn in staking en ik betrek mijn eieren nu tijdelijk van elders. Tegelijk met de Sinterklaasaankopen kocht ik een tijdschakelaar. Morgen staan mijn kippen om 6 uur ’s ochtends op. Stofzuigen deed ik de afgelopen twee weken bijna niet. En de vetbollen die ik van Sinterklaas kreeg, moet ik nog ophangen. Koken schoot er wat bij in, ook omdat moeder de vrouw tijdelijk buitenshuis was. De kelder wordt leger en leger. Er staat nog genoeg jam maar op jam alleen kan een mens niet leven.

Iemand zei mij: ‘Je leidt zowat het leven van een gepensioneerde.’ Ja, dat is misschien wel zo, op dit soort dagen. Maar wij gepensioneerden vervullen een belangrijke rol  in de samenleving.

De koffie is klaar. Nog anderhalve banketstaaf te gaan.

Zit u goed?

U moest zich wel schamen. Ik krijg iedere week een overzicht van de meest aangeklikte items. Deze week was dat ‘Niet geschikt voor jeugdige lezers’. Met als goede tweede: ‘Mannen onder elkaar’.

Eerlijk gezegd, ik begrijp mijn lezers niet zo goed. Lastig, want hoe kan ik het u dan naar de zin maken?  De zoektermen waar dit weblog op gevonden word, helpen me niet erg. Lees even mee: ‘verbindingsstreepje nederlands, training breinleren, spelling wsw indicatie, trema verbindingsstreepje, nooitgedach leermens’.

Ik denk dat een Search Engine Optimalization Officer zich zorgen zou maken. Ik word gezocht op taal maar aangeklikt op … nou ja … ‘niet geschikt voor jeugdige lezers’. Dat betekent dat heel veel bezoekers compleet verkeerd zitten. Ik bied hen hierbij mijn excuses aan.