Het Paleis

Het Paleis in Groningen is een …ja wat eigenlijk? Ik begin voor het gemak andersom. In 1983 kwam ik voor het eerst in Groningen. Mijn toenmalige vriendin solliciteerde er bij de afdeling Fysiologische Chemie van de RUG. Dat was gevestigd in een groot, statig gebouw waar het rook naar scheikundelokalen. Maar soms ook naar boerenkool omdat je daar zo mooi lipides uit kunt halen. En naar stallen. Mijn toenmalige vriendin kwam, zag en overwon. En we bleven.

We zijn 27 jaar verder. Het laboratorium heeft ondertussen jaren leeg gestaan. En toen is het omgetoverd tot een … oké, een centrum. Of zoiets. Laat ik zeggen wat er is: een brasserie, een hotelletje, tientallen ateliers, galeries, een uitgeverij, woningen, werkplekken voor artistieke types, vergaderzalen, een conferentiezaal en een laboratorium waar ze 3D-dingen kunnen printen. Ik kom er met enige regelmaat en word iedere keer getroffen door het enthousiasme, de creativiteit en de gedrevenheid. We kwamen er ook afgelopen zondag. Het Paleis was het startpunt van een wandeling door de stad langs ateliers van vormgevers en kunstenaars.

Bij de entree stond een enthousiaste jongen die als een volleerd marktkoopman ons voorspiegelde wat we allemaal konden zien. En eenmaal binnen lieten kunstenaars ons gevraagd en ongevraagd zien wat ze maakten en hoe ze dat deden. Mijn huidige vrouw, weer terug in haar oude werkplek, kreeg een stoomcursus werken met een 3D-ontwerppakket. We kochten bijna een kapstok van 4 meter hoog, twee bijzettafels waar we niets mee konden en een groot schilderij. Waarom? Omdat het werk mooi was en de kunstenaars er zo enthousiast over vertelden.

Het Paleis is echt een nieuw laboratorium geworden. Een laboratorium waarbij men de transfer naar de samenleving serieus neemt. Een laboratorium waar men dingen onderzoekt, probeert, maakt en aan de man brengt. Ik vind het geweldig. Wie van kunst wil leven, moet kunst willen verkopen.

Kijken? www.hetpaleisgroningen.nl

Supertyfoon Megi houdt huis in Filipijnen en trekt naar China

Je leest hierboven een kop uit de Volkskrant van vandaag. Ik moest er echt goed naar kijken. Waarom kwam het me zo vreemd voor? Een tyfoon  kan inderdaad behoorlijk huishouden. Is het een kwestie van een scheidbaar of onscheidbaar werkwoord, je weet wel: stofzuigen en zuigt stof? De schrijfwijzer van Renkema helpt me niet verder. ‘Huishouden’ is geen onscheidbaar werkwoord, zoals ‘plankzeilen’ of ‘stofzuigen’.

Maar toen bladerde ik terug (ik begin bij de sport en lees dan mijn weg terug naar het echte nieuws) en las ik het verhaal over het dubbele paspoort van onze spiksplinternieuwe staatssecretaris Marlies van Zanten Veldhuijzen-Hyllner. Houdt zij haar Zweedse paspoort? Dus dát staat er: Megi houdt haar huis in de Filipijnen aan. Je weet immers maar nooit.

Ik moet aan het werk. En dan lees ik nog dat de vicepresident van China, Xi Jinping, benoemd is in de Militaire Commissie van China. Lucky bastard. ‘vicepresident’? Moet dat niet zijn ‘vice-president’?

En zo is een dag snel voorbij.

 

Oogst

De uien zijn aan de beurt.

Stel je voor: een akker ter grootte van 20 voetbalvelden. De zon schijnt zachtjes. Ver weg zie je twee tractoren rijden De voorste heeft een soort ploegje waarmee hij de uien heel voorzichtig naar boven woelt. De uienstengels zijn al lang ter ziele. Je ziet dan ook nauwelijks verschil tussen het land vóór de eerste tractor en erachter. Alleen het keurige strookje met uien dat de eerste tractor achter zich laat. Alsof iemand ze er net heeft neergelegd. Schuin achter de eerste tractor rijdt een andere tractor met een laadbak. De tractor is voorzien van een roterende grashark waarmee hij de uien op een lopende band veegt. Zo vlijen de uien zich knus in de laadbak.

De uienwagens rijden af en aan. Nu is het vooral mooi. De zon schijnt. De grond is los en doet haast wat zanderig aan. Later vandaag “willen ze regen”. Dan zorgen de uienwagens voor een dikke laag spekglad modder op de weg. Stel je voor: schemer, regen, modder op de weg en dan die allesdoordringende uienlucht. Herfst. De tranen springen je in de ogen.

Waarom ‘geüpdated’ fout is

In het kort de regels over de spelling van werkwoorden van Engelse herkomst.

update

Ik verzorg met enige regelmaat trainingen over spelling. En dan verbaas ik me over mezelf. Ik ben geen pietje-precies. Integendeel : ik ben misschien wel een beetje slordig. Maar zo’n spellingstraining is gewoon leuk om te doen. Waarom? Vooral omdat het zo’n hoog kruiswoordpuzzelgehalte heeft. En ook wel omdat telkens weer blijkt dat er meer orde zit in de wirwar van spelregels dan je op het eerste gezicht zou denken. Geruststellend.

Het werkwoord ‘updaten’ bijvoorbeeld. Cursisten ervaren dat als een Engels werkwoord. Ik -frik- corrigeer hen. Nee, het is een Nederlands werkwoord van Engelse herkomst. Engelsen zeggen immers ‘to update’. Spijkers op laag water, zie je mensen denken. Dat verandert als ik ze laat zien hoe je de voltooide tijd spelt: geüpdatet. Immers: de stam van ‘updaten’ is [update]. Je plaatst er ‘ge’ voor (en zet dan een trema op de ‘u’ want anders staat er ‘eu’) en een ‘t’ achter. De klank van de stam eindigt namelijk op een harde plofklank die in ’t kofschip staat.

Er zijn taaie rakkers die dat nog steeds gewoon fout vinden. Wat je ook beweert en wat je ook uitlegt. Zo ook de medewerker van de Facilitaire Dienst die de richtingaanwijsbordjes maakte voor mijn training ‘Je Nederlands geüpdatet’. Hij schreef ‘Je Nederlands geüpdated’.

En geen haan die ernaar kraaide.

Ons genoegen

De laatste dinsdag van de maand –het is een principeafspraak- vergader ik met het bestuur van de Groningse klaverjasvereniging Ons genoegen. Ons Genoegen telt 4 leden die het allemaal tot bestuurslid hebben geschopt. De vereniging is opgericht in 1997. Je kon niet zomaar lid worden. We kenden een vrij zware vorm van ballotage. En klaverjassen met meer dan vier mensen gaat niet. Dus het ledenbestand is stabiel.

De vergaderingen gingen vroeger gepaard met een beetje eten, een beetje drinken, een beetje klaverjassen en veel praten over onze gezamenlijke werkgever, een groot ziekenhuis in het noorden van het land.

Inmiddels is iedereen uitgevlogen. Maar we blijven stug vergaderen. Veel gekaart wordt er niet meer. Het eten wordt belangrijker, de wijn wordt duurder en mijn trein gaat inmiddels al om 22.30 in plaats van 0.30. En de gesprekken nemen vaak een heel andere wending. Iemand gaat scheiden, iemand gaat trouwen, iemand gaat scheiden, iemand gaat weer samenleven en iemand vraagt zich af wat hij verder moet met z’n leven. Eigenlijk vrij voorspelbaar, dat wel.

 

Hier en daar een opklaring

Het Groninger land is de afgelopen weken opgesierd met talloze zeecontainers vol kunst. Ze stonden er wat verloren bij, die containers. Aangespoeld. Alsof een vrachtschip zijn lading heeft verloren. Gelukkig was het beleid.

Op zaterdag en zondag gingen de deuren van de containers open en zetten zich een of twee vrijwilligers op een keukenstoel in of voor de container. Een kan koffie naast zich en vaak met een pakje stroopwafels en een krant of tijdschrift. In de container hing of stond kunst. En Nederland fietste er langs. Vanuit mijn werkkamertje had ik een prachtig uitzicht op de container bij onze ijsvereniging Nooitgedacht. Je moet je voorstellen: zo’n 100 jaar geleden is een kwart van de wierde van Leermens afgegraven. De vruchtbare wierdegrond ging naar Drenthe en en het gat dat restte is ’s zomers een weiland voor schapen en ’s winters een plas water voor eenden. In bevroren toestand dient de plas als ijsbaan.

Maar nu staat daar dus die container. Tussen de schapen. Het miezert en het is koud. Treurigheid troef. Je zult er maar zitten, denk ik dan bij m’n eigen. Dan hoor ik weer een colonne opgewekt babbelende fietsende kunstminnaars. Sommigen met paraplu, anderen met een stevige Agu-regenjas. Alsof het niet regent. Alsof het niet koud is. Ze fietsen van Eenumerhoogte naar Leermens naar Godlinze via Zeerijp naar … Ik weet het niet. Maar pal boven die eenzame containers met hun eenzame gastvrouwen en gastheren gaat de zon weer schijnen.