Alles kon

Jaren geleden werkte ik als communicatieadviseur bij het academisch ziekenhuis in Groningen. Daar had men een skillslab gebouwd. Zo’n skillslab bestaat uit een aantal leslokalen met oefenpoppen die volgepropt zijn met hightech. Al die metertjes en microchips zorgen ervoor dat je veilig kunt leren intuberen, injecteren, infuus aanleggen, beademen, bevallen, reanimeren en andere handelingen die je net zo lief niet op een echte patiënt of vrijwilliger oefent. Je begrijpt, zo’n skillslab kost een vermogen en moet gewoon de hele dag  van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat vol zitten met oefenende dokters, verpleegkundigen en al diegenen die daarvoor in opleiding zijn. Dat was niet zo.

En dan heb je gelukkig iemand van Communicatie die middels een folder het skillslab onder de aandacht kon brengen. We maakten schitterende foto’s, we schreven een flitsende tekst en we maakten een mooi ontwerp. En we bedachten een kop.  Die luidde ‘Alles kan’.

Alles kan. Ik vond het mooi. Kort, krachtig, wervend. Maar de professionals vonden het niks. Want er was nog heel veel wat niet kon. Ze wilden dat met liefde even voor mij op een rijtje zetten… Hun grootste zorg was wat de collega’s in het land zouden zeggen. Alles kan? Mocht je willen!

Copywriting is niet zo gemakkelijk als het lijkt. Brutaal schrijven is een kunst. Maar je tekst vervolgens verkopen aan de opdrachtgever ook. Gelukkig heb ik die keer voet bij stuk gehouden en ging men uiteindelijk akkoord. Een paar maanden later lanceerde de Staatsloterij een nieuwe slogan. Alles kan.

We schrijven het jaar 1998. Het was de tijd van de onbegrensde mogelijkheden.

Een van de patiëntsimulatoren

Even reclame: Copywriting is moeilijk. Niet voor niets organiseren we in Groningen op 4 maart een workshop ‘Copywriting binnenstebuiten‘.

De school met de drukpers

Vandaag is mijn moeder jarig. Ze was onderwijzeres. Misschien moet ik wel zeggen: ze is onderwijzeres. Als ik haar loopbaan terugspoel, was de tijd aan de Weerenschool in Amsterdam-Noord misschien wel de mooiste. Dat kan ik alleen maar beoordelen aan de manier waarop ze over die tijd spreekt. Ik vraag het haar vandaag.

Toen zij er les ging geven, bestond de school nog maar kort. Het was een Freinet-school. in die tijd heette dat ook wel ‘School met de drukpers’. Lesmateriaal kocht je niet, lesmateriaal maakte je. Rekenen en taal waren belangrijk. Maar muziek ook. Natuurlijk, meesters en juffen gaven les. Maar kinderen leerden ook veel van elkaar. Of van hun eigen vaders en moeders die op school kwamen vertellen over hun werk. Aardrijkskunde begon bij huis. En iedere dag of iedere week maakten de kinderen een krant. Daarin schreven ze over wat ze hadden geleerd en wat ze hadden meegemaakt.

Ik kan niet zo goed beoordelen of die aanpak nu gemeengoed is geworden. Het zou maar zo kunnen dat er tegenwoordig schoolklassen zijn die dagelijks een blog schrijven. Schrijven is natuurlijk een geweldige manier om leerervaringen te ordenen en te bestendigen. En geloof maar: samen zo’n drukpers klaar maken is een karweitje waarvan je goed leert samenwerken.

Mijn moeder genoot volgens mij van het nieuwe, van het pionieren. Maar ik geloof dat ze vooral genoot van de organische aanpak van het onderwijs. Van de vanzelfsprekende manier waarop de kinderen en hun familie centraal stonden.

Mijn moeder was onderwijzeres. Dat had ook een andere kant. Ik weet nog (we hebben het over Amsterdam Geuzenveld om en nabij 1964) hoe ze een wildvreemde jongen die op straat vervelend was geweest vanaf het balkon aan de Jan van Duivenvoordestraat naar boven riep. In die tijd kwam zo’n jongen dan ook. Mijn moeder zette hem in de hoek. Over daadkracht gesproken.

Middenstand

Ach ja – heimwee naar vroeger.

Toen wij in 1989 in Leermens kwamen wonen, telde het dorp al nauwelijks meer middenstand. Ja, je had slager Blokzijl. We eten al jaren nauwelijks vlees. Dat was in die tijd niet veel anders. Maar goed. Ik kwam er wel eens. Meestal op maandag. Dat was in die tijd mijn vrije dag. Ik herinner me dat ik er een keer was en dat hij ‘nee’ moest verkopen. Het vlees was op. Pas ’s middags was er weer nieuw vlees. Dat zag je ondertussen al wel hangen, achterin de zaak, in de vorm van een groot karkas. Andere middenstanders waren er eigenlijk niet. Leermens kende nog een houthandel op Lutjerijp, twee garages, enkele kunstenaars en Tjip de clown.

Nu is het aantal middenstanders eigenlijk alleen maar groter. Akkoord, vlees kun je in Leermens niet meer krijgen. Maar verder kun je hier terecht voor al je auto’s, hout, kunst, feestredes, ict, coaching, aannemerij, timmerwerk, communicatieadvies en briljante teksten en natuurlijk: clownerie.

Je begrijpt niet dat het niet wat drukker is.

Middenstand in Leermens:

Veel gestelde taal vraag

De meest gestelde taalvraag van 2010 betrof de spelling van, jawel, ‘te allen tijde’. Ik begrijp dat die vraag veel mensen uit de slaap houdt. Maar voor een taaltrainer is het zuur. Ik mag wel zeggen: heel zuur. Ik doe soms met groepen een quizje waarin ik twee teams telkens een oud en ambtelijk woord voorleg waar ze binnen 3 seconden een fatsoenlijk alternatief voor moeten bedenken. Allengs voer ik het tempo dan wat op: de 3 seconden worden 2 seconden en bij kleine groepen wordt het zelfs 1 seconde. De uitdrukking ‘te allen tijde’ hoort bij het Nederlands waarvoor vrijwel iedereen binnen 1 seconde een alternatief heeft.

Maar het gaat mij eigenlijk om iets anders. Het persbericht dat de Taalunie opstelde, werd opgepikt door de Volkskrant. De kop luidde: ‘De meestgestelde taalvraag van 2010’. Zo’n kop kost mij zeeën van tijd. Voor ik het weet ben ik een uur verder en geen steek wijzer. Is het ‘meest gesteld’ of ‘meestgesteld’? En ‘veelgesteld of veel gesteld’. De Volkskrant weet het in ieder geval ook niet. Als je op de knop ‘veelgestelde vragen’  drukt, krijg je de rubriek ‘veel gestelde vragen’.

Het al dan niet aaneenschrijven blijkt in de witte en de groene spelling verschillend te zijn. De officiële groene spelling schrijft  het los. De witte spelling, ontwikkeld door het Genootschap Onze Taal en gehanteerd door o.a. enkele grote dagbladen en de NOS, schrijft het aaneen.

Heerlijk. We leven in een land waar iedereen z’n eigen spelling kan bedenken. Ik zou zeggen: kies ten alle tijden voor vrijheid blijheid.

Lees het persbericht van de Taalunie

Half twaalf, schaften

Op werkdagen (dus ook op zaterdag) luidt de klok van de Donatuskerk langdurig rond half twaalf. Het is tijd voor de schaft. Het gelui is in de verre omtrek te horen. Leermens ligt op een wierde en dan draagt een klok ver. Ik stel me voor hoe, niet eens zo lang geleden, deze klokken het sein gaven om je gereedschap neer te leggen en op huis aan te gaan.

Het was in de tijd dat dit dorp zijn eigen winkels had. Het was in de tijd dat het dorpshuis nog café Star heette en je er iedere avond terecht kon voor wat jenever of een glaasje bessen. Het was in de tijd dat er overdag mensen op straat waren en kinderen knikkerden voor de school, hier schuin tegenover.

De regio krimpt. De school is allang weg. En winkels zijn er niet meer in Leermens. Het schijnt dat ik pal bij de grootste bouwput van Nederland woon maar in Leermens kan ik overdag in m’n oudste joggingbroek de lege flessen naar de glasbak brengen zonder dat een mens me ziet. Ik dwaalde gisteren wat door de boekenkast en kwam het boek van Geert Mak tegen: Hoe God verdween uit Jorwerd. Ik denk dat God er nog wel is maar dat-ie zich gedeisd houdt.

Leermens is niet eens zoveel kleiner dan vroeger. Het is vooral veel stiller. En die klokken om half twaalf? Die maken het alleen maar stiller. Niemand komt de bult op voor de schaft.

De plakfactor

De 5 best gelezen berichten op NU.nl anno 10 januari 2011:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  3. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  4. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran
  5. Politie Mexico vindt vijftien onthoofde lichamen

Diezelfde dag, een paar uur later:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Getuige parachutemoord stort zelf neer
  3. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  4. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  5. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran

Dit is het. Dit zijn we. U en ik. Dit is wat ons interesseert. Krankzinnige toevalligheden en gruwelijke gebeurtenissen. Met de hand op m’n hart: ik persoonlijk heb geen van deze links aangeklikt. Maar ondertussen bekijk ik (en velen met mij) de naarste moorden op de BBC en geniet ervan.

De gebroeders Dan en Chip Heath schreven een erg Amerikaans maar ook erg aardig boek: De plakfactor. Het is van 2007 maar ik vond het interessant. Ze laten daarin zien hoe je ervoor kunt zorgen dat je idee echt over het voetlicht komt en dat het daar blijft plakken. En eigenlijk is dat heel simpel. Zorg voor een eenvoudig, onverwacht maar geloofwaardig verhaal dat je met gevoel vertelt. Hoe mensen van een nier worden beroofd, bijvoorbeeld. Of hoe een tienjarig meisje een vliegtuigongeluk overleeft.

Wilt u een moeilijke regeling uitleggen? Begin met een verhaal over een situatie waar uw regeling voor bedoeld is. Maak het eenvoudig, onverwacht en geloofwaardig. Vertel het met gevoel. U zult zien: uw regeling is niet meer uit de hoofden van uw publiek weg te slaan. Hoewel, ik zag net nog een aflevering van Silent witness…

Het concrete nu van deze dag

Ik ben verschrikkelijk taaltolerant – je weet het inmiddels. Maar je mag je af en toe best even vrolijk maken over onbedoeld wonderlijke taalstaaltjes.

Gisteren kreeg ik een uitnodiging voor een feestje in  een prachtig 19e eeuws Gronings landhuis. De jarige job in spe stuurde er ook een link bij naar de website van het betreffende etablissement. Een van de uitbaters schrijft: ‘U kunt bij ons de tuin bezoeken of slapen in het gastenverblijf en een schoonheid beleven van weleer in het concrete nu van deze dag. Uitdragen van Groningse cultuur is daarbij een van mijn passies.’

Ik kan een schoonheid van weleer beleven in het concrete nu van deze dag. Waarbij de eigenaar dan ook nog eens de Groningse cultuur uitdraagt. Zin in.