Jij ook hier?

Ik geloof dat ik het kan, groeten in het Gronings. Niet dat ‘moi’ of ‘oant moarn’ van de televisie. En ook mijn ‘gojdaag’ klinkt waarschijnlijk minder Gronings dan ik zelf denk. Nee, het gaat mij om de geluidloze groet vanuit de auto of vanaf de fiets.

Je kunt je voorstellen dat als je elkaar niet kunt verstaan (de een zit in de auto, de ander fietst) je even zwaait. Of de hand op steekt. Dat is in Groningen te uitbundig. Het moet ingetogener.

Een instructie.

Je ziet het tegemoetkomende verkeer van ver aan komen. Je hebt dus alle tijd om je voor te bereiden. Zodra je elkaars gezicht zou kunnen zien, houd je het hoofd ietwat voorovergebogen. Vervolgens beweeg je het hoofd licht naar boven waarbij je je wenkbrauwen iets optrekt, alsof je verbaasd bent, ‘Jij ook hier?’ En tegelijkertijd maak je met je rechterwijsvinger een opwaartse beweging. Niet te veel maar ook niet te weinig. Twee tot drie centimeter: dat komt niet zo precies.

Mist

Wie van Groningen naar Leermens rijdt, neemt bij Eenum de Schansweg. Je gaat dan eerst linksaf, een smalle weg langs het Eenumermaar. Na zo’n 200 meter maakt die weg een scherpe bocht naar rechts. Je steekt dan het maar over en rijdt de Eenumerhoogte op. Zo’n 200 meter na de Eenumerhoogte maakt de weg een scherpe bocht naar rechts en even later weer een scherpe bocht naar links. Als je dan aan je linkerhand het Leermstermaar hebt, maakt de weg nog een flauwe bocht naar rechts. Om het centrum te bereiken moet je dan linksaf de brug over. Pas op voor verkeer van links: automobilisten kunnen je niet zien. Na zo’n 200 meter sta je dan op de Leermster bult. De rit vergt op de fiets of met de auto zo’n 3 minuten.

Tenzij het mistig is. Of tenzij er geoogst wordt. We hebben de aardappels en de uien gehad. De wortels zijn nu aan de beurt. Langs de weg ontstaat deze dagen een soort hutspot, fijngestampt door auto- en tractorwielen en aangemaakt met modder. En echt waar: je ruikt hutspot. En die hutspot zorgt, zeker met wat regen, voor een parcours waar Hennie Stamsnijder heel gelukkig van zou worden.

Tenzij het mistig is. Want dan wordt zelfs Hennie hier niet blij. Als het mistig is, kun je je erg alleen voelen. Borden zijn er nauwelijks: die zouden het landbouwverkeer ernstig belemmeren.

Jaren geleden vierde mijn zoontje zijn verjaardag. Het mistte. Vaders en moeders uit Stad kwamen per auto hun kroost ophalen. Een barre tocht was het. Een moeder was in tranen. In konvooi zijn ze weer richting Groningen vertrokken. We hebben nooit meer iets van hen gehoord.

 

beveiligings verbetering protocol

Visa mailde mij dat er met mijn onlinebankieren iets helemaal mis dreigt te gaan. Gelukkig hadden ze ook een ook een link bij gedaan. Als ik daarop klik, komt alles goed. Jammer was wel dat Visa nogal wat spelfouten had gemaakt in hun mail. Dus tja, dan klik ik niet.

De mail luidde:

Tijdens onze gebruikelijke beveiligings verbetering protocol, waar wij meerdere login poging fout tijdens het inloggen op uw online bank rekening genomen. Wij hebben geloofd dat iemand anders dan u probeert toegang tot uw account, om veiligheids redenen we tijdelijk hebben opgeschort uw account en uw toegang tot online bankieren beperkt is. Wij verzoeken u om de paar minuten uw account bijwerken, dit niet zal leiden tot account vergrendeld.

De mail laat mooi een belangrijk verschil zien tussen de Nederlandsse spellingsregels en de Engelse. In het Nederlands schrijven we samenstellingen aan elkaar. In het Engels niet. Wij schrijven bijvoorbeeld ‘beveiligingsverbeteringprotocol’ en ‘log-in-poging’ of zelfs ‘loginpoging’ maar het liefst natuurlijk ‘inlogpoging’. En ook ‘veiligheidsredenen’ en ‘onlinebankieren’.

Pas als de leesbaarheid in de knel komt, plaatsen we een streepje. Een koppelstreepje noem je dat, om aan te geven dat de woorden bij elkaar horen. Dus ‘centraleverwarmingsketelreparatie’ kan misschien nog maar ‘centraleverwarmingsreparatiefactuuroverzicht’ wordt moeilijker. Een print van zo’n overzicht is een ‘centraleverwarmingsreparatiefactuuroverzichtenprint’. Plaats zelf een streepje.

Uitzicht op een vaste aanstelling

Eerst wat anders – de Sint Maarten-score. Het waren drie kinderen en één moeder. Ze hoorden bij elkaar. Toen ik een schaal zocht om al mijn snoep in te draperen, zag ik ook nog van die oranje en rode slangetjes van Albert Heijn voor bij het WK. Die deed ik toen ook maar in de schaal. Zelden een kind zo blij gemaakt! ‘Wat leuk!’ zei de oudste zoon oprecht verheugd. Ze kozen alledrie voor zo’n stuk ijzerdraad met wol eromheen. De snoep is voor ons.

En dan nu die personeelsadvertentie. Zo heel af en toe lees ik (ook op lichte instigatie van mijn werkende vrouw) personeelsadvertenties voor een echte baan. Maar ik kan er ook niets aan doen. Ik word al snel afgeleid door de tekst. Ik weet niet meer van wie dit gouden aanbod afkomstig is. Er staat onder het kopje ‘Wij bieden’

een tijdelijke aanstelling voor de duur van 1 jaar, met uitzicht op een vaste aanstelling

Het is een beetje flauw. Maar ‘tijdelijk’ is hier wat dubbelop. De tekst moet natuurlijk luiden: ‘Een aanstelling voor de duur van 1 jaar’. Maar door het woordje ‘tijdelijk’ in combinatie met dat starre, afgemeten ‘1 jaar’, krijgt het tweede deel van de zin iets troosteloos.  Natuurlijk, het zijn vertrouwde woorden maar “losgezongen” kunnen ze ook zomaar poëzie zijn. ‘Een tijdelijke aanstelling voor de duur van 1 jaar’ Hoe tijdelijk is een jaar? En al die tijd dat tijdelijke uitzicht op een vaste aanstelling? Wat doet dat met een mens?

De vacature herinner ik me niet meer.

Mien lutje lanteern

In Leermens is het Sint Maarten. Elders trouwens ook. Maar lang niet overal. In Utrecht bijvoorbeeld. Daar wordt dit feest niet gevierd. Althans, tot 1983 toen ik er wegging. We verhuisden dat jaar naar Groningen. En hoewel ik als jongetje jaren in Amsterdam-Noord woonde (waar Sint Maarten groot gevierd wordt, althans tot 1972 toen ik er wegging) overviel het me: ‘11 november is de dag’. Maar wij hadden niets in huis. Mijn toenmalige vriendin had net haar eerste baan. En ik studeerde nog. Wisten wij veel.

We woonden in een kinderrijke nieuwbouwbuurt dus Sint Maarten was een groot feest. Nadat we eenmaal ‘nee’ moesten verkopen aan een grote groep zingende kinderen voor de deur en we nog veel meer lampionnen in het donker op ons huis zagen afkomen, hebben we het licht uitgedaan. Op de grond zittend, het bord op schoot, keken we stiekem het A-team.

Jarenlang hoefden we er niet meer aan te denken: onze zonen kwamen van school met de prachtigste lampionnen. De eerste keer loop je mee. Je staat wat besmuikt schuin achter de zingende kinderen en probeert bij het uitdelen van het snoep niet te zeggen ‘Wat zeg je dan?’. Maar leuk is anders. De tweede keer ging Rick mee, de zoon van onze oppas. En de volgende keren gingen ze alleen. Maar het was natuurlijk ook gewoon feest. Stel je voor: twee hummeltjes, dik ingepakt, die –hoewel in hoog-Hollands opgevoed- in prachtig plat Gronings ‘Mien lutje lanteern’ zingen.

In de loop der jaren verloor het feest z’n onschuld. Vooral Freek pakte Sint Maarten zakelijk aan. Met wat vriendjes trokken ze de regio door. Ze begonnen op tijd, aten om 18.00 uur erwtensoep bij Jannie in Eenum, en gingen dan nog een flinke tijd door. Ik zette dan in de keuken de weegschaal klaar. Kilo’s werden er “opgelopen”. Een afzichtelijke berg met het gruwelijkste snoep.

En nu? Groningen vergrijst. Ik koop nog steeds een paar zakken twixjes en nutsjes maar blijf er steeds vaker mee zitten. Vorig jaar kwam er niemand. Stel je voor: de lampen branden, twee vijftigers met drie zakken chocoladereepjes. Op de bank. De wereld draait door.

Nederlands kan zoveel beter: les 1

‘Meisje van 6 skate 14 maanden’. Dat is de kop waarmee de website dumpert.nl (mijn zoon is een dagje thuis) een filmpje introduceert over een meisje van 6 dat inderdaad de sterren van de hemel skatet.  Ik juich het toe dat we Engelse woorden opnemen in onze taal. Taal is iets levends. Geen hekken om onze woordenschat alstjeblieft. Maar als we nieuwe woorden opnemen, laten we dat dan goed doen. Dus vandaag de eerste les in de serie Nederlands kan zoveel beter. Zeg maar: een inburgeringscursus voor vreemde woorden.

‘De storm raast om het huis.’ Het hele werkwoord is ‘razen’. De stam van dat werkwoord is [raas]. ‘De storm’ mag je voor het gemak even vervangen door ‘hij’.  En dan hoor je het onmiddellijk: we schrijven stam + t. Dus: ‘hij raast’.

Nu dat meisje. ‘Meisje van 6 skate….’ Het hele werkwoord is ‘skaten’. Wat is de stam daarvan? Dat is niet zo moeilijk: [skate]. Want als je [en] eraf haalt, staat er [skat] en dat spreken we niet uit als [skeet].

Welnu: We vervangen ‘Meisje van 6’ voor het gemak even door ‘zij’. De regel kennen we inmiddels. We vervoegen de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd als  stam + t. Ergo: ‘Meisje van 6 skatet 14 maanden’

Weer wat geleerd.

Evalueren

Het blijft een moetje, evalueren. Je weet wel, dat laatste kwartiertje van de training. Het is klaar. Je bent moe. Gevoelsmatig heb je je jas al aan en ben je op weg naar huis. En dan moet er nog geëvalueerd worden. Het hoort erbij. Je wilt niet lullig doen dus allee, je gaat er nog even voor zitten. Als je pech hebt, krijg je een formulier met open vragen. Of erger nog, moet er gepraat worden.

Als kleine zelfstandige kan ik gelukkig m’n eigen gang gaan. En ik kan die zucht waarmee de evaluatieformulieren worden ingevuld goed voorstellen. Bij trainingen in eigen beheer volsta ik daarom tegenwoordig met de vraag ‘Heb je nog tips voor me?’ Mensen geven nu eenmaal liever tips dan dat ze beoordelen. Het beetje energie dat in de groep over is, richt je op iets positiefs. Veel dankbaarder.

Hoe kom ik hier op? Pure verbazing. Ik dacht namelijk dat mensen niet graag evalueren. Niet dus. Ik lees zojuist dat het kabinet-Rutte in de ogen van 60 % van de Nederlanders het niet zo goed heeft gedaan. Ons Mark regeert drie weken maar de resultaten vallen tegen… Ik heb het niet zo op ons Mark, ik heb het niet zo op zijn kabinet. Maar nu heb ik het ook niet zo op 60 % van de Nederlanders.

Ik ga steeds meer m’n eigen gang. Ik word steeds zelfstandiger. En voortaan begin ik met evalueren.