3,2

Over de bevingsellende in Groningen schrijf ik nog maar weinig. Niet omdat het een “Ver van m’n bed-show” is maar omdat het zo intens triest is. En intens onrechtvaardig. Intens schaamteloos ook.  En vooral: zo intens hopeloos.

Vannacht raasde er opnieuw een beving van 3,2 door Groningen. Opnieuw in de voormalige gemeente Loppersum.

Je zult er maar wonen. De onmacht. De woede. De frustratie. Het verdriet. Niet weer, niet weer, nee, niet weer.

Moet je je voorstellen: het Dagblad van het Noorden meldde juist vandaag in de papieren krant dat over 2 jaar duidelijk is of je woning moet worden versterkt of niet. De eerste klap was 9 jaar geleden. De klappen voor die datum tellen niet eens mee. En eind 2027 zijn dan de woningen versterkt of gesloopt. Dat belooft althans de NCG dus dan komt het vast goed. Ja, en weer kruipt cynisme m’n zinnen in.

Toen we in Leermens woonden zette mijn vrouw haar schoenen op een vaste plek onder het bed, de punten naar voren, een ochtendjas onder handbereik. Bij een forse beving kon ze dan snel het huis uit.

Prijs de dag

‘Geen dag is hetzelfde.’ Zo prijst een bedrijf zich vanochtend bij me aan. Ik pas. Ik houd te veel van de dagen die ik blindelings leef.

Zo’n dag waarop je op de tast je kleren aantrekt, als vanzelf de ontbijtspullen klaarzet, je vrouw de koffie aanreikt – een “no-look-pass” – precies op het moment dat ze daaraan toe is, de afwasmachine met speels gemak uitruimt en inruimt en achter je computertje kruipt. Zo’n dag die alleen verstoord wordt door een slecht openende jampot of een controlebezoekje aan de tandarts. Zo’n dag waarop je ’s morgens al weet wat er ’s avonds gebeurd is.

Ik bof. Zo’n dag lijkt het te worden. Zo’n dag lijkt het te zijn. Maar ik weet: prijs de dag niet voor het avond is. Ik heb bijvoorbeeld een nieuwe stofzuiger gekregen. Je weet maar nooit wat dat teweeg brengt.

Mien lutje lanteern

Bij de opvang maakte Lasse een prachtige lampion. Apetrots kwam hij er vanmorgen mee aan. De lampion zorgde voor een permanente staat van opwinding. Maar pas tegen half 5 werd het echt donker. Eindelijk. Eindelijk konden we op pad. Twee buren zouden we doen.

Eerst gingen we naar de buren pal naast ons.

Eenmaal buiten sloeg de popel om in onzekerheid. Die onzekerheid sloeg al snel om in een aan angst grenzende verlegenheid en die dreigde om te slaan in rechtsomkeert. Maar na enig beraad moest ik toch maar aanbellen. Daar sta je dan. Prachtige lantaarns aan weerszijden van de deur, de gang verlicht. Buurvrouw en ik zakten door de knieën. We keken Lasse verwachtingsvol aan.

Het knaapje zweeg. Stilte.

‘Samen zingen’ besloten we. Hij deed zijn best, ik deed de mijne, en ook buurvrouw zong niet onverdienstelijk mee. Samen kwamen we een heel eind. Hij koos een doosje Smarties. Maar de spanning eiste zijn tol. Hij ging niet nog naar de andere buurman.

Eeenmaal thuis bij papa en mama had hij toch de smaak te pakken. Ik had er graag van een afstandje naar gekeken. Op de foto ziet u wat je kunt oplopen als je even je best doet als driejarige kleuter.

Ik keek. In 2027 valt Sint Maarten voor het eerst weer op een donderdag. Tegen die tijd mag je niet meer langs de deuren. Wat een rust daalt er dan over het land.

Mijn tijd

In de sportschool is het stil. Tot 20.00 uur zou er iemand van de leiding moeten zijn maar de jongeman in kwestie houdt het om kwart over 7 voor gezien. Ik begrijp hem wel een beetje. Hij heeft 3 klanten. Veel meer worden het er niet.

‘Doet u straks de tv uit?’ vraagt hij zorgzaam en zuinig.
Ik sta op de crossfitmachine, puf, knik en puf door. Er zijn nog 2 jongens in het krachthonk. Ik wil hier niet alleen zijn. Ik stel me zo voor dat ik op het moment suprême een hartaanval krijg en dan de volgende ochtend gevonden wordt door een meneer of mevrouw die er vandaag eens echt werk van wil maken. Of nog erger, dat ik iets breek en niet bij de noodknop kan komen en dat ik verkleum en dan alsnog gevonden wordt door diezelfde meneer of mevrouw. Of … mijn fantasie gaat met me op de loop maar het eindigt allemaal met het moment dat die meneer of mevrouw met het pasje nog in de hand de sportzaal in loopt en mij daar vindt.

Niet veel later ben ik klaar met de hart- en longafdeling en begin ik aan de rest van de training. Als ik op de werkbank lig met de halters boven de borst, pakken de jongens hun boeltje bij elkaar.
‘Het is mooi geweest,’ zegt de een. De ander antwoordt bevestigend:
‘Het is ook een state of mind.’

‘Jullie gaan weg?’ vraag ik. Ik leg de halters weg.
‘Ja, maar de lampen gaan vanzelf uit.’ Ze bedoelen het geruststellend, ik weet het, maar ik vind het een verkeerd teken aan de wand.
‘Dan ga ik ook.’
‘Omdat wij weg gaan? In dat geval kunnen we best nog even blijven. Moet u nog veel?’
‘Ik ben 63. Ik moet helemaal niets meer,’ flap ik eruit, ‘als jullie klaar zijn, ben ik het ook.’

Ik rol mijn handdoekje op en zet de tv uit (de Amerikaan staat voor, de Zweed gaat het niet redden) als de deur open  gaat en een jongen die er vandaag eens echt werk van wil maken, binnenkomt. Ik zet de tv weer aan. Mijn tijd is nog niet gekomen.

Een gewoon verhaal

Ooit beschouwde ik ambitie als het streven om hogerop te komen. Ik keek er wat op neer. Maar ambitie is natuurlijk méér. Veel meer.

Wij waren afgelopen weekend bij een voorstelling van de Groningse tekstschrijver-collega Helma Erkelens: ‘Door de ogen van mijn moeder’. Een prachtige voorstelling waarin ze beschrijft hoe haar moeder als jong meisje de Tweede Wereldoorlog beleefde.

De voorstelling had gespeeld zullen worden tijdens het Marne Vrede Festival in 2020 maar dat ging niet door. Nu kon het. Gelukkig. Wat een prachtige voorstelling!

Helma Erkelens is tekstschrijver. En dat merk je. Als tekstschrijver kan ze een verhaal vertellen. Oók het verhaal dat haar moeder en ooms en tantes haar vertelden over de oorlog. Een gewoon gezin, een gewone oorlog, een gewoon verhaal. Maar ieder gewoon verhaal is voor degene die het beleefde het verhaal van zijn of haar leven. In een tiental vertellingen belicht Helma Erkelens telkens een detail uit dat levensverhaal waardoor we haar moeder leren kennen. De paniek als er een vliegtuig overvliegt. Het wegkijken van foto’s met Duitse uniformen. Details waardoor we meekrijgen dat een gewoon verhaal ook een uniek verhaal is.

Dat een tekstschrijver een verhaal kan vertellen begrijp ik. Maar Helma Erkelens is ook zangeres. Ze wisselt haar vertellingen af met prachtige liederen, daarbij begeleid door een pianist en een violist. Het zijn die liederen die de voorstelling een bijzondere glans geven.

Ten slotte. Wat ik eigenlijk nog het meest bewonder is de moed en de flair en het doorzettingsvermogen om van dat verhaal van je moeder een theatervoorstelling te maken. Dat is waarachtige ambitie, waardevolle ambitie. In mijn ogen.


Lees meer over de voorstelling op speciale website Door de ogen van mijn moeder.

Uitzichtloos

Mijn zoon maakte een – al zeg ik het zelf – mooie mini-documentaire over waarom Marokkaanse jongeren naar Europa vluchten terwijl ze weten dat ze hier nul op rekest krijgen. Het verhaal gaat over hoop. Maar vooral over wanhoop. Je komt niet aan een baan omdat je niet van de goede familie bent, geen contacten hebt, geen geld. En zonder baan kun je geen huis vinden en zonder huis kun je niet trouwen en word je gedwongen bij je ouders te blijven wonen. Je zit hopeloos vast in het systeem.

En dan zie je de Instagram-beelden van lotgenoten die de sprong maakten. Weten ze dat die beelden goeddeels gepost worden omdat falen in Europa geen optie is? Vast. Maar voor wie wanhoopt is een sprankje hoop voldoende om de sprong te wagen. Kennelijk.

Bekijk de film ‘Een Europese droom‘ op de website van het Dagblad van het Noorden.

 

%d bloggers liken dit: