Dat of wat

‘De jonge Lyra snapt als enige hoe een prachtig gouden meetinstrument werkt, wat haar in contact brengt met eigenzinnige wetenschappers, een pratende ijsbeer en vliegende heksen.’ Deze zin las ik in de omroepgids. Het is een mooi voorbeeld van het belang van goed dat-wat-gebruik. Stel dat de omroepgids schreef: ‘De jonge Lyra snapt als enige hoe een prachtig gouden meetinstrument werkt, dat haar in contact brengt met eigenzinnige wetenschappers, een pratende ijsbeer en vliegende heksen.’ Dan zou er een heel andere film op tv komen.

De wat-film gaat over Lyra. Omdat zij snapt hoe het gouden kompas werkt, ontmoet ze een eigenzinnige wetenschapper, een pratende beer en een vliegende heks. Zij willen alles weten over het kompas. De dat-film gaat ook over Lyra. Een kompas brengt haar naar een eigenzinnige wetenschapper, een pratende beer en een vliegende heks. Hoe dat kompas werkt, boeit hen niet.

In de boeken ligt het wat-scenario voortdurend op de loer. De lezer krijgt stukje bij beetje meer te weten over Lyra en haar gave. Maar in de film had het dat-scenario helaas de overhand: het Gouden Kompas werd een mooie avonturenfilm maar daar blijft het ook bij. Waarom Lyra als enige dat kompas begrijpt, begrijpen wij kijkers nog niet. Lees de boeken. Die zijn prachtig.

Dat en wat. Het zijn betrekkelijk voornaamwoorden. Ze worden vaak mishandeld. Wat heel jammer is. Binnenkort lees je hier de regels. Dat zal je leren.

Voor het eggie

‘Internetcriminelen gaan te vaak vrijuit’ Dat is de kop van de Volkskrant van vanmorgen. Een van die vormen van cybercrime is phishing. Dat is volgens de Volkskrant het frauduleus hengelen naar persoonlijke gegevens op internet.

Ik krijg regelmatig mails van de ING, de ABN AMRO of de Rabobank waarin ze me aansporen om even in te loggen. Zo mailden boeven die zich voordoen als werknemers van de  Rabobank me: ‘Ter bescherming van uw rekeningen, we automatisch in de slaapstand uw online toegang tot wanneer uw Meld u aan gegevens zijn ingevoerd ten onrechte meerdere malen. Onze excuses voor het ongemak.’ Tja, dat is wel erg knullig. ING-boeven schrijven wat beter Nederlands. Maar de tweede zin verraadt hen: ‘Afgelopen donderdag is onze server mijnING.nl aangevallen door hackers. Wij zijn bezig met ons onderzoek dat onlangs is ingesteld en hopen binnenkort deze hackers te ontmaskeren.’ Ik neem aan dat de ING in zijn officiële correspondentie niet rept van het ontmaskeren van hackers.

Maar nu de Italiaanse overheid. Wij waren deze zomer in Italië. En we hadden de auto bij ons. Onlangs kregen we een brief met als eerste zin:

‘Dit onderhavig schrijven om u op de hoogte te stellen op uw voertuig een administratieve sanctie is opgelegd voor overtreding van de Italiaanse verkeersregels zoals vervolgens vermeld is.’ Als ik de brief goed begrijp, hebben we te hard gereden en moeten we € 63 overmaken ten gunste van de Gemeentepolitie. Hoe? Bijvoorbeeld ‘door ons aan te sluiten op een website. De betalingstransactie wordt dan rechtstreeks door de bankinstelling van referentie beheerd.’ Ik vertrouw het niet en lees de slotalinea: ‘De ontvanger kan beslissen deze sanctie onmiddellijk te betalen en zodoende de betekening van deze overtreding te vermijden en al de daarbij verbonden gevolgen.’

Is dit vissen of is dit voor het eggie?

Vaders

Gisterenavond reden we “en famille”  van Veenendaal naar Leermens. We hadden zojuist met kaasfondue en sla, de verjaardag van mijn vader gevierd. Buiten was het koud en donker. Op de radio was een marathoninterview. De geïnterviewde was Tijs Goldschmidt. De interviewer Rik Delhaas. Goldschmidt is wetenschapper, gedragsbioloog en schrijver-essayist, een man met een verhaal. Maar duidelijk niet het verhaal dat Delhaas van hem wilde horen. Delhaas leek gebiologeerd door de vader van Goldschmidt. Van tien over acht tot bijna negen uur zaagde Delhaas Goldschmidt door over diens vader. Goldschmidt verbaasde zich hoorbaar maar antwoordde beleefd.

Mijn vader is van 1925. Hij groeide op in de crisis. Een echte crisis. Ook in huize Sorgdrager. Ze waren arm. De ochtend van mijn vaders zesde of zevende verjaardag zei zijn moeder tegen zijn vader: ‘Die jongen moet toch wat hebben.’ Zijn vader haalde met een zucht een kwartje uit zijn portemonnee en smeet dat zo op tafel. En mijn vader? Hij schaamde zich.

Toen hij 15 werd, moest hij aan het werk op de melkfabriek Hij kon goed leren maar er moest brood op de plank. ’s Avonds deed hij MULO B. Na twee jaar kon hij bij de PTT aan de slag. De wrange waarheid was dat de PTT 3000 mensen moest leveren om in Duitsland tewerkgesteld te worden. Die jongens huurden ze dus gewoon in. Het waren praktische mensen, bij de PTT.

En zo kwam hij terecht in Neustrelitz, een plaats ergens in het vroegere Oost-Duitsland. Daar werkte hij bij de posterijen. Toen de oorlog voorbij was, laadde hij samen met wat andere jongens z’n spullen op een postkar en liep de stad uit.

Terug in Nederland moest hij onmiddellijk weer aan het werk. En een jaar later in dienst. Dat betekende in die tijd: naar Indië. Daar moest hij tweeënhalf jaar vorst en vaderland dienen.  De dag voor Kerst 1949 kwam hij weer thuis. Eenmaal thuis ontdekte hij dat hij twee oorlogen van veel te dichtbij had meegemaakt en dingen had gezien die hij nooit had moeten zien, dat hij honger had gehad, dat hij had gezwoegd en geploeterd en dat hij doodsangsten had uitgestaan maar dat alles nog moest beginnen. Hij had geen opleiding, geen vakexamen, geen verloofde. Hij was 24.

In de jaren daarna haalde hij veel in. Maar niet alles. Dat kan namelijk niet. Waarschijnlijk volgt hij ook daarom het rijke studentenleven van mijn zoontjes met zoveel hartstocht. Het zijn de jaren die hém zijn onthouden. Maar toch. Na zijn pensioen studeerde hij Theologie -hij studeerde af over het gnostisch karakter van Galaten 2- en verdiepte hij zich in automatisering en ICT. Nu geniet hij van een welverdiend pensioen aan de zijde van moeder de vrouw.

Delhaas had misschien wel gelijk: vaders zijn veel interessanter dan hun zoons.

Zorgzaamheid en chagrijn

De Volkskrant heeft de verpleeghuizen en verzorgingshuizen opnieuw doorgelicht. Ik begrijp de meetmethode niet helemaal maar drie conclusies durf ik wel te trekken. 1. Objectief meetbare gegevens zeggen niets over de tevredenheid van bewoners en hun familie. 2. En de tevredenheid zegt niets over de objectieve meetbare gegevens. 3. Wie in de Randstad woont, is niet best af.

Is de zorg in het oosten en zuiden dan zoveel beter en liefdevoller? Het kan, het kan. Maar er is nog een verklaring. Ik zie dat de zorg in het noorden er ook niet heel best af komt. Ik zou me maar zo kunnen voorstellen dat in het zuiden en oosten bewoners en hun familie domweg dankbaarder zijn. Ik heb 14 jaar in Amsterdam gewoond en eerlijk gezegd: er zit een hoop chagrijn in die stad. En datzelfde chagrijn zie je ook wel eens hier in het hoge noorden. Zorgzaamheid is voor wie het ten deel valt vanzelfsprekend. Maar o wee als de borrel om vijf uur er door drukte bij inschiet. Met andere woorden: misschien meet de Volkskrant niet de zorgzaamheid van Nederlandse zorgprofessionals maar het chagrijn van hun cliënten.

Over zorgzaamheid gesproken… een trouwe lezeres uit Amsterdam stuurde me Snikken en Grimlachjes van Piet Paaltjens. ‘Wij hebben hem dubbel’, schreef ze erbij. Kijk. Dat is ook Amsterdam!

Mag ik tot slot nog een korte ergernis met u delen?  En ja, opnieuw reclame. Door omstandigheden keek ik gisteren om 16.00 uur naar de televisie. Daar maakte een bekende gloeilampenfabriek reclame voor hun nieuwste scheerapparaat: ‘Voor de ultieme scheerervaring’. De volgende commercial was van een reisbureau: ‘Voor de ultieme vakantiebeleving’ .

Ik wens u een ultieme Kerstbeleving.

De drieslag

Soms zit je de hele dag in de auto. Dan kom je er niet onderuit: ‘Hallo, ik ben Tom de Ridder.’ Wat een onbenul. Wat een leegheid. En wat een afsluiter: ‘De MKB tankpas: simpel, beter, onmisbaar’. Ik roep al jaren dat ik dolgraag nog eens voor een echt commercieel bureau wil schrijven. Maar mij vragen ze niet. Ze vragen ook geen andere goede tekstschrijver. Ze vragen Tom.

Ik wil het hebben over de drieslag. Lees eerst deze nog even: ‘Zo gezond, zo smaakvol, zo Beneful’ Opnieuw geen staaltje prettig proza. Maar hij klopt tenminste.

Tom en Beneful hanteren allebei de drieslag. De drieslag is een instrument uit de retorica. Hij wordt vaak gebruikt als afsluiter van een overtuigend bedoelde speech, tekst of advertentie. Een goede drieslag bestaat uit drie samenvattende claims. Een goede drieslag werkt naar een onontkoombare conclusie. En een goede drieslag zorgt voor een knallende afsluiting.

Maar ook reclametechnisch zijn er wel wat spelregels. De drie items die je noemt, moeten iets met elkaar te maken hebben. Ze moeten elkaar logisch opvolgen. En het moet lekker bekken. Bijvoorbeeld door het ritme, een alliteratie of een assonantie. ‘Heerlijk, helder, Heineken’ heeft het alle drie. De Beneful-reclame heeft de assonantie (dezelfde klinkers). En Tom?

‘Simpel, beter, onmisbaar’. Met ‘Simpel’ is niets mis. Het lijkt me inderdaad een belangrijk productkenmerk. Maar ‘beter’? Totaal inhoudsloos. Beter dan wat? En tja, dan de onontkoombare conclusie. Wat zeg je over je product als je het al hebt aangeprijsd als simpel en beter? Het moet een leidinggevende geweest zijn. Ieder ander was ontslagen. De baas kwam met ‘Onmisbaar’.

Onmisbaar? Liegen mag best een beetje in de reclame. Maar voorkom dat je leugentje bij de luisteraar de lachlust opwekt. Waarschijnlijk zenden ze de commercial daarom zo vaak uit. Als je hem drie keer hebt gehoord, is het lachen je allang vergaan.

Feest

Gisterenavond heb ik geschaatst. Eindelijk. En het ging goed. Het eerste rondje  was nog wat onwennig maar daarna kon je haast niet zien dat ik  helemaal niet kán schaatsen. Pootje-over (ook bij het bobbelige stukje), langzaam en rechtop, snel en mooi voorover: ik deed het. Uit de luidsprekers schalde de klassieker: ‘Het feest kan beginnen want wij zijn binnen.’

In een dorp als Leermens zijn er nog mensen die iets kunnen maken. En dat ook doen, niet voor zichzelf maar voor “de gemeenschap”. Hoe het precies is gelopen wisten de jongelui in het ijsbaanhuisje niet maar feit is dat Marco van een aantal afgedankte rollators de wielen heeft verwijderd en in plaats daarvan schaatsijzers heeft gemonteerd. Alleen moet er nog een mandje op. Vroeger leerden de kinderen schaatsen achter een stoel. Nu kunnen ze een op hoogte instelbare rollatorschaats gebruiken. Dat is nu innovatie.

rollatorschaats
Een van de rollatorschaatsen van ijsvereniging Nooitgedacht

Over 20 jaar stap ik het ijs op. Met een thermoskannetje koffie in het mandje doe ik mijn rondjes. Het feest kan beginnen.