Behoorlijk cruciaal

Sommige woorden doen het een tijdje goed. ‘Optimaal’ bijvoorbeeld. Je kon geen interview horen of iemand repte van een ‘optimale prestatie’ of een ‘optimalere prestatie’. En ik maar roepen voor de buis: ‘optimaal’ is ‘zo goed mogelijk’. Dat woord betekent dus eigenlijk helemaal niets. Het zegt helemaal niets. En het heeft al helemaal geen overtreffende trap. Dat is nu eindelijk opgepikt en van ‘optimaal’ horen we weinig meer.

Maar nu ‘cruciaal’. Er zijn dingen die onbelangrijk zijn. Andere dingen zijn belangrijk en soms, heel soms, is iets gewoon cruciaal. Zonder balvaste nummer 10 is Ajax gewoon een gewone club met vaardige spelers die niet willen schieten maar pingelen. Die nummer 10 is cruciaal voor het succes van Ajax. Maar tegenwoordig is heel veel cruciaal. Het woord is overal. En wat erger is, we gaan er weer mee dribbelen. Dingen zijn nu ‘behoorlijk cruciaal’. Of ‘erg cruciaal’ en soms zelfs ‘crucialer’. Lieve, lieve lezers:  als iets cruciaal is, is het noodzakelijk. En iets wat noodzakelijk is, is niet een beetje noodzakelijk. Nee, cruciaal mag wel weer weg. Maar wat komt er dan?

Ik gok op ‘ultiem’. ‘Voor een ultiem fris gevoel’, hoorde ik in een commercial voor, sorry, maandverband of iets dergelijks. En ik kan het niet laten. Op zo’n zinnetje ga ik broeden. Een fris gevoel, ja dat kan ik me voorstellen. En ik kan me ook nog voorstellen dat je je erg fris voelt. Maar ultiem fris? Dat lijkt me een nare gewaarwording.

Het zegt wel wat over de tijdgeest: we zijn aldoor op zoek naar de overtreffendste trap.

Geupdated geüpdated geüpdatet ge-updated ge-updatet

Waarom de voltooide tijd van ‘updaten’ ‘geüpdatet’ is en niet ‘geüpdated’. Het draait om de stam van het werkwoord. Hoe schrijven we die in het Nederlands?

‘Laatst raakte een collega tijdens het teaën echt helemaal buiten zinnen. Wat doe je dan? Dan bitchslap je haar. Toch? Jammer was dat een andere collega graag vlogt en alles razendsnel youtubede. Dat is niet zo erg maar als er mensen zijn die wat wilfen en hun telefoon gewebenabled hebben, kunnen zij mijn imagoschade behoorlijk upscalen als zij dat filmpje uploaden en daar ook nog even over twooshen om zo hun eigen imago een boost te geven. Uiteindelijk viel het mee. Mijn vrouw outpacete zichzelf toen ze haar hand over heur hart streek en de freakende collega outplacete en niet mij.’

Wat is Nederlands toch een rijke taal. Die rijkdom danken we onder andere aan ons vermogen om schaamteloos te jatten. De nieuwe woorden die dan ontstaan noemen we ‘leenwoorden’ maar het is bij leenwoorden over het algemeen ‘hebben is houden’.

En vervolgens moeten we ze gebruiken. In spreektaal is dat geen enkel probleem. En die woorden correct schrijven is ook niet zo moeilijk. Genootschap Onze Taal, ook uw genootschap, heeft een prachtig overzicht gemaakt van meer dan 1000 leenwerkwoorden uit het Engels. Klik en geniet. Kijk op http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/engelse-werkwoorden. Je kunt vervolgens ook zelf een leuk dictee met Engelse leenwerkwoorden maken.

Je vindt op de site van Onze taal ook de regels. Die regels zijn simpel maar moeten wel correct worden toegepast. Het draait daarbij eigenlijk maar om één ding: wat is de stam van het werkwoord? Neem het werkwoord ‘outplacen’. De stam is gewoon [ouplace]. Wil je dat in de voltooide tijd zetten dan zet je er [ge] voor en een [t] achter. Bij updaten geldt hetzelfde. Je schrijft dus ‘geüpdatet’. Die umlaut op de [u] is nodig omdat anders de tweeklank [eu] ontstaat, zoals in ‘Apenheul’.

Sympathiek

Gisteren schreef ik over ‘implementeren’. Later bedacht ik dat ik als jongetje van 4 al gefascineerd was door moeilijke woorden.

Hoe het woord me ter ore was gekomen weet ik niet meer. Maar ik weet nog wel goed dat ik het ’s morgens in de keuken bij het frismaken gebruikte. Bij ‘frismaken’ moet u zich 4 lieve kindertjes voorstellen die ’s morgens vroeg in een rijtje voor het aanrecht stonden alwaar hun lieve moeder ze een nat washandje over het gezicht haalde en het gezicht daarna stevig droog boende. Midden in die ochtendhectiek zei ik het: ‘sympathiek’. Waarschijnlijk dropte ik het woord plompverloren in de groep, ik had namelijk geen idee wat het betekende. Er gebeurde niets. Het dagelijks ochtendritueel ging gewoon door.

Dat was teleurstellend. Ik had op bewondering  gerekend. Maar ik liet me niet kisten en heb het die dag nog veel gebruikt. Ik was een kind met nieuw speelgoed.

En nu? Ik heb inmiddels nog veel meer moeilijke woorden geleerd. Mijn speelgoedton is mijn gereedschapskist geworden. Maar nog steeds ben ik op zoek naar een publiek dat ‘ach’ en ‘oh’ roept. En nog steeds ben ik wat teleurgesteld als mensen dat niet luid, duidelijk en veel doen. Maar ik groei: zondag was ik bij de afsluiting van ’Appingedam uit de kunst’ en de voorzitter vergat mij in zijn bedanktoespraakje. En echt waar: het kon me niets schelen.

Implementeren

Implementeren deed je vroeger niet. Je begon ergens aan. En dan maakte je het af. Of niet natuurlijk. Ik herinner me nog goed dat het woord ‘implementeren’ in zwang raakte. Het was een toverformule.  Het was 1986. Harry Potter bestond nog niet. 11 september was nog een gewone datum. En ‘de’ crisis lag bijna 60 jaar achter ons.

Ik werkte net bij de hogeschool en de samenleving was nog maakbaar, heel erg maakbaar. We maakten SWOT-analyses, ontwikkelden strategische beleidsplannen met SMART- doelstellingen voor de lange termijn en de korte termijn, schreven actieplannen, creëerden draagvlak en implementeerden er ten slotte lustig op los. Het liefst projectmatig. Implementeren was spannend. Het was moeilijk. Je moest er voor op cursus.  En u moet toegeven: er is  ook veel veranderd. Zeker bij de hogescholen. Toch?

En nu, wordt er eigenlijk nog wel geïmplementeerd? Hooguit een beetje besmuikt. Ik zat laatst in de koffieruimte van een vergaderparadijs. Er zaten drie leveranciers bij elkaar, ze hadden een presentatie gegeven over software die ze hadden ontwikkeld en praatten wat na. Ik hoorde op een gegeven ogenblik iemand zeggen:  ‘Dat moeten we dan nog wel even implementeren.’  Jammer. Het spannende is eraf. We rotzooien maar wat aan.

Zomer

Buiten is het guur, binnen staat de verwarming aan. De eerste bomen zijn om en pannen vliegen weer van daken.

De laatste Zomer ligt uitgeteld op de poef. Te duur om weg te gooien. Het gaat hier om de GoodFood zomerspecial van €6,99. Voor de goede orde: ik koop geen tijdschriften. Dat doet mijn vrouw. Ik heb deze Zomer dan ook nauwelijks geraadpleegd. Achteraf misschien jammer: we misten 145 zonnige, zomerse en zinneprikkelende gerechten waaronder de lekkerste ‘BBQ spiesen’, kersen frangipane en frisse zalmceviche met zuurdesem toast. Met recepten heb ik niets. Ja, de spelling interesseert me. Het meervoud van ‘spies’ bijvoorbeeld. Dat is inderdaad ‘spiesen’. En ‘kersen frangipane’, moet dat niet aan elkaar? Je zou een leuk dictee kunnen opstellen met woorden als mozzarela, fijngeknipt, broccoliroosje en crème fraîche.

Ik ben meer een improviserende kok die zich laat leiden door wat een inspecteur eet op de televisie of wat aan geuren langskomt bij het rennen (op zondag bijvoorbeeld, als je tegen 12.00 uur door Loppersum loopt, die geur van sperzieboontjes met een runderlapje) of wat er in de tuin voor me klaar staat. Zelfs al staat er een pan op het vuur met de wortel, de prei, de ui en de paprika, dan nog kan ik aarzelen tussen linzen met spinazie, lasagne, spagetti met jongetjessaus of couscous met kikkererwten.

Al neig ik nu meer naar zuurkool of boerenkool. Waarschijnlijk ligt de winterspecial ook al weer in het schap: boordevol warme en geurige stoofpotjes en zalig sudderspul. Benieuwd wat er binnenkort op de poef ligt.

En dit weekend allemaal naar Appingedam, toch? 37 kunstenaars hangen, staan of liggen bij en in  24 monumentale en karakteristieke woonhuizen, kerken, zalen of scholen. Natuurlijk vind je niet alles even mooi. Bekijk daarom vast het werk van de deelnemende kunstenaars en plan je eigen route. Kijk op www.appingedamuitdekunst.nl. En koop de catalogus: voor maar € 7,50 heb je een eerste druk van Sorgdrager. Die gaat later nog heel veel waard worden. En je kunt er ’s zomers en ’s winters van genieten.

Is er nog karnemelk in huis?

Een van de mooiste zinnetjes van de afgelopen jaren luidt: ‘Is er nog karnemelk in huis?’  klinkt als een liefdesverhaal. Hij is geschreven door Asha, een van de deelneemsters van de schrijfclub Kantlijn.

Kantlijn is de schrijfclub van dak- en thuislozen in Amsterdam. Ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan, maakte de Protestantse Diaconie Amsterdam (die de schrijfclub bestiert) de bloemlezing ‘Mijn leven is een verhaal’. Het is een prachtig boekje met prachtige verhalen, gedichten en overdenkingen. Het zijn lang niet allemaal literaire hoogstandjes maar het zijn wel verhalen over dingen die ze meemaakten, in het “echt” of in hun hoofd (waar het lang niet altijd pluis is).

Prachtige schrijfsels. En prachtige foto’s. Van een groot aantal schrijvers die meewerkten aan deze bundel maakte Marco Bakker portretten. Ze staan er vaak zo lekker op. Zo ontspannen, zo zichzelf, zo vanzelfsprekend. Neem Asha. Ze zit aan tafel en steunt haar hoofd met haar handen, de ellebogen op tafel. In haar linkerhand een peukje. Ze heeft haar bril in heur haar hoofd geschoven en kijkt wat schuin weg van de fotograaf. Ze lacht met haar ogen, haar mond is dicht. Zij schreef:

We lopen naast elkaar
Achter een winkelwagen
Ik zeg iets onbenulligs
Over de boodschappen.

Je buigt je naar mij toe
Om het beter te kunnen horen
Je hoofd komt bij het mijne
Om mijn futiele woorden.

De lucht die uit mijn mond komt
is het voor jou een reden
Om met je hele zijn
Dichter bij mij te treden.

Je neemt de gelegenheid te baat
Omdat je mij hoort lullen
Om mijn hele zijn
In je aandacht te hullen.

Wat ik ook zeggen mag
Het is belangrijk voor jou
‘Is er nog karnemelk in huis?’
klinkt als een liefdesverhaal.

Deze bloemlezing ‘Mijn leven is een verhaal’ haalt mensen uit de kantlijn en zet ze op de voorgrond, naast u, naast mij. Veel gekker moeten ze het niet maken, daar bij de Protestantse Diaconie in Amsterdam.

U kunt ‘Mijn leven is een verhaal’ ook zelf lezen. Maak gewoon € 7,50 (inclusief verzendkosten) over op ING 97593 t.n.v. Protestantse Diaconie Amsterdam onder vermelding van ‘verhaal’ en uw adres. 

%d bloggers liken dit: