Toe maar – een update

Het Gronings is prachtig. Maar ik spreek het niet. Verstaan gaat – mits men langzaam praat. Gebarentaal is niet nodig want een echte Groninger zou dat zo onderkoeld doen dat het zinloos is. Maar een paar Groningse taalgebruiken ken ik.

De mooiste is ‘Toe maar’.

In Amsterdam had dat een uitnodigende betekenis. Bijvoorbeeld: ‘ga je gang’ of ‘tast toe’. Hier betekent ‘toe maar’ heel iets anders. Stelt u zich voor. We praten over de gaswinning en de aardbevingen die dat gepomp ons bezorgt. Je klaagt je nood, je spuwt je gram en sluit af met ‘toe maar’. ‘Toe maar ‘ betekent zoiets als: ‘je wordt hoe dan ook ge …’ Sorry, ik bedoel: ‘ze moeten ons toch altijd hebben. We kunnen er toch niets aan doen.’ De ander zwijgt, tuurt even in de verte en spuugt op de grond. En zegt dan ook nog maar eens ‘toe maar’.

Donderdag gaat Groningen naar Den Haag. Boos. Ik hoop op revolutie maar ben bang voor ‘toe maar’. En dat die westerlingen dat dan op zijn Amsterdams interpreteren.

Dit stukje komt u misschien bekend voor. Ik schreef het in 2014. Waar nu ‘Den Haag’ staat, stond toen ‘Zeerijp’. De illustratie komt van de site van de Groninger Bodembeweging.

Actie

action-man

Een collega constateerde laatst dat ik een voorkeur lijk te hebben voor de onvoltooid verleden tijd. Waar ik de onvoltooid verleden tijd gebruik, kiest zij vaak voor de voltooide tijd. Ik nam mijn eigen stukjes eens door. Ik gebruik inderdaad de voltooide tijd weinig. Maar toch, in het stukje van gisteren kwam ik er een tegen:

De NAM heeft een leefbaarheidsprogramma gemaakt.

Wat is het verschil met

De NAM maakte een leefbaarheidsprogramma.

Dat is het plaatje.

In de eerste zin zien we een lege vergaderzaal. In de tweede zin een volle.

In de voltooide tijd (zin 1) zien we een donker zaaltje, de stoelen staan schots en scheef, het ruikt er bedompt. Hier is gewerkt. Hier zat zojuist nog de PR-commissie van de NAM. Er staan en hangen whiteborden en flap-overs. Grote volgekrabbelde vellen papier liggen ordeloos op tafels. In het midden die ene flap-over. ‘Goed plan? Dien in!’ staat erin koeienletters. Uitroeptekens alom. We zien het resultaat. In dit geval is dat: ‘We hebben geen idee meer, kom zelf eens met iets.’

In de onvoltooide tijd (zin 2) zien we de PR-commissie ploeteren. Het is alweer vier uur ’s middags en ze zijn er nog niet uit. Wat te doen? Ze krabben zich onder de veiligheidshelm en halen nog een kopje koffie. Hoe maken we van al die boze Groningers weer blije en vooral dankbare burgers? De chef zucht. Iemand roept. De klok tikt. Boem … in Froombosch is het weer mis. De commissieleden gespen zich de veiligheidshelm wat vaster.

De voltooide tijd zet het resultaat voorop, de onvoltooid verleden tijd richt zich op het proces. Daarmee is de onvoltooide tijd actiegerichter. Er gebeurt meer. Misschien ben ik wel een man van actie.

Maar ik geef toe, in dit voorbeeld maakt het geen enkel verschil.

Onderzoek wijst uit

Schermafbeelding 2015-12-04 om 09.13.30

Het KNMI deed gisteren onderzoek naar het weer voor vandaag. De conclusie ziet u hierboven.

Ik geloofde het instituut. Het zou zo maar kunnen kloppen.

Arcadis deed onderzoek naar schade aan woningen buiten de schadecontourlijn. Opdrachtgever is de NAM BV. De NAM wilde weten hoever de reikwijdte van een beving precies is en hoe groot het effect is. Conclusie: de bevingen zijn te zwak om buiten die schadecontourlijn schade aan te kunnen richten.

Ik geloof er niets van.

Waarom geloof ik het KNMI wel en Arcadis niet?

Allereerst is er de opdrachtgever. De NAM is een commercieel bedrijf dat belang heeft bij de uitkomst van het onderzoek. Ik rangschik de conclusie van dit onderzoek onder de onderzoeken van de tandpastafabrikant, de gezichtscrèmeverpakkers, de vitaminesuppletieboefjes en de BioStabil-verkoper: ‘Onderzoek wijst uit: ons product werkt echt 5 keer beter dan dat van de concurrent!’

Bovendien: niet alleen de NAM heeft groot belang bij dit onderzoek. Ook de onderzoekers zelf. Dave van Drie, de onderzoeksleider, begrijpt dat veel Groningers grote twijfels hebben bij de resultaten van zijn onderzoek. ‘Maar’, zegt hij, ‘we staan hier wel achter en kunnen het heel goed onderbouwen.’ Overtuigend? Nee. De NAM is een grote, belangrijke opdrachtgever voor Arcadis. Een verkeerde uitkomst kan betekenen dat de opdrachtenstroom opdroogt. En ook de kindertjes Van Drie moeten eten.

Arcadis is een commercieel bedrijf dat gigantische bedragen verdient aan de NAM. Fijn dat Van Drie begrijpt dat ik hem niet vertrouw. Jammer dat de NAM dat niet snapt. Krankjorem dat de overheid dat niet snapt. Dit soort onderzoek moet gedaan worden door een onafhankelijk instituut. Misschien kan Arcadis uitzoeken of de Biostabil echt werkt.

Een analyse van grote klasse

Wie overlegt, moet serieus genomen worden. Wie overlegt moet zichzelf serieus nemen. Het onvolprezen Dagblad van het Noorden opent met het nieuws dat de Groninger Bodembeweging wil stoppen met de Dialoogtafel. De Dialoogtafel …?

De Dialoogtafel is een jaar geleden in elkaar geknutseld door een aantal ervaren bestuurders onder leiding van Jacques Wallage en Jan Kamminga. Het was een fraai, ambachtelijk staaltje bestuurskunst. Zet iedereen die boos is aan een tafel met wat bekende namen, pomp er veel geld in voor fijne accommodaties, een drankje hier, een onderzoekje daar, een beetje pap, een beetje nattigheid, en vertraag vertraaaaag vertttrrraaaaaaggg … vertraaaa

De GBB komt op voor de belangen van Groningers die lijden onder aardbevingen. Dat is in zekere zin iedere Groninger met uitzondering van de aannemers en de HUBO in Loppersum. Ik was daar gisteren en bewonderde er onder meer het schap van plamuurmiddelen; bij AH heeft men 150 verschillende soorten shampoo, bij de HUBO Loppersum heeft men minimaal 150 verschillende soorten Alabastine, maar dit terzijde. De GBB wil zich weer gaan toeleggen op actievoeren. ‘Een vakbond’ noemt de voorzitter het.

Voorzitter Jan Kamminga betreurt het voorgenomen besluit: ‘Maandag evalueren we de Dialoogtafel. Twee voortreffelijke hoogleraren hebben op een rij gezet wat we allemaal hebben bereikt en een nieuw concept gemaakt. De analyse is van grote klasse.’

Een analyse van grote klasse, gemaakt door maar liefst 2 (twee) voortreffelijke hoogleraren, betaald door de NAM, en dat lopen ze dan mis bij de GBB. Jammer natuurlijk. Maar ik ben ervan overtuigd dat de GBB zelf een analyse van grote klasse heeft gemaakt.

Over de totstandkoming van de Dialoogtafel schreef ik eerder het stukje De Dialoogtafel.

Zwaar pauper

Underpromise and overdeliver, zo heet in Engeland de tactiek die minister Kamp toepaste in het pokerspel rond het Groningse gas, leer ik van Hanneke Keultjes in het Dagblad van het Noorden. Je doet eerst heel moeilijk en vervolgens lever je beduidend meer dan de tegenpartij verwacht waardoor je in één klap van het gezeur af bent.

Welnu. Dat mag werken in Engeland, dat mag werken in Den Haag maar @#$! ik hoop dat het niet gaat werken in Groningen.

De Volkskrant doet het verhaal van een student bij het ROC Leiden. Hij omschrijft de hele situatie als ‘Zwaar pauper’. Die uitdrukking kende ik ook al niet. Zwaar pauper, ja, die houden we erin.

Fracken

Ooit sprak ik op een feestje een NAM-medewerker. Hij vond het niet zo gek wat de NAM doet: ‘We moeten zo’n locatie nou eenmaal zo snel mogelijk leeg trekken.’ Ik verbaasde me over de formulering ‘leeg trekken’. Dus zo praat men bij de NAM over onze ondergrond.

Nu begrijp ik dat de NAM bij Saaksum, een kilometer of 12 ten Noordwesten van de stad Groningen, gaat fracken. Van fracken weet ik het fijne niet. Wat ik wel weet is dat we eigenlijk geen van allen het fijne van fracken weten. Wat doet die techniek op de lange duur met de bodem?

Toch vindt de NAM fracken zo gek niet. Bovendien: het is gewoon nodig. Ze leggen het zuchtend nog één keer uit:

Gas bevindt zich in de poriën van een zandsteenlaag, op zo’n drie kilometer diepte. De toestroom van gas hangt af van de doorlatendheid van gesteente. Het gesteente van waaruit de betreffende put produceert is niet poreus genoeg. Hierdoor stroomt het gas maar moeizaam naar de boorput. De werkzaamheden moeten ervoor zorgen dat de doorlatendheid van het gesteente wordt vergroot en daarmee de gaswinning verbeterd. Hiervoor wordt de frack-techniek gebruikt. Deze techniek wordt al sinds de jaren ’50 regelmatig en succesvol door NAM toegepast in Nederland.

Over de techniek:

Bij fracken wordt vloeistof onder hoge druk via de boorput in het gasveld gebracht. Door de hoge druk ontstaan op gecontroleerde wijze plaatselijk kleine scheuren in het gashoudende gesteente, in het geval van Saaksum op ruim drie kilometer diepte. De vloeistof bestaat uit water (90%), chemicaliën (2%) en kleine keramiek korrels (8%). De korrels blijven als opvulmiddel in het gesteente achter. Zij houden de gecreëerde scheuren open zodat het gas gemakkelijker naar de boorput kan stromen. Meer dan de helft van de vloeistof wordt weer teruggewonnen, de rest blijft achter in het gashoudende gesteente en kan daaruit niet vrijkomen.

(Zie de site van de NAM. De onderstrepingen zijn van mijn hand.)

Laat dit even tot u doordringen. Dit zegt de NAM: ‘Die Groningse bodem is niet poreus genoeg om ook dat laatste restje gas eruit te trekken en dus moeten we de doorlatendheid verbeteren en dat deden we al ruim 50 jaar met succes.’

Het woord ‘succes’ klinkt wat wrang (ik kan hier alleen maar in understatements over schrijven) uit de mond van het bedrijf dat hier willens en wetens zo verschrikkelijk veel heeft kapot gemaakt. En de stelligheid waarmee beweerd wordt dat de rest van de vloeistof (we hebben het niet over 5 liter water met 2% chemicaliën) niet kan vrijkomen, vind ik haast aanmatigend voor een bedrijf dat 30 jaar lang geen idee had wat al dat pompen op 3 kilometer diepte doet met onze kerken, onze molens, onze huizen, ons land.

De arrogantie van zo’n bedrijf is onvoorstelbaar. Echt, de Groningse bodem is voor de NAM niets anders dan een stukje grond waar ze een klein beetje geld in pompen om het vervolgens zo snel mogelijk leeg te trekken.