Kamp door het stof

Minister Kamp klopte net zijn jasje af en veegde de weg schoon
Minister Kamp klopte net zijn jasje af en veegde de weg schoon

Ons Dagblad schrijft dat minister Kamp door het stof ging. Er zijn (let op: bedoeld wordt ‘hij heeft’) dit jaar veel te weinig huizen versterkt in Groningen. Geen 3000 maar ‘slechts enkele tientallen’.

Door het stof gaan …

In mijn computer zit al maanden een heerlijk bericht over een Nijmeegs onderzoek van mevrouw Liebrecht naar taalintensiveerders. Taalintensiveerders zijn stijlmiddelen die je gebruikt om je woorden kracht bij te zetten. Groninganus blogde vanochtend bijvoorbeeld over ‘loeigrote’ ganzen. In het Dagblad vertelt een patiënt dat het nu ‘heel’ goed met haar gaat.

Taalintensiveerders zijn net als geld aan inflatie onderhevig. Luisteraars en lezers worden steeds veeleisender. Sprekers en schrijvers worden dus steeds creatiever waardoor luisteraars en lezers weer veeleisender worden. Zo hoorde ik onlangs een voetbaljournalist op de autoradio pleiten voor voetbal waar spelers – echt, ik citeer – ‘er rondborstig en openhartig inkleunen’. Wie indruk wil maken moet zich volgens mevrouw Liebrecht niet meer bedienen van semantisch arme woorden als super of erg of heel of loei.

Ons Dagblad weet dat en schrijft in de kop daarom over een minister die door het stof gaat. Ziet u het voor zich? Henk Kamp door het stof? Dacht het niet. Dat blijkt te kloppen. Als ik het artikel helemaal lees, zie ik de woorden die onze minister gebruikt: ‘Ik vind het met name zeer vervelend voor de Groningers …’

Maar misschien is de understatement uiteindelijk de beste taalintensiveerder. En is Kamp de meester.


Lees het bericht over taalintensiveerders

Blied dat Joe der binn’n

‘Een land in noodverband’ Dat is de titel van het Klein verslag in Trouw van vandaag. Boevink doet Groningen deze week. Gisteren was hij onder andere in Leermens. Hij beschrijft de schoonheid van ons land. De rust. De stilte. De dauw op het land na een nacht nachtvorst. De kraakheldere hemel gisteravond. Nee, dat laatste zag ik toen ik ’s avonds laat thuis kwam. Al die sterren. Al die sterren.

Kerk van Eenum, foto Wim Boevink
Kerk van Eenum, foto Wim Boevink

Boevink schrijft ook over de stutten en de steigers die hier op sommige plekken de boel overeind houden: ‘Noodverbanden van een stil onheil. Gelittekend Groningen.’ En zo siert een foto van mijn gestutte dorpshuis, mijn buurhuis zijn artikel.

Ik was gisteren in Ugchelen en Bruggelen. Prachtig, mooi, heerlijk, maar ik had graag in Leermens staan hakselen op mijn pleintje om Boevink te kunnen wijzen op nóg een werkelijkheid.

Dat noodverband dat enkele panden hier in Groningen siert, is ook een NAM-dingetje. De NAM is een ingenieursbedrijf. Ze pompen ons gas uit onze grond en dat is een “tricky bussiness”. Hun ziel en zaligheid stoppen de mannen van de NAM daarom in veiligheid, in het uitsluiten van risico’s. En in het uitsluiten van potentiële risico’s. En in het uitsluiten van situatie die mogelijkerwijs een potentieel risico zouden kunnen vormen, op termijn.

En dus verwijdert men godbetert her en der preventief een schoorsteen. En dus legt men hier en daar preventief steunberen neer. Aan de NAM zal het niet liggen. Maar uitzonderingen daargelaten – en die zijn er echt – gaat het toch vaak om scheuren in muren en stucwerk. Niet fijn maar ook niet levensbedreigend.

Als jongetje van 5 kreeg ik voor mijn verjaardag een rode Persilfiets. Het was die dag net zo mooi weer als vandaag. Ik fietste ermee richting de dijk aan de Jan van Duivenvoordestraat. En crashte onmiddellijk in het prikkeldraad. Het litteken dat ik daar aan overhield heeft mijn rechterbeen nog lang gesierd. Ik vond het wel stoer. Het gaat een tijdje duren, maar ook Groningen komt er bovenop. En tot die tijd moeten we met elkaar proberen van de lasten toch ook maar de lusten te maken.

Ik wil maar zeggen. Medelijden hoeft niet, solidariteit daarentegen is erg welkom. En toeristen. Boevink citeert het bordje in de kerk van Eenum: ‘Blied dat Joe der binn’n.’ Zo is het maar net.

Wufte mensen, nieuwe tijden

Leermens vierde afgelopen zaterdagavond haar nieuwjaarsvisite. Dat was wat improvisren omdat het cafédeel van het dorpshuis inmiddels volgebouwd is met palen die de boel bij elkaar moeten houden. Job Cohen deed dat indertijd met een kopje thee. Dat doet minister Kamp hem niet na! Maar dat terzijde. Vanwege ons krimpende dorpshuis vond het zitgedeelte van de nieuwjaarsvisite plaats in de kerk, van oudsher al de vluchtheuvel van het dorp en de wijde omgeving.

Ik herinner me nog een hooglopende discussie – 20 jaar geleden? – bij Dorpsbelangen over de vraag of het glaasje boerenjongens dat traditioneel wordt aangeboden niet zou moeten worden vervangen door iets eigentijdsers. Champagne bijvoorbeeld. Dat werd toen van tafel geveegd. Champagne, een wuft drankje.

U begrijpt wat er op de grote tafel in de kerk stond: champagne én boerenjongens. We moesten kiezen. En geheel in lijn met de dingen koos Leermens massaal voor champagne. Wufte mensen, nieuwe tijden.

Maar het nieuwste nieuws moest toen nog verteld worden. Leermens is in 2014 alweer alweer gegroeid. Ja, er zijn een paar mensen overleden, en niet de minsten, maar er zijn ook veel verse jongelui in het dorp komen wonen. Leuke enthousiaste stellen van buiten zoals mijn vrouw en ik waren, 25 jaar geleden. Maar ook kinderen van dorpsbewoners. Dat is de positieve keerzijde van al die bevingellende: onze huizen worden plots stukken goedkoper. Dat is jammer als je je huis wilt verkopen maar fijn als je houdt van een schitterende landelijke omgeving waar het heerlijk toeven is en waar ze op de nieuwjaarsvisite champagne schenken.

Na de pauze ging het feest verder in het dorpshuis. Staand. Wij deden ons prijsje voor de verloting in de grote doos en taaiden af. Een uur staan is voor ons oudjes wel erg lang. Zeker als de voetjes van de vloer moeten met ‘Move ur feet’. Leermens wordt teruggegeven aan de jeugd. Die nieuwe rijksdienst heeft nu al resultaat. Kamp, bedankt.

Veilig wonen

Net als ik me genieterig op de bank wil zetten met een bakje havermout bij wijze van een hapje van het een of ander alsmede met de afstandsbediening om wat nieuws te kijken, kijk ik recht in de ogen van leuke jongedame, een jaar of 20. Ze staat hemelsbreed op een kleine 4 meter van me af. Een stukje glas scheidt haar van mijn havermout. Ze draagt een veiligheidshesje.

Hier wordt visueel geïnspecteerd realiseer ik me. De NAM neemt het zekere voor het onzekere. Ze pompen zo snel mogelijk het gas uit de Groningse bodem want wat binnen is is maar binnen. En ze controleren visueel of mijn huisje dat kan hebben. Dat doet nu deze dame, samen met een net zo frisse jongeman. Ook in hesje.

Ze hebben er weinig vertrouwen in, dat zie ik wel. Hoofdschuddend observeren ze de situatie visueel. Er worden dingen genoteerd. Ze lopen nog eens naar de andere kant van het huis. Lopen naar de garage. Ik verwacht ieder moment de bel rinkelen: uw huis uit, nu!

Maar dan hoor ik heel zachtjes, haast bedeesd, de brievenbus. Alles wat ik krijg is een fijne ansichtkaart. Er is kennelijk toch geen acuut gevaar. De zorgelijke blik hebben ze geleerd op cursus omgaan met bange en boze bewoners in het bevingsgebied. Of ze zijn er op geselecteerd.

Huizen onder de loep

Ziet u trouwens hoe onze vrinden van de NAM zich het Gronings gas toeëigenen: ‘Bron van onze energie’ Zijn zij de bron? Zijn wij ‘ons’? Maar ik mag niet klagen, leerde een communicatie-goeroe mij onlangs. Aan klagers hebben we een hekel. Dus hoera, mijn huis is voorlopig veilig. Laat onze energie maar rijkelijk stromen.

De dialoog met de mensen in het veld

Mensen lezen niet. Mensen luisteren niet. Veel professionals verwijten dat hun beoogde lezers en luisteraars. Je doet zo je best maar het is net alsof je verhaal hen gewoon niet boeit. Alsof ze iets anders van je willen horen.

Tja. Iemand die beweert: ‘Ik heb het al duizend keer uitgelegd, en nog doen ze niet wat er staat’ moet toch echt bij zichzelf te rade gaan.

En zo kom ik toch nog even bij de NAM, bevingschade, ellende en directeur Bart van de Leemput. Ooit schreef Bart een verhelderend column in de plaatselijke kranten: Bart’s column. In zijn hoekje verzekerde hij ons keer op keer dat het heel erg is voor ons als bewoners van het gebied maar ook dat hij luistert en graag de dialoog wil aangaan. Inmiddels is Bart’s hoekje weg. Jammer. Ik mis het eigenlijk wel.

Gelukkig publiceerde het Dagblad van het Noorden een groot interview. Het is eigenlijk een groot Bart’s hoekje. Maar dan goedkoper. Een citaat kan ik u niet onthouden, het gaat over de nieuwe aanpak van de mensen …pardon, van de schade.

We hebben met duizenden, zo niet tienduizenden mensen gepraat. Ik ben zelf het veld in geweest. De dialoog met de mensen is dertig keer zo goed als voor die tijd. Tegelijkertijd stellen ze nog steeds de vraag: kunnen wij wel veilig zijn in ons eigen huis?

Hoe is het mogelijk? En dat terwijl Van de Leemput zelf in het veld is geweest. En dat terwijl de dialoog met de mensen nu dertig keer zo goed is als vroeger.

%d bloggers liken dit: