Zie de mens

Zie de mens 3
De Sorgenträger, Henk Visch. Foto Paul Hulsman

Mijn tante Ali stuurde me een bericht uit de Kerkentrommel, het blad van de Gereformeerde kerk in Hoogeveen. Ach, u kent het. De dominee, Hetty Boersma, schreef een stukje over dit beeld: ‘De Sorgenträger’ van Henk Visch. Het staat momenteel in de Fundatie, als onderdeel van de tentoonstelling ‘Zie de mens’. Boersma schrijft over de vraag hoe je ‘Sorgenträger’ moet vertalen. Het Duitse woord ‘Sorgen’ betekent veel meer dan alleen ‘zorg’. Ze komt er niet helemaal uit. Gaat het hier om ballast of zien we in het wrakhout dat deze figuur met zich mee torst een setje kapotte vleugels?

Natuurlijk moet je Sorgenträger gewoon vertalen als Sorgdrager. Ik citeer nu mijn tante:

De herkomst van de naam Sorgdrager als persoonsnaam is al bekend in de 17de eeuw. Enkelen van  mijn voorvaders waren walvisvaarders en droegen deze naam al. Als men een walvis wilde vangen dan werd de sloep uitgezet en de harpoenier probeerde de vis met zijn harpoen te treffen. Maar dan kon het gebeuren dat die walvis, als de harpoen met lijn in zijn lijf zat, er vandoor ging en de harpoenier met zich meetrok. En dan was het de taak van de sorgdrager de harpoenier te beschermen zodat hij niet in zee getrokken werd. Dit deed sorgdrager door zijn lichaam vast te klampen aan de harpoenier. Uiteindelijk stelde hij dus zijn leven voor de ander in de waagschaal.

Ik bedoel maar. At your service. Graag gedaan.

Bekijk meer werk van Henk Visch.

Wolken en water

Onze tour d’Holland bracht ons dit weekend via Nijmegen, Veenendaal, Zwolle, Midlaren en Stad weer thuis, veilig en knus achter de luiken. In Zwolle zagen we het ruimteschip dat op het museum De Fundatie geland is. Dat is erg mooi en dus willen veel mensen het zien. Lieve bestuurders van dit land, even tussen haakjes. Wilt u van uw stad weer iets maken waar mensen uit alle provinciën naar toe komen om geld uit te geven en te genieten, bouw een mooi museum en doe er leuke dingen mee. Dat is wat de mensen willen. Zwolle op zondagmiddag heeft de toerist niet zo heel veel te bieden. Toch was het er druk. We kwamen allemaal voor de Fundatie.

Daar hangt namelijk een schilderij waar je echt even een traantje bij mag wegpinken: Wolken en water. Het is een klein schilderij (90 bij 60?) op een -pardon le mot – lullige plek met een enorm lelijk bordje ernaast maar dat kan allemaal niet schelen. Het is echt een van de mooiste schilderijen dat ik in levende lijve ontmoette.

Mijn vrouw is geen typeje dat zich snel achterover laten vallen van pure vervoering en dus vroeg ze ietwat beschroomd: wat vind je hier dan zo mooi aan? In zekere zin is dat een relevante vraag. Maar ook een riskante. Want wat gebeurt er als ik geen antwoord heb? Is het dan plots niet mooi meer?

Ik – man – had natuurlijk een antwoord. Ik bespaar u dat. Geloof mij nou maar.

 

‘Meer licht’ is een sublieme tentoonstelling in museum de Fundatie Zwolle

Let op: dit stukje is van 2011! Nog steeds erg de moeite waard maar gedateerd.

Natuurlijk moet u naar de Michelangelo-tentoonstelling in Londen. Maar daar zijn geen kaartjes meer voor. Ga daarom naar museum De Fundatie in Zwolle en dompel u onder in de tentoonstelling ‘Meer licht’ over het sublieme. Ik was er zaterdag. We gingen zo rond twaalf uur naar binnen en toen we na afloop aan de soep zaten was het half vier. De meeste tentoonstellingen doe ik in een uur. Voor het Louvre trek ik twee uur uit en vooruit, voor het Alhambra neem ik de middag.

Affiche Meer lichtEr is echt niet zoveel te zien in Zwolle. Hoe kan het dan dat we ruim drie uur besteedden aan zo’n kleine expositie? Dat heeft waarschijnlijk te maken met de opzet van de tentoonstelling. De Fundatie heeft voor het inrichten van de tentoonstelling Hans den Hartog Jager gevraagd, kunstcriticus bij de NRC en radio- en televisieprogrammamaker. Hij schreef over de tentoonstelling een boek getiteld ‘Het sublieme’. In zijn boek beschrijft Den Hartog Jager zijn worsteling met de materie. Dat doet hij aan de hand van zijn bezoek aan de Turbine Hall van het Tate Modern in Londen, eind 2004. Een gigantische hal (152 meter lang, 23 meter breed en 35 meter hoog) waarin de IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson een enorme gele bol projecteert. Het moet een overweldigende ervaring zijn geweest. En dat is een belangrijk kenmerk van het sublieme. Het is (ik parafraseer een Griekse filosoof die geciteerd wordt door Den Hartog Jager) een combinatie van de sensatie van verheffing en schoonheid met een sensatie van tijdelijkheid waardoor de beschouwer het gevoel krijgt dat hij de grens van zijn eigen bevattingsvermogen nadert. Met andere woorden: je staat met open mond te kijken. En pinkt daarna een traan weg.

Ons overkwam het bij de video Long goodbye van David Claerbout. Je ziet een zwart scherm waarin rechtsonder een theepot verschijnt. Heel langzaam zoomt de camera uit en we zien een theeblad dat gedragen wordt door een beeldschone Italiaanse vrouw met een Sophia Loren-decolleté en we zien haar in de deuropening en we zien haar in de deuropening van een enorme Italiaanse villa en we zien haar in de deuropening van de enorme Italiaanse villa in de tuin en … ze schenkt voor zichzelf een kopje thee in. Alles vertraagd, alles in superslowmotion. En dan ziet ze me. Even doet ze haar omslagdoek goed want ik had inderdaad wat inkijk. Dan kijkt ze me nog eens aan. En zwaait naar me. En ik realiseer me: verdomd, ik ben weg en zij is er nog. Dan gaat het waaien en verstrijkt de tijd plots veel sneller. De schaduwen worden langer, het gaat schemeren en het wordt donker.

Adembenemend. Subliem. Den Hartog Jager vraagt zich in zijn boek af of we het slachtoffer zijn van goedkoop effectbejag. Hij ontkent het. Ik ook. Nee, dit is geen kitsch. Over wat kitsch is, is vast veel geschreven. Ik  formuleer gemakshalve mijn eigen definitie. Een uiting is kitsch als die uiting kennelijk uitsluitend bedoeld is om de beschouwer te ontroeren. Echte kitsch kenmerkt zich door het ontbreken van “gelaagdheid”, bijvoorbeeld door het ontbreken van zelfspot of een verknoping met de wereld zoals we die kennen. De Fundatie biedt geen pretparkkunst. Geen kitsch. Je wordt aan het denken gezet. En denken kost tijd. En dan is drie uur helemaal niet lang. Ik zou u graag vertellen over de ijsbreker en de meneer ervoor. Of over het landschap bij ondergaande zon of over het schilderij van Turner waar de tentoonstelling mee opent of de hertjes bij Auschwitz. Maar mijn tijd is op. Beleef het zelf.

%d bloggers liken dit: