Een blokje om

Schermafbeelding 2017-06-12 om 23.10.21
Rechts in de verte Goliath, links 2 anoniemen

Je hoort het verdachten op tv vaak zeggen als excuus voor een gebrek aan alibi: ‘I went for a drive’. Mij klinkt dat altijd wat ongeloofwaardig in de oren maar nu weet ik dat het gebeurt. Ik deed het. Want wat doe je met jezelf als je een uur van huis moet vanwege een bezichtiging? Ik wilde mijn service oefenen (we spreken tennis hier) maar het was guur weer. Fietsen? Brr. Nee. En zo kwam het dat ik een stukje ging rijden. Dat heb ik nog maar een keer in mijn leven eerder gedaan: de allereerste dag dat ik mijn rijbewijs had, 29 jaar geleden.

Ik had geen doel. Ik vertrok in zuidwaartse richting. Bij Dieftil moest ik kiezen. Het werd oostwaarts. Awel, 20 minuten later stond ik op de Eemshaven. Geen mens gezien. Wel molens. Heel veel molens. Indrukwekkend. Groot, machtig, krachtig.

Er stond een uitkijktoren. Hij bleek kunst en bedoeld om mij te verzoenen met de energietransitie. Ik had me daar al min of meer mee verzoend maar wilde toch even boven kijken. Helaas, de trap ging buitenom en was van doorkijkroosters. Na anderhalve verdieping durfde ik niet meer. Even overwoog ik de brandweer te bellen. Maar ik raapte al mijn moed bij elkaar en hield me stevig vast aan de leuning.

Via Zijldijk en ’t Zandt reed ik huiswaarts. De aardappels moesten op. Maar in Leermens was nog steeds volk in huis. Ik reed maar door. Bij Dieftil ging ik oostwaarts.

Geef windturbines een naam

‘It’s not the end of the world but you can see it from there.’ Als Nynke het over mijn woonstee heeft citeert ze – meestal schaterend – deze regel. Tja. Je zult de hele dag maar op een rij saaie huizen moeten uitkijken denk ik dan zelf bij mijn eigen. Bovendien klopte het niet. Niet helemaal. Wie bij mij in de tuin naar het noordoosten keek, zag bij helder weer een prachtige verlopende grijsblauwe streep waaraan een scherp uiteinde ontbrak. Het einde van de wereld werd er vermoed maar zekerheid kregen we niet.

Sinds u zo nodig groene windenergie uit Groningen wilt en het verdomt om in uw eigen achtertuin een windmolen te plaatsen, wordt de lijn die het einde van de wereld markeert echter scherper en scherper. Op mijn horizon verschenen tientallen enorme windturbines. En ja, ze doen daar goed werk en ja, het went. Maar ik kan er nog niet van houden.

Links ziet Goliath. Die turbines ernaast zijn Catharina, Arnoldine, Hubertina, Henrica, Jan en Egbert. De andere hebben nog geen naam. De beste suggesties worden beloond.
Links ziet u Goliath. Die turbines ernaast zijn Catharina, Arnoldine, Hubertina, Henrica, Jan en Egbert. De andere hebben nog geen naam. De beste suggesties worden beloond.

In Trouw geeft Jos Bazelmans mij een gouden tip. Bazelmans is hoofd Kennis van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en bestuurslid van de KNAW-Waddenacademie – u ziet, hij is niet de eerste de beste. Als we die windturbines nu eens een naam gingen geven. Hij citeert daarbij Neeltje Maria Min die ooit schreef: ‘Noem mij, bevestig mijn bestaan.’ Inderdaad: toen een anonieme bijna dode vis aan land spoelde, zaten we daar niet zo mee. Pas toen het beestje een naam bleek te hebben, werd hij er een van ons en konden we een band met het dier aan gaan. Johannes heette hij. Of Johanna.

Het zijn er nogal wat, die windturbines daar in het noordoosten. En ze lijken ook nogal op elkaar. Ik weet niet zeker of ik ze uit elkaar houd. Maar ik ga het proberen. En bovendien, als dat even niet lukt heb ik nog zeven andere windrichtingen die mij een prachtig uitzicht bieden. Tot dat hele uitzicht natuurlijk met donderend geraas de diepte in zakt. Maar dan gaan die turbines ongetwijfeld mee.