Stem GroenLinks

Het stembureau district 7 gemeente Loppersum is gevestigd in het dorpshuis van Eenum, aan rand van de Eenumerhoogte, de wierde tussen de wierde van Eenum en de wierde van Leermens. Op de buitendeur een aankondiging van tuinclub De Groene Passie: op 31 mei is er open dag in de pluktuin. Op de deur van het stemlokaal een A4’tje: ‘Niet betreden met (klomp)schoenen’.

Gisteren verzorgde ik een training over het schrijven van e-mails en brieven voor deskundigen Infectiepreventie. We bespraken hun teksten. Vaak zijn die teksten een antwoord op een vraag, bijvoorbeeld: moeten we middel a gebruiken of middel b? Ze maakten er allemaal spannende romans van: een heel verhaal, met veel moeilijke woorden. En ergens aan het eind de ontknoping: a. Waarom toch, vraag ik. Ze moeten het snappen, is het antwoord.

Lieve lezers: u hoeft niet alles uit te leggen. Uw lezers geloven u vaak zo ook wel. Ze willen meestal gewoon een antwoord op een vraag. Natuurlijk, een kleine toelichting is soms aardig. Maar beperk je bijvoorbeeld tot: ‘Uit onderzoek blijkt’.

Veel lezers vroegen mij de laatste tijd: ‘Wout, wat moet ik stemmen?’ GroenLinks natuurlijk. Uit onderzoek blijkt dat GroenLinks een fatsoenlijke partij is met fatsoenlijke mensen en fatsoenlijke ideeën. En in Loppersum een geweldige lijsttrekker: the one and only Dirk van Impe.

Vreemd volk

Ik kan niet niet groeten. Ik ervaar het als ongemeen bot om iemand te passeren en hem of haar niet even in de ogen te kijken en een teken te geven van fijn dat u er ook bent. Mijn gedrag hierin benadert het obessief-compulsieve.

Als ik op zondagochtend een rondje hardloop, groet ik de meneer die ik niet ken op de Noorderweg. Wat doet hij daar? Maar dan zie ik daar bij huis vier auto’s staan – ah, een familiefeestje. Ik groet de vier fietsers op de Godlinzerweg, de twee fietsers bij de Boermaheerd, de automobilist op de Kinkhornsterweg (al frons ik daar ook een beetje bij want hij mag daar helemaal niet rijden) en de meneer en mevrouw die – op gepaste afstand van elkaar – vanaf de Eenumerhoogte richting Leermens lopen. Zij groet vriendelijk terug maar hij zegt boe noch bah. En ik mediteer wat over stellen waarvan de man 100 meter voor de vrouw loopt. Er dwaalt vreemd volk langs ’s Heeren wegen.

Weer thuis duik ik onmiddellijk achter computer. Is er nog nieuws? Je weet het namelijk maar nooit. Maar buiten gebeurt het. De meneer komt langs. Hij heeft de kin fier omhoog en de ogen op de verre oneindigheid voor hem gericht. Hij loopt richting de nieuwe begraafplaats. Mijn opgestoken hand van achter de computer – hé, zien we elkaar weer – ziet hij niet. Kennelijk pauzeerde hij niet bij de kerk, toch een uitgelezen plek om even tot elkaar te komen. Even later zie ik de mevrouw langs mijn raam lopen. Ik knik haar opbeurend toe. Zij zwaait opgewekt. Ze vindt het wel prima zo. Misschien horen ze wel niet bij elkaar, schiet er door me heen. Maar hij stopt op de driesprong. Als ze weer bij is, zet hij er de pas weer in. Richting Lutjerijp. Terecht, want bij Rustpunt Aalberts (een prachtige houtzagerij) schenken ze koffie. Misschien dat hij daar weer even op haar wacht.

Bij Aalberts Hout is ook een Rustpunt
Bij Aalberts Hout is ook een Rustpunt

Crimetime in Groningen

– 14 januari 2011 –

Friesland is meer dan boeren – dat beweert althans Paul van Gessel, directeur van Fryslan Marketing. Hij onthulde in een interview in de Volkskrant van vandaag dat we op vakantie moeten in Friesland. Die Friezen halen alles uit de kast om ons dat duidelijk te maken. Zelfs televisie. Van Gessel is in gesprek met Endemol en RTL over een crimiserie op primetime die zich afspeelt in Friesland. Smullen, denkt Van Gessel. Hij dagdroomt alvast wat in de krant: ‘De lijken liggen van Appelscha tot Schiermonnikoog en Terschelling tot Stavoren.’ Het wordt nog druk daar.

Maar goed. In Groningen kunnen we niet achterblijven. Ik  spreidde de kaart even uit op de keukentafel. Ik kan u niet een provincie propvol met lijken beloven. Maar spannend wordt het vast:

  • Niets is wat het Leek
  • Weekend in Helwerd
  • Carnaval in Kruisweg
  • Het lijk in Leegkerk
  • De val van Eenumerhoogte
  • Dood door Electra
  • De Hongerige Wolf
  • Een echtpaar in Kibbelgaarn.

We sluiten de reeks af met een dubbele aflevering:

  • Het leven in Tranendal.

En de morsige politie-inspecteur? Wat denkt u van inspecteur Doede Slagter? Een norse vrijgezel uit Doodstil.

Kijken dus. En alvast een prettig weekend.

De hand van Anton Heyboer

Zet een horizontale streep op een stuk papier of doek en je hebt een landschap. Die streep scheidt land en lucht. Hoe hoger de streep, hoe meer land. Hoe lager de streep, hoe meer lucht.

Ik liep gisteren tegen een uur of half vijf over de Schoolweg van Eenum naar Oosterwijtwerd. De mist was juist wat opgetrokken en de duisternis viel bijna in. Het land was donkergrijs en zwart en versgeploegd. De lucht grijs. Er was van alles meer dan  genoeg. Land, lucht. En daartussen die streep.

Bij de Dieftil bleef ik staan. in de verte Eenum, Loppersum en Zeerijp. Iets dichterbij Eenumerhoogte. Het lag er allemaal nog. Nee, de zon ging er niet onder. De zon was gisteren waarschijnlijk al bij Wirdum verdwenen áls hij al op is geweest. Maar door de invallende schemer verdween de diepte in het uitzicht. De streep die het land van de lucht scheidde was een rafelige grijze aaneengesloten priegellijn van bosjes bomen, boerderij, bosje boom met boerderij, dorp, kerktoren, bosje boom, dorpje, kerktorentje, bosje boom en boerderij.

Het leek de handtekening van Anton Heyboer. De -t- de kerktoren van Eenum, de -h- de grote kerktoren van Zeerijp en de -b- de molen van Zeerijp. Zou hij dan toch …? Nee, dan zou de zon ook hier in Leermens geschenen hebben.

 

 

Overigens: bekijk hier het prachtige werk van Heyboer. 

Bomen in de buurt

Om mijn oud woonhuis staan geen peppels maar essen. Wat worden ze al groot! En wat lijkt m’n huisje dan klein. Die gigantische takken die hoog boven m’n dak hangen.  Ze komen wel angstig dichtbij. Moet ik loonbedrijf Redelijkheid inhuren?

Ondertussen dacht ik na over de bomen in de buurt.  Onze eigen leilinden die we plantten toen we het huis net hadden gekocht. De grote kastanjeboom bij de schuur, opgegroeid uit een kastanje die Jasper, onze overbuurjongen, plantte. De meidoorns aan de Schoolweg. Nog steeds geen grote bomen. Toen de vader van T en L de nieuwe motor van z’n broer wilde uitproberen verongelukte hij zo’n 10 jaar geleden tegen deze meidoorns. Motoren waren een stuk krachtiger geworden sinds hij z’n motor de deur had uitgedaan. De gemeente had veel bomen daar weggehaald. Maar uitgerekend dit strookje niet.  De kastanje op de hoek van de Schansweg en de Hogeweg. De eigenaars wilden op die plek een linde. Ze hebben er zeker twee geplant. Maar linden doen het daar kennelijk niet. Uiteindelijk kozen ze voor een kastanje. Dat is inmiddels een grote boom. Het bankje dat ze er direct omheen plantten, begint wat klein te worden. En dan de leilinden bij voorheen café Bosker. Toen wij hier kwamen wonen, was het café nog in gebruik. Niet veel later werd het omgebouwd tot woonhuis. En nu staan ze er alsof ze er altijd stonden. En de populieren op de Eenumerhoogte. Gigantische bomen die een grote, oude en -eerlijk is eerlijk- krakkemige Groningse boerderij pal op de wierde omzoomden. Boer E sloopte de hele boerderij en liet er een mooie villa bouwen. De populieren liet hij tot een meter van de grond omzagen. Ze staan er nog.

Al die bomen. Wat worden we groot.

%d bloggers liken dit: