Een vreemdeling aan het Martinikerkhof

We zagen een vrij forse jonge man die in een zak, verzwaard met een zware kei, plompverloren in de sloot was gekieperd. Hij was een vreemdeling zeker, afkomstig uit Scandinavië, de Alpen of misschien de Oeral. Een bergachtig gebied in elk geval.

Nee, geen aflevering van Silent Witness maar de bittere werkelijkheid, zo’n 1100 jaar geleden. Hij was een van de om en nabij 20% vreemdelingen die in die periode Groningen bevolkten. Frappant. De Rijksuniversiteit Groningen maakten gisteren de cijfers bekend van het aandeel allochtone studenten. Ongeveer 20% En dan beklagen zij zich nog over het tekort aan woonruimte … Ze weten niet half hoe we dat probleem met allochtonen vroeger oplosten! Mind you, Groningen telde in die jaren een kleine 200 inwoners en was daarmee een van de grootste bewoningen in Drenthe. Niet mijn woorden maar die van Bert Tuin.

Bert Tuin, archeoloog in Groningen, is een van de archeologen die in Stad de opgravingen aan de zuidzijde van het Martinikerkhof deden. Dat was een pietsje een domper gisteravond. Het ging over de andere kant van de kerk. Ze hebben er minutieus in kaart gebracht waar en hoe en wie er begraven zijn geweest. Voor zover mogelijk. Lang niet altijd kon er duidelijkheid komen. Maar het was indrukwekkend om aan het eind van de lezing een overzicht te zien van mensen die ze wel konden traceren.

Allemaal Stadjers. Middenstanders, kleine lieden, maar groot genoeg om genoemd te zijn. Het verhaal bijvoorbeeld van het bakkersechtpaar Jan Bakker en Elisabeth Steenhuizen. Ach heden, zou mijn moeder verzuchten. Binnenkort publiceert men de resultaten van het onderzoek in een echt tijdschrift. Laat ik tot die tijd dat verhaal maar onverteld laten.

Werd er aan onze kant dan helemaal niemand begraven? Tuurlijk wel. Maar die graven zijn in de loop der tijden verrommeld. Zo noem je dat als archeoloog. Veel geleerd.

Wintertijd

Onvermoeibaar, onvermurwbaar slaat de Martinitoren de kwartieren achterover. Rücksichtslos. Onverbiddelijk. Al die eeuwen lagen hier in de slaapkamers aan het Martinikerkhof mensen te slapen, al die eeuwen schudde de toren ze uit bed als het hun tijd was.

Zo’n klok regelt je leven. Op weekdagen neemt hij de kwartieren  vanaf 7 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds mee. Ieder kwartier doet-ie een deuntje. ’s Nachts slaat hij alleen op het hele en halve uur. Geen deuntjes maar gewoon bedaard klokgelui. Om op 7 uur even vol op het orgel te gaan en alle deuntjes achter elkaar door te spelen. Wakker worden. Uw dag begint. In het weekend krijgen Stadjers er een een uurtje bij. Ja, we worden betutteld.

Sinds de nieuwe wintertijd word ik echter steevast om kwart over 6 wakker en krijg ik een uurtje om dat gebeier en gelui te beluisteren en plannen voor de dag te smeden. Wat moet er gebeuren, wat wil ik dat er gebeurt, wat staat te gebeuren?

Vandaag een thuisdag. Vanavond een lezing. In het Scheepvaartmuseum.  1200 jaar begraven op het Martinikerkhof.

Bekijk de info.