Leven met een raadsel

Ik herlas XY van Sandro Veronesi. De eerste keer dat ik het las, las ik een boek over een nare slachtpartij ergens in de Italiaanse Alpen. Wie deed het? Waarom? Een krimi. De tweede keer las ik een boek over het leven. Een roman.

Bij een piepklein gehucht ergens hoog in de Italiaanse Alpen vindt een bloederig drama plaats. Sommige slachtoffers zijn al jaren dood, een van de slachtoffers is overleden als gevolg van een beet van een reeds lang uitgestorven haai. Niemand kan het navertellen, niemand kan het verklaren. Het boek vertelt het verhaal vanuit twee personages: een pastoor en een jonge psychiater. Ze worstelen allebei met de gebeurtenis, ieder vanwege zijn of haar eigen geschiedenis.

Ik moest denken aan een boek van Gerard Reve, ik meen Moeder en zoon. Daarin gaat hij uitgebreid in op de waarde van symbolen. Hij betoogt dat een symbool geen metafoor is. Een symbool “staat” nergens voor; een symbool geeft uitdrukking aan iets waarop we zonder dat symbool geen greep zouden kunnen hebben. Om een symbool te begrijpen moet je het niet willen begrijpen. Het woord ‘begrijpen’ is een krampachtig woord.  Je moet gelóven.

Daarover gaat XY. Over gebeurtenissen zonder verklaring. Over gebeurtenissen zonder betekenis. Over leven met raadsels. Over leven. Ik vond het de tweede keer mooier dan de eerste keer.

Moeder en zoon

Hermans en Reve.jpg

Ik herlas deze weken Nooit meer slapen en Moeder en Zoon, klassiekers, zal ik maar zeggen. Nooit meer slapen is – het spijt me – volkomen overbodig geworden. Diep in mijn hart wist ik dat ook wel voordat ik eraan begon. Iedere mus die er van het dak valt, doet dat met een reden. Niet dat die mus wist waar hij aan begon, hij wordt naar beneden gestuurd door de Grote Schrijver. Met een Doel. Iedere onweersbui die over de arme hoofdpersoon heen raast, betekent wat. En dat de portier blind is?

Dat Moeder en Zoon nog zo mooi is, wist ik eigenlijk ook wel voordat ik eraan begon. Reve is zo actueel, zo modern, zo – vooruit, ik gebruik het woord ook een keer – authentiek, daar kon Hermans niet aan tippen. Het boek geeft, met wat revistiese zijsprongen die je gewoon voor lief moet nemen, antwoord op de vraag: ‘Hoe ben jij, Gerard Reve, een man met toch een een behoorlijke dosis ontwikkeling, intelligentsie en gezond verstand, ooit in de Rooms-Katholieke Kerk terechtgekomen en er zelfs lid van geworden?’

Het geheim van het boek zit ‘m in de moed om de uiteindelijke dingen in symbolen te laten spreken zonder ze uit te schrijven. Hermans vond ons lezers zo dom, dat-ie het liefst het allemaal even zou uittekenen terwijl we lezen. Reve vertrouwt de lezer, Reve vertrouwt op de taal.

Ik heb geen idee of Reve nog veel gelezen wordt. Dat zou wel moeten.