Knaasjes, knijten en knutten

De laatste weken word ik ’s morgens af en toe bont en blauw wakker.  Mijn oor bonkt. Mijn wang brandt en mijn voorhoofd is met bloed besmeurd. Dat zijn de nachten dat ik geterroriseerd word door knaasjes, knijten en of knutten. Muggen dus, in alle sekses, soorten en maten. Ondanks een actief hor-beleid weten sommige van deze monsters onze slaapkamer binnen te dringen.

Gezoem. In mijn half-droom-half-slaap-half-waakstand (ja, dat kan) hoor ik eerst hoe een jongeman op zijn brommer bij Godlinze richting ’t Zandt gaat. Een hoog, ver en de-nachtdoordringend gezoem dat naarmate de knul dichter bij de afslag naar Leermens komt, lager en doordringender wordt. Zo bij Schatsborg, 1000 meter bij ons vandaan,  neemt een Japanse kamikazepiloot het van hem over in mijn slaapkamer. Ik hoor hoe de arme Jap vastbesloten mijn richting op raast. Vlak voor de inslag neemt een knijt het stuur in handen. Dat is het moment dat ik de knut in kwestie langs voel scheren. Een oorverdovend gezoem en een licht briesje langs de wang of langs het oor. Daar gaat de knaas.

Pats. Dat is het moment dat ik mezelf een klap geef. De ervaring heeft me geleerd me dat een corrigerende tik niks doet. Dan is de vogel alweer gevlogen. Nee. Het enige wat soms werkt is een dreun. Hard, gericht, dodelijk. De Fred Teeven-approach. Soms loopt dat goed af. Soms word ik wakker met bloed aan mijn hand en bloed op het hoofd. Mijn bloed of knutbloed?

Kies zelf uw uitzicht

godlinze-kerktoren

Zaterdag dacht ik: ik vraag het haar. Ze was aan de voorkant van het huis aan het werk, de kruiwagen stond naast haar. Ze had even pauze en wiste het zweet van haar voorhoofd. Ik stopte, ze keek me onderzoekend aan.

‘Mag ik u wat vragen?’

Ik vertelde haar dat ik hier vaak langs ren en dan mij kwaad maak op de boer die zo pal voor hun huis telkens een grote bult ondermaatse aardappelen neerlegt, toegedekt met een flinke laag grond en een groot zwart zeil.

Terwijl ik mijn verhaal deed – een vraag was het nog lang niet – zag ik al dat ik fout zat. Hier was geen sprankje boosheid te bespeuren.

‘… dus ik dacht, ik vraag het gewoon, want voor je het weet, maak ik me boos en u niet.’

Ze stelde me gerust. Nee, ze vonden het inderdaad niet leuk dat die bult daar lag maar dat was immers altijd al zo geweest. En vanuit de keuken en de woonkamer keken ze er pal langs. Bovendien: ’s winters, als het zeil eraf is, dan staan er ’s morgens vaak wat reeën op die bult. Zo mooi in de ochtendmist.

Wat een levensles.

Zondag wandelde ik vanuit Leermens via de gaslocatie richting het buurtschap Arwerd. Wie links kijkt, ziet in de verre verte de windmolens langs het wad. Schuin voor je zie je in de verte de twee witte blokken van de energiecentrale.  Daartussen de middeleeuwse toren van Godlinze, pal op de wierde, pal in de zon.

Knaasjes, knijten en knutten

De laatste weken word ik ’s morgens af en toe bont en blauw wakker.  Mijn oor bonkt. Mijn wang brandt en mijn voorhoofd is met bloed besmeurd. Dat zijn de nachten dat ik geterroriseerd word door knaasjes, knijten en of knutten. Muggen dus, in alle sekses, soorten en maten. Ondanks een actief hor-beleid weten sommige van deze monsters onze slaapkamer binnen te dringen.

Gezoem. In mijn half-droom-half-slaap-half-waakstand (ja, dat kan) hoor ik eerst hoe een jongeman op zijn brommer bij Godlinze richting ’t Zandt gaat. Een hoog, ver en de-nachtdoordringend gezoem dat naarmate de knul dichter bij de afslag naar Leermens komt, lager en doordringender wordt. Zo bij Schatsborg, 1000 meter bij ons vandaan,  neemt een Japanse kamikazepiloot het van hem over in mijn slaapkamer. Ik hoor hoe de arme Jap vastbesloten mijn richting op raast. Vlak voor de inslag neemt een knijt het stuur in handen. Dat is het moment dat ik de knut in kwestie langs voel scheren. Een oorverdovend gezoem en een licht briesje langs de wang of langs het oor. Daar gaat de knaas.

Pats. Dat is het moment dat ik mezelf een klap geef. De ervaring heeft me geleerd me dat een corrigerende tik niks doet. Dan is de vogel alweer gevlogen. Nee. Het enige wat soms werkt is een dreun. Hard, gericht, dodelijk. De Fred Teeven-approach. Soms loopt dat goed af. Soms word ik wakker met bloed aan mijn hand en bloed op het hoofd. Mijn bloed of knutbloed?

%d bloggers liken dit: