Vreemd volk

Ik kan niet niet groeten. Ik ervaar het als ongemeen bot om iemand te passeren en hem of haar niet even in de ogen te kijken en een teken te geven van fijn dat u er ook bent. Mijn gedrag hierin benadert het obessief-compulsieve.

Als ik op zondagochtend een rondje hardloop, groet ik de meneer die ik niet ken op de Noorderweg. Wat doet hij daar? Maar dan zie ik daar bij huis vier auto’s staan – ah, een familiefeestje. Ik groet de vier fietsers op de Godlinzerweg, de twee fietsers bij de Boermaheerd, de automobilist op de Kinkhornsterweg (al frons ik daar ook een beetje bij want hij mag daar helemaal niet rijden) en de meneer en mevrouw die – op gepaste afstand van elkaar – vanaf de Eenumerhoogte richting Leermens lopen. Zij groet vriendelijk terug maar hij zegt boe noch bah. En ik mediteer wat over stellen waarvan de man 100 meter voor de vrouw loopt. Er dwaalt vreemd volk langs ’s Heeren wegen.

Weer thuis duik ik onmiddellijk achter computer. Is er nog nieuws? Je weet het namelijk maar nooit. Maar buiten gebeurt het. De meneer komt langs. Hij heeft de kin fier omhoog en de ogen op de verre oneindigheid voor hem gericht. Hij loopt richting de nieuwe begraafplaats. Mijn opgestoken hand van achter de computer – hé, zien we elkaar weer – ziet hij niet. Kennelijk pauzeerde hij niet bij de kerk, toch een uitgelezen plek om even tot elkaar te komen. Even later zie ik de mevrouw langs mijn raam lopen. Ik knik haar opbeurend toe. Zij zwaait opgewekt. Ze vindt het wel prima zo. Misschien horen ze wel niet bij elkaar, schiet er door me heen. Maar hij stopt op de driesprong. Als ze weer bij is, zet hij er de pas weer in. Richting Lutjerijp. Terecht, want bij Rustpunt Aalberts (een prachtige houtzagerij) schenken ze koffie. Misschien dat hij daar weer even op haar wacht.

Bij Aalberts Hout is ook een Rustpunt
Bij Aalberts Hout is ook een Rustpunt

Jij ook hier?

Ik geloof dat ik het kan, groeten in het Gronings. Niet dat ‘moi’ of ‘oant moarn’ van de televisie. En ook mijn ‘gojdaag’ klinkt waarschijnlijk minder Gronings dan ik zelf denk. Nee, het gaat mij om de geluidloze groet vanuit de auto of vanaf de fiets.

Je kunt je voorstellen dat als je elkaar niet kunt verstaan (de een zit in de auto, de ander fietst) je even zwaait. Of de hand op steekt. Dat is in Groningen te uitbundig. Het moet ingetogener.

Een instructie.

Je ziet het tegemoetkomende verkeer van ver aan komen. Je hebt dus alle tijd om je voor te bereiden. Zodra je elkaars gezicht zou kunnen zien, houd je het hoofd ietwat voorovergebogen. Vervolgens beweeg je het hoofd licht naar boven waarbij je je wenkbrauwen iets optrekt, alsof je verbaasd bent, ‘Jij ook hier?’ En tegelijkertijd maak je met je rechterwijsvinger een opwaartse beweging. Niet te veel maar ook niet te weinig. Twee tot drie centimeter: dat komt niet zo precies.

Goedendag

Goedemorgen, goedemiddag, goedenavond en voor die ene lezer die mij altijd ’s nachts leest: goedenacht. Zo simpel is het dus. Je groet je publiek als je begint.

De paus gooit er hoge ogen mee. Maar het lijkt makkelijker dan het is. Ik krijg met enige regelmaat mailtjes die niet alleen voor mij zijn bedoeld maar ook voor anderen. Het vinden van de juiste aanhef is dan soms lastig. Je ziet mensen er mee worstelen. Ik heb daarom eens geïnventariseerd hoe de mails beginnen die ik onlangs ontving. Ik beperk me dan tot de mails die ook voor anderen zijn bedoeld:

Dag beste inwoners van Leermens en omstreken, Beste vrijwilliger, Geachte heer, mevrouw, Beste Kring Noord teams,  Ha ouders, Dag allemaal, Beste mensen, Les Adorables

Ik zie drie categorieën: de neutrale aanhef, de omschrijvende aanhef en de persoonlijke aanhef. Het is duidelijk dat ‘Geachte heer of mevrouw’ een prima aanhef is maar volkomen onpersoonlijk. Dus heel geschikt als je enkele mensen aanschrijft die je niet kent. De aanhef ‘Beste vrijwilliger’ vind ik al een heel stuk persoonlijker en attenter. Je spreekt je lezer aan op datgene wat je met elkaar deelt. ‘Dag allemaal’ is relatief joviaal. Je gebruikt zo’n aanhef als je op collegiale of vriendschappelijke voet staat. Over ‘Les Adorables’ moet ik nog een tijdje broeden.

Voor veel mensen zijn dit soort afwegingen te ingewikkeld. Zij vonden een eenvoudige oplossing. Ze laten de aanhef domweg achterwege en beginnen gewoon met de eerste zin. Een beetje zoals de pausen van vóór Franciscus. Brrr. Erg 2012. Erg passé.

Over groeten

– 2010 –

Ik ben een groeter, mijn vader was een groeter, mijn oudste zoon is een groeter. We kunnen er niets aan doen. Het is een levenshouding. Groeters zijn mensen die groeten. Of je de ander nu kent of niet. Je kijkt hem of haar even aan, knikt vriendelijk en zegt iets. En soms is een vriendelijk knikje ook goed.

Waarschijnlijk is dat groeten ook de oorzaak van de vele praatjes die mij overkomen. Zodra je iemand iets langer dan strikt nodig is aankijkt, ontstaat er een soort intermenselijk krachtenveld waarin je twee dingen kunt doen:  je vervolgt resoluut je weg en sluit je af, of je zegt iets. En als je wat zegt, zegt de ander vaak wat terug. Zo sprak ik op station Groningen Noord – een gruwelijk oord- om half elf ’s avonds een mevrouw over de Nederlandse monetaire politiek.  We waren alleen op het perron.  Ik zeg: ‘Goedenavond, als het hier tenminste een goede avond kan worden.’  Zij houdt een vurig pleidooi voor meer kunst op dit soort troosteloze plekken. ‘Geld kan het probleem niet zijn:  ik las laatst dat de staatsschuld meer dan 300 miljard is. Dan kan een paar miljoen er toch ook nog wel bij. Toch?’

Het zijn kleine gesprekjes die in feite nergens over gaan. Toch hebben ze wel een functie. Ze verhogen de sociale samenhang in deze samenleving. Ik wil subsidie.

Help me onthouden dat ik ook nog een keer iets schrijf over Gronings groeten.

Taaltolerantie

Gisteren ontving ik een mail van een lezer. Hij stoorde zich aan het taalgebruik van een lezeres van het Jeugdjournaal. Lees even mee:

‘Op zoek naar het nieuws stuitte ik op een juffrouw die aan de kinderen in Nederland vertelde wat er in de wereld aan de hand is. Ze sloot haar uitleg af met ‘DOEG…!! Waarom niet gewoon ‘DAG  !! Daar zitten we dan de komende 50 jaar mee. Nu komt mijn vraag: ‘kun jij niet aan alle juffrouwen die het jeugdjournaal voorlezen, zeggen dat dit echt niet meer kan?’

Tja. Doorgaans reageer ik niet op lezerverzoeken maar ik wil graag een uitzondering maken. Ik heb namelijk ook een ergernis. Ik erger me aan mensen die zich ergeren aan taalmisstanden. Zo. Het hoge woord is eruit.

Is ‘Doeg’ echt erg? Natuurlijk praktiseren veel mensen Nederlands dat niet aan de regels voldoet. Maar who cares? Taal leeft en beweegt, taal ontwikkelt zich. Taal is een middel om jezelf te uiten en om de ander te horen. Wat telt is de vraag of ik erin slaag mezelf te uiten en de ander erin slaagt mij te begrijpen.

Dat veronderstelt aan beide zijden van de verbinding goede wil. Goede wil om je duidelijk en voor de ander acceptabel te uiten. En goede wil om de ander te begrijpen.  Ik heb me heilig voorgenomen om me niet meer te ergeren aan ‘het kan niet zo zijn’, ‘zich beseffen’, ‘zeg maar’ of ‘doeg’.

Dus nee, een doegverbod ga ik niet uitvaardigen. Nederland kan zo veel toleranter.

Jij ook hier?

Ik geloof dat ik het kan, groeten in het Gronings. Niet dat ‘moi’ of ‘oant moarn’ van de televisie. En ook mijn ‘gojdaag’ klinkt waarschijnlijk minder Gronings dan ik zelf denk. Nee, het gaat mij om de geluidloze groet vanuit de auto of vanaf de fiets.

Je kunt je voorstellen dat als je elkaar niet kunt verstaan (de een zit in de auto, de ander fietst) je even zwaait. Of de hand op steekt. Dat is in Groningen te uitbundig. Het moet ingetogener.

Een instructie.

Je ziet het tegemoetkomende verkeer van ver aan komen. Je hebt dus alle tijd om je voor te bereiden. Zodra je elkaars gezicht zou kunnen zien, houd je het hoofd ietwat voorovergebogen. Vervolgens beweeg je het hoofd licht naar boven waarbij je je wenkbrauwen iets optrekt, alsof je verbaasd bent, ‘Jij ook hier?’ En tegelijkertijd maak je met je rechterwijsvinger een opwaartse beweging. Niet te veel maar ook niet te weinig. Twee tot drie centimeter: dat komt niet zo precies.