Koopzondag in januari

Het is al weer gewoon, dat nieuwe jaar van ons. Met storm en regen en bevingen en een permanente koopzondag in Groningen. Dat laatste is nog niet zo’n succes, bericht het onvolprezen Dagblad. De grootwinkelbedrijven waren open maar veel kleinere winkels bleven dicht.

Wij waren zaterdag heel even in Stad. Koud, nat, wind, guur. Wat wil je: januari in Groningen. Januari in Nederland. Januari. Gisteren was het alleen maar kouder, natter, winderiger, guurder. Het Dagblad citeert vandaag wat verdrietige ondernemers die een hele vrije zondag niets verkochten. Maar het Dagblad toont ook een foto: de familie Spin uit Losser eet een zak patat in het Koude Gat. Ik verzin niets.

En het Dagblad citeert Rita (Groningen) en Barthold (Oegstgeest). Hun koopzondag kon niet meer stuk. Hij was uit Oegstgeest gekomen voor een wasrekje en een stampotstamper. En dat was gelukt.

Tja. Januari. Oegstgeest. Groningen. Een wasrekje en een stamppotstamper.

Koopzondag in Groningen

koopzondag_in_Groningen

‘Koopzondag’ is misschien we het lelijkste woord dat ik ken. Het is platvloers, het klinkt lelijk, het stelt maar een ding centraal: kopen kopen kopen. En dan die gebiedende wijs.

Het is veelzeggend dat ‘koopzondag’ het wint van alternatieven als ‘winkelzondag’ of ‘lekkershoppenzondag’ of ‘ flaneerzondag’ of ‘heerlijklekkerstattenzondag’.

Ik sta daar kennelijk niet alleen in. De fractie van GroenLinks in Groningen gaat op de rem staan bij de invoering van die winkelzondag in Groningen. Maar waarschijnlijk halen ze die voet eraf als er een paar tientjes naar de bond voor Groningsestraatmuzikanten worden overgemaakt. Onderstaand nieuwsbericht publiceerde RTV Noord. Let op het woordje ‘fijn’. En op de ontsnappingsclausule die mijn GroenLinks al meteen klaarlegt. ‘We vinden het erg van belang dat er goed meegedacht wordt’. Waarom klinkt GroenLinks toch vaak zo naïef?

Het is voor de fractie van GroenLinks in de gemeenteraad van Groningen nog geen uitgemaakte zaak, dat vanaf 1 december de winkels in Stad alle zondagen open mogen.

Hoewel GroenLinks deel uitmaakt van de coalitie, heeft de partij nog wel een paar vragen voor het gemeentebestuur. ‘We moeten geen tweede zaterdag krijgen’, zegt raadslid Kris van der Veen. ‘Zondag moet heel fijn zijn om naar Groningen te gaan, omdat je daar activiteiten hebt, er van alles op kunst en cultuurgebied te doen is en de galeries en musea open zijn. Het moet er niet alleen om gaan dat je ergens je pinpas door kunt halen. En we vinden het erg van belang dat goed meegedacht wordt met kleine ondernemers.’

Paars weet wat de burger wil

De samenleving is in rap tempo veranderd. En doet dat nog steeds. Inwoners, bedrijven en instellingen positioneren zich anders in de stedelijke samenleving en willen een rol die daarbij hoort: kritisch en actief. Zij verwachten een overheid die daar op inspeelt. En dat is een uitgelezen kans voor de overheid om potenties te benutten en het begrip participatie waarlijk inhoud te geven. Samenwerken wordt het sleutelwoord. En samenwerken betekent een gedragsverandering van beide kanten. Niet meer achterover leunen en denken dat de overheid het wel oplost, hetzij financieel, hetzij met regelgeving. Aan de andere kant heeft de overheid de wijsheid niet meer in pacht, het ‘wij weten wel wat goed voor u is’ behoort tot het verleden. De aanpak van maatschappelijk-economische vraagstukken gebeurt in gezamenlijkheid, er wordt naar elkaar geluisterd op basis van gelijkwaardigheid. Verwachtingen en mogelijkheden worden besproken en gerespecteerd.

U herkent deze tekst ongetwijfeld. Het is de inleiding van het nieuwe coalitie-akkoord voor de gemeente Groningen. Het is geschreven door D66, PvdA, GroenLinks en VVD. Een paarse coalitie.

Paars heeft de wijsheid niet meer in pacht. Hoewel? Paars weet wat de burger wil: een nieuwe rol in de stedelijke samenleving, kritisch en actief. Ik ben maar een eenvoudige Ommelander. Dus wie ben ik om in het hartje van de Stadjer te kijken. Maar ik betwijfel of de gemiddelde Stadjer wel zo naar zijn overheid kijkt.

Duidelijk is in ieder geval wel dat de overheid zo naar de Stadjer kijkt.

Die Stadjer gaat nog van een koude kermis thuiskomen. Herinnert u zich nog die leraar op de middelbare school? Die leraar die als u de kortste weg over het grasveld koos, u bars toeriep ‘Hé, hé jongeman, hier wordt niet over het grasveld gelopen.’ Erg feitelijk. Erg neutraal. En tegelijkertijd erg paternaliserend en erg aanmatigend.

Lees nu nog eens die inleiding. Bijvoorbeeld de zin: ‘Verwachtingen en mogelijkheden worden besproken en gerespecteerd.’

Arme overheid. Arme bestuurders. Het is ook nooit goed of het deugt niet.

De klas van 2014
De klas van 2014

Essen in Groningen

De essen zijn ziek.

Zieke es. Zie de kale takken links onder.
Zieke es. Zie de kale takken links onder.

Het lijkt een eenvoudige mededeling. Aspirientje, pleister, kusje, klaar. Dat is het niet. Het lijkt erop dat essen zich niet herstellen. De es is hier in Groningen veruit de meest voorkomende boom. Het grote voordeel van de es is namelijk dat-ie bij een beetje storm z’n zwakke takken resoluut laat vallen. Sneu vor de tak maar het behoud van de boom. Je ziet maar zelden dat een es is omgewaaid.

Het treft overigens vooral de adoloscente es. Vorig jaar stonden ze al wat mager in blad. Nu zie je dat heel veel takken kaal blijven. Het is een treurig gezicht. De Delleweg bijvoorbeeld, de weg die van het Damsterdiep bij Winneweer naar Middelstum loopt. Daar plantte men een jaar of 15 geleden heel veel nieuwe essen. Die werden – heel grappig – omgetrapt. Men plantte nieuwe essen. Die werden – heel grappig – omgetrapt. Men plantte nieuwe essen, en de aanhouder won. Ze werden met rust gelaten. Ze groeiden. Het werden hele kerels. Tot nu. Groningen wordt kaal zonder es.

De essen zijn ziek.

Jij ook hier?

Ik geloof dat ik het kan, groeten in het Gronings. Niet dat ‘moi’ of ‘oant moarn’ van de televisie. En ook mijn ‘gojdaag’ klinkt waarschijnlijk minder Gronings dan ik zelf denk. Nee, het gaat mij om de geluidloze groet vanuit de auto of vanaf de fiets.

Je kunt je voorstellen dat als je elkaar niet kunt verstaan (de een zit in de auto, de ander fietst) je even zwaait. Of de hand op steekt. Dat is in Groningen te uitbundig. Het moet ingetogener.

Een instructie.

Je ziet het tegemoetkomende verkeer van ver aan komen. Je hebt dus alle tijd om je voor te bereiden. Zodra je elkaars gezicht zou kunnen zien, houd je het hoofd ietwat voorovergebogen. Vervolgens beweeg je het hoofd licht naar boven waarbij je je wenkbrauwen iets optrekt, alsof je verbaasd bent, ‘Jij ook hier?’ En tegelijkertijd maak je met je rechterwijsvinger een opwaartse beweging. Niet te veel maar ook niet te weinig. Twee tot drie centimeter: dat komt niet zo precies.

Het grote gebaar

Freek de Jonge en ik ruilden hand. Ik gaf hem de mijne, ik kreeg de zijne. Na afloop van een geweldig concert in de Oosterpoort wilden we de cd Zonde kopen. Dat kon, maar dan moest je wel even bij hem komen. Even dacht ik dat hij ons keurde. Geschikt / ongeschikt. Maar hij wilde zijn kunstwerk graag signeren. Zeg dan maar eens nee. Zo kreeg ik dus niet alleen zijn hand maar ook zijn handtekening. Ik zei ‘u’ tegen hem.

Ik ben geen kenner. Ik ben een liefhebber. Er stond een geweldige band, daar in de Oosterpoort in Groningen. Freek de Jonge zong geweldig. De verhalen waren mooi, de liedjes waren mooi, het was een prachtige voorstelling. Hij vroeg me of ik wilde vermelden dat ze aanstaande vrijdag nog in Den Bosch spelen en aanstaande woensdag in Enschede. Bij deze: u mag dit niet missen.

Freek de Jonge & band in de Oosterpoort, Groningen, 1 mei 2013
Freek de Jonge & band in de Oosterpoort, Groningen, 1 mei 2013

Wat maakt hem in mijn ogen zo goed? Vannacht wist ik het, u moet er maar chocola van maken. Het gaat om het pathos van zijn werk. De Jonge is een echte Ajacied: hij houdt van het spel, durft te pingelen, slaat daarin wel eens door en schuwt het grote gebaar niet. Hij loopt niet weg voor grote woorden als liefde, zonde, deugd en geloof. Hij gebruikt ze, en terwijl hij dat doet onderzoekt hij de woorden en waar ze voor staan. Soms verschuilt hij zich erachter. Dan worden het flauwe woordgrappen. Soms is het allemaal ‘te’, dan haak je af. Soms is het pijnlijk, dan schaam je je plaatsvervangend. En meestal is het schrijnend, hilarisch, adembenemend, schokkend, aandoenlijk of combinaties daarvan. Het is werk waarbij je je veiligheidsgordel om moet doen. Freek de Jonge speelt niet op safe.

%d bloggers liken dit: