Taaltolerantie

Gisteren ontving ik een mail van een lezer. Hij stoorde zich aan het taalgebruik van een lezeres van het Jeugdjournaal. Lees even mee:

‘Op zoek naar het nieuws stuitte ik op een juffrouw die aan de kinderen in Nederland vertelde wat er in de wereld aan de hand is. Ze sloot haar uitleg af met ‘DOEG…!! Waarom niet gewoon ‘DAG  !! Daar zitten we dan de komende 50 jaar mee. Nu komt mijn vraag: ‘kun jij niet aan alle juffrouwen die het jeugdjournaal voorlezen, zeggen dat dit echt niet meer kan?’

Tja. Doorgaans reageer ik niet op lezerverzoeken maar ik wil graag een uitzondering maken. Ik heb namelijk ook een ergernis. Ik erger me aan mensen die zich ergeren aan taalmisstanden. Zo. Het hoge woord is eruit.

Is ‘Doeg’ echt erg? Natuurlijk praktiseren veel mensen Nederlands dat niet aan de regels voldoet. Maar who cares? Taal leeft en beweegt, taal ontwikkelt zich. Taal is een middel om jezelf te uiten en om de ander te horen. Wat telt is de vraag of ik erin slaag mezelf te uiten en de ander erin slaagt mij te begrijpen.

Dat veronderstelt aan beide zijden van de verbinding goede wil. Goede wil om je duidelijk en voor de ander acceptabel te uiten. En goede wil om de ander te begrijpen.  Ik heb me heilig voorgenomen om me niet meer te ergeren aan ‘het kan niet zo zijn’, ‘zich beseffen’, ‘zeg maar’ of ‘doeg’.

Dus nee, een doegverbod ga ik niet uitvaardigen. Nederland kan zo veel toleranter.

%d bloggers liken dit: