Het grote oogsten is begonnen

Op het land is het grote oogsten begonnen. Trekkers rijden af en aan met bieten, mais, wortelen en nog wat verlate uien. Onder een vrijwel volle, door mist vertroebelde maan wordt deze dagen  “tot in de late uurtjes” doorgewerkt.

Ook in onze tuin is het een drukte van belang. De walnoten vallen. Toen wij de boom plantten, zo’n 20 jaar geleden, deden we dat omdat ze zo mooi zijn, walnotenbomen. En omdat we hadden gelezen dat ze muggen weren. De noten zelf beschouwden we als mooi meegenomen. Ik wil maar zeggen: als u morgen een walnoot gaat planten, doe dat niet naast een grote vijver en een grote border. Je zoekt je wezenloos. Als u ons tobbend door de tuin ziet sjokken: er is niets aan de hand, we zoeken noot.

Dat is belangrijk want wij zijn niet de enige gegadigden: er is een knaagdier dat gek is op walnoten en ze mee sleept naar een veilige schuilplaats. Onlangs probeerde de schat uit alle macht middenin de nacht een walnoot over het schuine dak boven onze slaapkamer heen te manoeuvreren. Dat valt niet mee zo zonder handen. Telkens hoorde je de noot weer naar beneden rollen, over de pannen. Het werd later en later.

Moedig ploeterde het beestje door. We hebben ons er maar bij neergelegd.

Avontuur

Als jongetje wist ik het zeker. Het woord ‘avontuur’ werd consequent fout gespeld. Het moest natuurlijk zijn ‘avonduur’. De grootste avonturen gebeurden immers ’s avonds. Ik kon het weten want in de boeken die ik las, was altijd sprake van spannende avonturen. Dat die formulering iets pleonastisch heeft, kwam dan weer niet in mij op. Maar wat een woord. Avonduur. Avontuur. Wat had ik graag een avontuur beleefd. Met smokkelaars, schatten, kliffen, bijna-fatale ongelukken die goed aflopen en dat je dan de hond van de jonker krijgt.

Het is aardedonker als ik ’s avonds van Loppersum naar Leermens fiets. Je ziet geen hand voor ogen. Op de Schoolweg is geen straatverlichting. Er is geen maan. Het is bewolkt. Ja, ver weg zie ik vaag wat licht bij de Eemshaven. En achter me weet ik dat de toren van Loppersum verlicht wordt en zo een baken in de zee is. In de verte komt een flikkerend en schommelend lampje me tegemoet. Een fietser. Denk ik. Hij of zij komt dichterbij. Ja, een fietser. Het fietspad is smal. Ik ga aan de kant. Het past net. We groeten. We zien elkaar niet. We zien elkaars lamp. Dan is het weer donker om me heen.

Avontuurlijk aangelegd als ik ben, stop ik in de bocht bij de Gerichtsweg. Ik laat de duisternis op me inwerken. Om me heen is het stil. Langzaamaan blijkt duisternis relatief. Ik zie in de verte de buitenlamp van de Dieftilschool. En ik zie flauw iets van de contouren van de essen rond school. Ik zie de voren in het juist geploegde land rechts van me. Ik zie m’n hand. Ik zie een figuur naast me. Ik schrik me wezenloos. Het is een richtingaanwijzer. In verband met de duisternis doet hij even niets maar overdag wijst hij richting voor wie wil. Ik wil verder maar rijd van de weeromstuit het gras in. Ligt hier een sloot naast de weg? M’n voorlamp doet het bij deze snelheid niet. Ik stop, stap af en til de voorvork omhoog. Ik draai aan het voorwiel en er is licht. Even links aanhouden, zie ik.

Vroeger las ik spannende boeken met avonturen. Nu heb ik zomaar mijn eigen avonduur. Bij de Gerichtsweg. Bij Dieftil. Geen hond te zien.

De boom gaat om

Eindelijk is het zover. De boom gaat om. Twee ferme knapen klaren de klus. Ze tonen geen erbarmen. Ze omhelzen de boom niet voordat de zaag erin gaat. Ze bedanken de boom niet voor alle beschutting die hij gaf en de warmte die hij nog gaat geven. Niets van dat alles. Gewoon, hoppa, halal en onverdoofd.

Het is een grote boom en hij staat dicht, ik mag wel zeggen érg dicht, bij het huis.

Groenewold fietst langs. Hij stapt af en neemt er even tijd voor. Terecht. De zager klimt uiterst behendig de boom in met een vracht touwen. Al dat touw is bedoeld om hem te zekeren en om afgezaagde takken niet naar beneden te laten vallen maar gereguleerd te laten zakken. Daartoe zijn de touwen zó in de boom gehangen dat ze een katrol-functie krijgen. De valrichting is afhankelijk van de plek waar je de zaag in de tak zet. De ‘vanger’ geeft aanwijzingen en zorgt dat de takken netjes op de grond komen.

Groenewold knijpt zijn ogen wat toe. Ik heb eigenlijk geen idee wat hij ervan vindt. Hij is geboren en getogen in Leermens. Hij heeft gezien hoe Van Gennip indertijd de heg aanplantte op de rand van de wierde, aan het talud. Hij heeft gezien hoe Van Gennip de heg liet uitgroeien tot een verwilderde rij struiken en hoe uiteindelijk in die rij een paar bomen uitgroeiden tot de kolossen die ze nu zijn. En nu? In een mum van tijd ligt het grasveld ligt vol met takken en stammetjes. Maar de boom staat er nog in al zijn koninklijke glorie. Je ziet nauwelijks dat er aan gezaagd is. Groenewold houdt het voor gezien. Van Gennip is al jaren dood. De boom staat er nog.

Als alle lastige takken verwijderd zijn, bindt de zager het touw zo hoog mogelijk aan de stam. Het touw is een meter of 50 lang. Hij laat zich zakken. Samen met zijn maat ga ik naar beneden, naar het pad onderaan het talud. De zager zaagt. Wij spannen het touw. De zager zaagt nog wat. Wij spannen het touw nog wat. De zager krijgt een tweede inzicht. We moeten toch nog wat verder naar het oosten, het belendende  weiland in. De zager zaagt. En wij voelen iets. Het is niet het touw dat strakker gaat staan. Er zit beweging in de boom.  Ik heb niet de illusie dat onze krachtsinspanning er ook maar iets 
toe doet. Maar volgens mijn partner is dat wel degelijk het geval. Hij noemt het ‘sturen’. Dan gebeurt het mirakel. Die ene kolossale boom gaat om. Hij doet het met stijl. Majestueus.

Rurale idylle

Leermens, 1960 (ongeveer): een plattelandsidylle. Foto uit: Martin Hillenga, Bedreigd bestaan (nog te verschijnen proefschrift)
Leermens, 1960 (ongeveer): een plattelandsidylle.De foto komt uit ‘Naar een leefbare regio. Regionale leefbaarheid en identiteiten in Noord-Groningen tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw’. Cultureel geograaf Korrie G. Melis hoopt hier op 20 juni op te promoveren aan de RuG.

Hier in Noordoost-Groningen, aan de rand van de rand van Nederland, dicht tegen de dijken en plat op het land staat al maanden een straffe koude oostenwind. Hij weet niet van wijken. Ja, de lucht is blauw en de wolken zijn wit maar de knoppen vriezen van de bomen en de vogels vallen diepgevroren uit hun nest. Overdag hak ik hout en ‘s avonds stook ik de kachel. Voorjaar in Leermens.

Wij gaan ons maar eens grondig oriënteren op een nieuwe loopbaan. Kamelendrijver in de woestijn, zou dat wat zijn voor ons? We gaan het zien.

Zoonlief krijgt zolang ons huis, onze auto, onze nimmeraflatende specht, onze merels, onze lammetjes die dicht op elkaar kruipen om de poes van de buren te begluren, onze sla in ons kasje, onze haast obsceen ontspruitende rabarber, onze tulpen die bloeien zoals ze nog nooit hebben gebloeid, onze koninklijke lucht met dito wolken. Onze wind. Onze rurale idylle. Ik ben haast jaloers.

Maar u? Ik zette tien goude oude blogjes voor u klaar. Iedere werkdag een stukje. Wij bij Wout Sorgdrager Communicatie doen wat we beloven. Met een beetje hulp van de techniek.

De NAM op bezoek

Vandaag komt de NAM op bezoek in Leermens. Gezellig koffiedrinken. Bijpraten. Uitleggen. Luisteren. Empathie tonen. Een dialoog aangaan. Kortom: doen wat communicatieprofessionals vertellen.

Stel: je hebt een bedrijf dat willens en wetens de omwonenden schade berokkent. Echte schade. Bovendien: door die schade worden de huizen ook nog eens tienduizenden euro’s minder waard. En stel: je zegt ‘Sorry, we hebben je tientallen jaren verkeerd geïnformeerd, het blijkt wel onze schuld. Hier: je mag die scheuren op onze kosten laten dichtsmeren.’ En stel:  je zegt daarna: ‘O ja, we gaan wel door met waar we mee bezig zijn. Trouwens, we gaan nog wat nieuwe activiteiten ontplooien. Nee, natuurlijk merken julie daar niets van.’ En stel: je zegt daarna: ‘Ik bespeur iets van een communicatieleemte, kunnen we niet eens op de koffie komen? Dan nemen wij de koek mee.’

Stel.

De NAM neemt koek mee. Kijk, dat zijn pas gasten. Maar ik heb nog een Snelle Jelle liggen. Ik ben geen gezellige gesprekspartner. Deze dialoog mag zonder mij gevoerd worden. Een communicatiestrategie is uiterst waardevol. Maar communicatie lost niet alles op.

Een Gronings dorp in 2060

Bij dorpsbelangen hield gisteravond Elise Mook haar presentatie over de sterke verhalen van Leermens. U mag het best weten: we hebben een fijn dorp. Vinden we zelf, ontdekte Elise. Elise hield haar presentatie na de pauze. We hadden het al uitgebreid gehad over de baraka’s van Harry Aalberts, over het idee om ideeën te verzamelen om na te gaan of we in aanmerking kunnen komen voor een prijs voor goede ideeën en over de opentuin-en-huisdag in het voorjaar 2013. Dat wreekte zich na de pauze. De eerste statistieken gingen er nog in als koek maar op een gegeven moment zag je hier en daar iemand toch wat wegzakken.

Tot plots we allemaal de oren spitsten en de ogen wijd open gingen. We keken naar de kaart van Leermens anno 1600. We zochten allemaal naar ons eigen huis. Staan we op de kaart? Op dat moment wordt het abstracte plots heel concreet. In de loop van eeuwen zie je het dorp voller worden (waarbij u het begrip ‘vol’ in Gronings perspectief moet duiden). 400 jaar later staan er gewoon 100 huizen in het dorp. Het moet niet veel gekker worden. Aardig is ook dat het aantal inwoners relatief nauwelijks toeneemt. In 1600 waren dat er (denkt men) zo’n 200. Nu zijn het er (ook dat is een schatting) 280.

Ik was wat bang voor bespiegelingen over wat onze kracht is. Daar waagde Elise zich niet aan. Wel aan een doorkijkje richting de toekomst. Hieronder ziet u Leermens over zo’n 50 jaar. Met een goede pontverbinding richting Duitsland en Groningen. Over een Noord-Zuid-lijn hoorde ik haar niet.

Leermens anno 2060 artist impression (c) Elise Mook

 

Naschrift: Martin Hillenga wijst in zijn reactie op een website van de Groninger Archieven. Daarin onder andere een rapport over Leermens in 1828. Een citaat: “Door de Landlieden worden hier opzettelyk geene Kunsten of Wetenschappen beoefend” En zo hoort het ook!

%d bloggers liken dit: