GroenLinks

In een vlaag van spontane solidariteit werd ik lid van GroenLinks. Wat kan ik ervan zeggen? Wat klikjes en je bent het. Welnu, ik ben het. Ik had niet zo goed nagedacht over het vervolg.

Voordat u nu denkt: ‘Hij wil helemaal geen lid zijn van die club …’ val ik u in de rede: Ik wil echt lid zijn. Maar ik was nog nooit lid van een echte politieke partij. Dus het is even wennen. En in feite gaat dit stukje over dat gewenningsproces. Akkoord, u heeft het niet gedacht, dus hoefde ik het ook niet schrijven, maar schrappen, daar doen we hier niet aan.

Op een maandagochtend werd ik gebeld door een mevrouw die vroeg of ze me even mocht storen. Dan ruik ik al onraad. Maar ik ben een softie. Ze bleek van GroenLinks. Dat zei ze tenminste. Jolande had haar gewoon ingehuurd. Ze las een script voor dat ze net onder ogen had gekregen. Hiervoor had ze waarschijnlijk een boze Tele2-klant te woord gestaan en nu kreeg ze tot haar verrassing een nieuw GroenLinkslid aan de lijn. Ze wilde me welkom heten. Wonderlijk. Iemand inhuren om je welkom te heten.  Ze vroeg zich verder af of ik nog vragen had. Nee. Ik had geen vragen. Mij ligt dan voorop de tong een zinnetje als ‘Althans geen vragen die u kunt beantwoorden binnen de tijd die u hebt voor dit telefoontje.’ Maar dat soort pogingen tot humor mag ik niet meer maken van mijn vrouw en ze heeft gelijk.

Een paar dagen later werd er aangebeld. Ik was niet thuis maar mijn vrouw wel. De frontwoman van GroenLinks in Loppersum stond op de stoep. In fietstenue. Ze wilde kennismaken. Omdat ik er niet was, vertrok ze weer. Maar ze lieten wel een krantje achter van GroenLinks afdeling Loppersum. Met een ABC’tje over rechtse hobby’s. De politiek, het is even wennen.

ABC Rechtse hobby's

Stork

Het is een fabeltje dat kleine zelfstandigen ook echt zelfstandig zijn. Net als de meeste mensen zijn wij geketend door verplichtingen, besognes en gedoe. Maar soms slaag ik erin om me los te rukken van die ketenen en mag ik van de baas een omweg maken bij het boodschappen doen. En dus fietste ik dinsdag niet rechtstreeks naar Loppersum maar via Westeremden. Dat ligt ten noorden van Loppersum. Tussen Loppersum en Westeremden loopt het Westeremdermaar en in een bocht van dat maar ligt een buurtschapje; het bestaat uit een paar oude Groningse boerderijen. Stork heet het er.

Stork is een groene enclave middenin het land. De eerste keer dat ik er kwam was op een zondagmorgen. Ik hou erg van de natuur maar vooral alleen. En dus moet ik vaak wat vroeger op. Het zal daarom een uur of zes geweest zijn. Fiets even mee. Na Loppersum gaan we een landweg op die het spoor kruist. Beton wordt schelp. De fiets zoemt niet meer maar knispert. Links aardappels. Rechts graan. En voor ons dat groene eiland. Het is een soort bos. Pal voor ons is een donker gat in het groen. Als we de rand van het bosje naderen, zien we dat het fietspad hier splitst. Naar links of naar rechts? Naar Westeremden of naar Zeerijp? Maar ik zie dat zwarte gat tussen die bomen. Het is het erf van een vervallen boerderij. Hier woont niemand meer, denk je dan. Zes uur ’s ochtends. Waarschijnlijk horen we heel veel vogels en in de verte wat koeiengeloei. En mezelf kennende is het prachtig weer; ik hou erg van natuur maar vooral als het mooi weer is.

Tegelijk heeft het iets spookachtigs. Er hangen nog wat flarden nevel.  Overal troep. Mesthopen, oud ijzer, een paar kapotte landbouwwerktuigen. Een oude trekker, oud maar nog wel in functie zie ik. Links een woonwagen. Voor me de oude kapschuur, het dak is gedeeltelijk ingestort. Een Groningse schuur heeft altijd drie deuren. Een deur in het midden voor de hoog opgetaste hooiwagens. Een deur rechts voor het gewone werkverkeer en een deur links die dient als bezoekersingang. De schuurdeuren zijn dicht op de bezoekersingang na. Daarvan is alleen de onderste helft dicht, de bovenste helft staat open. Als ik wat verder het erf oploop, hoor ik plots wat gesnuif. Een groot wit paard steekt zijn kop door de bovendeur en kijkt me verwachtingsvol aan.

In de woonwagen beweegt een gordijntje. Ik keer om en fiets verder.

Dinsdag fietste ik weer langs Stork. In de loop van de jaren raakte de boerderij steeds meer in verval. Maar dinsdag was het duidelijk over en uit. De boerderij was weg. Helemaal weg. Ook de woonwagen was weg. Op het erf lag een enorme stapel oud hout van de balken van de kapschuur. Iets verderop lag het puin van het huis. De trekker stond er nog. En midden op het erf stond een container van Oostland Verhuizingen. De sloten glommen. Ik luisterde aandachtig. Maar het paard hoorde ik niet meer.

Naschrift
Lees de blog van Martin Hillenga over Spriknust

%d bloggers liken dit: