Leven en laten leven

mensen_op_een_markt

Voor de zaak lees ik een Amsterdamse ontwikkelagenda. De opening daarvan luidt: ‘Samen leven in Amsterdam is sterk aan het veranderen. Amsterdammers zijn mondiger, autonomer en zelfstandiger dan ooit.’

Het klinkt vanzelfsprekend en vertrouwd. Maar klopt het? We waren in 1972 – toen ik die prachtstad verliet – al best mondig en autonoom en zelfstandig. Zijn die kwaliteiten – toch bij uitstek Amsterdamse kwaliteiten –  tegenwoordig nog beter ontwikkeld?

Op zoek naar een parkeerplek reden wij onlangs over de Nieuwe Kerkstraat. Het lukte niet en mijn vrouw reed voorzichtig de weg weer op. Er kwam ons een fietsende oude baas achterop. Hij schrok. Hij bleek mondig. Hij vroeg luidkeels de Here God om hem te verdoemen en maakte mijn vrouw uit voor ‘klootzak’. Voorwaar, krasse taal in mijn inmiddels toch licht Groningse oren. Het is altijd warm thuiskomen in je geboortestad.

img_0675

Toen betrachtte ik een stukje zelfreflectie. Hoe had ik het in 1972 geformuleerd? Ik moest tot mijn schrik erkennen dat ik waarschijnlijk dezelfde woorden zou hebben gebruikt. Bovendien had ik waarschijnlijk met de vlakke hand een harde klap op het dak van de automobiel gegeven. Ik was er vroeg bij.

Resteert de vraag: is het samen leven in Amsterdam echt veranderd? Ik heb de indruk dat de competentie ‘leven’ in Amsterdam best goed ontwikkeld is maar dat voor de competentie ‘laten leven’ een plekje op een  ontwikkelagenda kan worden gereserveerd.

De mondige burger

Het aantal wrakingsverzoeken is spectaculair gestegen, lees ik vanmorgen in de Volkskrant. In 5 jaar tijd steeg het aantal verzoeken van 159 per jaar naar 288. Dat blijkt uit een  onderzoek aan de Universiteit van Utrecht. De hoogleraar die het onderzoek begeleidde ziet drie mogelijke oorzaken. Advocaten lijken zich steeds meer te vereenzelvigen met hun cliënten, het aanzien van de rechterlijke macht daalt en de burger wordt steeds mondiger.

Dat een advocaat zich meer verbonden voelt met zijn cliënt lijkt mij een ongewenste zaak. Een advocaat is een raadsman. De raadgever moet zich juist niet vereenzelvigen met de radeloze. Maar ik wil het hebben over die twee laatste oorzaken.

Ik heb voor alle zekerheid het woord ‘mondigheid’ even opgezocht in Van Dale. Het betekent

  • dat je meerderjarig bent,
  • dat je in staat bent jezelf te besturen of
  • dat je in staat bent zelfstandig te beslissen, te handelen, te oordelen.

Dat er meer mensen meerderjarig zijn, zal niet de oorzaak zijn van het groeiend aantal wrakingsverzoeken. Blijft over dat er steeds meer mensen in staat zijn zichzelf te besturen of zelf te beslissen dan wel te oordelen. Waarschijnlijk moeten we de oorzaak in die hoek zoeken. Het is de vooruitgang. Vroeger besliste de rechter of je een strafbaar feit had gepleegd. Tegenwoordig kunnen we dat zelf. Vroeger oordeelde de rechter over de straf. Tegenwoordig kunnen we dat zelf. En als we denken dat de rechter het minder goed kan dan wijzelf, doen we een wrakingsverzoek. Is het nu zo dat het aanzien van de rechterlijke macht gedaald is? Nee. Het is meer onze eigendunk die is gestegen.

Misschien moeten we wat zuiniger zijn met het predicaat ‘mondig’.

%d bloggers liken dit: