Nee

Ooit schreef ik de cursus Nee zeggen voor de website leren.nl. Maar dat betekent niet dat ik een goede nee-zegger ben. Tot ik mijn stoomcursus in Marokko deed. Het is een prachtig land en de mensen zijn er vriendelijk, attent en gastvrij. En uiterst behulpzaam. U voelt een ‘maar’ aankomen.

Als wij in de zinderende hitte in een klein stadje de auto parkeren, staan er in 30 seconden vier mannen om ons heen. Ze willen ieder voor zich ons de weg wijzen door de medina, ons de weg wijzen naar een restaurant, ons helpen bij het inparkeren en ons helpen bij het op de auto letten. Maar wij willen niets. Wij willen gewoon wat rondlopen. Kijken. En inderdaad: niets kopen.

Alles in mij schreeuwt: Nee, nee, nee. Ga weg. Laat me geworden. Maar zo werkt het hier niet. Allereerst is parkeren weliswaar gratis maar er is er altijd wel een meneer met een hesje die er geld voor vraagt. Ook nu. Hij laat zijn pasje zien dat hij gemaakt heeft op de achterkant van een kaartje voor een computerspel. Oké. De andere mannen verdwijnen. Maar zodra we richting de medina lopen, komt er weer een andere meneer op ons af. ‘Welcome. Where you’re from?’ En hij doet ons een aanbod dat we niet kunnen afslaan: hij wil ons helemaal gratis en voor niets de medina laten zien. ‘Come my friends’. Maar we doen het niet. Het is hier reuze overzichtelijk. Wij kunnen dit alleen. Wij willen dit alleen. Even later komt er weer een meneer die een vergelijkbaar aanbod doet. En weer een. Ondertussen is het 40 graden in de schaduw.

Ik verkramp. Mijn vrouw kan dit beter aan. ‘Gewoon glimlachen’ adviseert ze. En dan gebeurt het. Over mij komt het ultieme ‘nee’. Ik word ‘nee’. Ik ben ‘nee’. Ik loop wat rechterop. Glimlach werkelijk erg vriendelijk als ik opnieuw een aanbod afwijs en durf zelfs even bij een kraam in ijzerwaren en tuingereedschap stil te staan. De handelaar kijkt naar ons en voelt aan zijn water dat hij aan ons geen wieldop, hark of sleutelset zal kunnen slijten. Hij laat ons met rust. Het is fijn om ongestoord over de markt te kunnen lopen. Maar wat is het jammer dat je daarvoor ‘nee’ moet worden.

Mijn vriend de krant

De krant is een meneer, een meneer die jij in de loop der jaren leert kennen. En een meneer die jou in de loop der jaren leert kennen. Eigenlijk is mijn relatie met deze meneer best intiem. Ik deel mijn ontbijt met hem. Als ik bof zelfs op bed. En ik als ik ga slapen mag hij ook vaak mee: een kruiswoordpuzzeltje voor het slapengaan is echt een aanrader voor hen die de slaap maar moeilijk kunnen vatten. De krant was een meneer en die meneer wordt langzamerhand een vriend, een huisvriend.

Mij is het niet overkomen maar ik hoorde onlangs iemand vertellen over weer iemand anders dat zij een soort tupperwareparty’s (Nederlands woord dus aan elkaar en geen ‘ie’ op het eind want dat is Engels en de ‘s’ los want anders verkeerde uitspraak mogelijk) voor vriendinnen organiseerde waar zij tassen showde die weer een andere vriendin maakte. ‘Mooie tassen’ vond mijn bron, ze ‘kon niet anders zeggen’.  Maar sommige vriendinnen vonden het toch een ongemakkelijke situatie. Ik weet dat mijn moeder ooit naar een echte tupperwareparty ging. Nee-zeggen tegen een vriendin ging haar moeilijk af en dus kwam ze thuis met enkele erg dure bakjes die zich in ons huishouden waarschijnlijk nooit helemaal welkom hebben gevoeld. Voor wie mijn vriend de krant van vandaag las: die bakjes voelden zich als een schoonmaakster met negroïde uiterlijk in politieregio Kennemerland.

De laatste jaren probeert mijn vriend de krant mij van alles te verkopen Ik begin daar een hekel aan te krijgen. Dat een krant advertenties plaatst begrijp ik. Maar adverteren voor je eigen spullen in je eigen krant vind ik op het randje. De zaterdagse bijlage van de Volkskrant krijgt langzamerhand de uitstraling van een catalogus. Als ik ongevraagd reclamedrukwerk wil, haal ik de sticker wel van de brievenbus.

Er is een voordeel. Ik leer ‘nee’ zeggen tegen een vriend. Dat is niet makkelijk.

Gastvrijheid

‘Mag ik voor u nog een kop koffie maken?’ Klanten die na hun eerste kopje koffie niets bestellen en wel een tafel bezet houden, zijn dure klanten. De serveerster vroeg het deemoedig, haar handen op de rug, haar hoofd iets gebogen.

‘Omdat je het zo lief vraagt.’ Het lag hem voor op de tong maar hij kon zich nog net beheersen. ‘Weer geen leuk grapje’ sprak hij zichzelf vermanend toe. Hij hoefde geen koffie meer maar kon voor zijn gevoel niet meer terug.

‘Graag.’
‘En wilt u er nog iets lekkers bij? Appeltaart, een lekkere brownie?’ Ze boog wat verder naar voren.  Ze vermoedde omzet, en daar wilde ze best een beetje decolleté voor inzetten. Hij voelde zich er wat ongemakkelijk bij. Nee-zeggen kon hij niet, zeker als de vraag zo direct gesteld werd.
‘Ja graag.’
‘En wat wat wilt u dan?’
‘Eh, appeltaart. Graag.’ Domme keus, realiseerde hij zich onmiddellijk. Nu kwam er nog een vraag.
‘Zal ik daar lekker wat slagroom bij doen?’ Ze had zijn zwakke punt ontdekt, dat was duidelijk. Maar ze overdreef, vond hij. Hij verzamelde moed. Haalde adem.
‘Ja, doet u dat maar.’

Ze glimlachte.  Zag hij daar iets triomfantelijks?

%d bloggers liken dit: